Kreta (Grieks: , ) is het grootste van de Griekse eilanden, en is in grootte het vijfde eiland in de Middellandse Zee. Het eiland vormt, samen met een paar kleine nabijgelegen eilanden, tevens de zuidelijkste van de dertien Griekse regio's.
Door de gunstige ligging tussen de kusten van Klein-Azië, Cyprus, Egypte en Syrië heeft Kreta, dat ook wel bekend is onder de Venetiaanse benaming Candia, een lange geschiedenis als centrum van de zeehandel. Tussen 1600 en 1400 v.Chr. bereikten de Kretenzers door die ligging een hoog beschavingspeil, dankzij hun heerschappij die op zeemacht berustte.
Geschiedenis
Geografie thumb|Topografische kaart van Kreta De oppervlakte van Kreta bedraagt ruim 8300 vierkante kilometer. Kreta ligt in het zuiden van de Egeïsche Zee en vormt de grens met de Libische Zee. Het eiland is 260 kilometer lang en de breedte varieert van 12 kilometer, bij Ierapetra, tot 70 kilometer, tussen Heraklion en Lithinon.
Kreta is bergachtig en van west naar oost zijn er drie gebergtes te onderscheiden. In het westen bevindt zich de Lefka Ori (Witte Bergen), waarvan met 2452 meter de Pachnes de hoogste top is. Deze bergen zijn gedurende de winter besneeuwd en zelfs tot begin juni kan van grote afstand de resterende sneeuw worden gezien. De Samariakloof loopt door dit gebergte. In het centrale deel van Kreta bevindt zich het Idagebergte met de Ida Psiloritis als hoogste berg (2456 meter). In het oosten ligt bij de Lassithihoogvlakte het Diktigebergte, waarvan de Dikti met 2148 meter de hoogste berg is. De bergen bestaan grotendeels uit kalksteen en herbergen veel grotten en tegen de 50 kloven. Er zijn verspreid over Kreta een aantal kleine rivieren waarvan de meeste een groot deel van het jaar droog staan.
De zuidkust van Kreta kenmerkt zich door de steile rotswanden en door sterke erosie. De noordkust is relatief vlakker en aan deze zijde bevinden zich dan ook de meeste stranden. De weinige strandjes aan de zuidkust liggen meestal in afgelegen baaien. De afstand tussen Kreta en het vasteland van Griekenland bedraagt ongeveer 100 km. Zo'n 300 km ten zuiden van Kreta ligt het Afrikaanse land Libië.
Eilanden Rondom Kreta ligt een aantal kleinere eilanden, die bestuurlijk bij Kreta horen. Het grootste is Gavdos (29,6 km²), dat 36 kilometer ten zuiden van Chora Sfakion ligt in de Libische Zee. Gavdos vormt het meest zuidelijke punt van Griekenland. Nabij Gavdos ligt het kleinere Gavdopoula (2,6 km²). Ten zuiden van Ierapetra ligt het onbewoonde Chrisi (4,7 km²). Koufonisi (5,3 km²) ligt oostelijk van Chrisi. Ten noorden van de hoofdstad Iraklion ligt Dia.
Bevolkingsontwikkeling en verstedelijking
thumb|Knossos Kreta telt ongeveer 620.000 inwoners. De grootste stad van Kreta is Iraklion (Heraklion) met ongeveer 175.000 inwoners. Heraklion is de vierde stad van Griekenland na Athene, Thessaloniki en Patras. Andere steden zijn Chania (± 65.000 inw.) in het noordwesten, Rethimnon (± 32.000 inw.) dat precies tussen Iraklion en Chania in ligt en Agios Nikolaos (± 15.000 inw.) in het noordoosten. In het zuidoosten ligt Ierapetra met ± 14.000 inwoners. De inwonersaantallen schommelen omdat na het toeristische seizoen een groot aantal mensen zich weer terugtrekken op het vasteland. Veel dorpen in het binnenland zijn ontvolkt omdat de bewoners bij gebrek aan bestaansmogelijkheden naar de kust en het buitenland zijn getrokken. De huidige bevolking is samengesteld uit de verschillende volken die in de loop der tijden over het eiland trokken. Daardoor komen er naast het zwartharige mediterrane type ook mensen met blauwe ogen voor. Langere blonde mensen kunnen afkomstig zijn van de Doriërs of van de West-Europese kruisvaarders. Een aparte bevolkingsgroep vormen de traditionele Sfakioten die voornamelijk leven in de bergen van Midden-Kreta rondom Sfakia.
