Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1958 was het tiende in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen In de winter van 1957-1958 begon het bij de motorpers en de raceliefhebbers pas goed door te dringen wat een wereldkampioenschap wegrace zonder de belangrijkste Italiaanse merken zou betekenen. Er lagen nu natuurlijk veel meer kansen voor de privérijders, maar ook voor teams die het tot dusver niet tot de hoogste klasseringen hadden geschopt. De MV Agusta's bleven in alle soloklassen actief, maar ook de 125cc-MZ-tweetakten en Ducati viertakten zouden nu kansen krijgen. In de 250cc-klasse lag de weg open voor de NSU Sportmax, maar die kreeg concurrentie van de MZ RE 250. In de 500cc-klasse kwam er een tweede jeugd voor de Norton Manx en Jack Williams boorde voor AMC het blok van de 350cc-AJS Boy Racer op tot 500 cc en maakte er de Matchless G50 van. Uiteindelijk eindigde MV Agusta het wereldkampioenschap met liefst acht wereldtitels: het won alle soloklassen en de bijbehorende constructeurstitels. Voor de zijspanklasse maakte de Italiaanse uittocht geen verschil, daar heersten privérijders met BMW's en dat zou voorlopig zo blijven. FIM Toch was de FIM terecht bang dat het wereldkampioenschap wegrace aan belang zou inboeten. Ze begreep dat de spanning gemaakt moest worden door de privérijders en dat die het enorm moeilijk zouden krijgen tegen de fabrieks-MV's. Daarom verbood ze het gebruik van de volle stroomlijnkuipen. Het voorwiel moest helemaal zichtbaar blijven. Dat betekende in elk geval dat de topsnelheidsverschillen kleiner zouden worden. De meeste teams pasten daarom dolfijnkuipen toe. In 1958 werd de Grand Prix van Zweden aan de WK-kalender toegevoegd waardoor het totaal weer op zeven kwam.

Merken/teams Ducati: Ducati zette in de 125cc-klasse de aanval op MV Agusta in met de door Fabio Taglioni ontwikkelde 125 Trialbero met drie nokkenassen en desmodromische klepbediening. MV Agusta: Zonder de tegenstand van Moto Guzzi, Mondial en vooral Gilera had MV Agusta het rijk feitelijk alleen. De ontwikkeling van de MV Agusta 500 4C werd feitelijk gestopt omdat er voor concurrentie van Norton en Matchless niets te vrezen viel. Ook het zescilinder MV Agusta 500 6C-project werd beëindigd, hoewel John Hartle het prototype nog één keer inzette in de GP des Nations. MZ: Vanuit het Oostblok zette men in 1958 meer in op de Oost-Duitse MZ, die vooral in de 250cc-klasse verrassend sterk was. Horst Fügner reed de MZ RE 250 naar de tweede plaats in het wereldkampioenschap.

Coureurs Debutanten Bob Anderson debuteerde in het wereldkampioenschap wegrace. Arsenius Butscher debuteerde in het wereldkampioenschap wegrace. Jack Findlay debuteerde in het wereldkampioenschap wegrace. Tijdens de Isle of Man TT verscheen de jonge coureur Mike Hailwood in alle klassen aan de start. Hij deed dat met verschillende merken, gesponsord door zijn vader Stan. Op de korte Clypse Course werd hij met zijn NSU meteen derde na een flink gevecht met zijn teamgenoot Bob Brown. In de Ultra-Lightweight TT werd hij met een Paton zevende. Op de lange Mountain Course werd hij twaalfde in de Junior TT en dertiende in de Senior TT met een Norton Manx. Hailwood bleek een rijder om rekening mee te houden: hij werd in zijn debuutjaar als privérijder al vierde in de 250cc-klasse en zesde in de 350cc-klasse. Gary Hocking debuteerde in het wereldkampioenschap wegrace. Tom Phillis debuteerde in het wereldkampioenschap wegrace. Jim Redman debuteerde in het wereldkampioenschap wegrace.

Transfers Dickie Dale kocht een BMW RS 54-productieracer. Geoff Duke kocht ook een BMW, maar schakelde halverwege het seizoen weer over op Norton. John Hartle trad in dienst van MV Agusta. Tarquinio Provini trad in dienst van MV Agusta.

