Zemst is een Belgische plaats en gemeente in het noorden van de provincie Vlaams-Brabant, in het overgangsgebied tussen de agglomeraties van Brussel en Mechelen. De gemeente telt ruim 23.000 inwoners.
Naast de hoofdplaats Zemst omvat de gemeente ook de voormalige gemeenten Eppegem, Weerde, Elewijt en Hofstade (bekend van zijn gelijknamig recreatiedomein).
Het grondgebied van de gemeente strekt zich uit van de Willebroekse Vaart in het westen tot de Leuvense Vaart in het oosten. De Zenne en Barebeek stromen tussen de belangrijkste woonkernen door. Hun gedeelde vallei vormt de scheiding tussen de nog relatief landelijke Brabantse kouters in het westen, met de plaatsen Zemst-Laar en Zemst-Bos, en het meer verstedelijkte Dijleland in het oosten.
De gemeente ligt tussen de twee grootste steden van het land, Brussel en Antwerpen. Over haar grondgebied lopen meerdere noord-zuidverkeersaders, zoals de autosnelweg E19 en spoorlijn 25, waarop ook de Eurostar rijdt.
Naam De eerste vermelding van Zemst komt uit de 12e eeuw en maakt gewag van Sempst. Doorheen het ancien régime wisselden gelijkaardige schrijfwijzen zoals Sempst, Semse of Sempse elkaar geregeld af. Op de Ferrariskaarten uit de late 18e eeuw wordt Zemst aangeduid als Semps. Later veranderde dit uiteindelijk officieel tot Sempst. Met de aanpassing van de gemeentenamen aan de nieuwe Nederlandse spelling werd het uiteindelijk het beter uitspreekbare "Zemst".
Vermoedelijk is het woord afgeleid van Seemst: De seem slaat op een bies en het deel st staat voor een "plaats". Men zou het dus kunnen omschrijven als "een plaats waar biezen groeien". Dit komt van oorsprong trouwens overeen met onder andere de rivier Sempt in zuidwest-Duitsland.
Geschiedenis Binnen de deelgemeente Elewijt lag een belangrijke Romeinse nederzetting, de vicus van Elewijt.
Belang van de waterlopen Vóór 1550 passeerden via Zemst goederen naar Brussel en in mindere mate naar Vilvoorde. Bij gebrek aan goede wegen gebeurde het goederenvervoer immers via de Zenne, met kleine schuiten die van Antwerpen, Mechelen en Zeeland kwamen. Brussel moest hier steeds toestemming voor vragen.Wekelyks bericht voor de Stadt ende Provincie van Mechelen. 3 maart 1776, nr. 9, p. 98. Ten tijde van Filips de Goede werd de Zenne verlegd en in 1447 werden de gronden in de oude bedding te koop gesteld.A. WAUTERS. Histoire des environs de Bruxelles. II. p. 553 Ook de Leibeek, die in de Zenne afwatert en eveneens een vaarweg was, veranderde doorheen de tijd meermaals van loop. In 1510 kwam het tot een rechtszaak van Zemstse bootslepers tegen deze van Vilvoorde. Deze bootslepers woonden vooral in het gehucht De Brug, vlak aan de Zenne. De opening van de Willebroekse Vaart in 1550 zorgde voor een sterke afname van de scheepvaart over de Zenne. Dit kanaal ligt echter ver van het centrum van Zemst. De laatste vrachtboten op de Zenne werden gezien in de winter van 1926-1927., "Afspanning 'In de Roos' in Zemst". Eigen Schoon en de Brabander (1973), p. 33
13e eeuw Op 11 juni 1293 werd de rechtsmacht te Zemst verdeeld tussen de familie Van Grimbergen-Asse en de familie Van der Aa, beide afstammende takken van de Berthouts. De familie Grimbergen-Asse kreeg de lage rechtsmacht en de van der Aa's de hoge. Beide groepen hadden hun eigen meier, schepenen en leenmannen. Later kende Zemst zelfs drie schepenbanken, inbegrepen deze van de hertog van Brabant.Stadsarchief Mechelen, O.C.M.W.-archief, 9341:...Inde bancke van Zempse soo sijn drije heren te weten onsen genaen heere den hertoge van Brabant, joncker Philips [Glymes] voorschreven ende heer Jan Vilain die elck daer hebben een volle banck van meyer, schepenen oft lathen. Deze verdeling van de rechtspraak zorgde soms voor verwarring bij misdaden of processen. Heel Brabant was trouwens een lappendeken van verschillende rechtsgebieden.. "Magie in het oude Hertogdom Brabant. Een onderzoek naar heksenwaan en de waan der historici". In: en (red.). De betovering van het Middeleeuwse Christendom. Hilversum. 1995. p. 271. Deze gang van zaken beïnvloedde Zemst nog tot in 1796, toen het ancien régime een einde kende.. De heren en hun gerecht te Zemst tijdens de middeleeuwen vanaf 1293, Mechelen, 1995.
