Hieronder staat een lijst van uitdrukkingen en gezegden met steekwoorden die beginnen met een letter in de serie A-E.
a Van A tot Z. Van het begin tot het einde; helemaal.
aagje Een nieuwsgierig aagje. Een nieuwsgierig persoon.
aambeeld Altijd op hetzelfde aambeeld slaan. Steeds weer op hetzelfde onderwerp terugkomen.
aangebrand Gauw aangebrand zijn. Snel boos worden.
Een aangebrande familie. (in België) Familie met een of vaak meerdere voorouders die collaboreerden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term wordt vooral gebruikt indien de afstammelingen niet duidelijk afstand namen van de activiteiten van hun ouders of grootouders.
aanvaring Met iemand in aanvaring komen. Ruzie of problemen met iemand krijgen.
aanzien Zonder aanzien des persoons. Zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat.
aap Aap wat heb je mooie jongen. Sarcastische opmerking over iemand die wat al te trots is op iets.
Hij speelt aap wat heb je mooie jongen. Hij is overdreven vriendelijk (tegenover iemand van wie hij wat verwacht of tegenover wie hij wat goed te maken heeft).
Nu komt de aap uit de mouw. Nu blijkt wat werkelijk de bedoeling was.
In de aap gelogeerd zijn. In een vervelende positie beland zijn.Café In 't Aepjen aan de Zeedijk in Amsterdam (een van de twee nog bestaande laatmiddeleeuwse houten huizen in de stad) zou vroeger een logement zijn geweest waarvan de eigenaar apen hield, die ongedierte aantrokken. Ook werden rond de gouden eeuw veel mensen aangetrokken door ronselaars van de VOC (Verenigd Oost Indisch compagnie) in café In't Aepjen. De ronselaars lieten het alcoholisch vocht flink stromen om ervoor te zorgen dat hun slachtoffers hun handtekening zetten onder een contract. De volgende morgen werd het duidelijk dat ze geronseld waren en er geen weg meer terug was. Ook: De aap is een zeil, soms moeten gasten aan boord er genoegen mee nemen als beddengoed.
Voor aap staan. In het openbaar belachelijk zijn.
De aap beet hebben. De buit (het begeerde geld) binnen hebben.
Iemand na-apen. Iemand nadoen.
aard Dat is de aard van het beestje. Dat is typisch iets voor die persoon; zo zit hij of zij nu eenmaal in elkaar.
Een aardje naar je vaartje hebben. Veel op je vader lijken.
aardappel De aardappels afgieten. Urineren (door een man).
De hete aardappel doorschuiven. Een vervelende beslissing aan een ander overlaten.
Met een hete aardappel in de keel praten. Geaffecteerd praten.
aarde In goede aarde vallen. Goed ontvangen worden (bijvoorbeeld van een voorstel, toespraak of boek).
Iemand ter aarde bestellen. Iemand begraven.
Abraham Abraham gezien hebben. 50 jaar of ouder zijn.
Weten waar Abraham de mosterd haalt. Weten hoe iets in zijn werk gaat; dingen goed snappen.
achterdeur Via (of langs) de achterdeur. Indirect, onopgemerkt, stiekem.
Een achterdeurtje. Een manier om iets te ontduiken.
achterhoofd Hij is niet op z'n achterhoofd gevallen. Hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten.
acte de présence Acte de présence geven. Ervoor zorgen dat je ergens aanwezig bent.
adamskostuum In adamskostuum. Naakt, zonder kleren.
adder Als door een adder gebeten zijn. Opeens fel reageren.
Een adder aan zijn borst/boezem koesteren. Hulpvaardig zijn tegen iemand die je er niet dankbaar voor zal zijn.
addertje Er schuilt een addertje onder het gras. Er is een verborgen risico in het spel.
adem De laatste adem uitblazen. Sterven, doodgaan.
De langste adem hebben. Iets het langst volhouden.
Iemands hete adem in de nek voelen. Bijna ingehaald worden; ook: opgejut of opgejaagd worden.
