Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1971 was het 23e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.
Algemeen Merken/teams Kawasaki maakte al in december 1970 bekend dat de Kawasaki H 1 R niet meer als productieracer leverbaar zou zijn. De fabrieksracers zouden ca. 7 pk meer gaan leveren. Wel kwamen er kits in de handel om een bestaande productieracer op te voeren tot ca. 84 pk.
Jawa kwam in 1971 niet meer aan de start in het WK. Het maakte halverwege het seizoen bekend de Jawa 350 cc V4 niet meer in te zetten. De raceafdeling van CZ, die nog pogingen had gedaan de CZ 350 cc V4 op te boren tot 420 cc, werd in 1971 zelfs opgeheven.
Tijdens de openingsrace van de Mototempora Romagnola in Modena trainden Giacomo Agostini en Angelo Bergamonti met de nieuwe MV Agusta 350 zescilinder, maar die gebruikten ze niet in de race. Tijdens het seizoen waren deze machine ook helemaal niet nodig, want de driecilinders waren niet te verslaan.
Coureurs Kel Carruthers accepteerde een aanbod van Yamaha om in de Verenigde Staten te gaan racen, maar hij deelde ook zijn kennis van de Yamaha's met Aermacchi, dat voor 1971 een tweecilinder tweetakt ontwikkelde. Net als Renzo Pasolini had Carruthers altijd een goede band met de Aermacchi-fabriek gehad.
De Nederlanders Theo Bult en Rob Bron deden het erg goed in 1971, maar ze schakelden zichzelf uit voor de beslissende laatste Grand Prix. Bult stond toen nog derde in de 350cc-klasse, Bron stond gedeeld tweede (met Keith Turner) in de 500cc-klasse. Tijdens de nationale kampioenschapsrace in Vessem viel Theo Bult waardoor hij een hersenschudding en een beschadigde rugwervel opliep. Rob Bron had Monza al over moeten slaan door een hersenschudding in een andere nationale race (Oosterwolde), maar brak tijdens de training in Vessem een sleutelbeen.
De meest opmerkelijke debutant in 1971 was ongetwijfeld Barry Sheene. Hij startte met de verouderde Suzuki RT 67 in de 125cc-klasse, maar al snel hadden andere teams door dat ze in Sheene een goede steunpilaar voor hun toprijders hadden. Zo reed hij in de 50cc-klasse enkele races als "hulpje" voor Jan de Vries met een Van Veen-Kreidler en in de 250cc-klasse bracht hij de experimentele Derbi twin aan de start. Met zijn ex-Stuart Graham Suzuki uit 1967 werd hij bovendien tweede in de 125cc-klasse, terwijl hij één race voor het einde van het seizoen nog aan de leiding stond.
Races De TT van Assen was bijzonder succesvol voor de Nederlanders: Theo Bult werd tweede in de 250cc-klasse en derde in de 350 cc en Rob Bron werd tweede in de 500 cc. Daardoor stond Bult totaal tweede in de 350cc-klasse en Bron stond tweede in de 500cc-klasse.
In 1971 vormden de onlusten in Noord-Ierland een grote bedreiging voor de Ulster Grand Prix. Volgens journalist Mick Woollett waren de ontploffingen en schoten vanuit Belfast op het circuit te horen en was de rook van de branden te zien. Daar kwam nog bij dat de organisatie door de 50cc-klasse te schrappen (er waren slechts acht inschrijvingen) de kans liep haar WK-status te verliezen omdat ze niet aan het minimum van vijf raceklassen kwam. De races móesten echter doorgaan, omdat er anders veel geld verloren zou gaan en het verlies van de WK-status dan zeker zou zijn. Giacomo Agostini was al wereldkampioen in de 350- en de 500cc-klasse, maar kwam niet naar Noord-Ierland vanwege de gevechten. Dat was aannemelijk, want de MV Agusta's waren wel op het circuit aangekomen, maar hoefden niet uitgeladen te worden.
Het kwam zelden voor dat de wereldtitelstrijd pas in de laatste race beslist werd, waardoor de organisatoren die aan het einde van het seizoen aan de beurt kwamen publiek én topcoureurs misliepen. In 1971 bleef de spanning echter in vier van de zes klassen tot het einde bestaan. Agostini was ruim voor het einde van het seizoen zeker van de winst in de 350- en de 500cc-klassen, maar de zijspanklasse werd pas in haar laatste race (de Ulster Grand Prix) beslist en de 50-, 125- en 250cc-klassen in de Grand Prix van Spanje.
