Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1975 was het 27e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen FIM Tijdens het FIM-congres in oktober 1974 was besloten dat de Formule 750 in 1975 zou worden verreden met motorfietsen van 300- tot 750 cc, waarvan er slechts 25 verkocht hoefden te zijn in plaats van 200. Voor de Grands Prix werden vaste tijden vastgesteld: 30 minuten voor de 50cc-klasse en 45 minuten voor de overige klassen. Vooral MV Agusta wilde langere races, omdat haar viertaktmotoren minder benzine verbruikten dan de tweetaktmotoren, die dus grotere (zwaardere) tanks moesten gebruiken óf tankstops moesten maken. De Snaefell Mountain Course en het circuit van Opatija werden definitief afgekeurd en zouden vanaf 1976 hun WK-status verliezen en de circuits van Imatra en Brno moesten ingrijpend verbeterd worden.

De FIM eiste van de organisatoren een minimum van vier klassen. Een aantal van hen nodigde dat aantal ook uit. Enerzijds was dat gunstig omdat nu in elk geval alle klassen op dezelfde dag konden worden afgewerkt, maar anderzijds werd hen ook wel verweten dat ze met een minimum aan kosten (start- en prijzengelden) een maximum aan inkomsten hadden. Merken/ Teams Nadat Van Veen gestopt was met haar race-activiteiten bood men de fabrieksracers te koop aan. De voormalige fabriekscoureurs konden de machines voor 26.000 gulden kopen, anderen voor 35.000 gulden. Ángel Nieto maakte van die gelegenheid gebruik, maar wilde er wel graag een monteur bij. Jan de Vries was echter niet beschikbaar omdat hij werkte aan de Van Veen-Kreidler crossmotoren en Jaap Voskamp was bezet door zijn werk aan het Van Veen OCR 1000-project. Toch hielp de Vries Nieto waar hij kon en de machine bleef onofficieel dan ook nog steeds "Van Veen-Kreidler" heten. Julien van Zeebroeck kocht een Van Veen-Kreidler met steun van de Belgische Kreidler-importeur.

Kawasaki was al actief in de 750cc-klasse, maar presenteerde voor het seizoen 1975 ook een 250cc-racer, een tandemtwin. De 500cc-Kawasaki H 1 R kreeg waterkoeling.

Harley-Davidson kwam in het seizoen 1975 ook met een tweecilinder tweetaktmotor in de 500cc-klasse uit. De fabrieksracer was voor Walter Villa, maar men maakte replica's voor Michel Rougerie en het Italiaanse talent Mimmo Cazzaniga. De 350cc-Harley’s waarmee Villa en Rougerie uitkwamen maten slechts 260 cc. Zij gebruikten de 350cc-races dan ook alleen als extra training voor de 250cc-races.

Bij Morbidelli had constructeur Jorg Möller, die in 1974 van Van Veen was overgekomen, nu eindelijk zijn eigen motorfietsen kunnen bouwen. In de 125cc-klasse waren die in handen van Paolo Pileri en Pier Paolo Bianchi sterk genoeg voor de eerste twee plaatsen in het wereldkampioenschap, vooral omdat de betrouwbaarheid verbeterd was. Na de eerste Grand Prix in Frankrijk vroeg Ángel Nieto tevergeefs om ook een Morbidelli te mogen rijden.

BMW werd in de zijspanklasse definitief afgetroefd door de tweetaktmotoren. Terwijl Klaus Enders in 1974 nog wereldkampioen was geworden, haalde de snelste BMW in de openings-GP in Frankrijk niet eens punten: Otto Haller/Erich Haselbeck werden met de ex-Auerbacher-BMW elfde.

Piovaticci trok Jan Thiel en Martin Mijwaart als constructeurs aan. Hun 50cc-racer kon vanaf het begin van het seizoen in handen van Eugenio Lazzarini goed meekomen, maar een 125cc-exemplaar kwam pas halverwege het seizoen in Assen aan de start. De machine was toen in elk geval nog veel te zwaar.

In november 1975 maakte Yamaha plotseling bekend te zullen stoppen met alle race-activiteiten. Dat betekende dat alle fabrieksrijders op straat stonden, maar velen konden verder als semi-fabrieksrijder, gesteund door hun importeur.

