Maaseik (Limburgs: Mezeik) is een stad en gemeente in het noordoosten van de Belgische provincie Limburg. De gemeente telt ruim 25.000 inwoners en is daarmee naar inwonertal de twaalfde gemeente van Limburg. Qua oppervlakte (76,91 km²) staat de gemeente op de tiende plaats in de provincie. Het is ook de hoofdplaats van het kieskanton Maaseik. De inwoners van Maaseik worden 'Maaseikenaars' genoemd. Maaseik is internationaal vooral bekend als de vermoedelijke geboorteplaats van de gebroeders Jan en Hubert van Eyck. Maaseik neemt een centrale positie in binnen beide Limburgen, met goede verbindingen met Nederlandse steden als Weert, Roermond, Sittard en Maastricht en Belgische steden als Genk en Hasselt.
Geschiedenis thumb|left|Romeins glas uit Maaseik en omgeving tentoongesteld in Regionaal Archeologisch Museum
De oudste sporen van bewoning stammen uit het neolithicum en omvatten onder meer strijdhamers uit het laat-neolithicum. Ook uit de bronstijd zijn archeologische vondsten gedaan. Hieronder een bronzen beeldje van Epona te paard, gevonden in 1896 bij baggerwerkzaamheden in de Maas. Uit de ijzertijd stammen diverse urnen, terwijl in Maaseik ook Romeinse potten en glaswerk zijn aangetroffen. De heirbaan Maastricht-Nijmegen loopt ten westen van de huidige stad (nu 'Heirweg' en 'Oude Ophoverbaan'). Langdurige bewoning is er echter niet. Het zwaartepunt van de Merovingische en Karolingische nederzettingen ligt bij Kessenich en Geistingen.
De geschiedenis van het huidige Maaseik begint bij de abdij van Aldeneik, op dat moment gewoon Eike genoemd. Hier wordt omstreeks 700 een klooster gesticht, volgens de legende door Adelard, ten bate van zijn dochters Harlindis en Relindis. Vanaf 952 zijn het klooster en de bijhorende landgoederen een bezit van de bisschop van Luik. Ten zuidwesten, op een hoogte tussen oude Maasarmen en dichter bij de oude landweg, wordt een nieuwe nederzetting gesticht omstreeks 1230.Maaseik. Onroerend Erfgoed. Gearchiveerd op 20 maart 2019. Sindsdien spreekt men van Alden-Eik en Nieuwen-Eik.
thumb|left|Voormalige Maashaven
Dit Nieuwen-Eik overvleugelt al gauw zijn voorganger; dankzij de hogere ligging verleent de graaf van Loon eraan stadsrechten (1244) opdat er zich een sterke grenspost tegen Gelre ontwikkelt. Bovendien schuift de Maas, indertijd een drukke vaarroute, ter hoogte van Aldeneik weg van het dorp. Nieuwen-Eik wordt zo 'Maas-Eik', dat wil zeggen 'het Eik dat (wel nog) langs de Maas ligt'. Maaseik wordt een welvarende stad en een van de Goede Steden van het prinsbisdom Luik. Graaf Arnold IV van Loon bouwt er een verblijfplaats, die later wordt versterkt tot burcht. In 1373 is reeds sprake van zo'n castrum de Eyke, dat in de nasleep van de Luiks-Bourgondische Oorlogen echter gesloopt moet worden (1469). Het middeleeuwse Maaseik is een handelscentrum, dankzij diverse markten (vanaf 1265), waaronder een lakenhal (vanaf 1347) ten dienste van de lokale lakenindustrie, en dankzij een Maashaven.
De stad krijgt echter ook met krijgsverrichtingen te maken. Maaseik wordt bezet door de troepen van Karel de Stoute (1467) en wordt na de Bourgondische periode een fel bevochten stad (1482–90) in de strijd tussen de troonpretendenten Marck en Horne. In 1492 wordt eindelijk vrede gesloten, waarna men in 1501 overgaat tot de herstelling van de zwaar beschadigde wallen van Maaseik. Op economisch vlak volgt een periode van bloei. Reeds in 1476 vestigen de Kruisheren zich in Maaseik. De lakenhandel bloeit weer op, mede door de huisnijverheid.