Iets in één adem uitlezen. Iets zonder onderbrekingen uitlezen.
advocaat Advocaat van de duivel spelen. Een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken.
aflossing Een aflossing van de wacht. Een vervanging van de ene persoon door een andere.
aftocht De aftocht blazen. Vertrekken als de situatie te bedreigend of te moeilijk wordt.(Afgeleid van het trompetsignaal of hoornsignaal, waarmee men een legeronderdeel het bevel tot terugtrekken placht te geven.)
afwezigheid Schitteren door afwezigheid. Ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd.
agenda Een verborgen agenda hebben. Een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband.
Dat staat op de agenda. Dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden.
akkertje Op z'n dooie akkertje. Op zijn gemak, heel rustig, heel langzaam.
akkoord Het op een akkoordje gooien. Met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken.
alfa De alfa en de omega. Zowel het begin als het einde; alles.
alles Alles op alles zetten. Zich tot het uiterste inspannen om iets te bereiken.
ambacht Iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn. Steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn.
angel Ergens de angel uit trekken. Ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken.
anker Het anker lichten. Vertrekken. Ervandoor gaan.
Voluit in de ankers gaan. Krachtig remmen.
antenne Een antenne hebben voor iets. Iets goed aanvoelen.
apegapen Op apegapen liggen. op sterven liggen; oneig. versuft, verslapt zijn, het zeer benauwd hebben (bijvoorbeeld door de warmte).
apelazarus Je het apelazarus werken. Heel hard werken.
Je het apelazarus schrikken. Door iets of iemand onverwachts heel heftig schrikken.
appel Appelen voor citroenen verkopen; ook: Knollen voor citroenen verkopen. Oplichten, bedriegen.
Appels met peren vergelijken. Verkeerde conclusies trekken door zaken te vergelijken die niets met elkaar te maken hebben.
Appeltje-eitje. Een simpel klusje.
De rotte appels uit de mand halen. De minder getalenteerde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen.
Door de zure appel heen bijten; ook: Door de zure appel bijten. Een onaangenaam karwei opknappen.
Een appeltje met iemand te schillen hebben. Iets met iemand te bespreken hebben naar aanleiding van iets wat men die ander verwijt. Ook: wraak op iemand willen nemen.
Een appeltje voor de dorst. Een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog gaan komen.
Een oogappel of oogappeltje zijn. Een zeer geliefd persoon zijn. Vaak gezegd van een kind of kleinkind.
Voor een appel en een ei. Bijzonder goedkoop.
à propos Van je à propos gebracht worden. In de war gebracht worden.
À propos! Voor ik het vergeet.
arbeid Een Sisyphus-arbeid. Een zware, onmogelijke, zinloze taak.
argusogen Iets met argusogen bekijken. Iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden.
arm De sterke arm der wet. De politie.
Iemand in de arm nemen. Iemands hulp vragen als je een bepaalde kwestie niet alleen kunt oplossen.
Iemand met open armen ontvangen. Heel blij zijn met iemands komst en dat ook laten merken.
armoe(de) Het is daar armoe troef. Daar heerst grote armoede.
armslag Armslag krijgen. Meer mogelijkheden krijgen.
augiasstal De augiasstal reinigen. Op een plaats waar heel veel dingen slecht geregeld zijn, de zaken eindelijk goed gaan regelen; een plaats waar heel veel rommel ligt, schoonmaken.
averechts Averechts uitpakken. Helemaal verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken.
baal Ergens de balen van hebben. Iets niet meer leuk vinden en willen dat het stopt.
baan Dat is van de baan. Dat gaat niet door.
Iets op de lange baan schuiven. Iets uitstellen tot later.
Iets in goede banen leiden. Ervoor zorgen dat iets goed verloopt.
baard De baard in de keel krijgen. Een lage stem krijgen.
Spelen om des keizers baard. Spelen om de eer.
baas Er is altijd baas boven baas. Er is altijd iemand die het nog weer beter doet of beter weet.