Overleden/gestopt Overleden Angelo Bergamonti verongelukte tijdens de voorjaarsrace in Riccione op 4 april. Hij was op dat moment in de eindfase van de (natte) 350cc-race in gevecht met zijn teamgenoot Giacomo Agostini. Bergamonti slipte en raakte zwaar gewond. Hij werd eerst naar een plaatselijk ziekenhuis gebracht, maar daarna naar Bologna, waar hij met spoed geopereerd werd. Hij overleed kort voor middernacht. Op 9 juni 1971 verongelukte Brian Finch bij Ballacraine met een Suzuki T 500 tijdens de Production 500 TT. 12 juni 1971 verongelukte Maurice Jeffery bij Rhencullen met een Norton Manx tijdens de Senior TT. Op 4 juli 1971 overleed Christian Ravel na een val in de Blanchimont-bocht op het Circuit Spa-Francorchamps. Op 8 juli verongelukte Günter Bartusch tijdens de training van de 350cc-klasse op de Sachsenring. Peter Pritchard, Peter Sheridan en Philip Smith verongelukten tijdens een zijspanrace op Oulton Park. Gestopt Theo Bult, herstellende van de verwondingen die hij had opgelopen bij een nationale race in Vessem, verklaarde in september 1971 dat hij nooit meer op een racemotor zou stappen.
Puntentelling 1e 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e 10e Punten:1512108654321
Aantal (tellende) wedstrijden In de zijspanklasse werden acht races gereden, in de 50cc-klasse negen, in de 125-, 350- en 500cc-klassen elf en in de 250cc-klasse 12.
Om het aantal tellende resultaten te bepalen moest men bij een even aantal races dit aantal halveren en er één bij optellen. Bij een oneven aantal werd er eerst een bij opgeteld en dit getal werd dan gehalveerd. RacesTellend50 cc95125 cc116250 cc127350 cc116500 cc116zijspan85
500cc-klasse 1971 Was opnieuw een jaar zonder concurrentie voor MV Agusta. De zescilinders, die men in ontwikkeling had, werden nooit gebruikt, omdat ze niet nodig waren. Zelfs de Europese viertakt-concurrenten, zoals Paton, Linto en Seeley, moesten nu aansluiten achter de opgevoerde tweetakt-standaardmotoren, zoals de Kawasaki H 1 R en de Suzuki T 500. 1. Oostenrijk, Salzburgring Tijdens de openingswedstrijd op de Salzburgring verbaasde Theo Louwes vriend en vijand door met zijn "Fanclub Theo Louwes" Kawasaki H 1 R vier ronden lang op de derde plaats te rijden. Daarna viel hij door een lekke band. Van de 26 gestarte rijders finishten er maar 7. Zoals verwacht won Giacomo Agostini, Keith Turner (Suzuki T 500) werd tweede en Eric Offenstadt (SMAC-Kawasaki H 1 R) werd derde. 2. Duitsland, Hockenheim In Duitsland gooide een andere Nederlander hoge ogen: Rob Bron was met zijn Suzuki T 500 als snelste weg, maar moest het hoofd buigen voor Agostini. Daarna moest hij het gevecht om de tweede plaats aangaan met Dave Simmonds (Kawasaki H 1 R), Eric Offenstadt (SMAC-Kawasaki H 1 R) en Lothar John (Yamaha). De Japanse tweetakten gebruikten nog steeds veel benzine, en Bron moest terwijl hij op de tweede plaats lag tanken. Dat kostte hem 30 seconden, waardoor hij gepasseerd werd door Jack Findlay (Jada-Suzuki T 500) en Ron Chandler (Kawasaki H 1 R). Findlay werd ook binnengeroepen voor benzine, maar nog voor hij kon tanken ging zijn motor kapot. Bron en Chandler vochten om de tweede plaats, die uiteindelijk naar Rob Bron ging. De overmacht van Agostini met zijn MV Agusta was wel overduidelijk: ze hadden twee ronden achterstand. Ginger Molloy viel met zijn Kawasaki voor de tweede keer uit, maar wist al dat Hockenheim zijn laatste Europese race zou zijn. Hij vertrok naar de Verenigde Staten om met Honda CB 750's te gaan racen. 3. Isle of Man Senior TT, Snaefell Mountain Course De Senior TT moest vanwege het slechte weer een volle dag worden uitgesteld. Agostini was in de Junior TT uitgevallen en dus moest zijn 75e Grand Prix-overwinning in de Senior TT komen. Agostini leidde van start tot finish, Peter Williams werd met een Matchless G50 tweede en Selwyn Griffiths werd met een Matchless derde. In deze race verloor Maurice Jefferey het leven na een val bij Rhencullen. 