Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1966 was het 18e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.
Algemeen FIM In het voorjaar kwam de Auto-Cycle Union, de organisatie van de Isle of Man TT, door een staking van Britse zeelieden in grote problemen. De TT kon daardoor niet doorgaan en de reglementen van de FIM voorzagen wel in het afgelasten van een evenement, maar niet in het eventueel verschuiven van de datum. Dat laatste was precies wat de ACU wilde: een nieuwe datum tussen de Ulster Grand Prix en de Grand Prix des Nations in. Dat zou voor de teams gunstig zijn omdat het eiland Man dan precies op hun reisroute zou liggen, onderweg van Ulster naar Monza. Toen de FIM de Japanse Grand Prix toewees aan de Fuji Speedway was men bij Honda kwaad. Tot dan toe was deze GP altijd op Suzuka, het eigen circuit van Honda, verreden. Honda dreigde niet te verschijnen als men bij deze beslissing bleef. Het protest van Honda had overigens niet zozeer betrekking op de keuze van een ander circuit, maar juist dat van Fuji dat een recht stuk van 6 km had en daarna alleen nog maar bochten, waarvan een aantal opgehoogd was waardoor de snelheden heel hoog opliepen. Honda was niet de enige die dit een gevaarlijke baan vond. Hoe dan ook, door niet te verschijnen gaf Honda haar kansen op de 50cc-wereldtitel op. Hoewel zowel Ralph Bryans als Luigi Taveri, beiden Honda-coureurs, 26 punten hadden en Suzuki-rijder Hans Georg Anscheidt 25, bleef Honda weg. Daardoor kon Anscheidt de wereldtitel grijpen. Aan het einde van het seizoen had MV Agusta weliswaar de individuele 500cc-wereldtitel en Suzuki die in de 50cc-klasse, maar alle (vijf) constructeurstitels gingen naar Honda. De Amerikaanse Grand Prix had twee jaar te lijden gehad onder gebrekkige belangstelling van publiek én topteams en in 1966 kwam ze dan ook niet meer terug op de kalender. De openingswedstrijd werd nu opnieuw de Spaanse Grand Prix, maar de organisatie daarvan schrapte de zijspanklasse waardoor het programma beperkt bleef tot drie races: 50-, 125- en 250cc. Toen het seizoen van start ging bleek Honda in alle soloklassen sterk voor de dag te komen, maar in eerste instantie was het in de 500cc-klasse niet Mike Hailwood, maar Jim Redman die de beste resultaten boekte. Hailwood verscheen zelfs pas in Assen voor het eerst aan de start, maar viel in zijn eerste drie races (Assen, België en Oost-Duitsland) uit. Al met al kon MV Agusta de titel behouden, maar alleen nadat het de nieuwe 500cc-driecilinder in de strijd had geworpen. In de 350cc-klasse won Hailwood bijna al zijn races, en in de 250cc-klasse won hij ze allemaal. Luigi Taveri werd kampioen in de 125cc-klasse met een Honda en moest daar hard vechten tegen Bill Ivy met de Yamaha RA 97. Suzuki had in deze klasse het nakijken, maar in de 50cc-klasse werd de titel voor Suzuki binnengehaald door Hans Georg Anscheidt. De 50cc-klasse had het moeilijk. Door het wegvallen van Kreidler ging de strijd aanvankelijk alleen tussen Honda en Suzuki en het was moeilijk het startveld met een behoorlijk aantal deelnemers te vullen.
