Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1952 was het vierde in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.
FIM Na de dodelijke ongevallen van Dave Bennett en Ercole Frigerio tijdens de GP van Zwitserland besloot de FIM dat er bij elke Grand Prix een arts met een aantal liters bloed (O+) aanwezig moest zijn. Voor het eerst werd West-Duitsland opgenomen in het programma, nadat de Duitsers na de Tweede Wereldoorlog uitgesloten waren geweest van deelname aan internationale wedstrijden.
Algemeen In 1952 mochten de Duitsers weer deelnemen aan internationale motorraces, inclusief het wereldkampioenschap. Hun eerste deelname maakte al meteen duidelijk dat er opnieuw rekening met hen diende te worden gehouden, vooral in de klassen tot 350 cc. Die laatste klasse leek een makkelijke prooi voor de Britten: de Italianen hadden ze nog niet serieus genomen en daarom konden de Britten met hun verouderde, vooroorlogse techniek nog heersen. NSU en DKW leken zich echter ook eerst op de 125- en 250 cc te richten. Toch waren er al meteen successen: in de GP van Duitsland won Werner Haas met een NSU Rennfox de 125cc-klasse en Rudi Felgenheier met een DKW de 250cc-klasse. Ewald Kluge werd met zijn DKW's vierde in de 250- en vijfde in de 350cc-klasse. In de 500cc-klasse namen de Italianen de toppositie over van de Britten om ze 23 jaar niet meer af te staan. Puntentelling 1e 2e 3e 4e 5e 6e Punten:864321Aantal tellende wedstrijden 125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:66785Tellend: 44454
Merken/teams miniatuur|Deze windtunnel moest Moto Guzzi vooruit helpen in de ontwikkeling van stroomlijnkuipen.
AJS: In 1952 stapte Jack Brett van Norton over naar het team van AJS, waar hij teamgenoot werd van Rod Coleman. Zij kregen de nieuwe, door Harry Hatch verbeterde AJS E95 tot hun beschikking. Daarmee won Brett meteen zijn eerste Grand Prix in Zwitserland. Bill Doran werd met een andere AJS tweede, maar hij viel tijdens de donderdagavondtraining van de Isle of Man TT, liep een hersenschudding op en kwam de rest van het seizoen niet meer aan de start. Voor AJS eindigde het WK met een vierde plaats voor Coleman en een vijfde plaats voor Brett. Gilera concentreerde zich feitelijk op één coureur: Umberto Masetti. Alfredo Milani moest zich op de Italiaanse titel concentreren en hoewel hij in Zwitserland, Nederland en België wel aan de start kwam, haalde hij geen enkele keer de finish. Wellicht was dat voor Gilera wel het sein om alles op Masetti te zetten. Die had immers al de TT van Assen gewonnen. Masetti won ook in België en werd tweede in Italië en Spanje. Dat was genoeg voor de wereldtitel. Moto Guzzi had in 1950 een eigen windtunnel gebouwd en in 1952 begonnen de eerste serieuze ontwikkelingen om de aanval op de 350- en de 500cc-klasse te openen. De in die windtunnel ontwikkelde stroomlijnkuipen moesten helpen om de gloednieuwe Quattro Cilindri 500 en Monocilindrica 350 aan wereldtitels te helpen, maar 1952 was daarvoor nog te vroeg. De 250cc-Moto Guzzi Gambalunghino was nog steeds succesvol. MV Agusta: Tegen het einde van het seizoen leek het erop dat MV Agusta al op het punt van een doorbraak stond. Les Graham won de laatste twee 500cc-races in Monza en Spanje en werd tweede in het wereldkampioenschap, maar hij deed ook waar hij voor was ingehuurd: presteren in de Senior TT. Hij werd daar tweede. De MV Agusta 125 Bialbero was eindelijk genoeg doorontwikkeld en Cecil Sandford behaalde er de wereldtitel mee. Norton maakte in de 500cc-klasse een teleurstellend seizoen mee, ook al omdat men bij Gilera de zaken nu beter aanpakte. Eerste man voor Norton was Geoff Duke, maar hij begon het seizoen slecht door twee keer uit te vallen en daarna twee keer tweede te worden. Toen was hij in de 350cc-klasse al wereldkampioen en verscheen hij door een blessure nergens meer aan de start. Daarom moest Reg Armstrong de kastanjes uit het vuur halen voor Norton. Armstrong won de Senior TT en de Duitse Grand Prix, maar werd slechts derde in het kampioenschap. Velocette: De rol van Velocette was uitgespeeld. De 350cc-Velocette KTT Mk VIII was nu echt te oud en de nieuw ontwikkelde 250cc-racer kon geen vuist maken tegen de snellere Moto Guzzi's en DKW's.
