thumb|260px|Vicus van Ockenburgh, Den Haag (reconstructie) De aanwezigheid van de Romeinen in Nederland begon rond 50 v.Chr. en omvatte een periode van bijna vijf eeuwen. Binnen het Romeinse Rijk lag de Provincia Gallia Belgica, dat in Nederland het gebied omvatte ten zuiden van de Rijn. Gallia Belgica omvatte verder vrijwel heel België, delen van Duitsland ten westen van de Rijn en het huidige Noord-Frankrijk ten noorden van de Seine.
Van de provincie Gallia Belgica werden de provincies Germania Inferior en Germania Superior later militair-bestuurlijk afgesplitst. Binnen deze Romeinse provincies bleef Nederland ten zuiden van de lijn Katwijk aan Zee - Utrecht - Arnhem - Nijmegen tot 476 n.Chr. deel uitmaken van het Romeinse rijk. Voorgeschiedenis Er zijn weinig geschreven bronnen over de bevolking van Nederland in de pre-Romeinse tijd. Julius Caesar vermeldde in zijn Commentarii de bello Gallico dat ten zuiden van de Rijn de Keltische stam van de Menapiërs en de stam van de Eburonen woonden.Julius Caesar Gedenkschriften van den Gallischen Oorlog uit het Latijn door Dr. J. J. Doesburg TWEEDE BOEK Plinius de Oudere noemt ook nog de stam van de Frisiavones. Ten noorden van de Rijn woonden de Friezen of Frisii en rond 55 v.Chr. leefden er stammen van de Usipeti en Tencteren: In Caesars vierde boek beschrijft hij ook de loop van de Maas, die bij het eiland der Bataven in de Waal (Vaculus) stroomt. Verder worden de Bataven niet vermeld. Vermoed wordt dat de vermelding in de Commentarii de bello Gallico een latere aanvulling van een kopiist betreft, en dat de Bataven pas een tiental jaar later de Rijn overstaken. Geschiedenis De verovering door Julius Caesar Het eerste contact tussen de Romeinen en toenmalige bevolking van Gallia Belgica vond plaats rond 58 v.Chr. toen Julius Caesar proconsul werd van de Romeinse provincie Gallia. Dit contact leidde tot vele oorlogen, waardoor er allerlei verschuivingen plaatsvonden in de lokale machtsverhoudingen en stamgebieden. Caesar probeerde 'vredesverdragen' af te sluiten met de inheemse stammen, maar met name de Eburonen, woonachtig in de huidige Kempen, Nederlands-Limburg en Belgisch-Limburg en langs de Roer tot aan de Rijn, en de Menapii verzetten zich hiertegen. Ze wisten de Romeinen een paar gevoelige nederlagen toe te brengen. Als vergelding liet Caesar hen grotendeels uitroeien en nodigde hij de Germaanse stam van de Tungri uit de omgeving van de Rijn uit om hun woongebieden opnieuw te bevolken. Met de Friezen werd een vrede gesloten met als bepaling dat zij jaarlijks de Romeinen een aantal ossenhuiden als belasting zouden betalen. Maar in 44 v.Chr. werd Caesar vermoord en er brak een burgeroorlog uit tussen de opvolgers in Rome die een aantal jaren de aandacht voor de verre noordgrenzen verminderde.
Marcus Vipsanius Agrippa Marcus Vipsanius Agrippa (63 v.Chr. – 12 v.Chr.) werd in 39 v.Chr. gouverneur van Gallië en zou binnen een jaar het bestuur weer op orde brengen. Hij stak de Rijn over voor een campagne tegen de Sueben, en sloot een overeenkomst met de Ubiërs om zich te vestigen op de linkeroever van de Rijn in de omgeving van het latere Keulen. Met de Bataven werd waarschijnlijk een vergelijkbaar verdrag gesloten. De Bataven maakten deel uit van de Germaanse stam van de Chatten, die ongeveer in het gebied van de huidige deelstaat Hessen woonden. De Bataven mochten zich vestigen in het gebied tussen Rijn en Maas, onder voorwaarde van het leveren van soldaten, ruiters en wapens.Drusus in de Betuwe pag. 113 De Bataven bleven onder commando van hun eigen legerleiders staan. Agrippa was bevriend met Gaius Octavius, de latere keizer Augustus. Ze hadden samen gevochten onder Julius Caesar en in 28 v.Chr. waren zij beiden consul.
