thumb|De menselijke schedel is het universele symbool van de dood, schilderij van Guercino
De dood is een onomkeerbare toestand waarbij een voorheen levend organisme geen stofwisseling of andere actieve levensfuncties meer heeft. Voor levende wezens die hersenen bezitten, wordt dood vaak gedefinieerd als het onherstelbaar geëindigd zijn van de gehele hersenfunctie (hersendood). De stoffelijke resten van een dood wezen zullen na verloop van tijd door natuurlijke processen afgebroken worden in een proces van ontbinding. Dood is een onvermijdelijke staat die uiteindelijk optreedt bij alle levensvormen.
Het intreden van de dood kan het gevolg zijn van ziekte, veroudering of verwonding. De dood is bij de mens en andere gewervelde dieren te herkennen aan het stoppen van de ademhaling en de hartslag. Het concept 'dood' slaat in de algemene betekenis op het hele organisme, maar ook onderdelen van een organisme kunnen sterven. Wanneer bijvoorbeeld een stukje weefsel onvoldoende zuurstof aangevoerd krijgt, zullen de cellen in dit weefsel afsterven (necrose).
De meeste culturen en religies hebben een idee van leven na de dood, waarin het bewustzijn of iets onstoffelijks van de mens niet eindigt maar in een of andere vorm voortleeft. Iedere cultuur gaat anders om met de dood. Vrijwel universeel is de ontwikkeling van diverse ceremoniën, rituelen en plechtigheden waarin de gestorvene wordt geëerd of herdacht, zoals in een begrafenis of crematie. Aan het begin van de 21ste eeuw stierven er wereldwijd ruim 56 miljoen mensen per jaar. Hart- en vaatziekten en kanker behoren verreweg tot de belangrijkste doodsoorzaken.
Definities thumb|upright|Een omgekomen verzetstrijdster ligt opgebaard in de Grote Kerk van Deventer, april 1945 In de geneeskunde onderscheidt men met betrekking tot mensen enkele verschillende definities van ‘dood’: Klinisch dood: toestand waarbij de ‘ABC’-functies afwezig zijn: ademhaling, bewustzijn en circulatie (bloedsomloop). Door middel van reanimatie kan deze toestand soms nog ongedaan worden gemaakt. Als dit niet gebeurt, treedt na 4 tot 6 minuten de biologische dood in. Biologisch dood: toestand waarbij ademhaling, bewustzijn en circulatie afwezig zijn en ook niet meer op gang kunnen worden gebracht. Onder meer in de context van orgaandonatie, als tegenhanger van hersendood, wordt dit ook wel hartdood genoemd. Hersendood: toestand van de hersenen waarbij de vitale hersenfuncties zoals bewustzijn en het aansturen van de ademhaling door het ademhalingscentrum door beschadiging op cellulair niveau zijn uitgeschakeld. Het lichaam reageert op geen enkele pijnprikkel, de ogen reageren niet meer op licht en het EEG (elektro-encefalogram = registratie van de elektrische hersenactiviteit) vertoont geen activiteit. Herstel is niet mogelijk en zonder kunstmatige beademing/voeding en medicijnen zal de biologische dood snel intreden. Wel kan spontane activiteit van het hart aanwezig zijn (zie hartprikkel), waardoor de pompfunctie en daarmee de circulatie van het bloed blijven bestaan. Voornoemde toestand maakt de overledene geschikt als donor, aangezien de organen dankzij de bloedcirculatie intact blijven.
Hiernaast kent men nog de term juridisch dood; deze is in Nederland equivalent aan hersendood – althans, iemand die hersendood is, is voor de wet ook dood. De vitale functies kunnen dan met hart-longmachines nog in stand worden gehouden en het is wettelijk toegestaan om organen te verwijderen voor transplantatie. Iemand is ‘juridisch dood’ als de lijn die de elektrische activiteiten van de hersenen weergeeft bij registratie door middel van een EEG vlak is (hersendood).
De term juridisch dood wordt ook gehanteerd als sprake is van een langdurige vermissing van een persoon. Er is dan geen lijk, zodat het overlijden niet op medische wijze kan worden vastgesteld. Door iemand van wie vermoed is dat deze niet meer leeft, juridisch dood te verklaren, kan deze worden uitgeschreven uit het bevolkingsregister. Voor de wet is dan sprake van een officiële doodverklaring.
