Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1964 was het zestiende in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace. Algemeen In 1964 werd de Grand Prix van de Verenigde Staten aan de kalender toegevoegd als openingsrace van de 50-, 125-, 250- en 500cc-klassen. De Japanse fabrikanten sloegen de Amerikaanse GP over maar pakten daarna flink uit: Honda zocht het in nóg meer cilinders: twee in de 50cc-klasse (Honda RC 113 en RC 114), vier in de 125- (Honda 2RC 146), 250- (Honda RC 164) en 350cc-klasse (Honda RC 172) en uiteindelijk zelfs zes in de 250cc-klasse (3RC 164). Suzuki bracht in de 125cc-klasse een watergekoelde versie van haar tweecilinder tweetakt, de Suzuki RT 64 A, maar heel af en toe kwam men ook aan de start in de 250cc-klasse met de Suzuki RZ 64, een watergekoelde viercilinder tweetakt. Yamaha concentreerde zich op de 250cc-klasse met de luchtgekoelde tweecilinder tweetakt RD 56, maar kwam ook enkele malen in de 125cc-klasse aan de start met de Yamaha RA 97. Er was wat onduidelijkheid omtrent de GP-kalender van 1964. Allereerst was daar de Grand Prix van Finland, waar uiteindelijk de 250cc-klasse niet aan de start kwam. De organisatie van de Argentijnse Grand Prix kwam in de problemen, waardoor in augustus nog niet duidelijk was of ze wel zou doorgaan. Er was een financieel tekort en bovendien was er veel kritiek op de organisatie van 1963. Dat betekende dat men na Finland niet wist of er nog twee of drie races gereden moesten worden. Uiteindelijk ging de Argentijnse Grand Prix niet door. FIM Hoewel de GP van Argentinië aanvankelijk op de kalender stond, ging ze vanwege gebrek aan belangstelling niet door. In plaats daarvan zette de FIM de Grand Prix van de Verenigde Staten in het programma. Deze GP werd echter al in februari verreden. Merken/teams Het Scuderia Duke Gilera-experiment van Geoff Duke en Gilera werd in 1964 niet voortgezet. In plaats daarvan gaf de Gilera-fabriek een van haar viercilindermotoren aan zijspancoureur Florian Camathias, die er echter slechts zevende mee werd in het WK. Benedicto Caldarella kreeg een Gilera 500 4C-racer, maar had grote betrouwbaarheidsproblemen. Honda begon het seizoen 1964 met Jim Redman, Luigi Taveri, Tommy Robb, Kunimitsu Takahashi en Ralph Bryans, maar halverwege het jaar werden Robb en Takahashi ontslagen. Mike Hailwood en MV Agusta hadden door het verdwijnen van de "Scuderia Duke" het rijk weer alleen in de 500cc-klasse. Alle wedstrijden waar deze combinatie aan de start kwam werden gewonnen. Phil Read was nu fabrieksrijder voor Yamaha in de 250cc-klasse maar startte soms ook in andere klassen. Yamaha huurde ook Mike Duff in en ook Tommy Robb ging na zijn ontslag bij Honda gedurende het seizoen naar Yamaha. Coureurs Bruce Beale debuteerde in het wereldkampioenschap als protegé van zijn landgenoot Jim Redman. Hoewel hij daardoor waarschijnlijk wel kon profiteren van de faciliteiten van Honda, zoals reiskosten, kreeg hij geen fabrieksracers. Het belette hem niet om als tweede in de 350cc-klasse te eindigen. Ernst Degner miste een groot deel van het seizoen nadat hij in de GP van Japan van 1963 ernstig verbrand was. Hij reed alleen de laatste twee 125cc-races maar werd desondanks zesde in de eindstand. Klaus Enders, de latere zesvoudig wereldkampioen in de zijspanklasse, debuteerde in de 500cc-race van de GP van Duitsland. Romolo Ferri had in het seizoen 1958 voor het laatst in het wereldkampioenschap gereden, maar in de GP des Nations kwam hij, 36 jaar oud, weer aan de start met een 125cc-EMC en finishte als negende. John Hartle, weer privérijder na het stoppen van Scuderia Duke Gilera, werd derde in de Amerikaanse Grand Prix, maar raakte bij een internationale race in Imola zo zwaar gewond dat hij enkele jaren niet kon racen. Ángel Nieto debuteerde in de Spaanse Grand Prix met een vijfde plaats in de 50cc-race. Renzo Pasolini debuteerde in de GP des Nations met een vierde plaats in de 350cc-klasse. Tarquinio Provini stapte over