Wichelen is een plaats en gemeente in de Denderstreek en het Scheldeland in de provincie Oost-Vlaanderen in België, op de overgang van de Vlaamse Zandleemstreek naar Zandig Vlaanderen. De gemeente bestaat uit drie kernen van vergelijkbare grootte: Wichelen, Schellebelle en Serskamp. De fusiegemeente telt ruim 12.000 inwoners, die Wichelaars worden genoemd. Wichelen ligt aan de Schelde. In het eigen dialect wordt de plaatsnaam als "'wiχəln" (Wiecheln) uitgesproken. In 2022 vierde de gemeente haar 1050-jarig bestaan.
Naam, oorsprong en geschiedenis Prehistorie en Gallo-Romeinse periode Uit riviervondsten ter plaatse, bij vooral de monding van de Molenbeek, blijkt dat Wichelen van de bronstijdButler, J.J. (1963): Bronze Age connections across the North Sea. A study in prehistoric trade and industrial relations between the British Isles, the Netherlands, North Germany and Scandinavia c. 1700-700 B.C. Groningen: J.B. Wolters.Eenoo, Mieke van (2010): Vergelijkende studie van de verschillende theorieën rond bronstijddeposities aan de hand van het corpus van Oost-Vlaanderen (België).pdf tot de Gallo-Romeinse periodeVerlaeckt, K. en Roos, R. (1996): Laat-Romeinse Wijsterspelden uit de Schelde nabij Wichelen. Inleiding tot de problematiek van de Romeinse en Middeleeuwse riviervondsten. Handelingen van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, Nieuwe Reeks, jrg. 50, p. 1-16.Taelman, Evelien (2007): Riviervondsten en rituele deposities uit de late ijzertijd en Romeinse tijd, in het huidige België en Zuid-Nederland.pdf een belangrijke locatie was voor rituele deposities in de Schelde. Enkele honderden meters van deze monding bevinden zich restanten van de omwalling van de Motte Meirbos, een belangrijke archeologische site, die gelegen is aan het traject van de Heirwegh maar andere kenmerken vertoont dan een castrale motte of een mottekasteel. Volgens BautersBauters, L. (1999): Wichelen. Castrale Motte Meirbos, in: Monumentenzorg en Cultuurpatrimonium, Gent: Provinciebestuur Oost-Vlaanderen, p. 200-201 was het "een belangrijke bewoningssite, mogelijk met kasteelachtig karakter. (...) op zijn minst een hoeve met walgracht van het vroege type (...), van historisch belang voor de ontwikkeling van Wichelen".
Wat betreft de naam Wichelen meende GysselingGysseling, M. (1978): Inleiding tot de toponymie, vooral van Oost-Vlaanderen. Naamkunde. Jaargang 10, p. 4 aanvankelijk, zich baserend op schrijfwijzen van de 12e tot de 14e eeuw, dat het een afleiding was van de persoonsnaam "Wikolinios" met als betekenis: "woonplaats van de strijder"; uiteindelijk was hij echter van mening dat de naam afgeleid moet zijn van "wek" ("uitbuigend").Gysseling, M. (1982): Prehistorische waternamen. In: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie, 56, p. 54Debrabandere, Frans et al. (2022): De Vlaamse Gemeentenamen. Verklarend Woordenboek, Tweede uitgave. Leuven: Peeters. p. 277-8 Deze laatste verklaring past wel uitstekend bij de opvallende Scheldemeander waaraan Wichelen ontstond en ook bij de oudst bekende schrijfwijze ("wigle"), uit 972. De meander was aanvankelijk nog scherper en daardoor voor de hele loop van de Schelde een zeldzaam geografisch verschijnsel. Hij is in 1892 gedeeltelijk rechtgetrokkenHerremans, D. et al (2021):IOED Schelde-Durme Onderzoeksbalans archeologie, Gate Archaeology. p. 52 pdf, Gallo-Romeinse vondsten die daarbij werden gedaan bevinden zich onder andere in het Archeologisch Museum van Namen.