Merken/teams Bridgestone en Jamathi debuteerden tijdens de TT van Assen. Na het ongeval van Tarquinio Provini op Man wilde Benelli haar nieuwe 350cc-viercilinder met dubbele bovenliggende nokkenassen op Monza laten besturen door Phil Read, die voor Yamaha toch niet in die klasse uitkwam. Read kreeg van Yamaha echter geen toestemming. BMW was in 1955 gestopt als fabrieksteam, maar voor het seizoen 1966 kregen zowel Fritz Scheidegger als Max Deubel de beschikking over twee nieuwe korteslagmotoren. De handtekening van Hailwood bij Honda betekende meteen dat Gilera alle plannen voor een terugkeer in de 500cc-klasse liet varen. Men had alleen vertrouwen in Mike Hailwood om kans te maken op de wereldtitel en er zouden geen Gilera's meer aan de start komen. Men deed nog een poging met Remo Venturi in de GP des Nations, maar de trainingstijden waren zo slecht dat men van deelname afzag. Kreidler stopte als fabrieksteam en verkocht aan het einde van het seizoen haar racemotoren. Hoewel MV Agusta Mike Hailwood waarschijnlijk graag had behouden, werd zijn vertrek naar Honda in Italië niet erg betreurd. De Italiaanse fans hadden jaren eerder moeten toezien hoe hun favoriet Libero Liberati tweede viool moest spelen achter Geoff Duke en later ook Remo Venturi achter John Surtees en ze waren blij dat dit met Giacomo Agostini niet zou gebeuren. Vostok maakte in juli bekend te stoppen met wegraces. Tot 1966 hadden de Britse machines in de 350- en de 500cc-klassen nog kunnen strijden om de plaatsen achter de topteams, maar in 1966 was dat zelfs niet meer het geval. Elke Britse machine kon in de 350cc-klasse worden geklopt door een licht opgeboorde 250cc-tweetakt van Yamaha of MZ, en in de 500cc-klasse moesten tuners zich met de machines bemoeien, waardoor Jack Findlay derde werd met een McIntyre-Matchless. Echt sneller werden de machines niet, maar de Seeley-Matchless en de Rickman Métisse-Matchless hadden in elk geval een verbeterd frame. De gebroeders Rickman sloten een contract met Associated Motor Cycles voor de levering van 80 Matchless G50-blokken en 20 AJS Boy Racer-blokken, die ze in eigen frames monteerden. Hoewel alle kampioenschappen door de komst van de Japanners spannender werden, gold dat eigenlijk alleen voor de podiumplaatsen. Andere merken konden weleens een podiumplaats pakken, maar hun rijders hadden dan toch in het algemeen minstens een ronde achterstand opgelopen.
Coureurs Bob Anderson was al zes jaar gestopt, maar kwam in de TT van Assen terug met een fabrieks-Yamaha RD 05. Kent Andersson en Santiago Herrero debuteerden in de Grand Prix van Spanje. Angelo Bergamonti, Martin Mijwaart, Aalt Toersen en Jan de Vries debuteerden tijdens de TT van Assen. Kel Carruthers en John Dodds debuteerden tijdens de Grand Prix van Duitsland. Jim Redman zou "non-riding captain" bij Honda worden. Honda had eigenlijk ook wel behoefte aan een teammanager die behoorlijk Engels sprak en de racewereld kende en bovendien had men al bij verschillende teams gezien dat twee topcoureurs elkaars punten afsnoepten. Redman had echter nog geen zin om te stoppen met rijden. Hij rekende de fabriek voor dat een coureur niet meer dan 500 km per dag mocht rijden en daardoor kon Hailwood niet altijd in drie klassen op één dag starten. Voorlopig hield men het erop dat Redman in de 350- en 500cc-klassen uitkwam en Hailwood in de 250- en 350cc-klassen, maar Redman trad wel op als teammanager.
Gestopt miniatuur|Ernst Degner viel in de training van de Japanse Grand Prix en stopte met racen. Enkele dagen vóór de Japanse Grand Prix testte Ernst Degner de nieuwe 125cc-racer van Kawasaki maar hij kwam daarbij hard ten val door een kettingbreuk. Hij liep vrij ernstig hoofdletsel op en hoewel hij vrij snel herstelde beëindigde hij op dat moment zijn carrière waar het motorfietsen betrof. Frank Perris en Paddy Driver maakten tijdens het seizoen bekend te gaan stoppen, maar Perris stelde zijn besluit nog even uit toen hij van Benelli het aanbod kreeg de nieuwe 350cc-viercilinder in Japan te rijden. De ging echter niet door omdat de Japanse organisatie weigerde de reiskosten van een fabrieksmonteur te vergoeden. Tarquinio Provini had in het voorseizoen alle 250cc-races in Italië gewonnen maar Benelli ging zich daarna helemaal richten op de 350cc-klasse. Hij werd (weliswaar met een ronde achterstand) tweede in Duitsland. Tijdens de training voor de Junior TT viel hij hard en brak daarbij zijn rug, waardoor hij zijn carrière moest beëindigen. Hij kwam zelfs in een rolstoel terecht. Jim Redman maakte midden in de TT-week op Man bekend dat hij zijn racecarrière definitief zou afsluiten. Er maakten nog meer coureurs bekend dat ze hun loopbaan zouden beëindigen: Van Max Deubel was dat al bekend, maar Fritz Scheidegger, nog steeds verontwaardigd over zijn diskwalificatie in de Sidecar TT wilde ook stoppen. Toen hij in oktober tijdens het FIM-congres werd gerehabiliteerd en zijn overwinning terugkreeg, besloot hij toch door te gaan. Remo Venturi had zijn carrière beëindigd. Hij trainde tijdens de GP des Nations met een Gilera 500 4C, maar de negen jaar oude machine was te traag en hij startte er niet mee in de race.