van de Moto Morini 250 Bialbero op de Benelli 250 4C, maar nam ook dienst bij Kreidler voor de 50cc-klasse. Met de Benelli werd hij vijfde in de 250cc-klasse, maar hij kon niet goed wennen aan de twaalf versnellingen van de Kreidler en scoorde er slechts één punt mee. Tommy Robb werd na de Spaanse Grand Prix ontslagen door Honda, maar kon al snel in dienst van Yamaha treden. Heinz Rosner debuteerde met een vierde plaats in de 125cc-Grand Prix van de DDR. Alan Shepherd bleef bij MZ en eindigde als derde in de 250cc-klasse. Tijdens de trainingen van de GP van Japan liep hij een schedelfractuur op. Hij stapte na het seizoen nog over naar Honda, maar viel tijdens het testen opnieuw en kwam nooit meer aan de start. Gestopt Fumio Ito had zijn carrière beëindigd. Umberto Masetti was naar Chili geëmigreerd en had op verzoek van Moto Morini nog een paar keer deelgenomen aan de Grand Prix-wegrace van Argentinië. Zo had hij nog twee podiumplaatsen gescoord, maar nu de Argentijnse GP van de kalender was gehaald beëindigde hij zijn carrière definitief. Yoshikazu Sunako had zijn carrière beëindigd. Kunimitsu Takahashi werd waarschijnlijk door Honda ontslagen na de Franse Grand Prix. Het betekende de start van zijn carrière als coureur en teammanager in de autosport. Overleden miniatuur|Karl Recktenwald overleed op 19 juli in het ziekenhuis van Leonberg na een ogenschijnijk onschuldig ongeval. Bakkenist Roland Föll reed ook in een aantal soloklassen en verongelukte tijdens de 125cc-training in Assen op 26 juni. Karl Recktenwald overleed op 19 juli, één dag nadat hij op de Solitudering beide benen gebroken had bij een val die werd veroorzaakt doordat de versnellingsbak van Walter Scheimann blokkeerde. Scheimann had in zijn val Recktenwald meegenomen. In Augustus 1964 verongelukte de Nieuw-Zeelander Morrie Low tijdens de training voor de ADAC-Bergpreis tijdens de Schauinsland heuvelklim. Hij was in de Duitse Grand Prix vijfde geworden en had twee punten voor het 500cc-WK behaald. De Britse coureur Vernon Cottle overleed op 6 september in het ziekenhuis van Imatra nadat hij acht dagen eerder met zijn AJS Boy Racer gecrasht was tijdens de Finse Grand Prix. Stanislav Malina, in 1964 nog achtste in de 350cc-klasse met een CZ, verloor in het najaar van 1964 het leven bij een verkeersongeval. Puntentelling 1e 2e 3e 4e 5e 6e Punten:864321Aantal (tellende) wedstrijden 50 cc 125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:81111896Tellend: 566554 In de 500cc-klasse werden negen, in de 350cc-klasse acht, in de 250cc- en de 125cc-klasse elf, in de 50cc-klasse acht en in de zijspanklasse zes wedstrijden gereden. Bij een even aantal wedstrijden werd het aantal wedstrijden gehalveerd en daar werd er één bij opgeteld. Bij een oneven aantal wedstrijden werd er één wedstrijd bij opgeteld en daarna werd het aantal gehalveerd. Races GP van de Verenigde Staten, Daytona Honda liet haar fabrieksteam thuis omdat het vond dat de Amerikaanse Grand Prix te vroeg in het jaar viel. Ook de meeste privérijders bleven thuis vanwege de hoge reiskosten. Voor aanvang van de race reed Mike Hailwood met zijn MV Agusta 500 4C een nieuw snelheidsrecord van 239,1 km/h op de oval van Daytona. Hij verbeterde daarmee het record dat Bob McIntyre in 1957 met de Gilera 500 4C op de kombaan van Monza gereden had. De tribunes bleven overigens leeg. Het Amerikaanse publiek, gewend aan het AMA-kampioenschap, was niet geïnteresseerd in de "Europese" manier van racen. GP van Spanje, Montjuïc Hoewel het de tweede GP van het seizoen betrof, werden de verhoudingen, vooral in de 250cc-klasse, nu pas duidelijk. Dat kwam omdat Honda, Benelli, Suzuki en Yamaha in de Amerikaanse GP niet gestart waren. Chris Vincent had een succesvol weekend. Hij werd met een Honda CR 93 zesde in de 125cc-race en met zijn BMW-zijspancombinatie vijfde. GP van Frankrijk, Clermont-Ferrand De Franse Grand Prix werd bezocht door 40.000 toeschouwers. Nog voor de races begonnen werd Tommy Robb