Middeleeuwen en renaissance: tien en een halve eeuw Wichelen thumb|left|Het Heilige Roomse Rijk ten tijde van de oudste vermelding van Wichelen, met de Schelde als grens tussen Rijks- en Kroon-Vlaanderen.(M)GFT. = (mark-)graafschapHZT. = hertogdomKGR. = koninkrijk Volgens Walter Deeters was Wichelen al sinds de Karolingische tijd het "centrum van een rijksbezitting aan de Schelde bij Gent"Deeters, Walter (1973): "...Zentrum eines Reichsgutkomplexes an der Schelde unterhalb Gent...", in: Zur Heiratsurkunde der Kaiserin Theophanu. Braunschweigisches Jahrbuch, Wolfenbüttel, Bd. 54, p. 20 (met over de Schelde een makkelijke vaarverbinding naar "Walacra": Walcheren en de Vier Ambachten). Om na te gaan hoelang Wichelen onder deze naam bestaat blijkt men terug te moeten gaan naar een oorkonde die zich in het buitenland bevindt. Het oudste document over Wichelen dateert van 14 april 972: In de door de Duitse keizer Otto II uitgevaardigde Huwelijksoorkonde van keizerin Theophanu vallen Walcheren, "uuigle" en de Abdij van Nijvel onder de bruidsschat voor de Byzantijnse prinses Theophanu.https://la.wikisource.org/wiki/Nuptiarum_praeceptum_Theophanus_imperatricisRI II,2 n. 598, in: Regesta Imperii Online In de Nederlanden worden als onderdelen ("provintiae") van de schenking aan haar onder meer genoemd: "uualacra, uuigle cum abbatia nivelle, quattuordecim milibus eo pertinentibus mansis" (waarbij "eo" verwijst naar 14000 boerderijen horend bij de drie geschonken plaatsen gezamenlijkRotthoff, Guido (1953): Studien zur Geschichte des Reichsguts in Niederlothringen und Friesland während der sächsisch-salischen Kaiserzeit. Das Reichsgut in den heutigen Niederlanden, Belgien, Luxemburg und Nordfrankreich. Rheinisches Archiv, Bd. 44, Ludwig Röhrscheid Verlag, Bonn, p. 116.). Deze (in uiterst nadrukkelijke bewoordingen vastgelegde) schenkingsoorkonde noemt hier gebieden bij de noordwestelijke grens van het toenmalige Duitse keizerrijk, het vroegere Midden-Francië (en waarbij Wichelen meteen in zijn nog eeuwen voortdurende samenhang met de Abdij van Nijvel - zie onder- wordt aangeduidTheophanu dient niet als lekenabdis van de abdij gezien te worden maar als vruchtgebruikster van het aan de keizer toekomende deel der inkomsten uit deze "provintiae"; zie: https://www.perspectivia.net/publikationen/bdf/schieffer_beitraege/heidrich_stiftungen). Met Walacra werd overigens een veel groter deel van de Scheldedelta bedoeld dan enkel het eiland Walcheren, het betreft met name ook de Vier Ambachten, terwijl bovendien de huidige Westerschelde nog gevormd moest worden (zodat er in plaats daarvan grondgebieden waren die als bewoond kunnen worden verondersteld).
Daarnaast krijgt Theophanu ook in Italië Istrië en het graafschap Pescara en tevens een aantal gebieden in het huidige Duitsland. Om administratieve redenen ging het om gebieden die zoveel mogelijk gegroepeerd waren en een pied-à-terre zouden vormen in elk deel van het rijk.Jestice, Phyllis G.(2018): Imperial Ladies of the Ottonian Dynasty: Women and Rule in Tenth-Century Germany, New York: Palgrave Macmillan (Theophanu zou overigens degene zijn die niet alleen de vork maar ook Sint-Nicolaas in West-Europa geïntroduceerd heeft).
Door achtereenvolgens het Verdrag van Verdun (843), het Verdrag van Prüm (855) en het Verdrag van Ribemont (880) - waarbij de Schelde er telkens de grens bleef vormen - lag het grondgebied van Wichelen aan de noordwestelijke grens van de Brabantgouw, meer bepaald Rijks-Vlaanderen, dat in 1062-1063 onder Boudewijn V van Vlaanderen werd verenigd met Kroon-Vlaanderen in het graafschap Vlaanderen. Otto II had inmiddels in 980 bij zijn onderhandelingen te Margut-sur-ChiersZijlmans, Roel (2017): Troebele betrekkingen: Grens-, scheepvaart- en waterstaatskwesties in de Nederlanden tot 1800. Hilversum: Verloren B.V. met Lotharius van Frankrijk en Lodewijk V van West-Francië de grens ten noorden van Wichelen al verlegd door het gebied van de Sint-Baafsheerlijkheid tot Lokeren, samen met het Waasland, op te eisen.Devriese, Luc (2004): De mythische keizerlijke Ottogracht en de zeer reële burggrafelijke Schipgracht. Dl. 3, De Burggraven. In: Gendtsche Tydinghen 33, 6. Heemkundige en Historische Kring Gent. De Abdij van Nijvel blijkt daarna nog eeuwenlang bijzondere privileges, maar ook wel plichten, binnen Wichelen te hebben gehad (zie onder).
