Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1957 was het negende in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace. Algemeen In het begin van het seizoen 1957 verklaarden de West-Duitse merken dat ze niet meer met fabrieksteams zouden deelnemen aan het WK. Dit was ook het eerste jaar dat een merk uit de DDR in het WK verscheen: Horst Fügner en Ernst Degner kwamen met MZ aan de start in de 125cc-klasse. Het seizoen 1957 stond helemaal in het teken van de Italiaanse merken, met uitzondering van de zijspanklasse. Het gevecht in de 500cc-klasse tussen Gilera en MV Agusta kreeg zo veel aandacht, dat de andere merken en hun prestaties bijna vergeten werden. Toch was Keith Campbell met zijn Moto Guzzi Monocilindrica 350 een overtuigende kampioen. Mondial haalde de eerste drie plaatsen (Cecil Sandford, Tarquinio Provini en Sammy Miller) in de 250cc-klasse en de eerste (Provini) in de 125cc. Geoff Duke kwam aan het einde van zijn carrière en had nog wel fabriekssteun van Gilera, maar moest zijn leiderspositie afstaan aan Bob McIntyre en Libero Liberati. Op 26 september 1957 kwam er uit Italië een vervelend bericht: Gilera, FB Mondial, Moto Guzzi en MV Agusta trokken zich terug uit alle vormen van snelheidssport. Als reden werd aangegeven dat er een gebrek aan buitenlandse concurrentie was en dat men internationaal niet voldoende respons op de behaalde resultaten had gekregen. Dat laatste was zeker waar: Weinig Britten of Duitsers kochten een Italiaanse motorfiets en bovendien sloeg men in die landen de eigen, binnenlandse races nog steeds hoog aan. Het reclame-effect was voor de Italianen dus niet erg groot. Daar kwam nog bij dat juist de Italianen enorme kosten hadden gemaakt om hun technisch hoogstaande racers te ontwikkelen en te bouwen. Men vond ook dat de motorsport te gevaarlijk werd en inderdaad stond ze in Italië in een kwaad daglicht. De beste constructeurs hadden het druk met de racers, waardoor de seriemodellen technisch achterop raakten. FIM Aantal GP's De FIM had eigenlijk zeven GP's gepland, maar de Grand Prix van Frankrijk, in het seizoen 1956 geschrapt vanwege het (auto)-ongeluk tijdens de 24-uur van Le Mans ging nu niet door vanwege de politieke situatie als gevolg van de Suezcrisis. Bijna alle klassen reden dientengevolge zes GP's maar de zijspanklasse kwam in de Ulster Grand Prix niet aan de start. Verbod Aan het einde van het seizoen verbood de FIM het gebruik van de druppelstroomlijnen, die onder winderige omstandigheden gevaarlijk waren. Merken/teams BMW had haar fabrieksteam opgeheven. DKW had haar fabrieksteam opgeheven. Ferrucio Gilera, de zoon van Giuseppe Gilera, overleed op 26-jarige leeftijd tijdens een bezoek aan de Argentijnse vestiging van Gilera, vrijwel op het moment dat Giuseppe de leiding van het bedrijf aan hem wilde overdragen. Gilera huurde Bob McIntyre in om Geoff Duke te ondersteunen toen Duke nog voor het seizoen begon geblesseerd raakte werd hij vervangen door Bob Brown. De beste Gilera-rijder had men echter al in huis: Libero Liberati werd 500cc-wereldkampioen en derde in de 350cc-klasse. Coureurs Bob Brown reed voor Gilera als vervanger van de geblesseerde Geoff Duke, maar toen die weer fit was moest hij zijn machines inleveren. Daarom startte hij in de GP des Nations met een 350cc-Velocette KTT Mk VIII. Libero Liberati mocht van Gilera altijd alleen in het Italiaans kampioenschap en in de GP des Nations starten, maar door de blessure van Geoff Duke kreeg hij een kans die hij met beide handen aangreep. Hij werd 500cc-wereldkampioen en derde in de 350cc-klasse. Bob McIntyre trad in dienst van Gilera Sammy Miller werd fabriekscoureur voor Mondial Tarquinio Provini werd wereldkampioen in de 125cc-klasse en tweede in de 250cc-klasse. Cecil Sandford reed voor Mondial. Terry Shepherd reed voor MV Agusta. Carlo Ubbiali was lang een geduchte concurrent voor de Mondials in de 125- en de 250cc-klasse, maar hij blesseerde zich in de TT van Assen waardoor hij drie GP's moest missen. Remo Venturi reed voor MV Agusta. Gestopt Duilio Agostini reed in 1957 alleen nog in Italië in beëindigde aan het einde van het seizoen zijn carrière. Reg Armstrong had zijn carrière beëindigd. Romolo Ferri kon niet deelnemen aan het WK omdat Gilera het 125cc-programma plotseling stillegde naar de dood van Ferruccio Gilera. Pas in 1959 kwam hij met een Ducati weer aan de start. Auguste Goffin had zijn carrière beëindigd na een crash in Zweden. Manfred Grunwald beëindigde zijn carrière nadat zijn zijspancoureur Fritz Hillebrand op 24 augustus verongelukte. August Hobl had zijn carrière beëindigd omdat DKW zich uit de racerij terugtrok. Ken Kavanagh had besloten zijn racecarrière te beëindigen, maar kwam in het seizoen 1959 terug. Bill Lomas moest zijn carrière beëindigen na een ongeval in het voorjaar. Albino Milani beëindigde na de GP des Nations zijn carrière. Hij was toen 46 jaar en 265 dagen oud en won deze race. Pierre Monneret had zijn carrière beëindigd. Wilhelm Noll en zijn bakkenist Fritz Cron beëindigden hun carrière omdat BMW het fabrieksteam ophief.
