thumb|Sint-Martinuskerk thumb|Gemeentehuis thumb|Kasteel ter Elst thumb|Onze-Lieve-Vrouw van Goede Wilkerk thumb|Fort van Duffel thumb|Kerkstraat 46 thumb|Cinema Plaza thumb|Waterbekken thumb|Nete, met rechts kasteeltje Perwijzebroek Duffel is een plaats en gemeente in de Belgische provincie Antwerpen en behoort tot de geografische streek de (Mechelse) Groentestreek.Vroege grond, ’t Grom De gemeente is de hoofdplaats van het kieskanton Duffel en behoort tot het gerechtelijk kanton Lier. Duffel ligt aan de rivier de Nete en telt ruim 18.000 inwoners.

Toponymie De naam Duffel is afgeleid van de oudere vorm Duffla. Deze werd voor het eerst vermeld in het jaar 1059. Later veranderde de naam naar Duffle (voor 1350) en Duffele (na 1350). Vanaf 1684 dragen alle documenten de huidige naam.

Het toponiem Duffel is vermoedelijk een tweeledige naam (Duff en le). Duff zou volgens deskundigen afgeleid zijn van het Keltische woord dubro (water). le zou een verwijzing zijn naar lo dat op zijn beurt afgeleid zou zijn van het Latijnse locus (plaats). Duffel zou dan "plaats bij het water" betekenen. Er werden alleszins verschillende bewijzen van Keltische bewoning zijn gevonden (vergelijk met de vondst van een bladvormige bronzen lanspunt en een ijzeren haardketting).

Andere bronnen beweren echter dat het eerste lid van de naam (Duff) zou verwijzen naar de Frankische uitdrukking ten (h)uffel, wat "ten heuvel" betekent. Ook dit is een mogelijkheid aangezien de gemeente ontstond uit twee op heuvels gelegen verhevenheden (vergelijk met de Kwakkelenberg in Duffel-Oost en de Rooienberg in Duffel-West).

Geschiedenis Over de allervroegste geschiedenis van Duffel is zeer weinig bekend, hoewel er verschillende artefacten op het grondgebied werden gevonden. Zo trof men tal van gefossiliseerde skeletresten uit de laatste ijstijd aan tijdens de aanleg van de bezinkbekkens van de Antwerpse Waterwerken (1952-1955).

Neolithicum De eerste sporen van menselijke bewoning stammen uit de Bronstijd (1600-500 v. Chr.). Vermoedelijk woonde er in deze periode een Keltische stam op het grondgebied van het huidige Duffel, nabij een doorwaadbare plaats van de Nete. Uit deze periode stamt namelijk de vondst van een bronzen lanspunt van 38 bij 8 cm, een typisch onderdeel uit de traditionele wapenuitrusting van de Kelten. Deze werd ontdekt tijdens graafwerken van een nieuwe bedding voor de Nete in 1932. In 1954 vond een arbeider in het Voogdijbroek, tijdens de graafwerken voor de AWW een ijzeren haardketting (die vermoedelijk uit de La Tène III-periode stamt) en een eiken mikstok (waarvan de herkomst en het nut onbekend zijn).

Gallo-Romeinse Tijd Tijdens een uitzaveling langs de Mechelsebaan in 1950 werd er een scherf van Romeins aardewerk opgediept. Daarnaast werd er tijdens dreggingswerken in 1963 in de Nete een zilveren pannetje met een rijk versierde steel gevonden. De steel van het pannetje was versierd met een vrouwengezicht geflankeerd door het profiel van twee panters, een bladmotief met een afbeelding van Mercurius, een bok en ten slotte twee vogels met een lange bek.

In 2020 werden bij de graafwerken voor de gymhal de resten van een 2000 jaar oude Romeinse waterput en enkele fragmenten gevonden. De opgraving werd door de lokale filmclub in beeld gebracht.

Middeleeuwen De oude naam van Duffel (Duffla) duikt voor de eerste maal in de annalen der geschiedenis op in 1059 en was eertijds verdeeld in drie heerlijkheden, namelijk Duffla Hoogheid, Duffla Voogdij en ten slotte Duffla Perwijs. Duffla Hoogheid: Deze heerlijkheid was, zo weten we uit de oudst-gekende bronnen, in handen van de gebroeders Hildincshusen, heren van Ter Elst (destijds eigenaars van het nog bestaande Kasteel ter Elst). Vervolgens kwam ze in handen van de Heren van Grimbergen en nog later werd het gebied eigendom van de Mechelse Berthouts. Duffla Voogdij: Deze heerlijkheid was aanvankelijk in handen van de abdij van Nijvel tot ze aan het einde van de 13de eeuw werd toegeëigend door de familie Van Wesemael. Duffla Perwijs: Deze heerlijkheid, zo leert ons de geschiedenis, was aanvankelijk in handen van de heren van Grimbergen, vervolgens ging het over naar de Mechelse Berthouts en kwam ten slotte in handen van de Duffelse tak van deze familie.