Het Principaat Met het alleenheerserschap van keizer Augustus in 27 v.Chr. begint de periode van het Principaat. Agrippa en Augustus bleven echter nauw samenwerken. Tijdens een ziekte van Augustus was Agrippa zijn vervanger en in 21 v.Chr. trouwde Agrippa met Julia, de dochter van Augustus. Gezien de afkomst (zijn familienaam was Vipsanius) van Agrippa uit de lagere adellijke stand van de Equites, was hij nooit een gevaar voor Augustus. In 18 v.Chr. vertrok Agrippa opnieuw naar Gallië, waar hij begon met de aanleg van de heerbanen vanuit Lyon. De Germaanse campagnes In 17/16 v.Chr. werd Marcus Lollius door Augustus aangesteld als gouverneur van Gallië. Tijdens zijn gouverneurschap was hij verantwoordelijk voor meerdere legioenen die de Rijn bewaakten. Zijn legioenen werden verslagen door de Germaanse stammen - de Sicambri, Tencteri en Usipetes - die de Rijn waren overgestoken.Tacitus, The Annals 1.10 De militaire nederlaag die Lollius leed, bekend als de clades Lolliana, wordt door Suetonius gekoppeld aan de er op volgende ramp van Publius Quinctilius Varus, maar Lollius' nederlaag was eerder schandelijk dan gevaarlijk. Augustus stuurde zijn stiefzoon Tiberius om de situatie recht te zetten en de veroverde standaard van de Legio V Macedonica terug te krijgen.
In 12 v.Chr. stichtte Augustus de provincia Gallia Belgica met de Rijn als noordgrens van deze provincie, maar het gebied aan deze Germaanse grens bleef wel onder militair bestuur staan, eerst onder generaal Nero Claudius Drusus, meestal generaal Drusus genoemd.
De eerste grenzen werden ingericht vanuit een offensieve strategie, met als doel de verovering van Germania Magna. Bij Nijmegen werden twee legioenen op de Hunnerberg gelegerd, daarna een nog groter legerkamp bij Neuss ten behoeve van deze Germaanse campagnes. Drusus liet een dam in de Waal aanleggen bij Herwen, teneinde de waterafvoer naar de Rijn beter te regelen. Hij liet het fort bij Vechten bouwen, en voerde waterbouwkundige werken uit aan de Utrechtse Vecht richting het Oer-IJ. Een van de campagnes was een aanval op de mondingen van Elbe en Wezer, waar de Chauken woonden. De aanval werd uitgevoerd door een vloot, die onder bescherming van de Frisii via het Flevomeer en de Waddenzee naar de Noord-Duitse kust zeilde.
Andere campagnes van Drusus over land waren die in 12 v.Chr. tegen de Sugambren, in 11 v.Chr. tegen de Usipeti en Marsen en opnieuw de Sugambren, en in 10 v.Chr. tegen een verbond van de Sugambren en Chatten. In 9 v.Chr. bereikte hij eindelijk via een route langs de Lahn de Elbe, de geplande nieuwe grens van het Romeinse rijk.Drusus in de Betuwe pag.137-145 Op de terugreis raakte Drusus gewond (hij brak zijn dijbeen) door een val van zijn paard. Als gevolg van de complicaties bij deze breuk overleed hij korte tijd later, in het bijzijn van zijn broer Tiberius.
Tiberius keerde een jaar later terug om de campagnes te hervatten en versloeg de Sugambren en de Sueben. Hij nam veertigduizend krijgsgevangenen mee naar Gallië en wees hun huizen aan de oever van de Rijn toe.Suetonius, The Lives of the Twelve Caesars, Tiberius 9.
Slag bij het Teutoburgerwoud
Van 9 v.Chr. tot 6 n.Chr. ondernamen Romeinse veldheren als de latere keizer Tiberius (9/8 v.Chr. en 6 v.Chr. samen met Saturninus tegen de Marcomannen) verscheidene succesvolle krijgstochten tegen de Germanen tussen de Rijn (Rhenus) en de Elbe (Albis) en onderwierpen het gebied, waar drie Romeinse legioenen werden gelegerd (Haltern, Oberaden en Hedemünden). Germanen traden in Romeinse krijgsdienst, belasting werd geheven en legerkampen, wegen en steden werden aangelegd (bekendste voorbeeld is het (nooit voltooide) stadscomplex bij Waldgirmes). In 7 n.Chr. werd Publius Quinctilius Varus de eerste civiele stadhouder van de nieuwe provincie Germania. Oppidum Ubiorum, sinds het jaar 50 Colonia (Keulen), zou de toekomstige provinciehoofdstad worden. Maar de Germaanse stammen bleken nog niet helemaal verslagen te zijn. Onder leiding van de ontevreden aanvoerder Arminius werden diverse legioenen in een hinderlaag gelokt en afgeslacht. Deze slag bij het Teutoburgerwoud (ook Varusslag of door Romeinse en latere geschiedschrijvers in het Latijn clades Variana - varusramp - genoemd) vond plaats in 9 n.Chr., met grote waarschijnlijkheid bij Kalkriese. Deze plaats ligt aan de oostkant van de gemeente Bramsche (10 km ten oosten van de gelijknamige stad), ten noorden van Osnabrück. De veldslag leidde een zevenjarige oorlog in, aan het eind waarvan de Rijn voor een periode van een kleine vierhonderd jaar als grens van het Romeinse Rijk werd vastgelegd. Hoewel deze veldslag niet in Nederland plaatsvond heeft het waarschijnlijk wel invloed gehad op de Romeinen in Nederland, omdat de Rijn daarna de grens van het Romeinse rijk werd.