In een oorkonde van Filips van de Elzas uit 1174 wordt "Rasonis de Wighelen" (Rasse van Wichelen) genoemd. Wichelen was een van de eenentwintig " 's Graven propre dorpen" ("eigen dorpen van de graaf") van het Land van Aalst (een deel van de Brabantgouw, dat voorheen markgraafschap Ename werd genoemd). Lange tijd werd deze oorkonde als oudste vermelding van Wichelen beschouwd omdat men zich niet realiseerde dat er in 1700 in de Duitse Abdij van Gandersheim al een document ontdekt was dat het officiële bestaan van Wichelen meer dan tweehonderd jaar ouder maakt.
Wichelen, Serskamp en Lede hoorden bij de meest noordelijke dorpen van het Land van Aalst,Met Sint-Maarten (feest) volgt Wichelen nog steeds de traditie van het Land van Aalst. doch Wanzele en alle andere omliggende dorpen (namelijk: Appels, Berlare, Overmere met Uitbergen en Schellebelle met Wanzele) hoorden bij het Land van Dendermonde. Schoonaarde was tot 1873 een gehucht van Wichelen.
In de 13e en 14e eeuw is onder andere sprake van "Wigelines", "Wichele", "Wichline"Corpus Gysseling, Lemma: Wichelen, "Wijcheline", "Wijgline" en "Winghelines". Tot 1614 bleef het onderdeel van het Graafschap Vlaanderen.
Uit 1342 is bekend dat ridder Simoen Ser Thomas heer van Herdershem en voogd van Wichelen en Cherscamp was. In de crypte van de Sint-Baafskathedraal in Gent bevindt zich het graf van Margareta van Gistel, vrouw van Daniël van Massemen en volgens het grafschrift "Vochdesse van Wichkne ende van Serskamp", overleden in 1431.Ruys, R. (1990): Margareta van Ghistele, Vrouwe van Wichelen en Serskamp. Tijdschrift Heem- en Oudheidkundige Kring Wichelen, 17,3miniatuur|links|Huwelijksoorkonde Keizer Otto II en Theophanu, met (bijna halverwege, links) de oudste vermelding van Wichelen; tevens de oudste geïllumineerde oorkonde
Vanaf 1209 worden als opeenvolgende heren of voogden van Wichelen genoemd de families van Oudenaarde, van Vaarnewyck, van Herdersem, van Massemen, Uutenzwane en van Herzele; en vanaf ongeveer 1525 de familie Vilain, die hun naam later wijzigden in Vilain XIIII. Als laatste in verband met Wichelen wordt hiervan Lamoraal Vilain vermeld. Op 14 oktober 1614 werd de "Heerlijkheid van Wichelen en Cherskamp (Serskamp)" door Filips IV van Spanje als "engagère" (leenpand) afgestaan aan Jan Karel de Cordes (1577-1641), heer van Reet en Waarloos, die werd opgevolgd door zijn gelijknamige zoon; de heerlijkheid Wichelen, waar deze Antwerpse koopmansfamilie twee zomerkastelen had, bleef tot 15 juli 1758 in hun bezit: de erfenis van Anne-Thérèse de Cordes belandde via huwelijk en overerving bij de markies van Coupigny, van wie de bezittingen in 1789 openbaar werden verkocht.
Nieuwe en nieuwste tijd Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Wichelen in 1579 door een Schots leger vrijwel volledig verwoest en geplunderd, als weerwraak voor een afgeslagen poging een jaar eerder, waarbij de Schotse kapitein was gedood. In 1587 waren het Fransen die Wichelen plunderden, en in 1645 Lotharingers.
Door de expansiepolitiek van Lodewijk XIV was Wichelen ook tussen 1678 en 1694 veelvuldig het slachtoffer van plunderingen door de Fransen, tijdens de Hollandse Oorlog (1672-1679) en de Negenjarige Oorlog (1688-1697).
In 1706, tijdens de Spaanse Successieoorlog, vormde Wichelen enige tijd het hoofdkwartier van het Franse leger. De leiding daarvan berustte officieel bij Lodewijk, hertog van Bourgondië ("Le Petit Dauphin") - maar praktisch bij François de Neufville, 2e hertog van Villeroy. Deze moest in datzelfde jaar, na de voor Frankrijk desastreuze Slag bij Ramillies (23 mei 1706), zijn taak afstaan aan Lodewijk Jozef van Vendôme - tegenover hen stond het geallieerde leger, dat werd aangevoerd door John Churchill, de 1e hertog van Marlborough, die geen enkele veldslag verloor en voorvader was van Winston Churchill.