Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1962 was het veertiende in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace. Algemeen In 1962 breidden de Japanse fabrikanten Honda en Suzuki hun activiteiten flink uit. Suzuki ontwikkelde met hulp van Ernst Degner de 50cc-RM 62 met acht versnellingen. Honda richtte zich op de 125-, de 250- en de 350cc-klasse en werd het eerste merk in de geschiedenis dat de eerste vier plaatsen in een wereldkampioenschapsklasse bezette. Dat was de 125cc-klasse. Door de snelle opkomst van Honda verdween meteen alle spanning uit het wereldkampioenschap. Alle klassen waarmee de Japanners zich bemoeiden werden meteen beheerst. Honda had nog geen 500cc-racer en bij gebrek aan concurrentie bleef MV Agusta daar nog koning. Alleen de nieuwe 50cc-klasse was spannend, zij speelde zich vooral af tussen het meer ervaren team van Kreidler en Suzuki, dat gebruik maakte van de kennis die Ernst Degner uit de DDR had meegebracht. FIM De Fédération Internationale de Motocyclisme verving de Grand Prix van Zweden door de Grand Prix van Finland. Merken/teams CKEB bracht voor het eerst motorfietsen uit Rusland aan de start, maar alleen in de GP van de DDR, de 250 cc CKEB S-259 en de 350 cc CKEB S-360. Door de overmacht die Honda in 1961 had getoond was er geen behoefte aan grote wijzigingen. Integendeel: de 250cc-RC 162 was snel én heel betrouwbaar gebleken en zijn opvolger RC 163 kreeg alleen iets grotere koelribben om de betrouwbaarheid nog te verhogen. Het vermogen steeg licht, naar 46 pk bij 14.000 tpm. De 125cc-RC 145 was wel vernieuwd en eigenlijk een halve RC 163. De machine leverde nu 24 pk, goed voor de eerste drie plaatsen in het wereldkampioenschap. In de 350cc-klasse verscheen de nieuwe Honda RC 170, die slechts 284 cc mat en die gedurende het seizoen vervangen werd door de Honda RC 171 van 339 cc. In de 50cc-klasse besloot Honda ook meteen in te stappen met de RC 110, die al snel werd opgevolgd door de RC 111. Beide machines konden met hun eencilinderviertaktmotoren echter niet op tegen de Kreidler van Hans Georg Anscheidt en vooral de Suzuki RM 62 die met hulp van Ernst Degner met de (gestolen) techniek van MZ-constructeur Walter Kaaden was uitgerust. Honda verloor tijdens dit seizoen twee van haar fabrieksrijders: Bob McIntyre verongelukte op 11 augustus met een Norton Manx op Oulton Park en Tom Phillis verongelukte al op 8 juni met een Honda RC 170 op het eiland Man. Kreidler trad als enige "ervaringsdeskundige" aan in de 50cc-klasse, nadat het in 1961 de Coupe d'Europe gewonnen had. Het moest echter het hoofd buigen voor Suzuki en zou pas in het seizoen 1971 voor het eerst wereldkampioen worden. MV Agusta was in de 500cc-klasse zonder concurrentie. Het gaf echter de strijd in de 350cc-klasse op toen Mike Hailwood nog verre van kansloos was. MZ had een zware slag gehad door de vlucht van Ernst Degner in 1961. Niet alleen had Degner genoeg technische tekeningen en kennis mee naar Suzuki genomen om meteen wereldkampioen 50 cc te worden, de Duitse Democratische Republiek liet uit angst voor meer vluchtpogingen haar eigen fabrieksrijders niet zomaar naar het buitenland gaan. Hans Fischer mocht naar de Finse Grand Prix en verder gaf men af en toe machines aan buitenlandse coureurs als Mike Hailwood en aan het einde van het seizoen Alan Shepherd, die er tamelijk succesvol mee waren. Suzuki werkte nog hard aan de toepassing van de techniek met roterende inlaten en de expansiepijpen die Ernst Degner uit de Duitse Democratische Republiek had meegebracht. Het eerst was de 50cc-RM 62 aan de beurt en Degner werd er wereldkampioen mee. De 125cc-RT 62 had die techniek nog niet maar de RT 62D(egner), uitsluitend bestemd voor Ernst Degner, wel. De 250cc-RV 62 was niet betrouwbaar, feitelijk waren de problemen van de MZ RE 250 in deze machine overgenomen. Yamaha gebruikte dit seizoen om de RD 48 door te ontwikkelen tot de RD 56, waarmee