Gestopt František Bartoš, Keith Bryen, Giuseppe Colnago, Helmut Hallmeier, Fortunato Libanori, Enrico Lorenzetti, Cecil Sandford en Walter Zeller hadden hun carrière beëindigd. Overleden Keith Campbell, 350cc-wereldkampioen in 1957, verongelukte op 13 juli in Cahours (bij Toulouse). Hij had daar de 350cc-klasse gewonnen maar viel in de 500cc-hard in de eerste bocht. Hij werd postuum negende in de 500cc-klasse en zevende in de 350 cc. John Clark verongelukte op 22 juni in Moulins (Frankrijk) toen tijdens de 500cc-race zijn versnellingsbak vastsloeg. John Antram verongelukte op 28 mei tijdens de trainingen voor de Isle of Man TT bij Cruickshanks Corner. Rhodesiër Desmond Woolf verongelukte op 6 juni tijdens de Senior TT bij Barregarrow. Alano Montanari overleed op 17 augustus 1958. Op 24 augustus kwamen Jacques Drion en Inge Stoll om tijdens de zijspanrace van de GP van Tsjecho-Slowakije. Stoll was toen net getrouwd met bakkenist en wereldkampioen Manfred Grunwald, maar reed nog als bakkeniste met Jacques Drion. Ze verloren in de laatste ronde de macht over hun motorfiets waarbij zij een hek raakten en enkele keren over de kop vlogen. Stoll overleed ter plaatse en Drion werd afgevoerd naar het ziekenhuis waar hij later die dag overleed. Puntentelling  1e   2e   3e   4e   5e   6e Punten:864321Aantal (tellende) wedstrijden  125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:76774Tellend: 44443 Races Isle of Man TT, Snaefell Mountain Course/Clypse Course De TT van 1958 werd overschaduwd door de dodelijke ongevallen van de Nieuw-Zeelander John Antram tijdens de eerste training en de Rhodesiër Desmond Woolf tijdens de Senior TT. De meest opmerkelijke debutant was Mike Hailwood, maar ook Jim Redman, Tom Phillis en Bob Anderson verschenen voor het eerst in het wereldkampioenschap wegrace. Door het wegvallen van de Italiaanse concurrenten Gilera, Mondial en Moto Guzzi gingen de overwinningen in de soloklassen allemaal naar MV Agusta. GP van België In België won John Surtees voor de derde keer op rij zowel de 350cc- als de 500cc-race. Met het verdwijnen van de Gilera 500 4C en de Gilera 350 4C leken de MV Agusta's niet te kloppen, maar in de 500cc-klasse moest John Hartle toch de Norton 40M van Keith Campbell voor laten. Campbell stond eerder ook op het podium van de 350cc-klasse. Alberto Gandossi was met de Ducati 125 Trialbero de verrassende winnaar van de 125cc-race, en zijn teamgenoot Romolo Ferri werd tweede. WK-leider Carlo Ubbiali (MV Agusta 125 Bialbero) werd slechts vijfde. In de zijspanrace wonnen Walter Schneider/Hans Strauß voor Florian Camathias/Hilmar Cecco met minimaal verschil (1,6 seconde). Schneider/Strauß namen daardoor de leiding in de WK-stand over. GP van Duitsland, Nürburgring Voor het eerst werd op de Nordschleife een Grand Prix in het kader van het wereldkampioenschap georganiseerd. Ondanks de regen waren er 80.000 toeschouwers, die getuige waren van het debuut van Jack Findlay. Ze zagen John Surtees twee klassen winnen en ook twee wereldtitels binnenhalen.