De tweede helft van de 16e eeuw brengt opnieuw troebelen. Aan het einde van de Gelderse Oorlogen steken Brabantse troepen bij Maaseik de Maas over (1542). De Reformatie begint voor Maaseik met het anabaptisme, uitgedragen door de Maaseikenaren Dionysius Vinne (of Vinnius) en Jan van Kempen (of Campanus). De naburige Visserweert vormt een toevluchtsoord voor anabaptisten. Het calvinisme wordt gemarkeerd door het optreden van de prediker Herman Moded in 1566. In steden als Hasselt, Maastricht en Maaseik vindt de calvinistische leer veel aanhang. Een opstand breekt uit; Hasselt en Maaseik verkiezen gereformeerde burgemeesters. Wanneer prins-bisschop Gerard van Groesbeek troepen stuurt, aanvaardt Maaseik de vredesvoorwaarden (26 april 1567). Groesbeek stelt geen vervolging in, maar in 1596 moet de gereformeerde gemeenschap Maaseik alsnog verlaten.
thumb|left|Maaseik volgens de Ferrariskaarten Intussen is de Tachtigjarige Oorlog losgebarsten. Maaseik blijft gespaard bij Oranjes expedities rond Stokkem (1568) en Roermond (1572), maar wordt wel geplunderd door het Gelderse leger onder bevel van Adolf van Nieuwenaer (1584). Aan het einde van de oorlog legert Karel IV van Lotharingen troepen in de streek (1643–54). Meermaals breekt bovendien de pest uit, waardoor het inwonersaantal sterk terugloopt. Tijdens de Hollandse Oorlog wordt Maaseik ingenomen (1672) en zelfs zwaar versterkt door Vauban. Bij het vertrek van de Fransen (1675) blijft de stad verarmd achter. Van 1677 tot 1681 wordt ze nogmaals bezet, door de Staats-Duitse troepen van de Alliantie. Vervolgens kent Maaseik haar zwaarste stadsbrand ooit (6 mei 1684): bijna een derde van de woningen wordt vernield. Tijdens de Negenjarige Oorlog valt de stad opnieuw ten slachtoffer aan plunderende en brandstichtende troepen.
Ook de 18e eeuw brengt strijd, beginnend bij de Spaanse Successieoorlog, waarin Maaseik door de Staats-Britse troepen van Marlborough wordt bezet (1702–12). In 1734 en 1740 zijn het dan weer Duitse troepen die Maaseik bezetten. Daarna wordt het rustiger, maar de armoede blijft groot, mede door misoogsten. In deze context ontstaan de Bokkenrijdersbenden. De 'eerste bende' (1780–85) staat onder leiding van de Maaseikenaar Henricus Houben, schoenmaker van beroep en bewoner van het huis Markt/Boomgaardstraat. Zijn bende omvat een 40-tal leden, onder andere afkomstig uit Ophoven. In 1785 wordt Houben gevangengenomen en vermoedelijk pleegt hij zelfmoord in de gevangenis. De 'tweede bende' (1790–94) wordt door drossaard Clerckx op wrede wijze opgerold. Meer dan dertig mensen, waaronder veel Maaseikenaars, worden opgehangen. Oud-burgemeester Dionysius van Carlo wordt eveneens beschuldigd van deelname. Bij een foltering bekent hij, maar later herroept hij de bekentenis en pleegt in de gevangenis zelfmoord.
Op 17 september 1794 wordt het Maasland ingenomen door de Frans-revolutionaire troepen onder leiding van Boisset. Op dat moment kent Maaseik vele kloosters, waaronder het Agnetenklooster, voortgekomen uit een begijnhof (sinds 1429), het Kruisherenklooster (vanaf 1476), het Sepulchrijnenklooster (sinds 1495), het Minderbroedersklooster (sinds 1626) en het Capucijnenklooster (sinds 1626). Al deze kloosters worden op last van de Franse overheid opgeheven (1797). In de Franse tijd is Maaseik een kantonnale hoofdplaats in het arrondissement Roermond. In 1815 wordt het een van de acht provinciale steden van de beide Limburgen.
Later lijdt Maaseik economische schade, wanneer krachtens de 24 Artikelen het achterland over de Maas aan Nederland valt. In 1874 opent het station Maaseik, vanwaar spoorlijn 21A naar Hasselt voert. In 1889 krijgt Maaseik een Maasbrug, op dat moment een van de weinige vaste oeververbindingen. Vanaf dan klaart de economische toestand op. Op 1 januari 1977 fuseert Maaseik met de gemeenten Neeroeteren en Opoeteren. Zoals elders in het Maasland speelt de ontginning van grind een grote economische rol. Aanvankelijk gebeurt dit door middel van baggerschepen in het rivierbed van de Maas – waardoor deze nu veel dieper en breder is dan vroeger – maar na 1950 in de uiterwaarden, wat leidt tot uitgestrekte Maasplassen zoals deze te Heerenlaak. De grindwinning wordt in Maaseik stopgezet omstreeks 2000, waarna de Maasplassen zijn heringericht voor waterrecreatie.