Overleden Op 7 juni verongelukte Charlie Salt met een BSA Gold Star tijdens de Senior TT bij Ballagarraghyn (Gorse Lea). Op 29 juni verongelukte zijspanrijder Josef Knebel tijdens de TT van Assen. Op 6 juli verongelukte Roberto Colombo tijdens de 350cc-training van de GP van België. Hij was intussen in de 250cc-klasse tweede geworden in Duitsland en derde in de Lightweight TT en in de 125 cc derde in Duitsland en tweede in Assen. Daardoor werd hij postuum vierde in de eindstand van de 250 cc en vijfde in de eindstand van de 125 cc. Op 24 augustus verongelukte zijspancoureur Fritz Hillebrand tijdens een onbelangrijke race, de Deusto-San Ignacio in Bilbao. Zijn bakkenist Manfred Grunwald raakte licht gewond en beëindigde zijn carrière. Het duo was al zeker van de wereldtitel en Hillebrand werd postuum wereldkampioen. Puntentelling 1e 2e 3e 4e 5e 6e Punten:864321Aantal (tellende) wedstrijden 125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:66665Tellend: 44444 Races GP van Duitsland, Hockenheim Voor het eerst werd er een WK-race op de Hockenheimring gereden en dit circuit deed zijn naam als hogesnelheidscircuit meteen eer aan: voor het eerst in de geschiedenis werd een Grand Prix met een gemiddelde snelheid van meer dan 200 km/uur verreden. De snelste ronde van Bob McIntyre in de 500cc-race ging met 208,5 km/uur. Alle soloklassen werden door Italianen gewonnen: Libero Liberati in de 350- en de 500cc-klasse en Carlo Ubbiali in de 125- en de 250cc-klasse. Isle of Man TT, Mountain Course/Clypse Course De term "Golden Jubilee TT" kwam door het vijftigjarig bestaan van de Isle of Man TT. De Senior TT en de Junior TT werden verreden op de 60 km-lange Mountain Course, de Lightweight TT, de Ultra-Lightweight TT en de Sidecar TT op de 18 km-lange Clypse Course. Daarvoor werd het circuit op woensdag 5 juni omgebouwd. Deze TT kostte het leven aan BSA-testrijder Charlie Salt. De Clubmans Junior TT en de Clubmans Senior TT waren afgeschaft. Dutch TT, Assen De trainingen werden overschaduwd door een aantal ernstige valpartijen. Daardoor kon Carlo Ubbiali pas in de GP des Nations weer starten. Tijdens de training van de zijspanklasse verloor Josef Knebel het leven. GP van België, Spa-Francorchamps De trainingen werden overschaduwd door de dood van Roberto Colombo. Het ongeluk gebeurde bij de ingang van de S-bochten bij Stavelot. De training werd niet stilgezet en de ambulance die Roberto Colombo meenam moest tussen een aantal trainende zijspancombanaties door laveren. Roberto overleed echter nog onderweg naar het ziekenhuis. MV Agusta trok de Italiaanse rijders Umberto Masetti en Fortunato Libanori terug uit de races, maar de "buitenlanders" John Surtees, John Hartle en Luigi Taveri namen wel deel aan de wedstrijden. In deze Grand Prix werd de wereldtitel in de zijspanklasse beslist. Ulster Grand Prix, Dundrod Bij de start van de Ulster Grand Prix had Libero Liberati nog maar 14 punten, omdat hij na de Belgische Grand Prix gediskwalificeerd was. In werkelijkheid, maar achteraf, had hij echter al 22 punten omdat zijn diskwalificatie in januari 1958 door de FIM werd teruggedraaid. Liberati werd dus al in Ulster wereldkampioen, maar dat wist op dat moment nog niemand. Geoff Duke kwam voor het eerst in dit seizoen aan de start na zijn ongeval tijdens een voorjaarsrace op Imola. Dat betekende dat Bob Brown zijn 