Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1963 was het vijftiende in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace. De FIM voegde de Grand Prix van Japan toe aan de kalender, maar net als bij de GP van Argentinië kwamen daar slechts weinig Europese teams en coureurs.

Merken/teams De sensatie van het seizoen 1963 kwam van "Scuderia Duke", het team van Geoff Duke die de zes jaar oude 350- en 500cc-Gilera's tot zijn beschikking had. Al na de openingsrace, de Isle of Man TT, besloot men de 350cc-machines terug te sturen om zich alleen op de 500cc-klasse te concentreren. De geblesseerde Derek Minter werd in het begin vervangen door Phil Read en zijn teamgenoot was John Hartle. Uiteindelijk kreeg het team ook in de 500cc-klasse grote problemen door gebrek aan onderdelen en het project ging als een nachtkaars uit. Honda deed een flinke stap terug in 1963. De motorsport was ook voor Honda erg duur en bovendien werkte men aan een eerste Formule 1 auto, de Honda RA271. De 50cc-klasse werd losgelaten en in de andere klassen moesten de coureurs het met de machines van 1962 doen. Na de Isle of Man TT stuurde men zelfs de monteurs terug naar Japan, waardoor de fabrieksrijders het seizoen feitelijk als privérijders moesten afmaken. Toch was het genoeg voor twee wereldtitels (250 en 350 cc). In de laatste Grand Prix in Japan kwam Honda alsnog met nieuwe machines voor 1964: de 50cc-tweecilinder RC 113 en de 125cc-viercilinder RC 146. Suzuki prestenteerde een nieuwe machine in de Japanse Grand Prix: de watergekoelde 125cc-Suzuki RT 64 A. Men begon echter meteen na de Japanse Grand Prix met de ontwikkeling van de viercilinder RK 64. Ernst Degner viel hard in de 50cc-race in Japan, waarbij zijn tank openbarstte. Hij liep ernstige brandwonden op en kon bijna een jaar niet rijden. Yamaha kwam nadat het 1962 had gebruikt voor de doorontwikkeling van haar machines in 1963 terug in de 250cc-klasse met de tweecilinder RD 56. In de laatste race in Suzuka (Japan) kwam ook de 125cc-RA 75 aan de start, maar Yoshikazu Sunako werd er slechts zevende mee.

Coureurs Giacomo Agostini debuteerde in de GP des Nations. Ginger Molloy debuteerde in de TT van Assen. Tarquinio Provini legde met zijn eenvoudige Moto Morini 250 Bialbero-eencilinder het vuur aan de schenen van Jim Redman met zijn Honda RC 163-viercilinder. Morini stuurde hem echter niet naar de TT van Man, hoewel Provini daar al zeer succesvol was geweest met vier overwinningen in het verleden. Dat kostte punten en uiteindelijk moest hij de wereldtitel aan Redman laten. Phil Read werd door Scuderia Duke aangetrokken als vervanger voor de geblesserde Derek Minter. Toen dat team min of meer ophield te bestaan ging hij in op de uitnodiging van Yamaha om de vernieuwde Yamaha RD 56 tweecilinder tweetakt in de Japanse Grand Prix te rijden. Dat was het begin van een lange samenwerking. Alan Shepherd was in de 500cc-klasse weer "best of the rest", de beste eencilinder-rijder met zijn Matchless G50. Hij werd ook de beste MZ-rijder met enkele incidentele optredens in de 125cc-klasse en de 250cc-klasse. Dave Simmonds debuteerde in de Grand Prix van Frankrijk. Net als zijn broer Mike reed hij op privébasis met een 50cc-Tohatsu. Aan het einde van het seizoen nodigde de fabriek hem uit om in de Japanse Grand Prix te starten. Gestopt Moto Kitano had zijn carrière beëindigd. Claude Lambert moest zijn carrière beëindigen toen hij in de voorbereiding van de TT van Man een dijbeen brak bij een spelletje. Hij klom in een touw, maar toen dat brak raakte hij geblesseerd. Overleden Gottfried Rüfenacht verdronk als gevolg van een weddenschap. Nadat zijn zijspancoureur Claude Lambert een been gebroken had en er niet meer geracet kon worden, ging hij als gevolg van een weddenschap met een bootje de rivier de Avre op. Door de stroming bij de samenkomst met de Rhône sloeg de boot om. Rüfenacht kon niet zwemmen en verdronk. Zijn lichaam werd een maand later bij de dam van Verbois gevonden. Puntentelling  1e   2e   3e   4e   5e   6e Punten:864321Aantal (tellende) wedstrijden  50 cc 125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:91210785Tellend: 576453