Geografie Hydrografie thumb|left|De Maas en de Sint-Catharinakerk thumb|left|Koniks in de Maas te Maaseik
Maaseik ligt op de linkeroever van de Maas, tegenover het Nederlands-Limburgse dorp Roosteren. De Maas vormt de grens met Nederland, vanwaar de benaming 'Grensmaas'. De gemeente Maaseik maakt deel uit van het Limburgse Maasland, dat bestaat uit de eigenlijke Maasvallei, ongeveer 4 km breed, en de aan weerszijden liggende Maasterrassen. Het laagterras werd duizenden jaren lang uitgesleten bij het meanderen. Tijdens dit proces zette de rivier dikke lagen grind af, dat op grote schaal gedolven wordt. Bij hoogwater worden in de uiterwaarden daarnaast zand, leem en klei afgezet. Doordat bovendien kalk uit de Ardennen wordt aangevoerd, is de bodem erg vruchtbaar.
De stad ligt op een uitloper van het middenterras van de Maas, waardoor ze relatief veilig is voor overstromingen. Ten zuiden (Ganzenkotbeek, Rozenboomgaardbeek, Zanderbeek) en ten noorden (Bosbeek, St.-Jansbergloop, Oude Beek) van de stadskern hebben voormalige beddingen van de Maas gezorgd voor brede laagten. Het laagterras en het middenterras worden van elkaar gescheiden door een steilrand van ongeveer 3 meter hoogte, het 'Maastalud'. Bij St.-Jansberg gaat het middenterras over in de Vlakte van Bocholt. Hier is de bodem relatief onvruchtbaar en drassig. Het in cultuur brengen van deze gebieden begon in de 19e eeuw.
Naast de Maas stromen er drie andere rivieren door de gemeente, en wel: De Bosbeek of Oeterbeek, net ten noorden van de stadskern. Ze stroomt ook door Neeroeteren, Opoeteren en Aldeneik en vormt zo een centrale as voor de gemeente. De Zanderbeek of Diepbeek, die langs de zuidgrens vloeit. Bij Heppeneert mondt ze uit in de Oude Maas. De Witbeek ontspringt voorbij Jagersborg en loopt in noordelijke richting, doorheen de natuurgebieden bij het Gremelslo.
Deelgemeenten # Naam Opp.(km²) Inwoners(2025) Inwonersper km² NIS-code 1 Maaseik 25,79 11.612 450 72021A 2 Neeroeteren 32,69 9.940 304 72021B 3 Opoeteren 18,70 4.262 228 72021C
Woonkernen De gemeente Maaseik omvat de volgende deelgemeenten met bijhorende woonkernen: # Naam Oppervlakte(km²) Bevolking(2008)I Maaseik - Aldeneik - Heppeneert (incl. Siemkensheuvel) - 't Ven (incl. Gremelslo) - Wurfeld 10.632245357520453II Neeroeteren - Berg - Schootsheide - Voorshoven - Waterloos 9.2904141.8091.185950III Opoeteren - De Riet - Dorne 4.2172971.329
Nabijgelegen kernen Nabijgelegen kernen zijn:Kinrooi, Aldeneik, Roosteren, Ophoven, Heppeneert, Elen
Demografie Demografische ontwikkeling voor de fusie
Bronnen:NIS 1831 t/m 1970=volkstellingen; 1976 = inwonertal per 31 december
Demografische ontwikkeling van de fusiegemeente Alle historische gegevens hebben betrekking op de huidige gemeente, inclusief deelgemeenten, zoals ontstaan na de fusie van 1 januari 1977.
Bronnen:NIS, Opm:1831 tot en met 1981=volkstellingen; 1990 en later= inwonertal op 1 januari
Inwoners van jaar tot jaar op 1 januari1992 tot heden jaar Aantalhttps://view.officeapps.live.com/op/view.aspx?src=https%3A%2F%2Fstatbel.fgov.be%2Fsites%2Fdefault%2Ffiles%2Ffiles%2Fdocuments%2Fbevolking%2F5.1%2520Structuur%2520van%2520de%2520bevolking%2FBevolking_per_gemeente.xlsx&wdOrigin=BROWSELINK Evolutie: 1992=index 1001992 100,01993 101,11994 102,11995 102,91996 103,21997 104,61998 105,11999 105,62000 106,42001 107,72002 108,02003 108,82004 109,52005 109,72006 110,02007 111,22008 112,42009 113,92010 114,42011 115,12012 115,62013 115,92014 116,32015 117,02016 117,02017 117,52018 117,42019 117,92020 117,92021 118,22022 118,92023 119,92024 120,32025 120,32026 120,6
Politiek Structuur De stad Maaseik ligt in het kieskanton Maaseik en het provinciedistrict Maasmechelen, het kiesarrondissement Hasselt-Tongeren-Maaseik (identiek aan de kieskring Limburg).