Niet-lichamelijke dood In het verleden bestond de burgerlijke dood als straf. Het hield in dat men al zijn rechten en bezit verloor. De Nederlandse grondwet van 1831 noemde de burgerlijke dood in het Burgerlijk Wetboek en stelde vast dat deze straf niet kon worden opgelegd. In het Nieuw Burgerlijk Wetboek (1992) wordt deze straf niet meer genoemd.
Binnen de (veelal evangelisch-)christelijke hoek kent men het begrip geestelijke dood, die geen betrekking heeft op het "fysiek dood zijn", maar op het "los van God zijn".
Kenmerken thumb|right|200px|Valentine Godé-Darel tijdens haar doodsstrijd, een dag voor haar dood, geschilderd door Ferdinand Hodler. De dood kenmerkt zich bij zijn naderen en intrede door een aantal specifieke verschijnselen die zich over korte of lange tijd (agonie = doodsstrijd) kunnen uitstrekken. Het betreft de aanwezigheid van al deze verschijnselen: afzonderlijke verschijnselen kunnen wijzen op lichamelijk disfunctioneren bij een levend persoon. Het uitvallen van de hartwerking uit zich als stilstand van het hart, verdwijnen van de polsslag en optreden van een grauwbleke huidskleur; het lichaam begint van de ledematen af koud en klam aan te voelen. De ademhaling, vaak onregelmatig geworden, eindigt abrupt of met enkele diepe teugen. Wanneer de werking van zintuigen en zenuwstelsel wegvalt, ontspannen de spieren zich en krijgt het gelaat een dof, ingezonken aspect met ingetrokken neusvleugels (Hippocratisch gelaat) en een verslapte onderkaak. Geleidelijk aan maakt een algehele stijfheid zich van het lichaam meester (rigor mortis = lijkstijfheid); de pupil van het oog reageert niet meer op lichtprikkels en het vrijwel zekere teken van de dood, het ‘breken’ van het oog, dit wil zeggen een troebeling van het hoornvlies, is duidelijk geworden. Pas enige uren later treedt het bloed uit de vaten en dit hoopt zich onderhuids op in de laagst gelegen delen van het lichaam tot lijkvlekken; daarna zetten ook de overige verschijnselen van ontbinding (autolyse) in, waardoor de stoffelijke resten de typische lijklucht gaan verspreiden.
Ontbinding Direct na het intreden van de dood begint het ontbindingsproces. De eerste fase hiervan bestaat bij mensen altijd uit: Livor mortis - lijkvlekken: na het overlijden zakt het bloed door de zwaartekracht (hypostase) en doordat de bloedcirculatie is gestopt, naar de laagst gelegen delen van het lichaam: deze kleuren daardoor paarsblauw (lijkvlekken), waar de hoger gelegen gedeelten bleek worden. Rigor mortis - lijkstijfheid: normaal gesproken zal na ongeveer 1 tot 4 uur na het overlijden lijkstijfheid optreden. Door chemische processen worden de na overlijden verslapte spieren stijf. Rigor mortis treedt als eerste op in de extremiteiten zoals de armen, de benen en het hoofd. Ook vormt zich kippenvel doordat rigor mortis optreedt in de in de huid gelegen spiertjes. Acht uur na het overlijden is deze lijkstijfheid volledig; na 48 uur neemt ze weer af als gevolg van diverse afbraakprocessen in het lichaam. Als er bij mensen sprake was van overlijden door of tijdens een lichamelijke stresssituatie (zoals een hartaanval tijdens het hardlopen) zal rigor mortis spoediger intreden dan wanneer het lichaam voorafgaand aan het overlijden in een toestand van rust verkeerde. In tegenstelling tot wat wel wordt gedacht, zal rigor mortis bij een hoge omgevingstemperatuur spoediger optreden dan in geval van koude. Dat komt doordat de onderliggende chemische reactie bij hogere temperatuur sneller optreedt. (De lijkstijfheid betreft geen samentrekking van het spierweefsel maar een irreversibel chemisch proces.) Algor mortis - lijkkoude: na het overlijden begint het lichaam af te koelen, door het uitvallen van stofwisselingsprocessen die warmte produceren. Ongeveer 12 uur na het overlijden voelt het lichaam koud aan, omdat het lichaam dan de temperatuur van de omgeving heeft aangenomen. Een en ander is natuurlijk sterk afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de kleding en isolatie (waaronder het vetgehalte) van het lichaam. Lippen worden rimpelig (door uitdroging), oogbollen worden dof (doordat geen traanvocht meer wordt gemaakt en knipperen achterwege blijft), haar lijkt door te groeien (in eerste instantie doordat haar door rigor mortis bij de huid rechtop gaat staan en in latere fase door indroging en verschrompeling van de huid), de nagels lijken door de indroging en verschrompeling van de huid te groeien (dit vindt na verloop van tijd plaats). De mythe dat het haar en de nagels van een overledene zouden blijven doorgroeien is op voornoemde verschijnselen gebaseerd.