GP van Zweden, Hedemora Hoewel de Zweedse Grand Prix voor het eerst als WK-race verreden werd, was het stratencircuit van Hedemora voor veel coureurs niet onbekend. Het was al sinds 1950 het toneel van de Zweedse Grand Prix, waar coureurs als Gianni Degli Antoni, Geoff Duke, John Hartle, Ken Kavanagh en Tarquinio Provini al overwinningen hadden geboekt. Het was wel de laatste keer dat de Grand Prix hier verreden werd. Vanaf het seizoen 1959 werd ze verplaatst naar de Råbelövsbanan in Kristianstad. Omdat de 350cc- en de 500cc-wereldtitels al binnen waren, ontbrak MV Agusta in de zwaarste klassen. Dat stelde Geoff Duke in staat met zijn in de fabriek geprepareerde Norton Manx' twee klassen te winnen. Het zouden de laatste overwinningen van Geoff Duke in WK-races worden. Ulster Grand Prix, Dundrod De Ulster Grand Prix van 1958 werd op een regenachtige dag verreden. John Surtees was al wereldkampioen in de 350- en de 500cc-klasse. Nations GP, Monza MV Agusta was in het bezit van alle wereldtitels in de soloklassen en pakte flink uit in haar thuis-Grand Prix. Behalve John Surtees en John Hartle mochten in de 500cc-race ook de Italiaanse vedetten Carlo Bandirola, Umberto Masetti en Remo Venturi, die in het Italiaans kampioenschap hadden gereden, in het WK aantreden. In de lichte klassen kreeg MV echter de deksel op de neus: in de 250cc-klasse overheerste Moto Morini en in de 125cc-klasse Ducati. 500cc-klasse miniatuur|MV Agusta 500 4C uit 1958 miniatuur|500cc-BMW RS 54 uit 1958 miniatuur|Norton Manx uit 1958 Na het vertrek van de Italiaanse concurrenten zag BMW haar kans schoon. Niet alleen was de concurrentie verdwenen, er kwamen ook veel goede coureurs vrij. BMW contracteerde Geoff Duke en stelde hem een de fabrieks-RS 54 van de gestopte Walter Zeller ter beschikking. Het werd geen succes: Duke viel met de machine uit in de Senior TT, de Dutch TT en de Grand Prix van Duitsland. In de GP van België werd hij vierde. Duke zette de BMW aan de kant en stapte over op Norton. Met de Norton Manx won hij meteen de GP van Zweden (waar de MV's niet reden). Hij werd vijfde in de Ulster Grand Prix en zevende in Monza. Uiteindelijk werd hij derde in het wereldkampioenschap. Dickie Dale was overgestapt op BMW-productieracer en eindigde als vierde. De MV Agusta rijders John Surtees en John Hartle hadden zoals verwacht geen moeite om de eerste twee plaatsen op te eisen. Surtees won alle wedstrijden waar hij aan deelnam. De Grand Prix van Zweden was daar niet bij. Voor de GP des Nations, die al jaren op Monza werd verreden en dus de thuiswedstrijd van MV Agusta was, kregen ook Remo Venturi, Umberto Masetti, Carlo Bandirola en Giuseppe Cantoni een 500cc-MV ter beschikking. Dat werd een waar stukje machtsvertoon met MV's op de plaatsen 1, 2, 3, 5 en 8. Een opmerkelijk debuut was er voor de Nieuw-Zeelander Gary Hocking. Hij werd met zijn Norton Manx zesde in de TT van Assen, derde in de GP van Duitsland en vierde in Zweden. Dit waren zijn enige wedstrijden en hij werd zesde in de totaalstand. Isle of Man TT, Snaefell Mountain Course John Surtees kon in de Senior TT alleen bedreigd worden door zijn teamgenoot John Hartle, maar die viel uit. Nu won Surtees met ruim vijf minuten voorsprong op de Norton-rijders Bob Anderson en Bob Brown. Voor Anderson was dat een prima prestatie, want hij debuteerde in het wereldkampioenschap en reed voor het eerst op de Mountain Course. Desmond Woolf kwam bij Barregarrow ten val en overleed aan zijn verwondingen. GP van Duitsland, Nürburgring John Surtees won de 500cc-race met driekwart minuut voorsprong op teamgenoot John Hartle. Surtees stond nu op het maximale aantal van 32 punten. Hartle kon weliswaar nog op 40 punten komen, maar moest dan nog drie resultaten wegstrepen waardoor hij op 30 punten zou eindigen. Jack Findlay debuteerde in deze Grand Prix met een twaalfde plaats in de 500cc-race, maar hij deed dat met een 350cc-Norton M40 omdat hij geen 500cc-Norton kon betalen. GP van Zweden, Hedemora In afwezigheid van wereldkampioen John Surtees en diens teamgenoot John Hartle won Geoff Duke met zijn Norton 30M de 500cc-race in Zweden, maar hij had slechts 0,4 seconde voorsprong op Dickie Dale met de BMW RS 54. Het was de laatste WK-overwinning uit Duke's carrière en hij klom zes plaatsen in de WK-stand. Ulster Grand Prix, Dundrod Het team van MV Agusta had de GP van Zweden overgeslagen, maar nu ze er weer waren won John Surtees zijn zesde 500cc-race van het jaar. Zijn teamgenoot John Hartle moest echter wel privérijder Bob McIntyre (Norton) voor zich dulden. McIntyre kwam pas voor de tweede keer aan de start, nadat hij in de TT van Man was uitgevallen en scoorde dus zijn eerste punten. Nations GP, Monza