Opstand van de Frisii
thumb|175px|Replica van een Romeinse wachttoren bij Fort Vechten In 28 n.Chr. kwamen de Frisii in opstand. In het westelijke deel van de limes, het grensgebied ter hoogte van de monding van de Rijn, waren in die tijd nog maar een paar forten - Flevum, Levefanum (Meinerswijk) en Ulpia Noviomagus Batavorum (het huidige Nijmegen). Omdat er in Germanië veel meer castra waren, denken wetenschappers dat het westelijke deel als grotendeels gepacificeerd werd beschouwd. Er moesten dan ook hulptroepen in allerijl uit het gebied van de Bovenrijn worden gehaald. De paniek die deze opstand teweegbracht, wordt treffend geïllustreerd door een muntschat in Nijmegen die in deze periode is begraven.
In 47 n.Chr. kwam het nogmaals tot een conflict, ditmaal omdat de Frisii met boten naar het zuiden trokken en daar weidegrond bezetten die gereserveerd was voor gebruik door de legioenen. Ze werden door de veldheer Gnaius Domitius Corbulo teruggedreven, waarna deze hen wetten, een senaat en magistraten oplegde. Corbulo stond op het punt een grootscheepse aanval op de Chauken te beginnen, maar Claudius verbood hem alle verdere acties aan de noordkant van de Rijn in verband met de aanstaande Romeinse invasie van Britannia. De Romeinen trokken zich definitief terug achter de toenmalige loop van de Rijn, waardoor de zwaar versterkte grenslinie, de limes, dwars door het huidige Nederland kwam te lopen. Corbulo liet achter de linies een binnenlandse verbinding graven tussen de Maasmond en de Rijnmond, het kanaal van Corbulo. Zulke kanalen zijn ook teruggevonden bij Oosterhout (Overbetuwe) en tussen de Rijn en de Hollandse IJssel.https://historiek.net/kanaal-uit-de-romeinse-tijd-ontdekt-in-utrechtse-polder/166080/
Noord-Nederland bleef vrij van Romeinse bezetting, maar de Romeinse invloed zou zich ook daar nog lang doen gelden.
Tot voor kort werd de inrichting van de limes met de forten in het huidige Nederland gezien als een statische grens, aangelegd rond 47 n.Chr. Recente archeologische onderzoekingen doen echter vermoeden dat de inrichting mogelijk enkele jaren eerder heeft plaatsgevonden vanwege de geplande Romeinse invasie van Britannia in 43 n.Chr. De limes moet dan meer gezien worden als een goed bewaakte militaire transportroute.
Opstand van de Bataven
Vlak na het Vierkeizerjaar kwamen de cohorten van de Bataven en Cananefaten onder Julius Civilis in opstand. Zij kregen steun van de Frisii. Vitellius had de troepen aan de limes meegenomen naar Rome en de entourage van Vitellius, die in een magistratenrol was achtergelaten, misdroeg zich ten opzichte van de Bataven. De Bataafse cohorten, die op weg waren naar Rome, werden teruggeroepen, de forten van de Limes werden vernietigd en de bezetting werd vermoord, Ulpia Noviomagus Batavorum en Atuatuca Tungrorum werden in de as gelegd. Vespasianus die inmiddels princeps is, drukt met een overmacht van zes legioenen de opstand de kop in en vestigt Legio X Gemina, dat in Spanje gelegerd was, op de Hunnerberg.
De opstandige troepen uit Neder-Germanië worden verplaatst naar o.a. Brittannië en het Midden-Oosten.
Grensgebied van het Romeinse Rijk thumb|250px|Moderne grenspaal (1997) op de vroegere grens van het Romeinse Rijk