De katharen (van het Grieks: καθαροί, katharoi, "de zuiveren") of Albigenzen waren een religieuze beweging die tijdens de 12e en 13e eeuw een grote aanhang kende in de westelijke Languedoc. Ze lieten zich inspireren door het leven van Jezus Christus zoals beschreven in de Bijbel, maar hun mystieke, symbolische en dualistische interpretatie van de Bijbelverhalen verschilde sterk van die van de Rooms-Katholieke Kerk. Volgens de katharen was Satan almachtig op aarde en leidde enkel de spirituele bezieling van de Heilige Geest tot verlossing.

Voor de heersers van de katholieke kerk was dit ketterij, een niet geoorloofde afwijking van de in hun ogen juiste leer, die letterlijk te vuur en te zwaard bestreden moest worden. De kerk organiseerde en financierde zware militaire expedities naar het gebied, de Albigenzische Kruistochten, en maakte met geweld een einde aan het katharisme. De door de kerk georganiseerde Inquisitie ging door met de vervolgingen tot er geen katharen meer waren. miniatuur|Kasteel van Quéribus miniatuur|Mogelijke route van verspreiding van dualistisch christendom in Oost- en West-Europa

Naamgeving Degenen die wij tegenwoordig met de naam katharen aanduiden, noemden zichzelf niet zo. Zij noemden zichzelf gewoon "christenen" of "vrienden van God". Zij stelden hun "Kerk van God" voor als de enig ware christelijke kerk. In de volksmond noemde men ze bonhommes en bonnefemmes (‘goede mannen en vrouwen’). In de kronieken van tijdgenoten en inquisitieverslagen werden ze Albigenzen (inwoners van de stad Albi) genoemd.

Het woord Catharos kwam halverwege de 12e eeuw voor het eerst voor in een serie preken van de Duitse monnik Eckbert von Schönau, Sermones contra Catharos. Hij had het dan over christenen in het Rijnland die volgens hem afgeweken waren van de kerkelijke leer. Een halve eeuw later, in 1200, schreef de katholieke theoloog Alanus van Rijsel dat men ze ‘’Kathari’’ noemde.

In 1848 schreef Charles Schmidt de Geschichte der Valdesier und Katharer. In het Frans vertaald werd de titel Histoire et doctrine de la secte des Cathares ou Albigeois, de eerste keer dat het woord 'cathares' in het Frans verscheen.

In de geschriften van de protestantse dominee Napoléon Peyrat (1809-1881) verscheen het woord cathares in 1877 voor het eerst, vanuit een romantische visie, in een positieve betekenis in de Franse taal. Peyrat gaf daar de betekenis aan die hij ontleende aan het Griekse woord katharoi, ‘de zuiveren'.Napoléon Peyrat, " Histoire des Albigeois, La civilisation romane et La croisade, " Paris, Fischbacher, 2 volumes (partiellement posthume). Réédition Lacour, Nîmes, 1998 Door de toenmalige populariteit van zijn boeken werd het sedertdien algemeen gebruikelijk om de Albigenzen 'katharen' te noemen.Jean Duvernoy: Cathares, Vaudois et Béguins, dissidents du pays d'Oc (Editions Privat, 1994)

Evenmin hebben de kathaarse geestelijken zichzelf parfaits (‘vervolmaakten’) genoemd. Het Franse woord ‘parfait’ is afkomstig van de inquisitie. Iemand die het consolamentum had ontvangen, werd door de inquisitie een ‘vervolmaakte ketter’ genoemd, in het Latijn hereticus perfectus, later ingekort tot 'perfectus' of 'parfait'.

Het woord ketter is ontstaan uit Grieks katharos, dat "rein" betekende. Katharoi waren de "zuiveren". In de derde eeuw was dit de naam van een groep christenen, die zich afzetten tegen de paus. Vandaaruit is de betekenis "afvallige" ontstaan. Het woord "ketter", met de betekenis afvallige, kwam al vroeg in de Europese volkstalen, in ieder geval al voor de Hoogduitse klankverschuiving (dus vóór ± 800 n.Chr.), waardoor het in het Duits Kätzer, Ketzer werd. In middeleeuws Latijn werd catharos voor afvalligen gebruikt. Het woord Katharen is dus verwant met het woord ketter.