Fumio Ito in de Japanse Grand Prix derde werd. Die GP telde niet mee voor het wereldkampioenschap. Coureurs Ernst Degner was in 1961 met hulp van Suzuki gevlucht uit de DDR en werkte nu hard mee aan de ontwikkelingen van de nieuwe Suzuki's met de MZ-techniek van Walter Kaaden die hij bij zijn vlucht had meegenomen. Het resulteerde in de wereldtitel in de 50cc-klasse. Helmut Fath had na een ernstig ongeval in 1961 waarbij bakkenist Alfred Wohlgemuth het leven verloor zijn zijspancombinatie verkocht, maar trad op als tuner voor Florian Camathias. Umberto Masetti had zijn carrière al enkele jaren geleden beëindigd, maar omdat hij nu in Chili woonde vroeg Moto Morini hem voor dit merk te rijden in de Grand Prix van Argentinië. Tommy Robb begon voor Honda in de 50- en de 125cc-klasse, maar na het overlijden van Bob McIntyre verving hij die in de 250- en de 350cc-klasse. Met veel succes: hij won meteen de 250cc-race van de Ulster Grand Prix en sloot het 350cc-kampioenschap als tweede af. Alan Shepherd was in de 500cc-klasse met zijn Matchless G50 vaak tweede achter Mike Hailwood met de MV Agusta. Toen MV Agusta niet naar de GP van Finland ging won hij daar. Met enkele gastoptredens met de fabrieks-MZ's legde hij de basis voor de samenwerking in de komende jaren. Arthur Wheeler reed als 47-jarige zijn laatste maar ook zijn beste seizoen. Met zijn zeven jaar oude Moto Guzzi 250 Bialbero sprokkelde hij bijna overal een paar punten bij elkaar, maar toen geen enkel topteam naar de Grand Prix van Argentinië kwam won hij daar de 250cc-race en eindigde hij als derde in het WK. Gestopt Horst Burkhardt, de bakkenist van Florian Camathias, beëindigde zijn carrière nadat hij tijdens de Sidecar TT een aantal botbreuken opliep. Gary Hocking stopte met wegracen na de dood van Tom Phillis, stapte over naar de Formule 1 en verongelukte op 21 december tijdens de training in Durban.

Overleden Libero Liberati verongelukte op 5 maart vlak bij zijn huis toen hij zijn Gilera Saturno aan het testen was. Op 6 juni verongelukte Tom Phillis met een Honda RC 170 tijdens de Junior TT. Hij werd postuum vierde in het wereldkampioenschap 250 cc en dertiende in het wereldkampioenschap 125 cc. Op 6 augustus kreeg Bob McIntyre een ongeluk tijdens een nationale race voor het Britse kampioenschap op Oulton Park. Hij overleed op 15 augustus aan de gevolgen daarvan. Hij werd postuum tweede in het wereldkampioenschap 250 cc en zestiende in het wereldkampioenschap 125 cc. Zowel Phillis als McIntyre reden in dat jaar voor Honda. Op 19 augustus verongelukte de Britse zijspancoureur Harold Scholes tijdens een race op Brands Hatch. Puntentelling  1e   2e   3e   4e   5e   6e Punten:864321Aantal (tellende) wedstrijden  50 cc 125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:101110686Tellend: 666454

In de 500cc-klasse werden acht, in de 350cc-klasse zes, in de 250cc-klasse tien, in de 125cc-klasse elf, in de 50cc-klasse tien en in de zijspanklasse zes wedstrijden gereden. Bij een even aantal wedstrijden werd het aantal wedstrijden gehalveerd en daar werd er één bij opgeteld. Bij een oneven aantal wedstrijden werd er één wedstrijd bij opgeteld en daarna werd het aantal gehalveerd. Races GP van Spanje, Montjuïc De Spaanse Grand Prix werd verreden voor 250.000 toeschouwers, die in deze honderdste WK-Grand Prix het eerste optreden zagen van de 50cc-klasse. Tijdens deze Grand Prix debuteerden onder meer Hans Georg Anscheidt (met een overwinning), Jean-Pierre Beltoise, José Maria Busquets, Benedicto Caldarella, Stuart Graham, Rudolf Kunz, Gilberto Parlotti en Giuseppe Visenzi. Tussen de WK-races door reed ook de Spaanse nationale 125cc-sportklasse. Die race werd gewonnen door Ramón Torras (Bultaco). Ernst Degner, wiens DDR-licentie na zijn vlucht naar het Westen was ingetrokken, reed vanaf nu met een West-Duitse licentie. GP van Frankrijk, Clermont-Ferrand De 350cc-klasse en de 500cc-klasse kwamen