Kort na de mededeling dat Yamaha zou stoppen, kwam eenzelfde bericht van Suzuki. Dat sloeg de hoop van een aantal coureurs op een fabriekscontract bij Suzuki in de grond. Coureurs Al na enkele races was het duidelijk dat het contract met Phil Read door MV Agusta in 1976 niet verlengd zou worden. Read was zeer ontevreden over zijn machines en de sfeer in het team was zeer slecht. Daar stond tegenover dat Giacomo Agostini juist weer toenadering tot het team zocht. Tijdens de GP's was hij er regelmatig op bezoek en met name in Oostenrijk, waar hij in de zestiende ronde met zijn Yamaha was uitgevallen, zorgde hij nog tijdens de race voor wat gezelligheid bij het team van MV Agusta. In oktober 1975 reed Read in de Race of the South op de 750cc-Suzuki van Barry Sheene.

Patrick Pons ging niet op een aanbod van MV Agusta in omdat hij zich nog te onervaren achtte voor de zware 500cc-machines. Hij bleef voor de Franse Yamaha-importeur Sonauto in de 250cc-klasse rijden.

Teuvo Länsivuori testte al in december 1974 Suzuki's in de Verenigde Staten. Eind december tekende hij volgens de Finse krant Helsingin Sanomat ook een contract voor de 500- en de 750cc-klasse.

Boet van Dulmen kreeg opnieuw, net als in 1974, fabrieksracers van MZ. Ze werden zelfs persoonlijk aangeboden door ingenieur Walter Kaaden rijdens de motorrai. In het WK scoorde van Dulmen met de MZ's, waarmee hij op eigen verzoek alleen in de 250cc-klasse startte, geen enkel punt.

Gianfranco Bonera schakelde zichzelf voorlopig uit toen hij in Modena tijdens een voorjaarsrace een strobaal raakte waarbij zijn bovenbeen brak. Hij viel niet en kon nog rijdend de pit bereiken. Gedurende het eerste deel van het seizoen werd hij bij het team van MV Agusta vervangen door Armando Toracca.

Rudi Kurth had het hele seizoen 1974 gebruikt om zijn CAT-Crescent zijspancombinatie betrouwbaar te maken, maar was daar niet in geslaagd. Ook in 1975 was hij vaak bij de snelsten, maar hij viel steeds uit.

Hideo Kanaya was na het overlijden van Jarno Saarinen in 1973 naar Japan gereisd. Yamaha trok haar fabrieksteam voor dat jaar terug, maar in 1974 lag hij bijna het hele jaar in het ziekenhuis. In 1975 keerde hij als fabrieksrijder terug en werd derde in de 500cc-klasse.

Johnny Cecotto maakte indruk in de Daytona 200 en in de eerste races van het wereldkampioenschap met de productieracers die hij van de Venezolaanse Yamaha-importeur Venemotos kreeg. Yamaha Motor Company nam hem echter na de GP van Spanje op in haar fabrieksteam.

Henk van Kessel startte het seizoen met het Bridgestone-blok dat hij al een jaar eerder van Jos Schurgers had overgenomen. In de Grand Prix van Belgie had hij een "nieuwe" machine, nu AGV Condor genoemd.

Door het wegblijven van vrijwel alle WK-rijders op het eiland Man had Chas Mortimer een goede week: Hij won de Lightweight 250 cc TT, werd tweede in de Production TT en de Junior TT en derde in de Senior TT. Races De organisatie in Imola verliep bepaald niet zoals het hoorde. De 500cc-klasse startte met een uur en een kwartier vertraging. Het publiek, dat al de hele dag in de hete zon zat, vierde hierna de overwinning van Agostini door de baan op te lopen en toen hierdoor weer vertraging ontstond besloot men de zijspanrace gewoon af te gelasten.

Hoewel geen enkele toprijder naar het eiland Man reisde, had de Isle of Man TT over belangstelling niet te klagen. Er waren 78 inschrijvingen voor de Lightweight 250 cc TT, 85 voor de Junior TT en de Senior TT en ook 85 voor de beide (500- en 1.000 cc) Sidecar TT's.

De TT van Assen bestond in 1975 50 jaar, maar na de dood van Rolf Thiele in de 250cc-race werden de feestelijkheden op een laag pitje gezet.

Nadat ze in 1971 uit protest het enige toilet in het rennerskwartier in Finland in brand hadden gestoken, kwamen de coureurs in 1975 bijna in een vakantiepark terecht. Het rennerskwartier lag aan een rivier, er waren voldoende toiletten en douches en bovendien kon men na de bootreis van Zweden naar Finland een korte vakantie houden met uitstekend weer. Pas toen de trainingen begonnen begon het hevig te regenen.