Aan het eind van de 19e eeuw verlieten de meeste Turken het eiland; de rest van de Turken verliet het eiland in 1923 en hun plaats werd ingenomen door ca. 30.000 Grieken uit Klein-Azië.
Bestuurlijke indeling Bestuurlijke indeling vanaf 2011 en aantal inwoners in 2001 (p. 17444 ΠΕΡΙΦΕΡΕΙΑ ΚΡΗΤΗΣ) Administratief is het eiland opgedeeld in vier regionale eenheden (perifereiaki enotita): Chania (Χανιά), Rethymno (Rethimnon) (Ρέθυμνο), Iraklion (Ηράκλειο) en Lassithi (Λασίθι). Voor 2011 hadden deze de status van prefectuur (nomos): sinds dat jaar hebben deze geen eigen bestuur meer.
Het inwonertal bedroeg in 2007 zo'n 600.000 waarvan ongeveer de helft in het departement Iraklion woont. Het havenstadje Ierapetra (14.000 inw.) is de meest zuidelijke stad van Europa.
Klimaat Kreta heeft een Middellandse Zeeklimaat met droge, hete zomers en milde regenrijke winters. In de zomer liggen de gemiddelde dagtemperaturen op zeeniveau rond de 30 °C met uitschieters naar 40 °C. In de winter bedraagt de gemiddelde middagtemperatuur op zeeniveau circa 15-20 graden hoewel koudere perioden voorkomen. De minimumtemperaturen liggen dan net boven het vriespunt, hoewel nachtvorst wel voorkomt. In de bergen liggen de temperaturen merkbaar lager. In de zomer is het overdag rond 20-25 graden met 's nachts een sterke afkoeling tot 5 à 10 graden. In de winter liggen er dikke pakken sneeuw op de toppen. Er is zelfs een skipiste aanwezig (omgeving Anogia).
De verschillen in regenval en temperatuur tussen oost en west en tussen noord en zuid zijn aanmerkelijk: het westen krijgt globaal gezien een 30% meer regen dan het oosten, de noordkust heeft 30% meer regen dan de zuidkust. De oorzaak is dat de regens in het voorjaar in het noordwesten langer aanhouden, en in het najaar daar het eerst beginnen.
In de winter staat Kreta onder invloed van Genua-depressies, dat zijn depressies die ontstaan in de westelijke Middellandse Zee en van daaruit oostwaarts trekken. Doordat in de winter de luchttemperatuur lager is dan die van het zeewater (dan ca. 16 graden) ontstaat plaatselijk een onstabiele situatie waardoor makkelijk neerslag zal vallen. Naarmate in het voorjaar de luchttemperatuur hoger wordt, verdwijnt de onstabiliteit en kan de lange droge zomer beginnen. Wanneer dit omslagpunt is bereikt hangt samen met de hoeveelheid en sterkte van de depressies—deze hangen samen met veel bewolking die de zon tegenhoudt en met veel neerslag die door verdamping het land afkoelt, wat opwarming door de zon tegenwerkt. De regens in het najaar kunnen vroeg in september beginnen, of pas eind oktober of zelfs in november opkomen. De temperatuur blijft in deze periode aangenaam. Als de luchttemperaturen ten slotte zakken onder het niveau van de (in de zomer flink gestegen) watertemperaturen, treedt instabiliteit op waardoor de kans op regen sterk stijgt. Ook de hoogte boven zeeniveau speelt een rol: de bergen ontvangen doorgaans (veel) meer regen dan het laagland. Zo krijgen de Lefka Ori circa 2000 mm regen per jaar tegen Vai aan de oostkust circa 500 mm per jaar. Toch valt in de zomer (juni-augustus) ook in de bergen vaak helemaal geen neerslag.
Kreta staat bekend om het 'aangename' klimaat, wat inhoudt dat het er zelden benauwd is. De ligging omringd door zee houdt in dat het op Kreta haast overal waait. De meest gebruikelijke winden waaien uit het westen. In de zomer kan een sterke noordenwind, de Meltemi, opsteken, die dagenlang kan aanhouden en voor flinke afkoeling zorgt; in de winter waait soms de Notia (zuidenwind), die lijkt op de föhn. Deze wind uit de Sahara is van oorsprong droog, verliest eventueel vocht als hij tegen de centrale bergen van Kreta opstijgt om dan tijdens de daling naar de noordkust sterk op te warmen. Het is een stoffige, sterk drogende wind die als vervelend wordt ervaren. De wind laat een rood laagje stof achter. Dit zijn echter uitzonderingen. Een andere factor die het klimaat van Kreta aangenaam maakt is de matigende invloed van de zee waardoor het 's zomers nooit snikheet wordt; de middagtemperaturen in Iraklion en Chania liggen 's zomers vaak rond 30 graden terwijl die op het Griekse vasteland ruim boven de 35 graden uitkomen. Ook de winters op Kreta zijn gematigder, en door de zuidelijke ligging zachter, dan die in (bijvoorbeeld) Athene.