Ancien régime Duffels laken Vanaf de 15de eeuw kent de gemeente een ware bloeiperiode dankzij de weefnijverheid, zo worden de Duffelse lakens uitgevoerd naar onder andere Lübeck, Riga en Keulen en later ook naar Spanje en Portugal.Fiche Duffel (wollen stof), EtymologiebankWarm ingeduffeld, De geschiedenis van Duffel (Gearchiveerd op 19 januari 2022.) In de Nederlands stad Leiden wordt het vervaardigingsproces overgenomen en ontstaat een eigen lakennijverheid. Aldus ontstaat, naast de naam voor de plaats ook het woord "duffel" met de betekenis "zware, ruwe stof van wol", tegenwoordig het meest bekend van de duffeljas. Duffel groeit in deze periode uit tot een zeer vermaard, rijk bewoond gebied met buitengewoon veel mooie huizen. Kasteel Ter Elst, Muggenberg en het hoogkoor van de Sint-Martinuskerk herinneren hier nog aan.

Schuttersgilden Er werden in deze periode ook drie schuttersgilden (de Gilde van de Edele Voet- of Kruisboog van Sint-Joris, de Oude Gilde van Sint-Sebastiaan en de Jonge Gilde van Sint-Sebastiaan) en twee religieuze "broederschappen" (Gulde van Sint-Martinus en de Onse Vrouwe Gulde van Duffele) opgericht. De Duffelse schuttersverenigingen waren zo succesvol dat ze onder andere in 1497 de eerste prijs behaalden in een vermaard schietspel in Mechelen. Dit inspireerde de bewoners om zelf ook een schuttersfeest in te richten. Tijdens deze festiviteiten werd er elke avond een toneelopvoering georganiseerd. Zo ontstonden de rederijkerskamers vanaf de 16de eeuw. De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) luidde het verval van de welvaart in.

In het begin van de 17de eeuw komen de drie "Duffels" in het bezit van de familie van Merode, markiezen van Deinze. Elk van de heerlijkheden behoudt echter zijn eigen schepenbank en het duurt nog tot 1796 vooraleer de gemeente onder Frans bestuur verenigd wordt.

Moderne Tijd De gemeente groeide stilaan uit tot een klein handels- en industriecentrum, in tegenstelling tot de meeste andere dorpen van het Mechelse arrondissement die zich rond 1840 vrijwel uitsluitend bezighielden met de landbouw. Dit was mogelijk dankzij de ligging langs de Nete en de nieuwe spoorlijn Brussel-Antwerpen. Deze zorgde immers voor een vlotte verbinding met de belangrijkste steden en de Haven van Antwerpen. In deze periode floreerde vnl. de handel in kalk, hout en steenkolen.

Met de komst van een met stoommachines uitgeruste wollen stoffenfabriek (producent van het vermaarde duffel), deed de industriële revolutie haar intrede in Duffel. Enkele decennia later volgden de steenbakkerijen (met ruim 500 arbeiders een van de belangrijkste werkgevers in die periode in Duffel) en kort na 1900 de papierfabriek G. Morrees en Cie (later de Papeteries Anversoises). De industrialisatie zal zich vanaf dan vooral verder zetten langs de Nete, en brengt in de 20ste eeuw onder andere een nikkelfabriek, Scott, Transpac en Sidal naar Duffel.

De Eerste Wereldoorlog ten slotte brengt een golf van verwoesting en vernieling over het Netedorp, waar tijdens de Slag rond de Nete het ganse centrum in puin wordt gelegd. Ook het kasteel Ter Elst heeft hier zichtbaar zwaar onder te lijden gehad.

