Harelbeke is een stad in het zuiden van de Belgische provincie West-Vlaanderen. De stad is gelegen nabij Kortrijk en omvat ook de dorpen van Bavikhove en Hulste, beide gelegen aan de noordelijke kant van de Leie. De stad telt ruim 30.000 inwoners en is daarmee de negende grootste van West-Vlaanderen.

Harelbeke is ontstaan op een droge zandrug aan de rechteroever van de Leie, waaraan het volgens sommige bronnen zijn naam te danken heeft (harula = zandrug). De stad kent een lang en bewogen geschiedenis dat in de laat-Romeinse tijd bewoond werd.

Harelbeke is bekend als geboortestad van toondichter Peter Benoit, naar wie in Harelbeke een muziekacademie is opgericht. Het is ook de thuis van harmonieorkest Vooruit.

Harelbeke is tevens de start- en aankomstplaats van de E3 Harelbeke, de jaarlijkse wielerklassieker die deel uitmaakt van de UCI World Tour.

Toponymie De betekenis van deze naam kent vele lezingen, maar het Germaanse harula, dat zandrug betekent, is het meest waarschijnlijk.

De eerste vermelding van Harelbeke gaat terug tot 629, waar sprake was van Harlebecca. Harlebeke (1027), Herlebecca (1042), Harlebecca (1078), Harlebeca (1111), Haerelbeke (1302) Sinds 2019 is de West-Vlaamse naam als Oarelbeke Weireldstad in gebruik voor stadsmarketing.

Geografie links|thumb|Kaart van Harelbeke en omgeving. De lichtrode gebieden zijn bebouwde kernen, de paarse industrietereinen. links|thumb|Harelbeke, deelgemeenten en buurgemeenten. De gele gebieden zijn bebouwde kernen. (2006) Harelbeke bevindt zich in het verstedelijkte en geïndustrialiseerde arrondissement Kortrijk in het zuiden van West-Vlaanderen. Wat de gemeentegrenzen betreft, wordt Harelbeke begrensd door twee steden in de onmiddellijke omgeving: de stad Kortrijk in het westen en de stad Waregem in het oosten. Andere buurgemeenten zijn: Ingelmunster, Kuurne, Lendelede, Oostrozebeke, Wielsbeke, Deerlijk en Zwevegem. Ongeveer de helft van het grondgebied maakt deel uit van het regionaalstedelijk gebied van Kortrijk, dat omlijnd wordt door de ringlaan N36, de snelweg E17 en het kanaal Bossuit-Kortrijk.

Kernen De stad Harelbeke telt drie deelgemeenten. Naast Harelbeke zelf zijn dit nog Bavikhove en Hulste.

Harelbeke ligt grotendeels op de rechteroever van de Leie. Het grondgebied is grotendeels verstedelijkt en bijna volledig volgebouwd. Het sluit door bebouwing langs de rivier en de steenweg Kortrijk-Gent aan op de stedelijke kern van Kortrijk. Er was vroeger een landschap van drassige beekdalen en zandruggen maar dat uitzicht is helemaal verdwenen. In het zuiden van Harelbeke ligt aan het Kanaal Bossuit-Kortrijk het gehucht Stasegem (IV), dat van de andere stadsdelen is gescheiden door het nijverheidsgebied Harelbeke-Zuid en het natuurgebied De Gavers.

De deelgemeenten Bavikhove en Hulste liggen meer naar het noorden, aan de overkant van de Leie. Bavikhove heeft een status als landbouw- en nijverheidsdorp, terwijl het dorp Hulste door zijn verdere afstand van de stad het landelijke karakter wist te behouden.

# Naam Opp.(km²)https://statbel.fgov.be/fr/open-data/population-par-secteur-statistique-10 Inwoners(2025) Inwonersper km² NIS-code 1 Harelbeke (I) 14,79 23.120 1.563 34013A 2 Bavikhove (II) 6,68 3.856 577 34013B 3 Hulste (III) 7,93 3.335 420 34013C

Harelbeke grenst aan volgende dorpen en gemeenten: a. Kortrijk (stad Kortrijk) b. Kuurne (gemeente Kuurne) c. Lendelede (gemeente Lendelede) d. Ingelmunster (gemeente Ingelmunster) e. Oostrozebeke (gemeente Oostrozebeke) f. Ooigem (gemeente Wielsbeke) g. Beveren (stad Waregem) h. Deerlijk (gemeente Deerlijk) i. Zwevegem (gemeente Zwevegem)

Geologie Harelbeke is gelegen in Laag-België aan de Leievallei. Het kent een matig vlak golvend landschap. Het laagste punt situeert zich aan de rivier Leie en ligt op 10 meter, terwijl het hoogste punt, in Hoog-Wallegem, zich 35 meter boven de zeespiegel bevindt.