door Honda vervangen door Ralph Bryans en na de races volgde het ontslag van Kunimitsu Takahashi. Alle racewinnaars reden tevens de snelste ronde. Isle of Man TT, Mountain Course Tijdens de TT vonden twee dodelijke ongevallen plaats. Tijdens de training op 2 juni verongelukte bakkenist Brian Cockrell met een Norton Manx bij Braddan Bridge en tijdens de Sidecar TT op 8 juni verongelukte bakkenist Laurence Essery bij Ballaugh Bridge. Mike Hailwood bracht door een virusinfectie vier dagen in bed door en kon ook niet in de Junior TT starten, maar op 12 juni was hij weer fit genoeg om in de Senior TT te starten. Dutch TT, Assen De TT van Assen werd overschaduwd door het dodelijke ongeval van Roland Föll tijdens de 125cc-training. Föll was de bakkenist van Florian Camathias, maar reed ook veel wedstrijden in de soloklassen. Mike Hailwood moest zich na de race haasten om in Frankrijk te komen, want hij nam de volgende dag in Rouen-les-Essarts deel aan de Franse Formule 1-Grand Prix. Jim Redman werd de eerste coureur in de geschiedenis die drie races op één dag wist te winnen. Luigi Taveri raakte tijdens de trainingen geblesseerd en kon niet starten. GP van Duitsland, Solitudering De Duitse Grand Prix werd overschaduwd door het ongeval van Karl Recktenwald in de 500cc-race. Hij werd het slachtoffer van de val van Walter Scheimann, die Recktenwald in zijn val meenam Recktenwald overleed in het ziekenhuis van Leonberg. De 250cc-klasse en de 350cc-klasse reden op zaterdag 18 juli, de overige klassen op zondag 19 juli. Tijdens de Solituderennen werd ook een race in de Formule 1 gereden. Die race telde niet mee voor het wereldkampioenschap en werd gewonnen voor Jim Clark (Lotus 25) voor John Surtees (Ferrari 158). Tijdens de trainingen voor de 125cc-klasse raakte Hugh Anderson geblesseerd. In de 500cc-race debuteerde Klaus Enders, die later zesvoudig wereldkampioen zijspanrace zou worden. GP van de DDR, Sachsenring Alle moeite van de Oostblok-merken ten spijt waren de resultaten van hun "thuis"-Grand Prix nogal mager. Nikolaj Sevast'ânov wist zijn viercilinder Vostok naar de vierde plaats in de 500cc-klasse te rijden, maar Mike Hailwood viel met de MZ RE 350 uit en kwam met de MZ RE 250 zo hard ten val, dat hij een maand niet meer kon racenOf de afwezigheid van Mike Hailwood in de Ulster Grand Prix en de Finse Grand Prix aan blessures lag valt te betwijfelen. Door de streepresultaten kon hij geen punten meer scoren dus deelnemen had niet zoveel zin. Hij kwam pas weer op 13 september in de GP des Nations aan de start, de thuisrace van MV Agusta. Intussen reed hij echter wel de Formule 1-Grand Prix van Duitsland op 2 augustus en de Grand Prix van Oostenrijk op 23 augustus.. Gustav Havel bracht zijn 350cc-Jawa naar het podium. GP van Finland, Imatra De Finse Grand Prix was verhuisd van Tampere naar Imatra. Tijdens de trainingen raakte de Brit Vernon Cottle ernstig gewond. Hij overleed acht dagen later in het ziekenhuis. Endel Kiisa scoorde de eerste podiumplaats voor een Russische motorfiets. Mike Hailwood (al wereldkampioen 500 cc) ontbrak. Nations GP, Monza De Grand Prix van Monza leverde voor het eerst in het seizoen een enigszins spannende race in de 500cc-klasse op. Ernst Degner kwam na een lange herstelperiode (hij had op 10 november 1963 brandwonden opgelopen) weer aan de start en Honda probeerde de 250cc-Yamaha RD 56 in te tomen met de zescilinder Honda 3RC 164. GP van Japan, Suzuka De Grand Prix van Monza leverde voor het eerst in het seizoen een enigszins spannende race in de 500cc-klasse op. Ernst Degner kwam na een lange herstelperiode (hij had op 10 november 1963 brandwonden opgelopen) weer aan de start en Honda probeerde de 250cc-Yamaha RD 56 in te tomen met de zescilinder Honda 3RC 164. 500cc-klasse
Bron en licentie
Gebaseerd op: Wikipedia — Wereldkampioenschap wegrace 1964 · auteursgeschiedenis.
Tekst: CC BY-SA 4.0.
Over de bewerking
Wikisyntaxis en sjablonen zijn verwijderd; langere teksten zijn ingekort.