4. Nederland, Assen In de trainingen in Assen waren alleen Agostini en Dave Simmonds sneller dan Rob Bron. Bron had echter grote remproblemen en voor de race kreeg hij vier remschoenen van het team van MV Agusta. Bron stond op de eerste startrij, maar de Suzuki wilde niet aanslaan en hij was pas in het middenveld weg. Desondanks lag hij na de eerste ronde aan de leiding. In de vierde ronde werd hij ingehaald door Agostini en Simmonds, maar hij kon ze nog wel volgen. In de achtste ronde nam Bron de tweede plaats over van Simmonds. Agostini won, maar Rob Bron werd tweede, 17 seconden vóór Dave Simmonds. Bron stond nu tweede in het wereldkampioenschap, maar zat altijd in geldnood, waardoor het maar de vraag was of hij de volgende race kon rijden. De tweede plaats in Assen leverde hem 1.000 gulden op. Samen met het startgeld van 350 gulden en wat geld van de Telegraaf (die als sponsor optrad), kreeg hij weer wat lucht. 5. België, Spa-Francorchamps In België duldde Agostini tot de vierde ronde Alberto Pagani, Christian Ravel, Dave Simmonds, Eric Offenstadt, Jack Findlay en Jim Curry in zijn buurt. Toen gaf hij gas en kon er gevochten worden om de tweede plaats. Simmonds en Pagani vielen al snel uit, terwijl Rob Bron in de buurt kwam na een slechte start. Het gevecht tussen Findlay, Ravel en Offenstadt eindigde fataal voor Christian Ravel, die in de Blanchimont-bocht met 160 km/h tegen de vangrail vloog en korte tijd later overleed. Offenstadt klopte Findlay in de sprint om de tweede plaats. Rob Bron werd vierde nadat hij weer een benzinestop had moeten maken. 6. DDR, Sachsenring Giacomo Agostini won in de DDR zijn tachtigste Grand Prix, wat hem een wereldrecord opleverde. Bovendien was hij door deze overwinning zeker van zijn negende wereldtitel, evenveel als Mike Hailwood en Carlo Ubbiali. Keith Turner (Suzuki) werd tweede en Ernst Hiller (Kawasaki) werd derde. Rob Bron had pech: na een slechte start vocht hij zich naar de vijfde plaats, maar trapte toen zijn schakelpedaal stuk. Hij verloor twee ronden in de pit, maar werd dankzij het grote aantal uitvallers toch nog achtste. 7. Zweden, Anderstorp De financiële problemen van privérijder Rob Bron begonnen zich halverwege het seizoen te wreken. Hij had al een oproep gedaan om ergens een Ceriani-remnaaf te lenen of te kopen, en in Zweden was zijn Suzuki T 500 eigenlijk aan nieuwe zuigers en cilinders toe. Hij werd geholpen door het team van Jamathi, maar daar waren geen onderdelen voor een 500cc-machine voorhanden. Bron wist van de achtste naar de vijfde plaats op te klimmen, maar viel uit door problemen met zijn ontsteking. Zijn concurrent Keith Turner werd in de stromende regen tweede achter Giacomo Agostini, terwijl Tommy Robb (Seeley) derde werd. 8. Finland, Imatra In Finland waren Rob Bron en Dave Simmonds de enigen die in dezelfde ronde als Giacomo Agostini finishten, maar Bron kon Simmonds net niet voor blijven, waardoor hij op 0,8 seconde derde werd. Keith Turner werd vierde. 9. Ulster, Dundrod Circuit In de Ulster Grand Prix had Rob Bron een goede dag. Agostini was niet naar Noord-Ierland gereisd en Keith Turner viel uit door een gescheurde expansiekamer van zijn uitlaat terwijl hij om de leiding vocht met de latere winnaar Jack Findlay. Bron moest een ongeplande tankstop maken waardoor hij een halve minuut verloor, maar zijn voorsprong op Tommy Robb was zo groot, dat zijn tweede plaats niet in gevaar kwam. Rob Bron had nog steeds uitzicht op de tweede plaats in het kampioenschap. 10. Nations GP, Monza