In de 500cc-klasse werden acht, in de 350cc-klasse zeven, in de 250cc-klasse elf, in de 125cc-klasse twaalf, in de 50cc-klasse negen en in de zijspanklasse zes wedstrijden gepland, maar de 250cc-race en de zijspanrace van Frankrijk werden door dichte mist niet verreden. Bij een even aantal wedstrijden werd het aantal wedstrijden gehalveerd en daar werd er één bij opgeteld. Bij een oneven aantal wedstrijden werd er één wedstrijd bij opgeteld en daarna werd het aantal gehalveerd. Races GP van Spanje, Montjuïc De Spaanse Grand Prix was nogal mager bezet, met slechts tien starters in de 250cc-race, 25 in de 125cc-race, achttien in de 50cc-race en acht in de zijspanrace. Er werd ook een race om de Spaanse Formula Junior 250-klasse verreden, die werd gewonnen door Ricardo Fargas met een Mototrans Ducati. GP van Duitsland, Hockenheim Het was de laatste keer dat de Hockenheimring in zijn oorspronkelijke vorm werd gebruikt. Door de aanleg van Bundesautobahn 6 werd de zuidwestelijke punt feitelijk "afgeknipt". GP van Frankrijk, Clermont-Ferrand Door de dichte mist die opkwam na een storm kwamen de 250cc-race en de zijspanrace te vervallen. Tijdens de trainingen voor de 250cc-klasse kwam de Fransman Marcelin Herranz om he leven. Isle of Man TT, Mountain Course In 1963 werden door het bedrijf Shell-Mex and BP fondsen vrijgemaakt voor de huur van een helikopter die een arts naar de plaats van een ongeluk kon vervoeren en eventueel ook een patiënt naar het ziekenhuis kon brengen. Omdat de TT van Man de opening van het 500cc-seizoen was, volgde hier het debuut van het Gilera-team van oud-coureur Geoff Duke, Scuderia Duke. Ook Yamaha kwam voor het eerst naar Europa met de 250cc-RD 56. Mitsuo Itoh werd de eerste Japanse coureur die een race in de TT won. Na het succes in 1962 werd de 50 cc TT met een ronde uitgebreid. GP van België, Spa-Francorchamps De zijspanklasse sloot haar seizoen in België al af, dit terwijl de 500cc-klasse nog lang niet op de helft van haar seizoen was. Max Deubel en Emil Hörner werden voor de derde keer wereldkampioen in de zijspanklasse. Voor het eerst verschenen de Russen met 500cc-machines in het WK.De 500cc-CKEB-viercilinders waren waarschijnlijk tot 354 cc opgeboorde 350cc-machines. Het was overigens ook de eerste keer dat ze buiten het Oostblok aan de start kwamen. Ulster Grand Prix, Dundrod De Ulster Grand Prix markeerde de terugkeer van Derek Minter, die was ingehuurd door Geoff Duke, maar die al voor aanvang van het seizoen bij een race op Brands Hatch gewond was geraakt. Duke wist drie machines te prepareren, waardoor Minter's vervanger Phil Read ook kon starten. Ook Jim Redman kwam terug van een blessure, maar hij had alleen de GP van België gemist. GP van de DDR, Sachsenring De 50cc-klasse was wel gepland, maar ging niet door omdat er te weinig deelnemers waren. Zo bleef op 17 augustus alleen de 350cc-race over. De overige races werden verreden op 18 augustus. Mike Hailwood won drie van de vier races. Drie belangrijke coureurs ontbraken: Ernst Degner, gevlucht uit de DDR, kon hier niet meer racen, Tarquinio Provini was met zijn team tegengehouden bij de grens omdat de visa niet in orde waren, en Phil Read had zijn Duke-Gilera 500 4C in de Ulster GP in de prak gereden. Het team kon hem niet van een vervangende motorfiets voorzien. Nations GP, Monza De Grand Prix des Nations werd verreden voor 50.000 toeschouwers. Het team van Suzuki had de wereldtitel in de 125cc-klasse al binnen en verscheen niet. GP van Argentinië, Buenos Aires De Argentijnse Grand Prix was weer een tamelijk armoedige vertoning. Voor privérijders was de overtocht