duimnael|Breestraat 114 in Leiden, waar Beets die Camera Obscura skryf Nicolaas Beets (Haarlem, 13 September 1814 – Utrecht, 13 Maart 1903Overlijdensakte Burgerlijke Stand Utrecht 1903, aktenummer 420), ook bekend onder die skuilnaam Hildebrand, was 'n Nederlandse skrywer, digter, predikant en hoogleraar.
Biografie duimnael|Gedenksteen aan die Beetshuis in Boothstraat in Utrecht duimnael|page=4|Brief van Nicolaas Beets uit 1851 Nicolaas Beets word in Haarlem gebore as die seun van 'n apteker en studeer vanaf 1833 tot 1839 teologie aan die Rijksuniversiteit van Leiden (toe nog bekend as 'n Akademie), waar hy in 1839 promoveer tot doktor in teologie. In sy studentetyd maak hy danksy sy vriend van Engeland, John Ingram Lockhart (1812-1889), kennis met die werk van die Engelse digter Byron, en skryf hy digstukke in dieselfde trant, soos byvoorbeeld 'José' (1834), 'Kuser' (1835) en 'Guy de Vlaming' (1837). Hy was bevriend gewees met Johannes Kneppelhout ('Klikspaan'), Bernard Gewin ('Vlerk') en Johannes Petrus Hasebroek ("Jonathan") saam met wie hy, saam met ander studente, 'n letterkundige klub gevorm het.
In 1840 word Beets beroep tot predikant aan die Nederlandse Hervormde Kerk in Heemstede, waar hy in dieselfde jaar met Aleida van Foreest trou, die suster van sy studentevriend Cornelis van Foreest (1817-1875) en 'n kleindogter van die Leidse hoogleraar en redenaar Johannes van der Palm. Hy het in 1852 in Heemstede saam met sy ouers 'n basisskool opgerig. Dit bestaan vandag nog en heet nou die Nicolaas Beets-skool. In 1854 word hy beroep na Utrecht. Van 1874 tot 1884 was hy hoogleraar in kerkgeskiedenis aan die Rijksuniversiteit Utrecht.
Beets het prosa, poësie, en preke geskryf. Sy bekendste werk is die verhale Camera Obscura wat hy onder die skuilnaam Hildebrand in sy studentetyd geskryf het en waarvan die eerste uitgawe in 1839 verskyn. Hy bly tydens die jare daarna toevoegings tot die werk maak en die werk het eers in 1851 'n definitiewe vorm gekry.
Moontlik sy bekendste gedig is:
De moerbeitoppen ruischten; God ging voorbij; Neen, niet voorbij, hij toefde; Hij wist wat ik behoefde, En sprak tot mij;
Sprak tot mij in de stille, De stille nacht; Gedachten, die mij kwelden, Vervolgden en onstelden, Verdreef hij zacht.
Hij liet zijn vrede dalen Op ziel en zin; 'k Voelde in zijn' vaderarmen Mij koestren en beschermen, En sluimerde in.
De morgen, die mij wekte Begroette ik blij. Ik had zo zacht geslapen, En Gij, mijn Schild en Wapen, Waart nog nabij."
Die Kerkmusikant Willem Vogel het die gedig in 2004 getoonset. Vogel het ook Beets se gedig Het putje van Heiloo getoonset.
Beets sterf op 88-jarige leeftyd in Utrecht aan serebrale bloeding en word begrawe in die Eerste Algemene Begraafplaats Soestbergen. (Sy graf is in 2016 opgeknap en op 10 September dieselfde jaar "onthul".) Die Willem Pompe-instituut, die strafregtelike afdeling van die Fakulteit Regsgeleerdheid, Ekonomie, Administrasie en Organisasie van die Utrecht-universiteit, is in sy huis aan Boothstraat no. 6 (naby die Jans-kerkhof) geleë.
In 1962 is die Hildebrand-monument van die beeldhouer, professor Jan Bronner, in Haarlemmerhout onthul. Nadat die monument verskeie kere erg beskadig is as gevolg van vandalisme is die oorspronklike beelde verwyder. Dit word nou in die beeldetuin van die Museum De Fundatie, kasteel 't Nijenhuis, Heino (Ov.) gehuisves. In 2014 is daar na herstelwerk bronsreplikas in die plek daarvan staan gemaak; die fontein en die omliggende park is ook herstel; en die monument op 13 September 2014 (Beets se 200ste verjaardag) volledig herstel.
Net soos ander predikantsdigters, is Beets ook deur Cornelis Paradijs (Frederik van Eeden) geparodieer in die bundel Grassprietjes of Liederen op het gebied van Deugd, Godsvrucht en Vaderland:
"Maar van allen toch de baas. Is de groote Nicolaas; - Wat heeft hij niet saâmgedicht! Hoeveel harten niet gesticht
Goethe met Homerus samen Kunnen nooit zijn roem beschamen: Want hij heeft wat hun ontbrak: Echte vroomheid ... door zijn vak."
