Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1955 was het zevende in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace. FIM Algemeen De FIM stond in 1955 onder zware druk. De veiligheid van de coureurs stond nog steeds niet hoog op de agenda en Fergus Anderson had zijn frustratie losgelaten in columns en zelfs zijn medaille voor zijn 350cc-titel ingeleverd. Hij werd door de FIM zelfs geroyeerd. NSU trok zich na de successen in de lichtere klassen en de dood van Rupert Hollaus in 1955 terug uit de wegrace. Niemand was echt gelukkig met deze terugtocht, want de "toonbankmotor" NSU Sportmax leverde weliswaar 10pk minder dan een Rennmax, maar was nog steeds behoorlijk snel te maken. Dat bleek ook zo te zijn, want privérijder "HP" Müller werd gewoon 250cc-wereldkampioen. Velocette had al enkele jaren eerder de handdoek in de ring gegooid en Norton was overgenomen door Associated Motor Cycles, dat ook al de AJS-racers moest verzorgen. De Britse vertegenwoordiging bestond in 1955 alleen nog uit merken die behoorden tot Associated Motor Cycles, met name Norton. Ze hadden een enorme achterstand op technisch gebied opgelopen. Ze hadden geen viercilinders en misten de slag bij de ontwikkeling van goede stroomlijnkuipen. Er zouden enorme investeringen nodig zijn om dat allemaal in te halen. Bovendien werd elke Britse coureur die goed presteerde meteen door een Italiaans team weggekaapt. In 1955 ging ook Ray Amm naar MV Agusta. Hij was in 1954 nog tweede geworden in de 500cc-klasse met een Norton Manx. Voor Norton was dat het sein ermee te stoppen. Men zou zich alleen nog richten op de Isle of Man TT met de 350- en 500cc-Manx-modellen. Toch waren de Britse eencilinders nog lang niet van het toneel verdwenen. De WK-lijsten bleven nog jaren gevuld met namen van amateurs die vaak alleen in de Ulster Grand Prix, de Junior TT en de Senior TT aan de start kwamen met machines als de AJS Boy Racer, de BSA Gold Star, de Matchless G45 of de Norton Manx. Wie als privérijder wilde meedoen moest zelf een straatmotorfiets opvoeren óf een Britse productieracer aanschaffen. In 1955 hadden de Italianen feitelijk alleen nog elkaar om te verslaan. Zelfs de Ulster Grand Prix werd niet door een Britse motorfiets gewonnen, terwijl daar behalve de Zwitsers Florian Camathias en Hans Haldemann en de Sri Lankaan Rally Dean alleen coureurs uit Angelsaksische landen startten. Bill Lomas won er met zijn Moto Guzzi. De Britse coureurs deden het uitstekend, met topklasseringen in de 250-, 350- en 500cc-klasse. Norton wist zelfs geen enkele race te winnen, zelfs niet de "eigen" Isle of Man TT of de zijspanklasse. Assen 1955 In 1955 zou het nieuwe Circuit van Drenthe feestelijk in gebruik genomen worden. De Nederlandse rijder Drikus Veer kreeg van Gilera de reservemachine van Geoff Duke waarmee hij vierde werd. Het feest werd echter verstoord doordat de privérijders protesteerden tegen de slechte condities en hun startgeld. In de 350cc-klasse reden twaalf van hen na één ronde het rennerskwartier in, waardoor de race alleen door de fabrieksrijders en enkele Nederlandse coureurs werd voltooid. Om iets dergelijks in de 500cc-klasse te voorkomen (en daarmee ook de woede van de toeschouwers) ging de organisatie nog vóór de start in op de eisen van de coureurs. Gilera-coureurs Duke en Armstrong namen niet deel aan de demonstraties, maar bemiddelden voor de privécoureurs bij de organisatie. Het seizoen verliep verder normaal en in het najaar leken de voorbereidingen naar een nieuw succesvol seizoen in 1956 te leiden. Groot was dan ook de verrassing toen in november het besluit van de FIM kwam dat 14 coureurs, waaronder Alfredo Milani, Giuseppe Colnago, Geoff Duke en Reg Armstrong, waren geschorst voor de eerste helft van het volgende seizoen. Drie andere Italiaanse coureurs werden voor vier maanden geschorst. De “misdaad” van Armstrong en Duke was dat ze bij de TT-organisatie voor de privérijders