500- en 350cc-Gilera's moest inleveren. Dave Chadwick had een goede dag door in de 350cc-klasse vijfde, in de 250cc-klasse tweede en in de 125cc-klasse vierde te worden. Nations GP, Monza Omdat Libero Liberati in de Grand Prix van België gediskwalificeerd was nadat hij met de machine van Bob Brown was gestart, was de 500cc-wereldtitel nog open. Tijdens de trainingen presenteerde John Hartle, die eigenlijk in de 250cc-klasse met MV Agusta reed, het prototype van de MV Agusta 500 6C-zescilinder, maar hij startte in de race met zijn Norton 30M. Nello Pagani demonstreerde de MV Agusta 350 6C, die ook niet aan de start kwam. 350cc-wereldkampioen Keith Campell verscheen niet aan de start, waardoor Giuseppe Colnago met zijn Moto Guzzi Monocilindrica 350 kon rijden. De kampioenen in de zijspanklasse konden niet starten omdat rijder Fritz Hillebrand tijdens de Grand Prix van Bilbao verongelukt was. Dat was wellicht de reden dat ook de combinatie Walter Schneider/Hans Strauß niet verscheen. De familie Milani had een goede dag: Alfredo Milani werd derde in de 500cc-race en zijn broers Albino en Rossano wonnen de zijspanrace. 500cc-klasse
Moto Guzzi had in 1957 eigenlijk een luxeprobleem: Het had een voorsprong op het gebied van aerodynamica, niet in de laatste plaats door de eigen windtunnel. Daardoor kon het op verschillende circuits aangepaste stroomlijnkuipen gebruiken. Op snelle circuits kon een druppelstroomlijn worden ingezet. Die was zwaar en maakte de motorfiets minder handelbaar, maar gaf een optimale stroomlijn. Op stuurcircuits kon zonder kuip, met een tophalf of een vogelbekstroomlijn worden gereden. Daar kwam nog bij dat men voor de 500cc-klasse twee machines had: de lichte eencilinder Monocilindrica en de zware achtcilinder Otto Cilindri. Toch kwam het er in de 500cc-klasse niet aan te pas. Giuseppe Colnago, overgekomen van Gilera, en Dickie Dale wonnen met de Otto Cilindri alleen twee nationale wedstrijden, in Siracusa en Imola. De hoofdrollen in de 500cc-WK-strijd van 1957 werden opgeëist door John Surtees (MV Agusta), Bob McIntyre en Libero Liberati (Gilera). De eerste wedstrijd was een onbelangrijke internationale race in Imola. Geoff Duke viel hier in de 350cc-race maar kon nog in de 500cc-klasse starten. Daar viel hij echter zo hard dat hij gewond raakte aan zijn oog en de verwondingen die hij in 1956 in Ulster had opgelopen werden verergerd. McIntyre viel in deze wedstrijd uit met ontstekingsproblemen. Men hoopte dat Geoff Duke fit zou zijn voor de belangrijkste wedstrijd van 1957: de Isle of Man TT. Die vierde haar gouden jubileum en de Senior TT zou over acht ronden (bijna 500 km) gereden worden. De verwachtingen waren hoog gespannen: Het zou een gevecht worden tussen Gilera en MV Agusta en iedereen verwachtte de eerste "ton". GP van Duitsland, Hockenheim Gilera kon de geblesseerde Geoff Duke niet aan de start brengen, maar Libero Liberati en Bob McIntyre namen de honneurs uitstekend waar. Zij finishten met slechts 0,3 seconde verschil en ruim een minuut voor Walter Zeller met de BMW RS 54. Grootste concurrent en regerend wereldkampioen John Surtees viel met zijn MV Agusta uit, net als teamgenoot Umberto Masetti, maar Terry Shepherd scoorde twee punten voor MV Agusta, achter Dickie Dale met de Moto Guzzi V8. Liberati had ook de 350cc-race al gewonnen. Isle of Man TT, Mountain Course