Kathaarse geloof Zuiverheid Het kathaarse geloof eiste een grote zuiverheid van zijn volgelingen. Op aarde was er een onzuivere vermenging van Goed en Kwaad. De menselijke zielen kwamen van God, de lichamen van Satan. De katharen wilden het Goede opnieuw volledig scheiden van het Kwade. Om hun engelenziel te laten terugkeren naar de hemel was het nodig om doordrongen te zijn van de Heilige Geest.

Zo beschikte elke kathaar over zijn eigen goddelijke inspiratie die hem toeliet om de religieuze autoriteit van de Rooms-Katholieke Kerk te negeren en zijn eigen interpretaties over God, Jezus Christus en de Bijbel naar voor te schuiven. Omdat de katharen zich meer bezighielden met het eren van hun eigen goddelijke ziel dan met het eren van hun god, was het katharisme eerder een mystieke beweging dan een godsdienst.

Verlossing van een kwade wereld In de kathaarse kosmologie lag Satan ofwel Lucifer aan de oorsprong van de aardse wereld. Eerst had God de hemel en de engelen geschapen, toen Lucifer op het toneel verscheen. Hij gaf zich over aan de zonde en lokte er een aantal engelen mee. Door zijn volgelingen op te stoken tegen God kwam hij aan het hoofd te staan van een opstand. God gooide Lucifer en zijn handlangers uit de hemel. De gevallen engelen kregen spijt van hun zonden en wilden terugkeren naar de hemel, maar daar stak Lucifer een stokje voor. Met de bedoeling de engelen gevangen te houden schiep Lucifer de aarde en stopte hun zielen in menselijke en dierlijke lichamen. De engelen konden niet ontsnappen uit de stoffelijke gevangenis van het lichaam. Via reïncarnatie zouden hun zielen eeuwig blijven verhuizen van het ene naar het andere warmbloedige schepsel. Toch was er een mogelijkheid om verlost te worden van de kwade wereld. Alleen de katharen kenden de weg naar God; wie hun sacrament van het consolamentum ontvangen had, zou voor altijd naar de hemel terugkeren. Dat was de enige redding. Wanneer de laatste engel bevrijd was, zou het einde der tijden aanbreken. De aarde hield op te bestaan en veranderde in een vurige hel.

Dualistische varianten Het kathaarse geloof was dualistisch: in de kosmos waren zowel God als Satan machtig. Gezien het evidente bestaan van het kwaad waren alle katharen het erover eens dat God onmogelijk de aarde geschapen kon hebben. God was niet verantwoordelijk voor het kwade op aarde; dat had een boosaardige schepper gedaan.

Binnen dit basisgegeven bestonden er meerdere varianten. De belangrijkste waren het gematigde en absolute dualisme. Het gematigde dualisme geloofde dat er oorspronkelijk alleen God was. Hij had Lucifer en zijn volgelingen geschapen als zonen van God. Het absolute dualisme ging daar niet mee akkoord. God had de duivel niet in het leven geroepen, maar Lucifer en zijn volgelingen waren de zonen van Satan. Ofwel was Lucifer onder valse voorwendselen de hemel binnengedrongen, ofwel had hij een brutale aanval gepleegd. Het absolute dualisme geloofde dat er twee eeuwige, onafhankelijke en tegengestelde beginselen aan de oorsprong van de kosmos lagen. De goede God was almachtig in de hemel en had de engelen geschapen. De kwade Satan was almachtig op aarde en had de duivels geschapen. Bijgevolg was de aarde een hel. Het laatste oordeel was overbodig, want het was duidelijk wie waar zou belanden. Mensen hadden geen vrije wil.

Oude en Nieuwe Testament De katharen zagen zichzelf als goede christenen die trouw het voorbeeld van Jezus Christus volgden. Ze onderbouwden en rechtvaardigden hun leerstellingen met vele gedetailleerde bijbelcitaten. Ze gebruikten dezelfde bijbelteksten als de Rooms-Katholieke kerk, maar lichtten er specifieke passages uit die hun inzichten ondersteunden of gaven aan sommige teksten een andere interpretatie dan de katholieke. De katharen hadden ook eigen literatuur zoals Het ritueel, Het visioen van Jesaja, Het boek van Sint-Johannes en Het boek van de Twee Principes. De meeste van die schaarse documenten kwamen uit Noord-Italië.