Harelbeke behoort tot Zandlemig Vlaanderen. Op meerdere plaatsen, zoals aan de Gavers, de Zavelputten en Spijkerland werd aan zandwinning gedaan.

Waterlopen Harelbeke wordt in het stadscentrum door de rivier Leie gekruist. Verder heeft de laagvlakte ook kleine beekjes, met in het zuiden de Gaverbeek. Het betreffende dal is een fossiele waterloop van de Leie. Veel beken zijn overkluisd en vaak ook rechtgetrokken. Dit komt vooral door de verstedelijking van het gebied, de aanleg van autowegen en dergelijke. Het kanaal Kortrijk-Bossuit, gegraven in de 19e eeuw als gevolg van de industrialisatie, loopt in het zuiden.

Geschiedenis Prehistorie De eerste sporen van menselijke bewoning worden aangetroffen in de warmere periode op het einde van de laatste ijstijd (±14.000-13.000 jaar geleden). Na de ijstijd ontwikkelde het landschap zich zoals we het vandaag kennen. De Leie en de Gaverbeek vormden hun valleien met een afwisselend landschap van kleine zanderige heuvels. Het moerassige Gavergebied was een uiterst geschikte plaats voor jager-verzamelaars die het herhaaldelijk bewoonden. In 1977 werd een kleine nederzetting uit de steentijd aangetroffen met meer dan 2.000 artefacten uit de Federmessercultuur (ca. 12.000-11.000 v. C.). De vondst is opvallend door de grote omvang uit een relatief primitieve periode (vroege steentijd).

In de late steentijd werden vondsten toegeschreven aan de Michelsbergcultuur (4.400-3.500 v. C.) Daarnaast hebben archeologen een lang ijzeren zwaard, een karpertongzwaard (77,6 cm lang) uit de ijzertijd, ontdekt bij de bouw van de Kuurnebrug in 1936.

Romeinse tijd (57 v. C. - 410 n. C.)

Met de Romeinen kwam een uitgebouwd handelsnetwerk en regionaal wegennet tot stand waarbij de rivieren een belangrijke rol speelden. In Harelbeke waren er aan de gronden aan de Leie en aan de Gavers twee middelgrote nederzettingskernen die in de tweede en de derde eeuw n. C. uitgroeiden tot belangrijke en welvarende nederzettingen. Een middelgroot Romeins dorp of vicus was gelegen aan de Gaverbeek in de Collegewijk. Het was een site met verschillende gebouwen, waterputten, nijverheid, veeteelt, landbouw en handel. Een heiligdom bevond zich bij de Gaverbeek waar beeldjes van de Gallo-Romeinse godendom aanbeden werden. Deze nederzetting werd door zware invallen omstreeks 274/5 verwoest en verlaten.

Later verplaatste de Romeinse nederzettingskern zich naar het Marktplein aan de Leie dat bleef bestaan en verder uitgroeide. Uit deze periode werden in de omgeving van de markt resten van muren en twee muntschatten, waaronder één uit de vierde eeuw, ontdekt. Ook stonden tot het eind van de 12e eeuw op de plaats van de Sint-Salvatorkerk eeuwenlang Romeinse ruïnes overeind.

Middeleeuwen (410-1500) De vroege vermelding van Harelbeke in historische bronnen bewijst dat het een belangrijke plaats was tijdens het begin van de middeleeuwen. De aanwezigheid van een grafelijk verblijf, de ligging aan de Leie, een markt en textielproductie werkten het ontstaan en de groei van het stadscentrum in de hand.

De stad komt aan bod in verhalen en overleveringen die meestal eeuwenoud zijn. De meest bekende sage is de legende van de forestiers, die aan de grondslag van Vlaanderen en Harelbeke zouden liggen. Volgens het verhaal zou Liederik van Harelbeke in 792 de eerste forestiersgraaf van Vlaanderen zijn.

In 879 vernietigden de Noormannen vroegmiddeleeuws Harelbeke. In 998 werd het opnieuw in puin gelegd tijdens de Kortrijkse Opstand. Omstreeks 1040 zou het Sint-Salvatorkapittel zijn opgericht. In 1153 kreeg Harelbeke stadsrechten en een stadhuis. In 1264 kreeg de stad van Margareta van Constantinopel de rechten om elke zaterdag markt te houden. Volgens een keure uit 1265 hadden de inwoners van Harelbeke net als andere grote Vlaamse steden bepaalde voorrechten, en waren poorters, burgers van de stad die over uitgebreide rechten beschikten.