Overleden Op 25 juni verongelukte Norman Huntingford met een Matchless zijspancombinatie tijdens de TT van Assen. Dit gebeurde op de Bedeldijk, waar de zijspancombinatie enkele malen over de kop vloog. Huntingford overleed ter plaatse, zijn bakkenist Ray Lindsay raakte slechts licht gewond en zou later nog samenwerken met Colin Seeley en Pip Harris Op 26 augustus verongelukte Toshio Fujii met een Kawasaki bij Cruickshanks Corner tijdens de training voor de Lightweight 125 cc TT Op 28 augustus verongelukte Brian Duffy met een Yamaha bij de Mountain Box tijdens de Lightweight 250 cc TT Puntentelling 1e 2e 3e 4e 5e 6e Punten:864321Aantal (tellende) wedstrijden 50 cc 125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:610121096Tellend:467654
500cc-klasse
Algemeen Honda was de nieuwkomer in de 500cc-klasse, waardoor MV Agusta voor het eerst sinds 1958 serieuze tegenstand kreeg. De Honda RC 181 was zo snel, dat MV Agusta gedwongen was de MV Agusta 500 4C de vervangen door de drieciinder MV Agusta 500 3C. Jim Redman werd eerste rijder, maar toen hij tijdens de TT van Assen een arm brak was goede raad duur. Mike Hailwood werd door pech achtervolgd en begon pas in de vierde Grand Prix te scoren. Toch deed hij het zo goed, dat de wereldtitel pas in de laatste Grand Prix beslist werd. Daar viel hij uit door een gebroken krukas en kon Giacomo Agostini naar de wereldtitel rijden. GP van Duitsland, Hockenheim Jim Redman had besloten dat 1966 zijn laatste seizoen zou zijn en dat hij nog een wereldtitel in de 500cc-klasse wilde halen. Honda wilde hem daarin wel tegemoetkomen. Tijdens de training voor de eerste race draaide hij echter de motor van zijn Honda RC 181 stuk, waardoor Mike Hailwood onder sterk protest zijn eigen motorfiets aan Redman moest afstaan. De dubbelrol van Redman als rijder én teammanager kwam hier wel bijzonder slecht uit, want hij nam deze beslissing feitelijk als manager, maar in zijn eigen voordeel als coureur. Met slechts één Honda-rijder werd de race ook niet erg spannend, want Giacomo Agostini (MV Agusta) kon de nieuwe Honda met geen mogelijkheid bijhouden en finishte 26 seconden achter Redman op de tweede plaats. Derde werd Gyula Marsovszky met een Matchless. Dutch TT, Assen MV Agusta opende in Assen de aanval op Honda met een nieuwe 500 cc-driecilinder. Het gerucht ging dat het hier een opgeboorde MV Agusta 350 3C zou betreffen, die slechts 400 cc mat (dat klopte ongeveer, de machine had een cilinderinhoud van 420cc). In elk geval kon Giacomo Agostini heel wat beter partij bieden tegen de Honda's. Hij werd daarbij geholpen door een zeer slechte start van Mike Hailwood. Die reed een aantal recordronden en lag na één ronde alweer op de derde plaats, na drie ronden op kop en na vier ronden schakelde hij in de Strubben per ongeluk naar de eerste versnelling waardoor zijn race in de strobalen eindigde. Hailwood zou eigenlijk in dienst van Jim Redman moeten rijden, maar die was intussen gepasseerd door Agostini, waardoor Hailwood noodgedwongen de kop moest zien te pakken om te voorkomen dat Agostini te veel punten zou krijgen. Redman had een behoorlijke achterstand op Ago maar moest na het uitvallen van Hailwood wel reageren. Hij bleef lang op 8 seconden achter Agostini, maar in de tiende ronde waren het er nog maar 6 en in de twaalfde ronde 4. Daarna kwam Redman binnen één ronde tot bij Agostini, maar ze bleven nog rondenlang vechten om de eerste positie. Uiteindelijk finishte Redman enkele seconden voor Agostini. František Šťastný werd met een 450cc-Jawa-ČZ derde, maar had een ronde achterstand. GP van België, Spa-Francorchamps