thumb|Zuid-Vlaanderen (lichtrood) en het gedeelte dat tot in de 20e eeuw voornamelijk Nederlandstalig was (donkerrood) thumb|Het graafschap Vlaanderen voordat de oorlogen van Lodewijk XIV begonnen thumb|Franse gebiedswinst en gebiedsafstand in de periode 1659-1713 thumb|Franse uitbreiding tijdens de heerschappij van Lodewijk XIV thumb|Frans-Vlaanderen omvat de arrondissementen Duinkerke, Rijsel en Dowaai plus delen van Béthune en Lens thumb|Frans-Vlaamse heraldiek thumb|Het belfort, typisch gebouw voor de Vlaamse steden, van Duinkerke thumb|De historische provincie Frans-Vlaanderen thumb|Verfransing van Noord-Frankrijk sinds de 7e eeuw

Zuid-Vlaanderen of Frans-Vlaanderen is het gedeelte van het historische graafschap Vlaanderen dat in de periode 1659-1713 werd afgestaan aan het koninkrijk Frankrijk, ten gevolge van de oorlogen van koning Lodewijk XIV.

Afbakening Zuid-Vlaanderen wordt grosso modo begrensd door de Noordzee, de Schreve, de rivier Skarpe en een denkbeeldige lijn van Grevelingen naar Dowaai. Afhankelijk van de context duidt "Zuid-Vlaanderen" soms ook andere gebieden aan.

In engere zin heeft Zuid-Vlaanderen slechts betrekking op dat deel van het historische graafschap waar van oudsher Nederlandse (Vlaamse) dialecten gesproken worden. Dit gebied komt overeen met het huidige arrondissement Duinkerke, oftewel het deel van het Franse Noorderdepartement ten noorden van de rivier de Leie. Dit is de meest gebruikelijke afbakening, maar deze is niet helemaal juist. Hiermee wordt namelijk het zuidelijkste deel van het historische graafschap vergeten - het gebied rond Rijsel (Lille) ten zuiden van de Leie, dat van ouds Romaanstalig is.Zie Ryckeboer, H. 2002 (zie literatuuropgave), kaartje op p. 23. Een passende term voor het historisch Nederlandstalige gebied (arrondissement Duinkerke) is er niet. Dit gebied bestond uit het noordelijk deel van het graafschap Artesië en uit de Westhoek die bij het graafschap Vlaanderen hoorde. Na de inlijving van het grootste deel van deze gebieden door Frankrijk, even na het midden van de 17e eeuw, ging het Franse deel ook wel de Franse Westhoek (Westhoek français) heten, niet omdat er Frans werd gesproken maar ter onderscheiding van dat deel van de Westhoek dat bij de zuidelijke (inmiddels Oostenrijkse) Nederlanden bleef. De Westhoek is nu dus de naam van een grensoverschrijdende streek die ook het zuidwestelijk deel van de provincie West-Vlaanderen omvat. Het gebied rond Rijsel wordt omschreven als Rijsels-Vlaanderen (Flandre lilloise), dat samen met het Doornikse als Romaans-Vlaanderen werd aangeduid.

De door Frankrijk geannexeerde delen zouden tot aan de Franse Revolutie in 1789 samen de zelfstandige Franse provincie Flandre vormen.

In zeer ruime zin wordt de aanduiding Zuid-Vlaanderen ook wel gebruikt voor alle gebieden die nu in Frankrijk liggen maar historisch bij Vlaanderen hoorden. Nog ruimer is de aanduiding Franse Nederlanden voor alle gebieden met inbegrip van het graafschap Artesië (Artois) en delen van het graafschap Henegouwen (Hainaut), die ooit door Frankrijk werden ingelijfd en waar toen al Frans werd gesproken of waar de bevolking sindsdien op het Frans is overgegaan (Pays-bas français).