Coureurs Geoff Duke won de eerste vier races van de 350cc-klasse en was toen al wereldkampioen. Bij een race buiten het WK raakte hij zodanig geblesseerd dat hij zijn seizoen moest afbreken, zodat hij de 500cc-titel moest laten schieten. Les Graham bleef fabriekscoureur bij MV Agusta, waarvoor hij in de 125- en 500cc-klasse reed. Sporadisch kwam hij echter ook met Velocette in de 350 cc aan de start en in de 250cc-klasse gebruikte hij een Benelli en een Velocette. Cromie McCandless kwam niet vaak aan de start, maar voor de Ulster Grand Prix kreeg hij een Gilera 500 4C, waarmee hij prompt de 500cc-race won. Emilio Mendogni kwam maar twee keer aan de finish in de 125cc-klasse, maar die beide malen won hij zijn race met de kansloos geachte Moto Morini. Eric Oliver en Lorenzo Dobelli liepen nog voor het begin van het WK-seizoen beenbreuken op tijdens een race in Frankrijk en zagen hun seizoen grotendeels verloren gaan. Bruno Ruffo raakte in de GP van Duitsland zo zwaar geblesseerd dat hij zijn seizoen moest afbreken. Cecil Sandford was door MV Agusta ingehuurd voor de 125cc-klasse en was na vier wedstrijden al wereldkampioen.
Gestopt Arciso Artesiani had zijn carrière beëindigd. Hij richtte zich op de motorzaak die hij samen met zijn broer had opgericht. Manliff Barrington brak tijdens de training van de TT van Man een heup en zou daarna nooit meer racen. Lorenzo Dobelli, de bakkenist van Eric Oliver, stopte aan het einde van het seizoen, mogelijk omdat hij na zijn beenbreuk begin 1952 niet meer helemaal fit werd. Johnny Lockett had zijn carrière beëindigd.
Overleden Zijspancoureur Ercole Frigerio verongelukte op 18 mei in de laatste ronde van de openingswedstrijd van het seizoen, de Zwitserse GP in Bremgarten. Frigerio en Ricotti gingen aan de leiding van de wedstrijd en hadden al de snelste ronde gereden, maar in de laatste ronde verloor Frigerio de controle over de zijspancombinatie in de bocht Eymatt. Frigerio vloog tegen een mast en verloor het leven, Ezio Ricotti overleefde het ongeluk maar verloor een been. Dave Bennett was net fabriekscoureur bij Norton geworden en verloor tijdens hetzelfde weekend het leven toen hij tijdens een gevecht met Bill Doran en Jack Brett in de 27e ronde een boom had geraakt. Hij was op slag dood. Op 4 juni verloor Frank Fry het leven tijdens de training van de TT van Man.
Races Zwitserland, Bremgarten De Grand Prix van Zwitserland kostte het leven aan twee coureurs: Dave Bennett in de 500cc-klasse en Ercole Frigerio in de zijspanrace. Beiden verongelukten in de Eymatt-bocht, waar eerder ook Achille Varzi, Jader Ruggeri en Omobono Tenni verongelukt waren. Isle of Man TT, Mountain Course Opnieuw kostte de TT van Man het leven aan een coureur: Frank Fry verongelukte tijdens de trainingen. Manliff Barrington brak een heup en moest zijn carrière beëindigen. Geoff Duke viel in de Senior TT voor de tweede keer dit seizoen uit, maar won de Junior TT. Fergus Anderson behaalde zijn tweede overwinning met de 250cc-Moto Guzzi Gambalunghino en Cecil Sandford scoorde zijn eerste overwinning én de eerste voor de MV Agusta 125 Bialbero. In de Clubmans Junior TT debuteerde een nieuwe ster: Bob McIntyre werd tweede met een BSA Gold Star. Dutch TT, Assen De 250cc-klasse startte voor het eerst tijdens de TT van Assen. GP van België, Spa-Francorchamps In België verscheen de combinatie Eric Oliver/Lorenzo Dobelli weer na hun zware ongeval tijdens een internationale race in Frankrijk, waardoor ze de Grand Prix van Zwitserland hadden gemist. Dobelli liep nog op krukken en Oliver droeg nog een gipsverband, maar hij kreeg toch toestemming om te starten, in tegenstelling tot Dobelli, die werd vervangen door Stanley Price. Een andere zijspancoureur, de Belg Edouard Texidor, werd twaalfde