De katharen verwierpen unaniem de God van het Oude Testament. Jahweh was een jaloerse, wraakzuchtige, meedogenloze en wrede god die almachtig was op aarde. Bijgevolg moest hij wel Satan zijn. Ze aanvaardden veel teksten van het Oude Testament dan ook niet. Nergens werd dat zo duidelijk als in het scheppingsverhaal van Genesis. Volgens de kathaarse versie had de duivelse Jahweh (Satan) de aarde geschapen. In de Hof van Eden werden Adam en Eva bevangen door een lust naar zinnelijke losbandigheid. De slang was de boodschapper van de ware God die de mens kennis van het Goede bracht. Om die reden heeft Satan hen verjaagd. Deze kathaarse interpretatie van het Scheppingsverhaal was volledig tegengesteld aan de katholieke. Abel, Noach, Abraham, Mozes, David en andere nakomelingen waren zonen van Satan die niet gered konden worden. De katharen wezen de Tien geboden af, want Jahweh had ze aan Mozes gegeven. Ze waren wel geïnteresseerd in de duivel van het boek Job, de goddelijke inspiratie van het boek Psalmen en van profeten zoals Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël. Deze hele afwijzing van het oude testament was een vergaande vorm van antisemitisme, die daarna binnen de kerk ook nooit meer voorkwam. Alleen Marcion was in de 2e eeuw dezelfde opvatting toegedaan en hij is door de kerk dan ook veroordeeld.

De God van het Nieuwe Testament was wel zuiver genoeg voor de katharen. Ze waren trouw aan Jezus Christus, de evangeliën, de Handelingen van de apostelen, de Brieven van Paulus en de Openbaring van Johannes. Vooral de intense mystiek van het evangelie van Johannes sprak hun erg aan. God had zijn zoon Jezus naar de aarde gestuurd om zijn naam te prediken, zodat de mensen niet dachten dat Satan de enige macht was. Voortaan was er verlossing mogelijk voor de gevangen zielen van de engelen. Jezus was geboren als een engel uit het oor van zijn moeder Maria. Hij had nooit een menselijk lichaam aangenomen, kon niet sterven of verrijzen. Maria was nooit zwanger geweest; Jezus was nooit gekruisigd. Hij had wel zijn spirituele vermogens doorgegeven aan zijn discipelen, waardoor de katharen nu ook de Heilige Geest aan elkaar konden doorgeven. Zij voelden zich de zonen van Jezus Christus en geloofden dat Jezus spiritueel aanwezig was, als twee of drie katharen bijeen waren. Deze opvattingen waren ook bekend bij de bogomielen en doen sterk denken aan veel teksten uit de Koran en de pre-islamitische apocriefe christelijke geschriften

Kathaarse kerk Ontstaan Er bestonden veel oudere dualistische tradities waaraan men de oorsprong van het katharisme heeft willen verbinden, zoals gnosticisme, manicheïsme, paulicianisme, messalianisme en bogomilisme. De meeste historici zijn het erover eens dat alleen het bogomilisme een zekere invloed had op het katharisme, maar men is het niet eens over het tijdstip en de omvang. De bogomielen hebben contacten gehad met de katharen, maar dat betekent niet dat ze aan de oorsprong van het katharisme lagen. De meest aanvaarde visie is dat de ketterse bewegingen in het westen uit zichzelf ontstaan zijn zonder invloeden van buitenaf. Het is pas in een later stadium dat er toenadering kwam tussen bogomielen en katharen. Een voorbeeld daarvan betreft de Interrogatio Johannis. Dat was de belangrijkste religieuze tekst van de bogomielen. Die werd vanaf eind twaalfde eeuw ook in het Latijn vertaald en werd ook bij de katharen een belangrijk geloofsdocument. Dit is echter ook het enige echte vaststaande feit van mogelijke uitwisseling tussen beide bewegingen.