hadden gepleit en gedreigd hadden zelf ook niet te starten. De Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging had daarvoor wraak genomen door de zaak aanhangig te maken bij de FIM die tot een besluit kwam dat door weinigen werd begrepen. Puntentelling 1e 2e 3e 4e 5e 6e Punten:864321Aantal tellende wedstrijden 125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:65785Tellend: 44454 Merken/Teams AJS had haar fabrieksteam opgegeven. Moto Guzzi kon zowel met de oude Quattro Cilindri 500 als de nieuwe Monocilindrica 500 geen indruk maken, maar het inhuren van Bill Lomas om de geblesseerde Dickie Dale te vervangen was een goede greep. Lomas reed de Monocilindrica 350 naar de wereldtitel. MV Agusta had Ray Amm voor de 500cc-klasse ingehuurd, vooral vanwege zijn goede prestaties op de 60km-lange Snaefell Mountain Course, die de Italiaanse coureurs niet kenden. Amm verongelukte echter al voor aanvang van het seizoen. Het merk behaalde wel de eerste drie plaatsen in het 125cc-wereldkampioenschap. Norton had haar fabrieksteam opgeheven. NSU had zich na de dood van Rupert Hollaus als fabriek voorgoed teruggetrokken uit het wereldkampioenschap wegrace. Privérijders in de 125cc-klasse hadden daardoor geen snelle NSU's meer tot hun beschikking, maar in de 250cc-klasse was de NSU Sportmax-productieracer nog steeds goed voor de wereldtitel. Coureurs Dickie Dale stapte over van MV Agusta naar Moto Guzzi. Bill Lomas begon het seizoen als fabriekscoureur voor MV Agusta in de 125cc- en de 250cc-klasse, maar werd door Moto Guzzi ingehuurd als vervanger voor de geblesseerde Dickie Dale. Het leverde hem de 350cc-wereldtitel op. Hij kwam in 1955 in alle klassen minstens één keer aan de start en eindigde ook als derde in de 250cc-klasse. Umberto Masetti stapte over van Gilera naar MV Agusta. Bob McIntyre stapte na het stoppen van AJS over naar Norton, maar als privérijder met een door Joe Potts geprepareerde Norton Manx met een stroomlijnkuip. Gestopt Rod Coleman had zijn carrière beëindigd. Werner Haas had zijn carrière beëindigd. Tommy Wood beëindigde zijn carrière, hoewel hij net als Fergus Anderson nog een keer in de Belgische Grand Prix startte. Overleden Ray Amm stapte in 1955 weliswaar over naar MV Agusta, maar hij zou nooit een WK-race rijden. Tijdens de "Coppa d'Oro Shell" op 11 april op het nieuwe circuit van Imola, zijn eerste race op de 500cc-MV, verongelukte hij in de "Rivazza" bocht. Giuseppe Lattanzi verongelukte op 19 juni tijdens de Milaan-Taranto race. Hij werd postuum vierde in het wereldkampioenschap 125 cc. Op 25 juni kwam de Argentijn Ricardo Galvagni om tijdens de training van de GP van Duitsland op de Nürburgring. Op 11 augustus verongelukte Julian Crossley met een 350cc-Norton Manx tijdens de Ulster Grand Prix. Races GP van Spanje, Montjuïc De GP van Spanje had drie jaar achter elkaar het seizoen af moeten sluiten, waardoor er geen spanning meer was omdat de meeste wereldtitels al beslist waren. Daar had men over geklaagd en in 1955 mocht men het seizoen weer openen. Erg druk was het echter niet: de 125cc-klasse en de 500cc-klasse kenden elk slechts vijftien deelnemers en bij de zijspanrace startten slechts tien combinaties. GP van Frankrijk, Reims Dit was voorlopig de laatste Grand Prix van Frankrijk. Pas in het seizoen 1959 kwam ze weer terug, maar nu op het Circuit de Charade in Clermont-Ferrand. Dat had overigens niets met het circuit te maken. In het seizoen 1956 ging de Franse GP niet door vanwege het (auto)-ongeluk tijdens de 24-uur van Le Mans en in het seizoen 1957 door benzineschaarste vanwege de Suezcrisis. In 1958 was er wel een Franse Grand Prix, maar ze telde niet meer voor het wereldkampioenschap. Isle of Man TT, Mountain Course/Clypse Course Deze editie was de eerste dat geen enkele Britse machine een professionele TT-race won. De Clubmans Junior TT, Clubmans Senior TT en Lightweight 250 cc TT verhuisden allemaal naar