in de 500cc-soloklasse. Bill Doran ontbrak nog steeds door zijn in de TT van Man opgelopen hersenschudding. GP van Duitsland, Solitude Nu de Duitsers door de FIM weer waren toegelaten tot internationale wedstrijden, kon de Deutscher Motorsport Verband ook een WK-Grand Prix organiseren. Ze doopten daarvoor de al lang bestaande Solituderennen om tot Grand Prix. In het seizoen 1951 was een aantal buitenlandse coureurs al naar de Solituderennen gegaan, waar Enrico Lorenzetti (250 cc), Geoff Duke (350 cc en 500 cc) en Eric Oliver/Lorenzo Dobelli (750cc-zijspannen) hun klassen wonnen voor een groot en enthousiast publiek. Zij hadden daardoor al enige circuitkennis, waarvan Duke geen gebruik kon maken. Hij was bij een race buiten het WK geblesseerd geraakt en moest zijn seizoen vroegtijdig beëindigen. Ray Amm kon de Norton-kleuren niet verdedigen nadat hij in de trainingen geblesseerd raakte. Reg Armstrong was erg succesvol met twee overwinningen. De Duitsers, die zich eerder in het seizoen nauwelijks hadden laten zien, verrasten met overwinningen in de 250- en de 125cc-klasse, vooral omdat ze dat met DKW's en NSU's deden. Ulster GP, Clady De 350cc-klasse reed al op donderdag, de andere klassen op zaterdag, maar niet meer - zoals in voorgaande jaren - allemaal tegelijk. Dat systeem was er de oorzaak van geweest dat coureurs die normaal in meerdere klassen reden moest kiezen voor één bepaalde klasse. Een jonge toekomstig wereldkampioen scoorde zijn eerste WK-punt: de 18-jarige John Surtees werd zesde in de 500cc-race. Cromie McCandless deed goede zaken op het circuit dat hij als zijn broekzak kende omdat het bestond uit openbare wegen op slechts enkele kilometers van zijn geboorteplaats Belfast: hij won de 500cc-race. Cecil Sandford stelde zijn wereldtitel in de 125cc-klasse veilig. GP des Nations, Monza De Italiaanse GP werd verreden voor 100.000 toeschouwers, die bijna uitsluitend Italiaanse machines zagen winnen. De enige uitzondering daarop was de 350cc-klasse, die uitsluitend Britse machines aan de start kreeg en die werd gewonnen door Norton. GP van Spanje, Montjuïc Ten opzichte van het jaar ervoor werd een verkorte versie van het circuit van Montjuïc gebruikt, die ongeveer twee kilometer lang was. Dat verklaart het grote aantal deelnemers dat op een of meer ronden achterstand werd gereden.
500cc-klasse miniatuur|Norton Manx uit 1952 miniatuur|AJS E95.
In 1952 stapte Jack Brett van Norton over naar het team van AJS, waar hij teamgenoot werd van Rod Coleman. Zij kregen de nieuwe, door Harry Hatch verbeterde AJS E95 tot hun beschikking. Daarmee won Brett meteen zijn eerste Grand Prix in Zwitserland. Bill Doran werd met een andere AJS tweede, maar hij viel tijdens de donderdagavondtraining van de Isle of Man TT, liep een hersenschudding op en kwam de rest van het seizoen niet meer aan de start. Voor AJS eindigde het WK met een vierde plaats voor Coleman en een vijfde plaats voor Brett. Norton maakte een teleurstellend seizoen mee, ook al omdat men bij Gilera de zaken nu beter aanpakte. Eerste man voor Norton was Geoff Duke, maar hij begon het seizoen slecht door twee keer uit te vallen en daarna twee keer tweede te worden. Toen was hij in de 350cc klasse al wereldkampioen en verscheen hij nergens meer aan de start. Daarom moest Reg Armstrong de kastanjes uit het vuur halen voor Norton. Armstrong won de Senior TT en de Duitse Grand Prix, maar werd slechts derde in het kampioenschap. Tegen het einde van het seizoen leek het erop dat MV Agusta al op het punt van een doorbraak stond. Les Graham won de laatste twee 500cc races in Monza en Spanje en werd tweede in het wereldkampioenschap, maar hij deed ook waar hij voor was ingehuurd: presteren in de Senior TT. Hij werd daar tweede. Zwitserland, Bremgarten