Colitis ulcerosaHildebrandt, H. (Red.) (1998). Pschyrembel Klinisches Wörterbuch. (258. Auflage). Berlin/New York: Walter de Gruyter. (CU) is een ontstekingsziekte (-itis) van de dikke darm (het colon) die met zweervorming (ulcera) gepaard gaat. Samen met de ziekte van Crohn is het de belangrijkste chronische darmontsteking.
Algemeen Colitis ulcerosa is een chronische inflammatoire darmziekte (ook wel Inflammatory Bowel Disease genoemd, afgekort IBD). Het betreft een chronische ontsteking van het slijmvlies van de dikke darm. In tegenstelling tot de ziekte van Crohn komt het alleen in de dikke darm (colon) voor. Colitis ulcerosa begint altijd in de endeldarm, maar kan zich langzaam over de hele dikke darm uitbreiden. De aantasting is continu; tussen de aangetaste segmenten darm zijn geen niet-aangetaste zones ("skip lesions", dewelke wel voorkomen bij de ziekte van Crohn).Feuerstein, J. D., Moss, A. C., & Farraye, F. A. (2019). Ulcerative colitis. Mayo Clinic Proceedings, 94(7), 1357–1373. https://doi.org/10.1016/j.mayocp.2019.01.018 Bij 75% van de patiënten beperkt de ontsteking zich tot het linkerdeel van de dikke darm (het dalende deel). Ook zijn er patiënten die alleen een ontsteking van de endeldarm hebben (proctitis). Bij pancolitis is de ziekte zo ernstig is dat de volledige dikke darm aangetast is.
De belangrijkste klachten zijn diarree-aanvallen en bloed bij de ontlasting. Vaak klaagt de patiënt over buikpijn, vermoeidheid en koorts. Periodes met deze klachten gaan vaak spontaan weer over, waardoor patiënt en dokter denken dat de 'buikgriep' genezen is. Wanneer de symptomen echter langere tijd bestaan of terugkomen, gepaard met groot verlies van gewicht, moet altijd aan de diagnose colitis ulcerosa gedacht worden.
Verschijnselen van ontsteking buiten de dikke darm zijn bij colitis ulcerosa zeldzaam. In ongeveer 5% van de gevallen kunnen huid-, oog- en gewrichtsklachten optreden en ontsteking van het leverweefsel. Meestal gaan deze verschijnselen gepaard met vermeerderde activiteit van de colitis.
Oorzaken De exacte oorzaak van colitis ulcerosa is onbekend. Wel zijn verschillende factoren bekend die eraan bijdragen.
Blootstelling aan de giftige stof PFOA.Schade, dupont Dordrechthttps://www.ftm.nl/artikelen/hoe-dupont-met-teflon-een-ongekende-milieuramp-veroorzaakte. Gearchiveerd op 10 december 2022.https://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Algemeen_Actueel/Nieuwsberichten/2017/Bloedonderzoek_omwonenden_DuPont_Chemours_bevestigt_langdurige_blootstelling_PFOA. Gearchiveerd op 24 september 2018. Abnormale samenstelling van de microflora (bacteriën in de darmen).Factoren die bacteriesamenstelling van de darm kunnen veranderen zijn een Westers dieet (veel suikers en vetten), antibiotica en chemokuren en overmatige hygiëne. Een abnormale afweerreactie in de slijmvliezen van de darm tegen de bacteriën die zich daar bevinden, ligt ten grondslag aan de beschadiging van de darm bij CU-patiënten. De microflora van patiënten met CU verschilt aanmerkelijk met die van gezonde mensen. De hoeveelheden van de verschillende soorten bacteriën zijn afwijkend en de plaatsen waar de bacteriën zich in de darm bevinden verschillen. Hierdoor ontstaan mogelijk plekken in de darm die chronisch ontstoken zijn. Studies met probiotica en antibiotica laten zien dat er therapeutische winst te behalen valt uit het manipuleren van de bacteriën in de darmen.Unravelling the pathogenesis of inflammatory bowel disease. Xavier RJ, Podolsky DK. Nature. 2007;448:427-34.What is the origin of ulcerative colitis? Still more questions than answers. Lukas M, Bortlik M, Maratka Z. Postgrad Med J. 2006;82:620-5. Afwijkingen van de epitheelcellen.De epitheelcellen van patiënten met CU functioneren anders dan die van gezonde mensen: Verminderde beta-oxidatie (speelt een rol bij de afbraak van vetzuren). De wand van de cellen is makkelijker doordringbaar; ze zijn minder goed beschermd. Bij onderzoek van darmwandbiopten van mensen met IBD stelde men verhoogde oxidatie vast.Increased oxidation of a chemical carcinogen, benzo(a)pyrene, by colon tissue biopsy specimens from patients with ulcerative colitis, Mayhew JW et all, Gastroenterology. 