Iemand of iets de baas zijn. Iemand of iets kunnen overmeesteren.
badwater Het kind met het badwater weggooien. Verkeerde maatregelen nemen om ongewenste zaken te bestrijden, zodat juist datgene verloren gaat wat het meest waardevol is.
bak Aan de bak komen. Aan de beurt komen; een baan krijgen.
Het is volle bak. Het is helemaal uitverkocht; er zijn heel veel mensen.
baken De bakens verzetten. De zaak heel anders aanpakken.
bakker Het komt voor de bakker. Het komt in orde; het wordt geregeld.
baksteen Met een baksteen in de maag geboren worden. Graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is.
bakzeil Bakzeil halen. Toegeven dat je ongelijk hebt; aanzienlijk minder hoge eisen stellen dan je eerder deed.
bal Hij weet er geen bal van. Hij weet er niets van.
De bal aan het rollen brengen. Ervoor zorgen dat iets onderzocht wordt, dat er actie ondernomen wordt.
De bal terugkaatsen. Op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander.
Elkaar de bal toespelen. Elkaar voordeeltjes geven; elkaar helpen.
Dat is een bal voor open doel. Dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden.
Ergens een balletje over opgooien. Ergens voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden.
balans De balans opmaken. Kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad.
balk Wel de splinter in het oog van de ander zien, maar niet de balk in het eigen oog. (Mattheüs 7:3-5.) Iemand anders wel bekritiseren, maar eigen gebreken niet opmerken.
ballon Een proefballonnetje oplaten. Een voorstel doen om er achter te komen hoe men er op zal reageren. (Met de bedoeling het terug te trekken bij te veel tegenstand, en door te zetten als anderen ermee instemmen).
ban In de ban zijn van iets. Zo erg in iets geïnteresseerd zijn dat je aandacht alleen nog maar daarop kunt richten.
band Aan de lopende band. Aan één stuk door; steeds maar weer.
Door de band genomen. Gemiddeld; meestal; gewoonlijk. Met de "band" werd bedoeld een stokvishoepel waaraan stokvissen werden gehangen; deze vissen zien er allemaal eender uit. De variant "door de bank genomen" is tegenwoordig Algemeen Nederlands, terwijl in het Zuid-Nederlands nog "band" wordt gezegd.
Iets aan banden leggen. Ervoor zorgen dat iets zich niet verder kan uitbreiden.
Uit de band springen. Uitbundig plezier maken, zonder rekening te houden met de regels van orde en fatsoen.
bank Door de bank genomen. Zie: band
bar Het is bar en boos. Het is heel erg; het is heel slecht.
Barbertje Barbertje moet hangen. Iemand moet ergens de schuld van krijgen, ook al heeft hij of zij het misschien helemaal niet gedaan.
barricade De barricades opgaan. Actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden.
Bartjens Volgens Bartjens. Helemaal correct; zoals het hoort of zoals het moet; heel precies berekend.
Willem Bartjens was een schoolmeester en schrijver van een rekenboek. Wanneer een rekensom klopt, is het dus correct volgens het boekje van Bartjens.
bed Dat is ver van mijn bed óf Dat is een ver-van-mijn-bedshow. Dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets wat op grote afstand van hier gebeurt.
Je bedje is gespreid. Je komt in een situatie terecht waarin alles al voor je geregeld is; je hoeft je geen zorgen te maken over de toekomst.
bedelstaf Aan de bedelstaf raken. In een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt en dus heel arm bent.
bedrijf Tussen de bedrijven door. Tussen andere bezigheden in; tussendoor.
been Er geen been in zien. Geen bezwaar onderkennen. Er niet voor terugschrikken.
Het been stijf houden. Niet toegeven.
De benen nemen. Ervandoor gaan.
Met beide benen op de grond staan. Een realist zijn.
Met de benenwagen. Te voet.
Tegen het zere been schoppen. Een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt.
Zijn beste beentje voorzetten. Iets zo goed mogelijk doen.
Met het verkeerde been uit bed gestapt zijn. De dag met een slecht humeur beginnen.
Dat houdt me op de been.