Bij minder stabiel weer kunnen wolken in de ochtend lang tegen de noordzijde van de bergen blijven hangen, wat tot in het late voorjaar en vanaf de vroege herfst wel (zelden) kan voorkomen. De nevel kan condenseren op planten die niet zouden kunnen groeien wanneer ze op deze manier niet van water werden voorzien. Meestal trekken deze nevels in de loop van de dag weer op.
+ Gemiddelde klimaatwaarden voor Kreta GemiddeldejanfebmrtaprmeijunjulaugsepoktnovdecDagtemperatuur161617202428292927242117Nachttemperatuur9910121519212219161411Zonuren per dag35681012131210764Regendagen per maand12784210026610Zeewater-temperatuur161516161922242524232017
Bezienswaardigheden Overblijfselen van het paleis van Knossos Samariakloof Spinalonga Vai Arkadi-klooster Phaestus Lassithihoogvlakte diverse plaatsen zoals Iraklion met het Archeologisch museum, Rethimnon, Chania
Talen De voertaal op Kreta is Grieks, wat ter plaatse veelal in dialect gesproken wordt. Engels vormt met name in de toeristische gebieden de tweede taal. In sommige bergdorpen spreekt de oudere generatie soms wat Duits.
Economie thumb|Olijfbomen in Akrotiri thumb|Markt in Iraklion De voornaamste inkomstenbronnen van Kreta zijn landbouw en toerisme. De olijfteelt is belangrijk op Kreta en er wordt extra virgine olijfolie geproduceerd. Andere producten zijn sinaasappels, druiven, kasgroenten, honing, kaas en kruiden. Ten slotte worden er op Kreta grote aantallen geiten en schapen gehouden die geitenmelk en feta leveren. Door de verscheidenheid van het eiland is Kreta geliefd bij toeristen. Jaarlijks bezoeken ongeveer 5 miljoen mensen het eiland. Vooral in de zomers is het druk te noemen. Er zijn veel toeristenverblijven en resorts gebouwd. Het inkomen per hoofd is ongeveer gelijk aan het Griekse gemiddelde terwijl de werkloosheid, dat 4% bedraagt, de helft van het gemiddelde is.
Kreta kent een tegenstelling tussen de agrarisch en toeristisch hoog ontwikkelde regio's en de achtergebleven regio's. De economische ontwikkeling vindt met name plaats in het noorden. Hierdoor zijn de dienstverlenende sectoren in het noorden ook beter ontwikkeld dan in het dunbevolkte zuiden van het eiland.
De basis van de Kretenzische economie vormen de geitenfokkerij, de olijventeelt en vooral het toerisme. Verder is de teelt van aardappelen, amandelen, granen, druiven, zuidvruchten en groenten met name belangrijk voor de eigen bevolking. In de jaren zeventig is de tuinbouw in belang toegenomen en worden er bijvoorbeeld komkommers en tomaten geëxporteerd. Deze tuinbouw vindt vooral in het zuidoosten plaats in kassen van doorschijnend landbouwplastic. Verder is Kreta een van de omvangrijkere exporteurs van olijfolie. Griekenland verbruikt meer dan vijftien kilo olijfolie per hoofd van de bevolking. Kreta is arm aan cultuurland: ca. 25% is bebouwbaar en ca. 50% is beweidbare ongecultiveerde grond. De handel in landbouwproducten verloopt voornamelijk via de havens langs de noordkust en via de twee luchthavens bij Iraklion en Chania. In de landbouw is ca. 45% van de beroepsbevolking werkzaam op bijna 100.000 bedrijven en bedrijfjes.
De veestapel omvat schapen en vooral geiten. Bekend is de geitenkaas of feta en de kaas en yoghurt van de schapen. De veeteelt concentreert zich voornamelijk in de bergachtige regio's. De Kretenzische wijnbouw gaat terug naar de Minoïsche tijd. Er wordt voor de export verbouwd. De totale oogst per jaar ligt tussen de 150.000 en 200.000 ton druiven. De visserij is blijft een bedrijfstak van belang, hoewel de Egeïsche Zee overbevist en vervuild is.