Begripsverwarring Er bestaat ook een begripsverwarring tussen Romaans-Vlaanderen (la Flandre romane of Flandre gallicante) en Zuid-Vlaanderen. Romaans-Vlaanderen slaat op het Romaanstalige deel van het graafschap Vlaanderen (Rijsel, Dowaai, Orchies en Doornik), als tegengestelde van Germaanstalig Vlaanderen (la Flandre germanique of Flandre flamingante), waar men tot in recente tijd Germaanse dialecten sprak. La Flandre flamingante is de meest gebruikelijke term van deze laatste twee. Zuid-Vlaanderen slaat op de staatkundige betekenis: het deel van Vlaanderen dat in Frankrijk ligt. De twee begrippen kunnen dus niet als synoniemen beschouwd worden: "Frans-Vlaanderen" is een politiek begrip terwijl "Romaans-Vlaanderen" een taalkundig begrip is. Bovendien ligt een deel van Romaans-Vlaanderen niet in Frankrijk: het Doornikse is nu een deel van de provincie Henegouwen in België.

Omdat in de Franse Westhoek echter van oudsher, maar tegenwoordig nog slechts door enkele tienduizenden vooral oudere mensen, Frans-Vlaams gesproken wordt, vormt dit gebied het Vlaamssprekend Vlaanderen binnen Frankrijk.

Een andere term, "Waals-Vlaanderen" is ook een staatkundig begrip. Waals-Vlaanderen (la Flandre wallonne) is het zuidelijk deel van de provincie Vlaanderen in het Koninkrijk Frankrijk voor 1789. Het is dus een synoniem voor Rijsels-Vlaanderen. Het noordelijk deel werd Zee-Vlaanderen (La Flandre maritime) genoemd.

Geschiedenis In de middeleeuwen speelde Zuid-Vlaanderen een bijzondere rol in de geschiedenis van de Nederlanden. De eerste Oudnederlandse tekstfragmenten zijn afkomstig van abdijen in dit gebied. De monnik Willem van Rubroeck ondernam in de 13e eeuw een reis naar Mongolië waarvan de beschrijving nog altijd, samen met die van Marco Polo behoort tot de eerste reisjournaals over het Verre Oosten. De welstand die de textielindustrie met zich bracht bracht een bloei die in de 16e eeuw weer in een diepe crisis uitmondde. Radicale protestanten organiseerden zich in doopsgezinde en calvinistische gemeenten (zie ook mennisten). De strenge calvinist Petrus Datheen van Kassel maakte een Nederlandstalige psalmberijming die tot ver in de 18e eeuw in de Hervormde (Gereformeerde) kerken in de noordelijke Nederlanden werd gezongen. Al rond 1550 vertrokken velen naar Engeland om zich daar in Hervormde gemeenten te organiseren. De beeldenstorm die zich over de gehele Nederlanden zou gaan uitbreiden begon in 1566 hier, in Hondschoote. Daar werd met zware vervolging op gereageerd door de Bloedraad en vele duizenden vertrokken na 1572 naar de vrij geworden steden in Holland en Zeeland, met name naar Leiden. Willem van Oranje benoemde de Frans-Vlaamse edelman Willem Bloys van Treslong, admiraal van de geuzen, in 1573 tot admiraal van Holland, en in 1567 tot admiraal van Zeeland. Ten slotte werd hij baljuw van Voorne. Uiteindelijk zou aan het einde van de 16e eeuw de contra-reformatie met geweld zegevieren in een land dat half ontvolkt was. De gewelddadigheid bleef voortbestaan in de zogenaamde Duinkerkse kapers die vooral de rijk beladen Hollandse en Zeeuwse koopvaarders op zee enterden en beroofden. Weldra zouden zij in dienst van de Franse koning dit werk voortzetten.

In de volkscultuur bleef Zuid-Vlaanderen een bijdrage leveren aan de Nederlandse taalcultuur met als laatste de verzameling volksliederen van Edmond de Coussemaker die onder de Franse titel 'Chants populaires des Flamands de France', in 1856 in Gent werd uitgegeven, en in populaire liedbundels, ook in het Nederlands onderwijs, tot in de jaren zeventig van de 20e eeuw op het repertoire bleef staan.

Door de expansiepolitiek kwamen deze Spaanse bezittingen in de 17e eeuw geleidelijk onder heerschappij van Frankrijk onder Lodewijk XIV, hoewel het graafschap Vlaanderen sinds de verdragen van Madrid (1526) en Kamerijk (1529) niet meer onder Frans leenverband viel, maar deel uitmaakte van het Heilige Roomse Rijk. Van de Spaanse Habsburgers zou de soevereiniteit overgaan op de Oostenrijkse Habsburgers.