14e eeuw Zemst was zeer bosrijk. Het Bos van Aa alleen al was in de 14de eeuw 400 bunder (540 ha) groot. Zemst-Laar was een open plek in het bos. Het stikt er van de bos-toponiemen. Desondanks was de gemeente ook rijk aan beemden en broeken, de meeste in heel het Hertogdom Brabant
In 1357 kwam het te Zemst tot een groot gevecht tussen Brabanders, aangevoerd door de graaf van Nassau en Mechelaars, onder leiding van Pieter Dondelaer. De Mechelaars drongen de Brabanders terug tot op het kerkhof, waarna de strijd in niemands voordeel meer vorderde. Dondelaer daagde Brabants ridder Hendrik van Quaderebbe uit tot een tweegevecht en verwondde hem.
15e eeuw Zoals eerder vermeld werd de rechtsmacht te Zemst verdeeld in 1293. De rechtsmacht van de Grimbergen-Asse's werd herhaaldelijk doorgegeven via huwelijk of verkocht. Begin 15de eeuw kwam ze in handen van Godfried Raes, de toenmalige Kanselier van Brabant. Zijn dochter Goedele Raes erfde de rechten over en huwde met ridder Jan Vilain, die overleed in 1449 en begraven werd te Burcht. Godfried Vilain, ook wel Govaert Van Zempst genoemd, zoon van Jan en Goedele Raes, werd op zijn beurt heer van Zemst.Genealogie J.P. MASSON JOSSERAND, die blijkbaar verwijst naar Europaïsche Stammtafeln
Godfried Raes had te Zemst een schepenbank, een meier, schepenen en 18 leenmannen, waarbij een jaarlijkse cijns van 23 pond en 6 schellingen behoordeAlgemeen Rijksarchief Brussel, Rekenkamer 543 (I 001/543). Uittreksel uit het zogenaamde "Spechtboek": Godevaert Raes, bij coope, hout van heerlyckheyt tot Zempst gelegen te weten een bank met meier en schepenen met achttien mannen van leen daer toebehoren met eene chijnse jaerlyckx weert synde 23 ponden 5 schellingen...
Zemst was ook het toneel van belangrijke economische onderhandelingen. Op 31 juli 1411 begaven vertegenwoordigers van Leuven en Brussel met de drossaard van Brabant zich naar hier om er te onderhandelen met afgevaardigden van Mechelen over de inbeslagneming door de Mechelaars van goederen, toebehorend aan de Brusselaars en de Leuvenaars.. Le gouvernement du duché de Brabant au bas moyen âge. p. 17-18. Ook werd in deze eeuw het Kasteel van Relegem gebouwd.
16e eeuw Dit was de lange periode van de Tachtigjarige Oorlog, waarbij in de hervormingsgezinde Zuidelijke Nederlanden quasi ononderbroken werd gevochten tegen de katholieke Spanjaarden. Toen die hervormingsgezinden de duimen moesten leggen, moesten zij vluchten naar het veiligere noorden. Er waren in de streek ook vele roverbendes actief. In deze periode verloren de Zuidelijke Nederlanden vele honderdduizenden inwoners, en Zemst en zijn huidige deelgemeenten waren zeker geen uitzondering op de regel., "Het leven rond de kerk tussen 1559 tot 1616. Toestand in de omgeving Zemst"
Tijdens de periode 1559-1616 vielen de parochies Zemst, Eppegem en Weerde nog onder de bisschop van Kamerijk, Elewijt hoorde echter reeds bij het opgerichte aartsbisdom Mechelen.
Zemst was rond 1566 een predikplaats voor protestanten.W.J.F. NUYENS. Geschiedenis der Nederlandsche beroerten in de XVIe eeuw. p. 166 Aan de grens met Mechelen lag rond 1579-1583 een fort, genaamd de "Hollaken"Almanak van de Sint-Jansgilde, bygenaamd de Peoene, onder zinspreuk in ... p. 130 in het Vriezenbroek. Langs de waterlopen in het Scheldebekken, ten tijde van de godsdienstoorlogen, kwamen deze gebouwen, ook de zogenaamde schansen, talrijk voor om de vijand die zich per boot verplaatste, te observeren of tegen te houden.
