Mesopotamië (Oud-Grieks voor tussen de rivieren) of Tweestromenland, (Aramees: Beth Nahrin ܒܝܬ ܢܗܪܝܢ, Arabisch: بلاد مابين النهرين, Bilad ma bayn Al-Nahrayn of بلاد الرافدين, Bilad ar-Rafidayn, Grieks: Μεσοποταμία, Perzisch: بینالنهرین ook بِینُ الْنَهرِین of میانْ دو رود, Turks: Mezopotamya) is het gebied rond de rivieren Tigris (ca. 1900 km) en Eufraat (ruim 2.700 km lang). Het vormt het kerngebied van de huidige staat Irak, en besloeg verder het noordoosten van het huidige Syrië en delen van Turkije. Het stond in nauw contact met Elam, in het huidige Iran, en met Dilmun, het huidige Bahrein.
In geschiedkundige werken worden in Mesopotamië vaak Assyrië in het noorden en Babylonië in het zuiden onderscheiden; dit zijn geografische aanduidingen die echter niet altijd met staten overeenkwamen. Babylonië bestond oorspronkelijk uit twee delen, het zuidelijke Soemer en wat noordelijker Akkad. In de loop van de geschiedenis slibde de delta steeds verder aan. Die streek wordt het Zeeland genoemd.
Etymologie Het toponiem Mesopotamië komt van de Oudgriekse woorden μέσος (mesos) "midden" en ποταμός (potamos) "rivier" en betekent letterlijk "(land) tussen rivieren". Het wordt in de Griekse Septuagint (ca. 250 v.Chr.) gebruikt om het Hebreeuwse equivalent Naharaim te vertalen. Mesopotamië wordt ook gebruikt in de Anabasis Alexandri, die weliswaar in de 2e eeuw n.Chr. is geschreven maar terugverwijst naar bronnen uit de tijd van Alexander de Grote. In de Anabasis wordt Mesopotamië gebruikt om het land ten oosten van de Eufraat in Noord-Syrië aan te duiden. De Aramese term biritum/birit narim duidde dezelfde regio aan.Finkelstein, J.J. "Mesopotamia." Journal of Near Eastern Studies 21/2 (1962), pp 73–92.
De term Mesopotamië werd later breder toegepast op al het land tussen de Eufraat en de Tigris, waardoor ook delen van Turkije en het grootste deel van Irak erdoor bestreken werd.Foster, Benjamin R. & Polinger-Foster, Karen. Civilizations of ancient Iraq. Princeton: Princeton University Press, 2009. . De aangrenzende steppes ten westen van de Eufraat en het westelijke deel van het Zagrosgebergte valt ook vaak onder de term Mesopotamië.Matthews, Roger. The archaeology of Mesopotamia. Theories and approaches. Approaching the Past. Milton Square: Routledge, 2003. .Canard, M. "al-ḎJazīra, Ḏjazīrat Aḳūr or Iḳlīm Aḳūr." Encyclopaedia of Islam, Second Edition, eds. P. Bearman et al. Leiden: Brill, 2011.Wilkinson, Tony J. "Regional approaches to Mesopotamian archaeology: the contribution of archaeological surveys" Journal of Archaeological Research 8/3 (2000), pp 219–267.
Er wordt vaak een verder onderscheid gemaakt tussen Noord- en Zuid-Mesopotamië.Miquel, A. et al. "ʿIrāḳ." Encyclopaedia of Islam, Second Edition, eds. P. Bearman et al. Leiden: Brill, 2011. Noord-Mesopotamië wordt soms Jazira genoemd en omvat het gebied rond de Eufraat en de Tigris vanaf hun bronnen in het noorden tot aan Bagdad in het zuiden. Zuid-Mesopotamië bestaat uit zuidelijk Irak, Koeweit en delen van West-Iran.
In modern wetenschappelijk gebruik heeft de term Mesopotamië vaak ook een chronologische connotatie. Tot aan de komst van de Islam wordt het gebied Mesopotamië genoemd; daarna worden meestal namen zoals Syrië of Irak gebruikt of soms de Jezirah.Bahrani, Z. "Conjuring Mesopotamia: imaginative geography a world past." Archaeology under fire: Nationalism, politics and heritage in the Eastern Mediterranean and Middle East, ed. L. Meskell. London: Routledge, 1998. .
Geografie Het grondgebied van historisch Mesopotamië ligt grotendeels binnen de grenzen van het huidige Irak en Koeweit, maar omvat ook een groot deel van het huidige Syrië en kleinere delen van Turkije en Iran.