1983 Aug; 85(2): 328-34. Decreased total and corrected antioxidant capacity in patients with inflammatory bowel disease, Koutroubakis IE, Dig Dis Sci. 2004 Sep;49(9):1433-7. Recent is een artikel gepubliceerd dat een theoretisch model voorstelt dat deze verhoogde oxidatie mogelijk kan verklaren. Er wordt met name gesteld dat de darmwandcellen van mensen met colitis ulcerosa over een ontoereikend vermogen beschikken om het antioxidantenpotentiaal op peil te houden. Als gevolg daarvan is er onvoldoende verweer tegen toxische elementen uit de omgeving die in de darm terechtkomen, zodat er in de darmwandcellen verhoogde oxidatieve stress ontstaat met ulceraties en bloedingen tot gevolg.Radical Induction Theory of Ulcerative Colitis, Prava J, World Journal of Gastroenterology, 2005:11(16):2371-2384 wjgnet.com/.../2371.pdf Er wordt ook verband gelegd tussen deze oxidatieve stress en carcinogenese.Oxidative stress and ulcerative colitis-associated carcinogenesis: studies in humans and animal models, Darren N. Seril et all, Carcinogenesis, Vol. 24, No. 3, 353-362, March 2003. carcin.oxfordjournals.org/... Butyraat (een stofwisselingsproduct) kan niet als voedingsstof door deze cellen worden gebruikt, waardoor sommige afsterven. Afwijkingen in de genen voor bepaalde receptoren, waardoor deze epitheelcellen vatbaarder zijn voor bacteriën. De cellen hebben een tekort aan van nature voorkomende antibacterieel werkende stoffen (defensines). Erfelijkheid.Kinderen van een ouder met CU hebben een 5 maal grotere kans dat zij ook de ziekte zullen krijgen. De genen IBD1 tot en met IBD9 worden met de ziekte van Crohn en CU in verband gebracht. Andere betrokken genen zijn het NFkappaB1-gen, betrokken bij immuunreacties, en de genen die coderen voor de toll-like receptoren 4 en 9, die van invloed zijn op de bescherming tegen bacteriën. De rol van genetica blijkt ook uit het volgende: CU komt in sommige families veel voor. Bij gezinsleden vertoont de ziekte vaak hetzelfde verloop. Veelvuldig voorkomen van de ziekte bij bepaalde etnische groepen (vb. Asjkenazische Joden). Stress. Stress, depressie, sterfte, scheiding en andere ingrijpende gebeurtenissen kunnen het verloop van CU verslechteren, maar zijn niet de primaire oorzaak. Als de ziekte in een rustige fase verkeerde kan zij hierdoor overgaan in een acute ontstekingsfase. Voeding.Er zijn aanwijzingen dat een dieet met veel melkproducten en weinig voedingsvezels een negatief effect kan hebben. Dit zou met name door de zwavel bevattende melkeiwitten worden veroorzaakt. Ons moderne dieet zou ook bijdragen aan de toename van chronische darmontstekingen. Het elimineren van deze en andere producten uit de voeding heeft in veel gevallen verbetering tot gevolg. Appendectomie.Het verwijderen van het wormvormige aanhangsel van de blindedarm op jonge leeftijd (< 20 jaar) vermindert de kans op het krijgen van CU met 70 procent.
Diagnose Het stellen van de diagnose duurt weleens enige maanden. Soms is het in het begin nog niet goed duidelijk of er inderdaad sprake is van een chronische darmontsteking. Aan de andere kant komt het voor dat de diagnose wordt gesteld tijdens een (spoed)operatie, bijvoorbeeld omdat er een blindedarmontsteking wordt vermoed. Bij gerichte verdenking (langer dan een week of twee bloederige diarree) zal de arts meestal een bloedonderzoek en een korte coloscopie aanvragen waarmee de diagnose vaak al binnen een week rond is.
Anamnese.Eerst zal de arts met aanvullende vragen proberen een beter beeld te krijgen van de klachten. Dat zijn vragen over de aard en de duur van de buikpijn en de diarree, over eventueel gewichtsverlies, afwijkingen rond de anus en klachten van huid, gewrichten en ogen. Ook wordt meestal gevraagd naar het voorkomen van deze klachten in de omgeving of bij familieleden.