In 1578, ten tijde van de Spaanse Oorlogen, werden de klokken van de kerk geroofd. In 1596 bracht de kerkelijke overheid meermaals bezoek aan Zemst om orde op zaken te stellen vanwege bijvoorbeeld het doopwater dat in een kom stond in plaats van in een doopvont. In 1598 zat de parochie zonder priester en was de kerkomheining verwoest. In 1599 regende het binnen in de kerk, maar zelfs in 1604 werd ze nog steeds niet hersteld en er werd gevreesd voor instorting.
In 1599 hield de pastoor een zondagsschool met godsdienstonderricht.A. JANS. Dekenale Visitaties in het Mechelse 1559 - 1598
17e eeuw In 1646 schilderde David Teniers de Jonge een van zijn talrijke dorpskermissen. Van een van deze dorpskermissen heeft het Hermitagemuseum te Sint-Petersburg een exemplaar in zijn bezit. Een kopie van het doek verhuisde naar Engeland. Het is op dit laatste exemplaar dat de vermelding "The Village Semster" staat geschreven.A. VERBOUWE. Iconografie van Vlaamsch-Brabant, VI, Kanton Vilvoorde, Brussel, 1948, p. 104, nr. 532. D. TENIERS II. Gezicht op "the Village Semster" (Zemst?) en omgeving, tijdens de jaarlijkse kermis. De voorgrond van dit prachtig tafereel is bezet door een gezelschap van 56 personen, in het midden zijn drie koppels aan het dansen op de tonen van een doedelzak bespeeld door een oud man. Het dorp met de kerk, gedeeltelijk verdoken achter het geboomte, beslaat het midden van het tweede plan, dat insgelijks gestoffeerd is. , Perk. Het kleine dorpje van de grote Teniers, 1966, p. 56. The Village Semster. Een Engels reiziger die rond 1834 de kermis van Zemst bezocht, herkende dezelfde scènes als in het schilderij, anderhalve eeuw eerder geschilderd., Biographical Dictionary of Eminent Artists, II, p. 708.
Constantijn Huygens de Jonge (1628-1697), de oudste zoon van de beroemde dichter, werd in 1672 benoemd tot secretaris van prins Willem III. In zijn functie van secretaris vergezelde Huygens de prins op diens veldtochten tegen de Fransen in de Zuidelijke Nederlanden, Duitsland en Noord-Frankrijk. Tijdens die veldtochten hield Huygens een dagboek en maakte hij tekeningen van de plaatsen waar het leger neerstreek, die hij heel gewetensvol van datum en plaatsaanduiding voorzag. Vanaf 19 tot 21 april 1676 was Huygens in Zemst. Op de dag dat Huygens zijn tekening van het kasteel Relegem maakte, kreeg hij, zo weten we uit het dagboek, bezoek van David Teniers, die hem van de laatste nieuwtjes voorzag.Rijksmuseum. Kunstkrant. Jaargang 31. Juli - Augustus 2005. Nr. 4. p. 11. Omvat een tekening van het Kasteel Van Relegem dd. 21 april 1676
Huygens, Prins Willem III en de Nederlandse legerleiding kwamen dus aan op 19 april 1676 in het Relegemkasteel waar nota bene geen levende ziel te bespeuren viel. De "Dame" van het kasteel verbleef immers in het nabijgelegen klooster. Hier op deze plaats besprak prins Willem III onder andere met de gouverneur van de Spaanse Nederlanden, de Hertog van Villa-Hermosa, het beleg van het Noord-Franse grensstadje Condé en de plannen om via dit plaatsje Frankrijk binnen te dringen.C. HUYGENS. Journaal gedurende de veldtochten der jaren 1673, 1675, 1676, 1677 en 1678. 19 april 1676
Volkstelling 1686 In 1686 telde Zemst 135 huizen, waarvan 20 pachthoeven en 32 kleine huisjes gebouwd in stro en leem. Verder waren er 26 schuren, 19 stallen en 12 herbergen, waarvan er vier wijn en bier schonken. De overige 8 schonken enkel bier en zaten dikwijls zonder voorraad. Het dorp telde één kasteel, één molen en één brouwerij. Er was een winkeltje waar men naaigerei kon kopen en twee kleine ateliers van smeden. De oppervlakte van Zemst was als volgt ingedeeld: van de 1.463 bunder (~2.050 ha) was er 775 bunder akkerland, 130 bunder weiland en 556 bunder bos.Stadsarchief Mechelen, OCMW-archief, 9225 Meer dan een derde van de totale oppervlakte van het dorp bestond dus uit bos.. Bijdrage tot de toponymie van Zemst. Deel I. p. 30-44
18e eeuw