De Masaryk-Ring in Tsjecho-Slowakije was op last van de FIM flink gewijzigd. De gevaarlijke stukken door dorpen en de stad Brno waren eruit en het was veel veiliger. Vreemd was wel dat juist de nieuwe ingevoegde stukken asfalt zodanig vol met bulten en kuilen zaten dat de coureurs na de eerste trainingen controleerden of hun frames niet gebroken waren. Bovendien stonden er nog steeds vangrails langs de baan en verbood de organisatie zonder aanwijsbare redenen het gebruik van slicks. Door het gedwongen gebruik van regenbanden op de droge baan vlogen twee zijspancombinaties van de baan nadat het loopvlak van de achterband had losgelaten. Hoe ondeskundig en eigenwijs de organisatie was bleek uit het feit dat Tony Mills van Dunlop Tyres en Claude Cortignie van Michelin een gezamenlijke brief opstelden waarin ze alle verantwoordelijkheid voor deze beslissing afwezen. De races in Tsjecho-Slowakije bleven flink bezocht: naar schatting 265.000 toeschouwers waarvan 150.000 uit de DDR. In deze race werden de wereldtitels in de 350- en de 500cc-klasse beslist.

Nadat alle wereldtitels vast stonden kwam er slechts drie fabrieksteams naar de GP van Joegoslavië: MZ, Piovaticci en Morbidelli. Dat laatste leek vreemd, want beide fabrieksrijders herstelden van beenbreuken: Paolo Pileri in het ziekenhuis van Pesaro en Pier Paolo Bianchi thuis. Ze werden echter vervangen door Dieter Braun en Luigi Conforti en die moesten Kent Andersson van de overwinning af houden om te zorgen dat Bianchi zijn tweede plaats in het wereldkampioenschap niet zou verliezen.

Overleden Peter McKinley verongelukte op 28 mei tijdens de trainingen voor de Isle of Man TT met een Yamaha TZ 500 bij Milntown, toen hij net met een Yamaha TZ 350 de snelste trainingstijd voor de Junior TT gereden had. Peter McKinley werd postuum 25e in het WK 500 cc, 42e in het WK 350 cc en 30e in het WK 250 cc. Op 4 mei verongelukte Phil Gurner met een tot 351 cc opgeboorde Yamaha TZ 350 tijdens de Senior TT, eveneens in Milntown. Op 28 juni overleed de Duitse coureur Rolf Thiele na een val tijdens de TT van Assen. Hij overleed na een operatie aan hoofdletsel in het ziekenhuis. Rolf Thiele werd postuum 24e in het WK 125 cc. Op 7 september verongelukte Nico van der Zanden tijdens de Formule 750 race in Assen. Bij een val vlak voor de finish brak hij zijn nek en hij overleed ter plaatse. Nico van der Zanden werd postuum 30e in het WK 250 cc.

Puntentelling  1e   2e   3e   4e   5e   6e   7e   8e   9e   10e Punten:1512108654321

Aantal (tellende) wedstrijden Het vastgestelde aantal van tien wedstrijden per soloklasse was in 1975 weer losgelaten. In de 125-, 350- en 500cc-klasse waren er weliswaar tien wedstrijden, maar de 250cc-klasse kreeg er elf en de 50 cc en de zijspanklasse kregen slechts acht wedstrijden, maar door de afgelasting van de zijspanrace in Italië reden de zijspannen slechts zeven wedstrijden.

Om het aantal tellende resultaten te bepalen moest men bij een even aantal races dit aantal halveren en er één bij optellen. Bij een oneven aantal werd er eerst een bij opgeteld en dit getal werd dan gehalveerd.

KlasseRacesTellend50 cc85125 cc106250 cc116350 cc106500 cc106zijspan74

500cc-klasse Het seizoen van de 500 cc-rijders begon met drie fabrieksteams: MV Agusta, Yamaha en Suzuki. Bij MV Agusta rommelde het omdat Phil Read niet tevreden was over zijn machines en Suzuki werd geplaagd door pech en valpartijen, vooral van Teuvo Länsivuori. Giacomo Agostini werd wereldkampioen, maar de titelstrijd werd pas in de laatste race beslist. Frankrijk, Le Castellet