de Clypse Course, waar ook de Lightweight 125 cc TT en de Sidecar TT reden. Daardoor werden ze voor het publiek veel interessanter omdat de racers vaker passeerden. Na de derde ronde van de Senior TT ontstond enige tijd grote euforie toen bekend werd dat Geoff Duke met de Gilera 500 4C als eerste de "Ton" (100 mph) over een ronde gereden had. Na de wedstrijd werd het nagerekend en gecorrigeerd naar 99.97 mph. Hoe belangrijk de Ton was bleek toen het publiek hevig protesteerde en er zelfs een maandenlange discussie ontstond over de correctie van de tijd van Duke. Uiteindelijk werd de hele Snaefell Mountain Course nagemeten en toen bleek ze zelfs nog iets korter te zijn dan de officiële 37¾ mijl. Daarmee stond vast dat Geoff Duke de Ton nog niet gehaald had (97,93 mph). Maar Duke had wel de Senior TT gewonnen, vóór zijn teamgenoot Reg Armstrong. De snelste Britse machine, de Norton Manx van Jack Brett, had zes minuten achterstand. In de Junior TT had Moto Guzzi eindelijk besloten vanaf het begin mee te doen: Bill Lomas won met de Monocilindrica 350. In de Lightweight 250 cc TT ging Cecil Sandford (Moto Guzzi) zeven ronden lang aan de leiding, maar aan de finish had Bill Lomas (MV Agusta) bijna een minuut voorsprong. De Lightweight 125 cc TT was een prooi voor MV Agusta, met Carlo Ubbiali vóór Luigi Taveri. Walter Schneider en Hans Strauß wonnen met BMW de Sidecar TT. GP van Duitsland, Nordschleife Geoff Duke won zijn derde 500cc-race op rij en nam de leiding in het wereldkampioenschap. In de 350cc-klasse won Bill Lomas zijn tweede race, hoewel hij slechts als vervanger van Dickie Dale was ingehuurd. De 250cc-race werd een prooi voor de privérijders "Happi" Müller (al 45 jaar oud) en Wolfgang Brand. Door zijn overwinning in de 125cc-race kwam Carlo Ubbiali nu alleen aan de leiding van het WK te staan. Hetzelfde gebeurde met de combinatie Willi Faust/Karl Remmert in de zijspanklasse. Tijdens de trainingen verongelukte de Argentijnse coureur Ricardo Galvagni in de Aremberg Curve met een Norton 30M. Giuseppe Lattanzi, op dat moment derde in de 125cc-stand, was op 19 juni tijdens de Milaan-Taranto race verongelukt. miniatuur|De Moto Guzzi V8 debuteerde tijdens de trainingen in Spa-Francorchamps, maar werd in de race niet gebruikt. GP van België, Spa-Francorchamps Het meest spectaculair in de Belgische Grand Prix was wellicht het optreden van Duilio Agostini in de trainingen. Na veel geruchten, vooral door teamchef Fergus Anderson de wereld ingestuurd, bleek dat de nieuwe 500cc-Moto Guzzi een V8 was. Zo kon het publiek in elk geval tijdens de trainingen het unieke achtcilinder-geluid horen, want in de race kwam de Moto Guzzi Otto Cilindri niet aan de start. Het team van Moto Guzzi was bepaald niet op volle sterkte verschenen. Naast Agostini, logischerwijs aanwezig omdat hij de testrijder van de V8 was, reed manager Anderson ook weer eens mee. Hij liet Ken Kavanagh thuis. Bill Lomas startte alleen in de 350cc-race en Dickie Dale was mogelijk nog steeds geblesseerd. Gilera trad juist op volle sterkte aan. Behalve de "normale" fabriekscoureurs kreeg Pierre Monneret zijn tweede kans met de Gilera 500 4C en werd ook de Belg Léon Martin van een dergelijke machine voorzien. Alleen Libero Liberati ontbrak, zoals meestal omdat hij zich moest concentreren op het kampioenschap van Italië. MV Agusta stuurde alleen Carlo Bandirola (derde in het wereldkampioenschap) en Tito Forconi, maar zij vielen beiden uit. In de 350cc-klasse deed August Hobl het opnieuw goed met de door Helmut Görg en ingenieur Dörner helemaal vernieuwde DKW RM 350, maar Bill Lomas breidde zijn voorsprong in het klassement weer verder uit. BMW was oppermachtig in de zijspanklasse. Dutch TT, Assen
Bron en licentie
Gebaseerd op: Wikipedia — Wereldkampioenschap wegrace 1955 · auteursgeschiedenis.
Tekst: CC BY-SA 4.0.
Over de bewerking
Wikisyntaxis en sjablonen zijn verwijderd; langere teksten zijn ingekort.