In 1341 werd een hospitaal gesticht. In 1394 werd een deel van Harelbeke verwoest door brand. Ook het schepenhuis werd verwoest, maar werd in 1408 weer volledig hersteld. Doordat Harelbeke grafelijk bezit was had het te lijden onder Gentse opstandelingen, die het grafelijk gezag bestreden.

In 1413 werd voor het eerst melding gemaakt van een klooster van augustinessen. Gedurende de 14e en 15e eeuw bloeide de lakenindustrie, wat regelmatig leidde tot schermutselingen met Kortrijk aangaande de lakenhandel. In 1477 werd Harelbeke geplaagd door plunderende Franse troepen en in 1570 waren er beeldenstormers die vernielingen aanrichtten.

Vroegmoderne tijd (1500-1815) In een verhaal daterend uit de 16e eeuw, is er sprake van een heiligdom aan de rand van de Gavers. Door frequente oorlogen raakte Harelbeke er moeilijk bovenop, want in 1555 stond Keizer Karel een vermindering van belastingen toe wegens de geleden oorlogsschade. Vijfenzestig jaar later, rond 1620, stond de overheid opnieuw belastingverlaging toe.

In het begin van de 17e eeuw startte de school van de zusters van het hospitaal met het leren 'lesen, scrijven, spinnen najien' van hoofdzakelijk arme kinderen.

Vanaf 1716 werd de steenweg van Gent op Kortrijk aangelegd, die dwars door Harelbeke voerde. In 1720 moesten daartoe enkele huizen in het centrum worden afgebroken. Op 23 juni 1791 vond de slag van Harelbeke plaats.

Moderne tijd (1815-1945) In 1839 kwam er een spoorwegverbinding op de lijn van Gent naar Kortrijk. In 1863 opende een tweede spoorwegstation, nabij het gehucht Stasegem. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw tot in de 20e eeuw woonden veel arbeiders en metselaars in Harelbeke, vooral in de wijken 't Ooste en 't Eiland. Ze gingen per trein naar Brussel en andere steden om er een hele week te werken.

In 1866 stierven 72 mensen aan de cholera.

Toen tijdens de schoolstrijd de liberalen aan de macht kwamen, werd in 1879 de school van de hospitaalzusters gedwongen tot sluiting, zogezegd wegens het ontbreken van onderwijsbevoegdheid. De zusters moesten in 1882 hun klooster zelfs verlaten.

Gedurende de 19e en 20e eeuw bloeit de lakenindustrie weer op, ditmaal door de industrialisatie, en blijft tot vandaag belangrijk in de Belgische textielindustrie. Veel industrie vestigde zich in Stasegem toen in 1859-1861 het Kanaal Kortrijk-Bossuit tot stand kwam. In 1907 werd de textielfabriek Abeille gesticht, in 1927 de Kortrijkse Katoenspinnerij en in 1928 de Kortrijkse Fluweelweverij. Verder waren er steenfabrieken. Van 1920-1940 waren er in Harelbeke diverse vlasbedrijven zoals roterijen, zwingelfabrieken en handelaars in vlasproducten.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt tijdens de Slag aan de Leie in oktober 1918 gevochten tussen enerzijds terugtrekkende Duitse troepen en anderzijds Newfoundlandse en Schotse troepen. Het Newfoundland Memorial herinnert aan de oversteek van de Canadese troepen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in mei 1940 door het Belgische 25ste linieregiment in Harelbeke een laatste poging gedaan om het Duitse leger de oversteek over de Leie te verhinderen. Om strategische redenen blies het Belgische leger de sluistoren alsook de beiaardtoren naast de Sint-Salvatorkerk op. Zo'n 40 Belgische soldaten kwamen om tijdens de slag.

Recente geschiedenis (1945-nu) Na de Tweede Wereldoorlog werd het woongebied en ook het industriegebied stevig uitgebreid. De uitbouw van de welvaart ging gepaard met suburbanisatie. De toenemende behoefte aan woningen was in eerste instantie het gevolg van de babyboom, maar ook de stijgende gezinsverdunning deed de vraag naar nieuwe woningen toenemen. Het huis-met-tuin werd het woonideaal en kwam in het bereik van steeds bredere lagen van de bevolking. In Harelbeke werden binnen een korte periode van 25 jaar de grote woonwijken Collegewijk, Arendswijk en Bloemenwijk uitgebouwd.