Vervolgens bestaan drie mogelijkheden waarop het lichaam tot verdere ontbinding kan overgaan.Tekst afkomstig van de besloten websites www.overledenenzorgpro.nl en uitvaartbranche.nl, met toestemming van auteur M.Wiegman geplaatst.
Putrefactie thumb|200px|Beeld van een (deels verrot) menselijk lijk.
Putrefactie ofwel verrotting begint binnen drie dagen na het intreden van de dood. Hoe hoger de omgevingstemperatuur, des te sneller verloopt dit proces. Vele insecten leggen, als de mogelijkheid het toelaat, eieren in het dode lichaam. Dit zal in het algemeen niet gebeuren als het lichaam ver genoeg onder de grond ligt. Het lichaam begint van kleur te veranderen met als opvallendste kenmerk "het wegschieten van kleuren" langs de slagaders en aders, gelegen aan de huidoppervlakte (marmer tekening). Dit komt doordat het bloed begint te ontbinden en bacteriën de overhand krijgen. De kleur van de huid verdonkert ook.
Na verscheidene dagen kunnen de insectenlarven uit het lichaam beginnen te kruipen. Reinigende dieren zoals sommige knaagdieren beginnen van het lichaam te eten indien dit voor hen mogelijk is.
Ongeveer een week na het intreden van de dood beginnen gassen, die door bacteriële en chemische processen worden geproduceerd, opzwelling van het dode organisme te veroorzaken. De bacteriën die tijdens het leven nuttig waren, zoals de bacteriën in het spijsverteringskanaal, keren zich na de dood tegen het lichaam. Nu gebruiken diezelfde bacteriën het dode lichaam als voedselbron. Door deze processen worden de interne organen vloeibaar. Binnen twee weken na intreding van de dood komen producten van ontbinding uit de lichaamsopeningen, zoals uit de mond, de neus, de anus en eventuele andere lichaamsopeningen (bijvoorbeeld wonden). De stank van rotting is op dit moment zeer sterk aanwezig. Binnen enkele weken zal door de druk van het gas dat in het lichaam wordt geproduceerd en dat niet kan ontsnappen weefsel openspringen, waarbij lichaamsinhoud (ontbindingsproducten) vrijkomen. Enorme hoeveelheden insectenlarven kunnen uit het lichaam komen als insecten eerder de kans hebben gekregen om hier eitjes te leggen. Aaseters kunnen op dit moment gemakkelijk delen van het lichaam wegnemen, doordat het lichaam geen vast geheel meer is. Indien het om een mens gaat, worden de vrijkomende vloeistoffen opgenomen door de kleding van de overledene, de kistvoering, het bedmatras, de vloer of de grond. Op dit moment is het lichaam een zeer onsamenhangend voorwerp geworden, dat niet meer herkenbaar zal zijn als het individu dat het tijdens zijn leven geweest is.
Mummificatie thumb|Hoofd van de mummie van Ahmose.
Mummificatie (indroging) ontstaat op een moment wanneer een lichaam uitdroogt door natuurlijke of door kunstmatige middelen. Twee omstandigheden zijn vereist voor mummificatie. Een droge omgeving. Lichaamsmassa: Mummificatie treedt eerder op als het lichaam van de overledene een lichaam betreft met weinig lichaamsvetmassa (in het algemeen een dun persoon). Zelden treedt mummificatie onder natuurlijke omstandigheden op bij te zware mensen. De oorzaak hiervan is de aanwezigheid van vocht in het lichaam. Vocht zorgt (samen met een hoge omgevingstemperatuur) voor een voorspoedig ontbindingsproces.