In de 17e eeuw verloren de Zuidelijke Nederlanden zowel Artesië als Zuid-Vlaanderen in de nasleep van het Traité de Partage tussen de Republiek en het koninkrijk. Lodewijk XIV trachtte met alle mogelijke middelen de invloed van zijn vijanden in Europa in te dijken door de Franse grenzen te verschuiven naar gemakkelijker te verdedigen posities. Ten noorden van Frankrijk vormde Vlaanderen, door een gebrek aan natuurlijke hindernissen en duidelijke grenzen, het ideale gebied om terreinwinst te boeken. In 1677 bestond de strategie van Lodewijk XIV erin drie Spaanse versterkte vestingen ten val te brengen: Kamerijk, Valencijn en Sint-Omaars. Naar Sint-Omaars stuurde de koning zijn broer Monsieur, de hertog van Orléans. De Nederlanders besloten te reageren en Willem III voerde een leger van 32.000 manschappen aan dat Sint-Omaars te hulp snelde. Vanuit Ieper wisten zijn troepen door te dringen tot Noordpene (tussen Kassel en Sint-Omaars). De Slag bij Kassel of Slag aan de Penebeek draaide uit op een Franse overwinning (11 april 1677).

Gevolg van de veldslag: een gedeelte van Vlaanderen werd aan Frankrijk gehecht (Sint-Omaars, Kassel, Belle, Ieper).

Verfransing Hierna werd la Flandre flamingante binnen Zuid-Vlaanderen langzaam verfranst, als gevolg van het Franse taalimperialisme met een beleid dat geen talen van historische minderheden, maar enkel het Frans toestaat in het openbare leven (onderwijs, gerecht, bestuur, enzovoort). In de Napoleontische tijd werd het Nederlands (Vlaams) in de rechtbanken, in de gemeentelijk administraties en op de scholen definitief verboden. Verzoeken om Nederlands of Vlaams naast Frans in het onderwijs toe te staan werden sindsdien steeds afgewezen, het laatst nog in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Nederlands (Vlaams) in de pastorale zielzorg werd na ca. 1870 ook door de bisschoppelijke hiërarchie aan de parochiegeestelijkheid verboden, maar bleef op eigen gezag hier en daar toch in kleine kring gepraktiseerd. Overigens bleef het West-Vlaams in Frankrijk tot ver in de 19e eeuw de algemene omgangstaal naast het officiële Frans. Na de Eerste Wereldoorlog kwamen regionale verenigingen voor volkscultuur en hun activisten gaandeweg in nationaal vaarwater wat hen in Franse ogen staatsgevaarlijk maakte. Dat was maar ten dele terecht. Na de Duitse bezetting in 1940 hieven zij zich en hun (Nederlandstalige) tijdschriften op. Enkele extremisten lieten zich tot het nationaalsocialisme verleiden (de voorman J. M. Gantois legde die visie neer onder het pseudoniem J.H. van Byleveld, in zijn studie 'Nederland in Frankrijk', 1941). Na 1945 kwam de reactie in een gerechtelijke aanklacht en de veroordeling van tientallen Westvlamingen. Dat luidde ook een algemeen afscheid in van het Vlaamse dialect. De ouders wilden het niet meer spreken tegen hun kinderen. In de jaren vijftig van de 20e eeuw was nog de helft van de bevolking, dat wil zeggen de oudere generatie, in staat zich in het Vlaamse dialect uit te drukken.

Flandre als Franse provincie In de tweede helft van de 17e eeuw werden grote delen van de Zuidelijke Nederlanden door Frankrijk geannexeerd. Met de Vrede van de Pyreneeën in 1659 werd de Nederlandse provincie Artesië in haar geheel een Franse provincie. Ook delen van Vlaanderen en Henegouwen kwamen in Franse handen. Met de Vrede van Nijmegen in 1678 werden het sticht Kamerijk van het Heilige Roomse Rijk overgeheveld naar Frankrijk, opnieuw met een bijkomend stuk van Vlaanderen. Dit Frans geworden Vlaanderen ging samen met Kamerijk en Frans-Henegouwen de Franse provincie Flandre vormen, met als hoofdstad Rijsel. Met de Franse Revolutie werd deze omschrijving het Noorderdepartement. Na de nederlaag van Napoleon werden de grenzen weer gedeeltelijk hersteld. De Westhoek bleef echter Frans.

Cultuur en taal