Hosea (Hebreeuws: הושֵעַ, Hôšēăʻ: "Redding van/door Hem (JHWH)") is het 28e boek in de Hebreeuwse Bijbel en het eerste in de serie Kleine profeten. Het boek bevat de profetieën van Hosea, een profeet die optrad van ongeveer 750 tot 725 v.Chr., tijdens de regering van Jerobeam II en zijn opvolgers in het noordelijke koninkrijk Israël.

Context Hosea leefde in de 8e eeuw voor Christus. Hij trad op in een donkere periode van Israëls geschiedenis, namelijk in de periode van verval en ondergang van het koninkrijk Israël. Het merendeel van de bevolking had zich van God afgekeerd en had zich gewend tot Baäl, de Kanaänitische god van de vruchtbaarheidHosea 8:4-6 en twee gouden beelden die Jerobeam, koning van Israël, in Bethel en Dan had laten neerzetten.1 Koningen 12:26-30 Het aanbidden van andere goden gaat gepaard met zonden als overspel, diefstal, meineed en afgoderij. In het boek worden deze zonden genoemd als oorzaak voor de rampen die Israël zouden gaan treffen.

Structuur en inhoud

thumb|Hosea en Gomer (Bible Historiale, Museum Meermanno) Het boek kan in twee delen onderverdeeld worden, namelijk hoofdstuk 1-3 en 4-14: De eerste drie hoofdstukken geven een symbolische weergave van Israëls ontrouw. Hosea krijgt opdracht Gomer, een prostituee, te trouwen. Haar ontrouw aan Hosea staat model voor Israëls ontrouw aan God.In het Oude Testament wordt het huwelijk en de huwelijksrelatie vaker als beeld voor de verhouding tussen God en Israël gebruikt, bijvoorbeeld in het boek Ezechiël. Zie de inleiding op de "kleine" profeten. Gearchiveerd op 21 december 2022. De kinderen die Hosea bij haar krijgt ontvangen elk een naam met een symbolische betekenis: Jizreël, de naam van de eerste zoon, verwijst naar de plaats waar koning Jehu in het verleden de koningen van Israël en Juda heeft omgebracht. God wil daarom het volk ter verantwoording roepen. De twee andere kinderen heetten Lo-Ruchama, dat betekent 'zonder medelijden', en Lo-Ammi dat betekent 'niet mijn volk'.Hosea 1:2-9 Verderop verklaart God dat hij in de toekomst weer naar zijn volk zal omkijken.Hosea 2:1-3 In hoofdstuk 3 krijgt Hosea van God de opdracht nogmaals een vrouw te kopen. Hij heeft geen seksuele intimiteit met haar, als symbool van dat Israël lange tijd niet zal beschikken over koningen, leiders, offers, gewijde stenen, orakels en huisgoden, en weer zal terugverlangen naar de Heer. Hoofdstuk 4 tot 10 bevatten een serie orakels en profetische uitspraken, waarin wordt uitgelegd waarom God het Noordelijke rijk van zich verwerpt. In hoofdstuk 11 weeklaagt God over de noodzaak om zijn volk op te geven, maar ook belooft hij daar dat hij zijn volk niet volkomen opgeeft. In hoofdstuk 12 roept Hosea het volk op tot bekering. Hoofdstuk 13 vertelt over de vernietiging van het Noordelijke rijk door de Assyriërs, omdat er geen bekering heeft plaatsgevonden. De profeet roept in hoofdstuk 14 de bevolking van Israël nogmaals op om vergeving te vragen en Gods belofte van herstel. Deze profetieën zijn rond het centrale thema gegroepeerd en kennen geen duidelijk verhaal- of tijdsverloop.

Verder lezen Brueggemann, Walter, Theology of the Old Testament, Testimony, Dispute, Advocacy, Minneapolis: Fortress Press, 1997 Childs, B. S., Introduction to the Old Testament as scripture. London: SCM Press, 1979 Jeremias, Jörg, Der Prophet Hosea [Das Alte Testament Deutsch], Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 1983 Wolff, H.W., Dodekapropheton 1 – Hosea [Biblischer Kommentar Altes Testament], Neukirchen Kreis Moers: Neukirchener Verlag, 1961 Yee, G.A., Composition and Tradition in the Book of Hosea. A Redaction Critical Investigation, Atlanta: Scholars press, 1987 Zenger, Erich (m.fl.), Einleitung in das Alte Testament, Stuttgart: Kohlhammer GmbH, 1995

Trivia De naam van Hosea's dochter wordt ook thans wel aan kinderen gegeven, maar dan in de positieve vorm: Ruchama, met ontferming.

Externe links Hosea in de Statenvertaling Hosea in Bijbelencultuur.nl

Categorie:Boek uit de Hebreeuwse Bijbel