Lichamelijk onderzoek.Ook al worden er vaak geen afwijkingen gevonden, het lichamelijk onderzoek blijft belangrijk. Het gewicht, de algemene indruk en het onderzoek van ogen, gewrichten, huid en vooral van buik en anus zijn belangrijk voor diagnose en behandeling. Daarnaast wordt gelet op fistels of andere afwijkingen rond de anus.
Laboratoriumonderzoek.Allereerst wordt het bloed onderzocht. Bloedonderzoek bestaat meestal uit kijken of er sprake is van bloedarmoede (hemoglobinegehalte of Hb), van een ontsteking (bloedbezinking of BSE) of van een slechte voedingstoestand (albuminegehalte). Een extra hulpmiddel in de diagnose is het bepalen van p-ANCA-antistoffen (perinucleair antineutrophil cytoplasmatic antibodies) en antistoffen tegen bakkers-en biergist (zogeheten anti-Saccharomyces cerevisiae antibodies, ofwel ASCA). Meer dan de helft van de patiënten heeft deze p-ANCA-antistoffen. Positieve p-ANCA-antistoffen i.c.m. negatieve ASCA-antistoffen, is suggestief voor colitis ulcerosa. Indien andersom (negatieve p-ANCA en positieve ASCA), kan dit passen bij de ziekte van Crohn. Toont het bloedonderzoek verder geen afwijkingen aan, dan is IBD minder waarschijnlijk, maar niet onmogelijk. De ontlasting wordt meestal onderzocht om andere oorzaken van de klachten uit te sluiten. Dat kan bijvoorbeeld een infectie zijn met bacteriën, parasieten of wormen. Soms wordt gevraagd de ontlasting gedurende enige dagen op te sparen om te onderzoeken of het vetgehalte hierin verhoogd is. Dat kan een teken zijn van een verstoorde vetopname.
Endoscopie.De endoscopie is meestal het onderzoek waarmee de diagnose wordt gesteld of verworpen. Met behulp van een flexibele endoscoop, een dunne en soepele slang, kan het inwendige van de dikke darm en een deel van de dunne darm in beeld worden gebracht. Op deze manier kan zichtbaar worden gemaakt of, en waar, er een ontsteking is. Daarbij kunnen met een tangetje kleine weefselstukjes (biopten) worden weggenomen om onder de microscoop te onderzoeken. Het endoscopische beeld van de darm, gecombineerd met microscopisch onderzoek van de genomen biopten, leveren samen de diagnose. Voordat een endoscopie plaats kan vinden, moet de darm eerst zo goed mogelijk geleegd worden. Zo kan een optimaal onderzoek van de binnenkant van de darmwand plaatsvinden. Dit leegmaken gebeurt bij een volledige coloscopie meestal de dag voor het onderzoek. De patiënt drinkt dan een laxeervloeistof en mag die dag verder alleen vloeibaar voedsel gebruiken. Vlak voor het onderzoek wordt vaak nog een klysma toegediend. Via de anus wordt hierbij een vloeistof ingebracht om de resterende ontlasting te verwijderen. Bij een "korte coloscopie" is dit vaak het enige wat nodig is.
Röntgenonderzoek, echografie en CT-scans zoals hieronder besproken zijn slechts bij hoge uitzondering nodig of behulpzaam bij de diagnostiek van colitis ulcerosa.
Röntgenonderzoek.Dit wordt vooral uitgevoerd voor het onderzoek van de dunne darm. Meestal wordt door een dunne sonde, via een neusgat, contrastvloeistof in de dunne darm gebracht. Daarna worden foto's gemaakt. Op deze manier kan onderzocht worden of er een ontsteking of een vernauwing (stenose) is in de dunne darm en of er verbindingen tussen darm en andere organen bestaan (fistels). Ook hier geldt weer dat de darm zo goed mogelijk geleegd dient te zijn. Ook van de dikke darm kan een foto worden gemaakt. Dit heet een 'X-Colon'. Hierbij wordt bariumpap met een kleine sonde via de anus in de dikke darm gebracht. Vervolgens worden röntgenfoto's gemaakt.
Echografie.Echografie wordt soms toegepast bij IBD om te zien of de darmwand verdikt is en of er een ontsteking is buiten de darm. Nadat de huid is ingesmeerd met een ultrageluidgeleidende gel, gaat de arts met een apparaatje over de buikwand. Dat apparaatje zendt geluidsgolven uit die weer worden teruggekaatst, vandaar de naam 'echo'. Deze echo wordt opgevangen en omgezet in een beeld op de echograaf.