veel te duur, maar ook voor fabrieksteams. Zo kwam het dat alleen die teams die nog in de strijd waren voor een wereldtitel, soms met tegenzin, naar Argentinië moesten reizen. Dat deden de teams van Suzuki en Kreidler, die nog vochten om de 50cc-titel en Honda en Morini, die nog vochten om de 250cc-titel. Verder stuurde alleen MV Agusta Mike Hailwood naar Buenos Aires. Hoewel de Argentijnse Grand Prix ook in het seizoen 1964 op de kalender stond, werd ze pas in het seizoen 1981 weer verreden. GP van Japan, Suzuka Honda was als circuiteigenaar vooral gastheer van andere Japanse merken. Alleen Moto Morini was overgekomen omdat Tarquinio Provini nog kans had op de 250cc-wereldtitel. De Japanners presenteerden allemaal nieuwe motorfietsen voor het seizoen 1964: Honda haar 50cc-tweecilinder RC 113 en haar 125cc-viercilinder RC 146, Yamaha kwam met haar 125cc-eencilinder RA 75 en met de vernieuwde 250cc-RD 56, waarvan de boring/slagverhouding van 54 × 54 mm naar 56 × 50,7 mm was gebracht. Suzuki verscheen met de wategekoelde 250cc-viercilinder RZ 63 voor een eenmalig optreden, want deze machine zou begin 1964 al vervangen worden door de RZ 64. Het optreden van de Honda RC 146 en de Yamaha RD 56 was een voorbode voor het succes in 1964. 500cc-klasse In de Senior TT van 1963 werd John Hartle (Scuderia Duke Gilera) tweede achter Mike Hailwood (MV Agusta), maar het verschil tussen beide was niet erg groot. De Senior was de openingsrace van het wereldkampioenschap. Tijdens de TT van Assen ging de MV Agusta kapot en Hartle en Phil Read werden eerste en tweede met hun Gilera's. In Francorchamps werd Read tweede achter Hailwood. Intussen won Derek Minter, nog herstellende van zijn rugblessure, een nationale wedstrijd in Oulton Park. Het wereldkampioenschap ging verder met de Ulster Grand Prix, waar Hailwood met de MV Agusta superieur was. Hartle en Minter werden tweede en derde, maar de snelste Gilera was bijna 9 km/h langzamer dan de MV Agusta. Read crashte in deze wedstrijd waarbij een tweede machine werd afgeschreven (de eerste was al verloren gegaan tijdens tests in het najaar van 1962 op Monza). Tijdens de Grand Prix van de DDR op de Sachsenring werd Minter tweede achter Hailwood, maar Hartle viel en de derde machine was total loss. De laatste Gilera werd naar de GP van Finland gestuurd en zou gereden worden door Hartle, maar problemen met de versnellingsbak zorgden voor een teleurstelling. Ondanks alles wilden zowel Duke als de Gilera-fabriek een goed resultaat boeken in de voorlaatste grand prix, de thuisrace in Monza. Een van de kapotte motorfietsen werd opgeknapt zodat er weer met twee machines gestart kon worden. Hartle crashte echter in de trainingen met de herstelde machine. Haastwerk bij de reparatie en de preparatie zorgde voor te trage en onbetrouwbare motorfietsen in de race. Ze vielen uit door olielekkages en kapotte versnellingsbakken. Uiteindelijk won Hailwood zeven van de acht wedstrijden en werd wereldkampioen 500 cc. Alan Shepherd herhaalde zijn prestatie van 1962 en werd met de Matchless G50 tweede en de Gilera-rijders Hartle, Read en Minter werden derde, vierde en zevende. Het veld bestond verder vrijwel uitsluitend uit machines van Norton en Matchless, nadat František Šťastný na twee keer uitvallen met zijn Jawa op Man en Assen de pijp aan Maarten had gegeven. De Sovjet-Unie zette enkele malen machines in die onder de naam van het productiebureau CKEB reden en Nikolaj Sevast'ânov haalde er in Finland zelfs een punt mee. MV Agusta nam niet eens de moeite naast Hailwood een tweede rijder aan te stellen, zelfs niet voor de thuisrace op Monza. Isle of Man TT, Mountain Course Men had uitgezien naar het debuut van de Scuderia Duke-Gilera's, maar Mike Hailwood bleek met zijn MV Agusta 500 4C veel te snel voor John Hartle en Phil Read. Hailwood reed een nieuw ronderecord (106,41 mijl per uur). Dutch TT, Assen