Geografie Hydrografie Duffel heeft een uitgebreide hydrografie met de Beneden-Nete, het wachtbekken Eekhoven en vijf bezinkbekkens van water-link (vroeger Antwerpse Waterwerken). Daarnaast telt de gemeente tal van beken die alle in de Nete afwateren. De Nete doorstroomt de gemeente van het noordoosten naar het zuidwesten, doorheen de geschiedenis zijn er herhaaldelijke pogingen ondernomen om de meanders te verwijderen en alzo de Netebedding rechter te maken. Dit proces blijkt nog uit de benaming ‘Oude Nete’ die gebruikt wordt voor de weilanden (nu woestenijen) in het Voogdijbroek. Op de oostoever wateren er vijf beken af in de Nete. Met name de Itterbeek, de Galgebeek, de Lekbeek en ten slotte de Goorbosbeek. Daarnaast zijn er nog de Reimeurtersbeek en de Hagebeek (die beide uitmonden in de Itterbeek). Op de westoever wateren er drie beken af in de Nete. Met name de Scheidingsbeek, de Notmeirloop en de Wouwendonksebeek. Daarnaast vinden we op het Duffelse grondgebied nog de Arkelloop, de Babelsebeek en de Roelaardloop die alle afwateren in de Lachenenbeek ter hoogte van het Hof van Lachenen in Lier. Aldaar mondt de Lachenenbeek op haar beurt uit in de Nete. De waterinname voor de wacht- en bezinkingsbekkens van water-link ten slotte gebeurt in Lier op het Netekanaal vanaf de Duffelsluizen, de zuivering gebeurt in Walem, een deelgemeente van Mechelen.

Topografie De gemiddelde verhevenheid van de bodem schommelt tussen 3 en 15 meter. De verst verwijderde gronden van zowel de oost- als westoever van de Nete liggen het hoogste (12 tot 15 m). Geleidelijk en zeer regelmatig daalt de bodem af naar het Netedal alwaar de bodemverhevenheid nog slechts 3 tot 5 m bedraagt. Het laagste punt van de gemeente is het Abroek (3 m), het hoogste punt (± 31 m) ligt nabij de Vosberg op de grens met Rumst.

Kernen Duffel heeft geen deelgemeenten. De Nete verdeelt het centrum in twee woonkernen. Duffel-West ligt op de rechteroever van de rivier, Duffel-Oost op de linkeroever. Verder oostwaarts, nabij de grens met Lier en Koningshooikt, liggen nog de landelijke gehuchten Itterbeek en Mijlstraat.

Aangrenzende (deel)gemeenten

Bezienswaardigheden

De Sint-Martinuskerk, ten westen van de Nete, is een neogotische kruiskerk, oorspronkelijk als eenbeukige romaanse kerk gebouwd in opdracht van de gebroeders Hildincshusen omstreeks 1150. De oudste delen evenwel dateren van een gotische kerk uit 1486. Het grootste deel van de kerk werd echter opgetrokken in de periode 1860-'65. Na de vernieling in de Eerste Wereldoorlog werd de kerk in de jaren '20 naar die plannen heropgebouwd. Op het plein voor de kerk staat een solitaire zomereik als kapelboom. De pastorie van de Sint-Martinusparochie is een neoclassicistisch breedhuis uit 1846. De tuin van de pastorie sluit aan bij de groene omgeving rond de kerk. Opvallend is de solitaire rode beuk voor de pastorie. De parochiekerk gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Goede Wil, in Duffel-Oost, werd opgetrokken vanaf 1639 en ingewijd in 1646. De Sint-Franciscus van Saleskerk in het gehucht Mijlstraat dateert uit 1902-1904 Het klooster van het Convent van Betlehem, te Duffel-West Het bioscoopcomplex Cinema Plaza uit het interbellum Het Kasteel van Perwijsbroeck uit het midden van de 19de eeuw Het Kasteel Wouwendonk De Maltahoeve is een hoevesite uit 1762, met vermoedelijk een nog oudere kern De ruïnes van het Kasteel ter Elst, waarvan de geschiedenis tot diep in de middeleeuwen teruggaat. Na aanzienlijke schade tijdens de Eerste Wereldoorlog, verviel het kasteel geleidelijk tot een ruïne. Het Fort van Duffel, dat behoorde tot de buitenste verdedigingsgordel rond Antwerpen. Het werd gebouwd in 1886-1888 en werd in 2014 opengesteld voor bezoek. De kapel van Sint-Gummarus en Sint-Rumoldus aan de Stormschranslaan. Kapel in 1688 gebouwd op de plaats waar beide heiligen elkaar zouden ontmoet hebben. In 1971 afgebroken omwille van de wegverbreding en iets verderop heropgebouwd. Het standbeeld van Cornelis Kiliaan van 1882, door P.J. De Cuyper, te Duffel-West Het standbeeld van Cornelis Kiliaan uit 1920 door Frans Claessens met een linde (tilia) als vredesboom geplant in 1919