Aan de oostgrens wordt het begrensd door het berggebied van het Zagrosgebergte van Iran. In het westen en zuiden wordt het begrensd door de Syrische Woestijn en de Grote Arabische Woestijn. De noordgrens is minder scherp bepaald omdat de bronnen van de beide rivieren in de Taurus in het midden van oostelijk Anatolië liggen, een gebied dat meestal niet meer tot Mesopotamië gerekend wordt. De noordelijke gebieden waren vaak een twistappel met buurlanden zoals Mitanni, Urartu of het Hettitische Rijk. In het zuidoosten lag Elam, dat lang zijn eigen taal en cultuur had.
Net als Egypte dankt Mesopotamië zijn vruchtbaarheid rond de rivieren aan de regelmatig terugkerende overstromingen van de Tigris (ca. 1900 km) en vooral de Eufraat (ca. 2800 km lang). Dagelijks wordt zo'n drie miljoen ton sediment aangevoerd dat zich op de beddingen ophoopt. Zij liggen dan ook hoger dan het omringende akkerland, dat gemakkelijk geïrrigeerd kan worden. In het noorden liggen steden als Ninive nog steeds aan de stroom, maar naar het zuiden verplaatsen de rivierbeddingen zich regelmatig en liggen de ruïnes van oude steden er nu vaak kilometers vandaan.
Chronologie
Twee soorten dateringen kunnen worden onderscheiden: een relatieve en een absolute chronologie. De eerste plaatst fases, periodes, culturen en regeringen in de juiste volgorde, terwijl de laatste ze dateert in absolute jaartallen. Archeologen stellen een relatieve chronologie op door archeologische vindplaatsen zorgvuldig op te graven en hun stratigrafie te reconstrueren. Deze kunnen vervolgens absoluut gedateerd worden door dateringstechnieken zoals C14-datering of jaartallen die in inscripties genoemd worden. Door deze technieken te combineren is een chronologisch kader opgebouwd dat nog steeds veel onzekerheden kent maar ook steeds verder verfijnd wordt.Van de Mieroop, M. A History of the Ancient Near East, ca. 3000-323 BC. Malden: Blackwell, 2007.
De meeste prehistorische en vroeg-historische periodes zijn gedefinieerd aan de hand van artefactassemblages die representatief zijn voor iedere periodes. Deze periodes zijn vaak genoemd naar de vindplaats waar het materiaal voor het eerst werd herkend, zoals de Halafcultuur, de Obeidcultuur en de Jemdet Nasr-periode. Met de opkomst van historische bronnen worden periodes meestal genoemd naar de dominante dynastie of staat, zoals de derde dynastie van Ur en de Oud-Babylonische periode. De regeringen van koningen kunnen tot in het 1e millennium v.Chr. precies gedateerd worden, maar in het 2e en 3e millennium v.Chr. neemt de foutmarge in de datering aanzienlijk toe
Gebaseerd op verschillende schattingen van hoelang opeenvolgende historische periodes duurden, zijn er door onderzoekers lange, midden, korte, en ultrakorte chronologieën opgesteld. Deze chronologieën lopen tot wel 150 jaar uiteen in de absolute datering van individuele periodes.Brinkman, J.A. "Appendix: Mesopotamian Chronology of the Historical Period." Ancient Mesopotamia: Portrait of a Dead Civilization, A. Leo Oppenheim. Chicago: University of Chicago Press, 1977. .Gasche, H. et al. Dating the Fall of Babylon: a Reappraisal of Second-Millennium Chronology. Chicago: University of Ghent/Oriental Institute of the University of Chicago, 1998. . Al deze chronologieën hebben hun eigen problemen. Momenteel wordt in handboeken over de archeologie en geschiedenis van het oude Nabije Oosten de midden-chronologie het meest gebruikt.Kuhrt, A. Ancient Near East c. 3000–330 BC. London: Routledge, 1997. .Potts, D.T. The Archaeology of Elam. Cambridge: Cambridge University Press, 1999. .Akkermans, Peter M.M.G. & Schwartz, Glenn M. The Archaeology of Syria. From Complex Hunter-Gatherers to Early Urban Societies (ca. 16,000–300 BC). Cambridge: Cambridge University Press, 2003, .Sagona, A. & Zimansky, P. Ancient Turkey. London: Routledge, 2009. . Een studie uit 2001 over hoge-resolutie C14-dateringen uit Turkije ondersteunde absolute dateringen die erg dicht tegen de dateringen aanlagen zoals die door de midden-chronologie worden voorgesteld.Manning, S.W. et al. "Anatolian Tree Rings and a New Chronology for the East Mediterranean Bronze-Iron Ages." Science 294/5551 (2001), pp 2532–2535. Gearchiveerd op 12 januari 2020.