Bron: fragment uit die Predikantelied (hulde aan onzen geestelijken stand) in: Grassprietjes, W. Versluys uitgewery, Amsterdam (1916)
Bibliografie Publikasies met Beets as outeur 1832 - Het leven is geen kunst, (handgeskrewe) gedigte gedateer 31 Julie 1832. Geen opdrag, aan John Ingram Lockhart? Nie in die versamelde gedigte nie. 1834 - Jose. Een Spaansch verhaal 1835 - De Masquerade (9 Februari 1835). Een gedicht 1836 - Kuser. Een verhaal 1837 - Guy de Vlaming. Een verhaalGuy de Vlaming by DBNL 1838 - Spreken. Iets ten voordeel van het Groningsch Instituut voor doof-stommen 1838 - N. Anslijn, Nz. Een woord aan allen die den Braven Hendrik gelezen hebben 1838 - Gedichten 1839 - Rijmbijbel 1839 - De Aenea Silvio, qui postea Pius papa secundus, morum mentisque mutationis rationibus (akademiese proefskrif) 1839 - Camera ObscuraCamera Obscura by DBNL 1839 - Aan de Bruid van den Erfprins 1840 - Proza en poëzy. Verzameling van verspreide opstellen en verzen 1840 - Ada van Holland. Een gedicht 1840 - Aan mijn vader , gedicht ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Beets' vader (in verwerkte vorm in die versamelde gedigte) 1842 - Leven en karakter van J.H. van der Palm 1843 - De Kruiswoorden. Zeven lijdenspreêken 1845 - Een Paaschgezang 1845 - Twaalf Preêken 1845 - Troost der armen. Een lied in hunne woning op Kersavond 1845 1846 - De Christen bij en op het ziekbed. Woorden van bestuur en vermaning in onze dagen 1846 - Aan den heer Mr. Isaäc da Costa, op den 25sten verjaardag zijner Echtvereeniging. 11 Juli 1846. Nie in die handel nie. 1847 - De herstelde kranke. Woorden van bestuur en vermaning 1847 - Christelijke lesjes voor jonge kinderen 1847 - Een oud randschrift voor de nieuwe munt 1847 - Chronologische kaart voor de geschiedenis van het volk van Israël tot op de verwoesting van Jeruzalem, ten gebruike bij de historische kanonieke en apokrieve Bijbelboeken. Naar de nieuwste Schrijvers opgemaakt 1848 - Des Christens schuld aan den Heidens Redevoering uitgesproken te Zeist, in de Broedergemeente 1848-1851 - Stichtelijke uren 1849 - Achttien Junij 1849. Een woord op den jongsten dank- en bededag, gesproken door een Evangeliedienaar 1849 - Herinneringen en indrukken van een kleine uitstap naar Londen in Mei 1847. Brieven aan een vriend 1849 - Houdt dat gij hebt. Leerreden over Openbaringen III:11b 1850 - Des Heidens loon aan den Christen. Met belangrijke aanteekeningen en bijvoegsels 1851 - Het Oranjewater; 11 November 1851 1851-1853 - Paulus in de gewichtigste oogenblikken van zijn leven en werkzaamheid voorgesteld 1852 - Fantasie en werkelijkheid met betrekking tot het openbaar onderwijs. Openlijk schrijvend aan Dr. H.J. Spijker 1854 - Korenbloemen, Nieuwe gedichten 1854 - De blijvende Heiland. Afscheidsrede gehouden te Heemstede, op den 25 Mei 1854 1854 - Een leeuw op de straten. Zendingsrede, gehouden te Haarlem, 16 Februarij 1854 1856 - De bevrijding der slaven. Redevoering, gehouden in de openbare vergadering van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering van de afschaffing der slaven 1856 - Lijden dienstbaar aan eeuwig heil. Vroegpreek, enz. 1856 - Verpoozingen op letterkundig gebied 1857 - Nieuwe gedichten 1858 - Nicolaas Beets,’s Heilands goedkeuring op de Christelijke Zending. Redevoering uitgesproken te Rotterdam 21 Julij 1858, ter gelegenheid der algemeene Vergadering van het Nederlandsch Zendelingen Genootschap 1858 - Het volmaakte werk der lijdzaamheid 1858-1873 - Verscheidenheden meest op letterkundig gebied. Een tijdschrift op onbepaalde tijden 1859 - Kleine verzameling uit de Stichtelijke uren 1860 - God ons betrouwen. Woorden gesproken in den Utrechtschen dank- en bedestond van Zondagavond. 25 November 1860 1861 - Gesprek met Vondel, naar aanleiding van ’t hem toegedacht standbeeld. Eene voorlezing in de maand Februarij 1861 gehouden 1861 - Iona. Overgedrukt uit „de Vereeniging. Christelijke Stemmen.” 