ook hier niet aan de start. Jan Huberts (Kreidler RS) werd de eerste Nederlander die een WK-race wist te winnen. Isle of Man TT, Mountain Course De TT van Man werd overschaduwd door twee dodelijke ongevallen. Het was het debuut van de 350cc-Honda RC 170 en met een dergelijke machine verongelukte Tom Phillis in de tweede ronde van de Junior TT bij Laurel Bank. Tijdens dezelfde race verongelukte Colin Meehan met een AJS 7R bij Union Mills. De dood van Phillis zou zijn vriend Gary Hocking ertoe bewegen na de TT van Man onmiddellijk te stoppen met motorraces. Ook Kunimitsu Takahashi stopte met motorraces nadat hij in de Lightweight 125 cc TT ernstig gewond raakte en hetzelfde overkwam Horst Burkhardt, die uit het zijspan van Florian Camathias viel. Er werden enkele kleine mijlpalen bereikt: zowel in de Lightweight 125 cc TT (Luigi Taveri) als in de Sidecar TT (Max Deubel/Emil Hörner) werd de eerste ronde met een gemiddelde boven 90 mijl per uur gereden. Gary Hocking reed in de Senior TT de eerste ronde boven 100 mijl per uur met staande start, Chris Vincent en Eric Bliss scoorden de eerste overwinning voor een BSA in de TT en Beryl Swain was de eerste vrouwelijke deelnemer in een soloklasse. Dutch TT, Assen De TT van Assen miste voor de start al enkele belangrijke spelers. Tom Phillis was tijdens de Isle of Man TT verongelukt en daardoor besloot Gary Hocking om onmiddellijk te stoppen met racen. Kunimitsu Takahashi de winnaar van de eerste twee GP's, herstelde nog van zijn ernstige verwondingen die hij in dezelfde TT had opgelopen, maar zou dit jaar niet meer racen. Bakkenist Horst Burkhardt was tijdens de Sidecar TT uit het zijspan van Florian Camathias gevallen en zodanig gewond geraakt dat ook zijn carrière moest beëindigen. Camathias maakte het seizoen af met de Brit Harry Winter. Ulster Grand Prix, Dundrod Tijdens de trainingen voor de Ulster Grand Prix waaide het zo hard, dat een aantal coureurs onmogelijk een tijd konden rijden die toegang zou geven voor de start. De jury van de ACU moest ingrijpen en deze rijders alsnog een start geven. Het ernstige ongeval van Bob McIntyre op 6 augustus op Oulton Park drukte een stempel op de Grand Prix. McIntyre stond op de tweede plaats in de WK-stand van de 250cc-klasse, maar lag nu op sterven. Honda verving hem door Tommy Robb in de 250- en de 350cc-klasse. Robb deed dat erg goed: hij won zijn eerste 250cc-race voor Honda en werd derde in zijn eerste 350cc-race. GP van de DDR, Sachsenring Voor de 500cc-klasse was dit de honderdste WK-race (de eerste was de Senior TT van 1949). De Grand Prix moest het doen zonder de voormalig DDR-ster Ernst Degner, die met hulp van Suzuki uit de DDR was gevlucht en niet meer terug kon komen. Jim Redman kwam als wereldkampioen 250 cc naar de DDR; hij was definitief wereldkampioen geworden op woensdag 15 augustus toen zijn enige concurrent Bob McIntyre in het ziekenhuis van Chester overleed. Voor het eerst verschenen er motorfietsen uit de Sovjet-Unie aan de start in het WK. Nikolaj Sevast'ânov scoorde met de CKEB-viercilinders punten in de 250- en de 350cc-klasse. Nations GP, Monza De GP des Nations werd verreden voor 40.000 toeschouwers. Opmerkelijk was de afwezigheid van MV Agusta in de 350cc-race, terwijl Mike Hailwood nog een goede kans op de wereldtitel maakte. GP van Finland, Tampere De Finse Grand Prix had voor het eerst WK-status, maar werd al sinds 1948 georganiseerd. In 1962 verving ze de Grand Prix van Zweden. Alan Shepherd was het meest succesvol: hij beklom het erepodium drie keer. GP van Argentinië, Buenos Aires Nadat de Argentijnse Grand Prix in het seizoen 1961 al mager bezet was geweest, was het nu nog erger omdat naast MV Agusta ook Honda er geen belang meer bij had. Omdat de 50cc-titel nog open was namen alleen de fabrieksteams van Suzuki en Kreidler de moeite om naar Argentinië af te reizen. Dat gaf de Zuid-Amerikanen wel de kans om punten te scoren. 500cc-klasse