Jarmo (6800 v.Chr.) Hassuna-periode (5500 v.Chr.) Halaftijd (5000 v.Chr.) Obeidcultuur (4000-3500 v.Chr.) Urukperiode (3500-3200 v.Chr.) Jemdet Nasr-periode (3100-2900 v.Chr.) Vroeg-dynastieke Periode (midden-chronologie 2900–2350 v.Chr. of korte chronologie 2800–2230 v.Chr.) Akkadische periode (midden-chronologie 2350–2170 v.Chr. of korte chronologie 2230–2050 v.Chr.) Guti-invasie (2250-2100 v.Chr.) Derde dynastie van Ur (2060-1950 v.Chr.) Isin-Larsa-periode (2000-1800 v.Chr.) Oud-Assyrische periode (1900-1550) Eerste Dynastie van Babylon (1830-1600 v.Chr.) Kassieten veroveren Babylon (1600-1200 v.Chr.) Hurrieten veroveren Assyrië (1550-1350 v.Chr.) Midden-Assyrische Rijk (1350-1050 v.Chr.) Tussenperiode (1050-900 v.Chr.) Nieuw-Assyrische Rijk (900-609 v.Chr.) Nieuw-Babylonische Rijk (626-539 v.Chr.)
Geschiedenis Hassuna en Halaf-tijd Voor 6000 v.Chr. ontstaan ommuurde marktsteden in Neder-Mesopotamië in de zogenaamde Hassuna, Samarra en Halaf-tijd. Landbouw, veeteelt, jacht en visserij vormden de basis van het economisch leven. De eigen producten werden voornamelijk lokaal verbruikt. Handel bestond enkel voor de invoer van ontbrekende producten (hout, metaal, obsidiaan en steen). Voedingsproducten zoals dadels, textiel en kunstvoorwerpen werden uitgevoerd.
Obeid Na 6000 v.Chr. begint de Obeidcultuur, waarin de bevolking groeit door de geregelde toevoer van voedingswaren (gerst, tarwe, vis en vlees). In Neder-Mesopotamië hing de landbouw van de waterstanden af. Daarom begon men al vroeg met irrigatiewerken en ook met het bestuderen van de sterrenhemel om de seizoenwisselingen duidelijk vast te kunnen stellen. Vrij vroeg echter bleek ook dat als gevolg van irrigatie verzilting van de grond optrad. Men zocht dan andere landbouwgronden op of teelde planten die beter weerstand bieden tegen zout, zoals gerst in plaats van tarwe. De dadelcultuur was heel uitgebreid. Men teelde verder ook sesam, uien, bonen en allerlei andere groentesoorten.
Sumerië thumb|Kleitablet met Soemerisch spijkerschrift. In het zuiden leefden de Soemeriërs. De hele geschiedenis van Soemerië bestrijkt een periode van 3800 tot 2000 v.Chr.. De geschiedenis van Soemerië wordt gewoonlijk verdeeld in vijf perioden, de eerste is de Urukperiode (3800-3100). In 3400 is er al een handelspost van de Soemeriërs in Habuba Kabira in Syrië als onderdeel van een wijdvertakt handelsnetwerk. In 3300 werd in Soemer de oudste vorm van het schrift uitgevonden, het pictografische schrift, waaruit later het spijkerschrift werd ontwikkeld.
Het besef van politieke eenheid neemt toe en de Koning van Soemer en Akkad bestuurt het hele land. Irrigatiewerken, tempeltorens en steden verrijzen als kenmerken van een bloeiende landbouwbeschaving in de Jemdet Nasr-periode (van 3100-2900).
Vanaf 2900 v.Chr. regeren de Koningen van Kisj over Neder-Mesopotamië, tot 2350. Deze periode heet Vroeg-dynastiek I. Uit die periode zijn de stadstaten van Ur, Lagash en Kish gekend. De helden van het Gilgamesjepos zijn koningen van Uruk. Ook de Koninklijke Begraafplaats van Ur dateert uit deze tijd en de eerste wetgever van de Koning Uruinimgina (Urukagina) van Lagasj.
Het Rijk van Mari Stroomopwaarts langs de Eufraat lag het rijk van Mari dat lange tijd (vanaf 2900) zijn eigen ontwikkeling kende.
Akkadische Rijk
Rond 2350 vallen nomaden het land binnen en brengen er een nieuwe taal: het Akkadisch, de oudste vorm van het Semitisch. Sargon de Grote (2334-2279) is de eerste koning van Akkad. Hij is de stichter van het eerste wereldrijk in de geschiedenis door zijn verovering van zowel Noord-Mesopotamië, Elam als ook, op latere leeftijd, Neder-Mesopotamië. Dit rijk wordt nog verder noordwaarts uitgebreid door zijn kleinzoon Naram-Sin, die 'de Koning der vier windstreken' wordt genoemd. Door invallen van o.a. de Guti valt dit rijk weer uiteen.
Neo-Sumerische Rijk