1863 - Twaalf leerredenen 1863 - Verstrooide gedichten uit vroeger en later tijd (1831-1861) 1863 - Voor henlieden geen plaats. Leerrede gehouden op den eersten Kerstdag 1865 - Aan mijne landgenooten op den 18en Juni 1865 1865 - De wandel met God. Leerrede gehouden den zondag na het overlijden van den eerwaarde Jorissen, emeritus predikant te Utrecht 1865 - Gods woord waarheid. Leerrede 1865 - Laat ons het goede doende niet vertragen. Redevoering uitgesproken te Zeist in de kerk der Evangelistische Broedergemeente, den 27 Julij 1865, den dag der algemeene vergadering der Broedersociëteit tot uitbreiding van het Evangelie onder de heidenen. 1867 - De martelaren. Vaderlandsche herinnering aan de hervormde gemeente bij de viering van den gedenkdag der hervorming 1867 - Ten dage van den feestelijken optogt van H.H. studenten der Utrechtsche hoogeschool ter viering van haar XLVIe lustrum, 25 Junij 1867. Welkomstgroet enz. 1867 - Waakt en bidt. Leerrede over Mattheüs 26:41, ter bevestiging van lidmaten 1868 - Een vaderlandsch lied op het veld bij Heiligerlee, vorst en volk toegezongen 1868 - Kort begrip der christelijke heilsleer. Leidraad bij de catechisatiën 1869 - Feestcantate voor den dag der onthulling van het Nationaal Gedenkteeken voor 1813, 17 november 1869. Tekst van Nicolaas Beets bij muziek van W.F.G. Nicolai (1829 - 1896) 1869 - Madelieven. Nieuwe dichtbundel 1870 - De kerk op den Vluchtheuvel ingewijd (19 Juni 1870). Een gedicht 1870 - Kerkredenen onder den indruk der tijdsomstandigheden uitgesproken 1871 - De reizangen in Vondel’s treurspelen, benevens andere opstellen 1871 - Een lied op het jaarfeest der Utrechtsche Zendingsvereeniging in April 1871. Uitgegeven ten voordeele der Utrechtsche Zendingsvereeniging 1872 - Geschenk aan jonge lidmaten der gemeente van Christus 1872 - Lijden op de weg tot heerlijkheid. Kerkrede gehouden op den 2en Paaschdag 1872 voor de hervormde gemeente in de Nicolaï-kerk te Utrecht 1873 - Op den dag der bevestiging. Aan jonge lidmaten der gemeente 1873 - De onthulling van het monument te Heiligerlee, in tegenwoordigheid van Z.M. den Koning den 23 Mei 1873. Dichtregelen uitgesproken te Winschoten 1873-1900 - Dichtwerken. Compleet in chronologische volgorde verzameld Hieruit los verschenen: Nog eens najaarsbladen. Gemengde gedichten 1880-1884 Winterloof. Late gedichten. 1884-1887 Dichtwerken. Deel 4 (1874-1884) Nog eens winterloof. Nieuwste gedichten 1887-1892 Dennennaalden. Laatste gedichten 1892-1900. Met des schrijvers laatste portret en een eigenhandig geschreven gedicht 1873 - Een woord der Schrift over de rijken en armen 1873 - Gesprek over letterdieverij, navolging en oorspronkelijkheid en andere opstellen 1873 - Eenige opmerkingen met betrekkingen tot de denkbeelden van de dag in de richting van de emancipatie der vrouw 1873 - Kerstzegen 1873 - Navolgingen van Lord Byron 1873 - Te Alkmaar, 8 October 1873. Reevoering ter gelegenheid van de plechtige steenlegging door Z.M. de Koning tot het op te richten gedenkteeken van Alkmaars ontzet 8 October 1873 uitgesproken 1874 - Paaschvreugde 1874 - Tabitha. Leerrede gesproken te Utrecht, des Zondags na de begrafenis van Mejonkvrouwe Anne Henriëtte Swellengrebel,Eerste besturende zuster van de Diaconessen-inrichting in Utrecht. overleden 30 Mei 1874 1875 - De wijsheid, die van boven is. Leerrede over Jacobus III, vers 17. Gehouden te Utrecht in de Domkerk ter opening van het academiejaar 1875-1876 1875 - Karakter. Karakterschaarschte, karaktervorming. Redevoering aan de Utrechtsche Hoogeschool, uitgesproken den 16 Maart 1875 1875 - Toespraak gehouden den 14en Junij 1875 voor oud-studenten en studenten der Leidsche hoogeschool 1875 - Zelfverheerlijking. Leerrede van 28 November 1875. Utrechts gedenkdag van Nederlands verlossing van de Fransche heerschappij. Uitgesproken in de Domkerk 1876 - Ter nagedachtenis aan Otto Gerhard Heldring. Uitgegeven ten voordeel der Heldring-Stichtingen te Zetten