Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1954 was het zesde in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen In 1954 kwam de definitieve doorbraak van de stroomlijnkuipen. Hoewel ze aanvankelijk door de Italianen onder aanvoering van Moto Guzzi waren ingevoerd, werden de NSU's er in de lichte klassen vrijwel onverslaanbaar door. Rupert Hollaus was met zijn 250cc-NSU Rennmax vaak sneller dan de 350cc-Moto Guzzi Monocilindrica. Jammer genoeg verongelukte Hollaus tijdens de Grand Prix des Nations op Monza, toen de 125cc-wereldtitel hem al niet meer kon ontgaan. Hij eindigde postuum op de tweede plaats in de 250cc-klasse. NSU trok zich uit het wereldkampioenschap terug. Bij de GP van Spanje waren veel teams weggebleven: AJS, BMW, DKW, Gilera, Norton en NSU kwamen niet opdagen. De wereldtitels stonden immers al vast vóór de wedstrijd begon. Dat verslechterde de sfeer in het Grand Prix-circus, omdat de Spanjaarden zich niet serieus genomen voelden. In 1954 trok de Isle of Man TT een bijzondere bezoeker: Soichiro Honda kwam zijn licht opsteken over de techniek die in de Europese racemotoren werd toegepast. De Ultra-Lightweight TT en de Sidecar TT werden op het eiland Man gereden op een korter circuit, de Clypse Course. De andere klassen bleven op de Mountain Course. De Duitse Grand Prix werd na het débacle van 1953 niet meer op de Schottenring, maar op de Solitudering verreden. Puntentelling  1e   2e   3e   4e   5e   6e Punten:864321Aantal tellende wedstrijden  125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:67986Tellend:44554

Merken/teams AJS reed zijn laatste seizoen met de E 95, waar Rod Coleman slechts twaalfde mee werd in het wereldkampioenschap. Men ging zich als onderdeel van Associated Motor Cycles richten op de Matchless G45-productieracer. Ook de ontwikkeling van de 350cc-AJS 7R werd stopgezet. BMW had eerst haar RS 53 doorontwikkeld tot de RS 54, die als soloracer nog nauwelijks werd ingezet, maar die in de zijspancombinatie van Wilhelm Noll en Fritz Cron scoorde BMW haar eerste van negentien wereldtitels. DKW trad sporadisch aan in de 350cc-klasse met Siegfried Wünsche, maar de DKW RM 350 was nog niet ver genoeg doorontwikkeld. Gilera was beducht voor de nieuwe Moto Guzzi viercilinder en Franco Passoni hing op advies van Geoff Duke de motor 7½ cm lager in het frame. Er werd geëxperimenteerd met de vogelbekstroomlijn en aan het einde van het seizoen reed Duke voor het eerst met een druppelstroomlijn. De Gilera 500 4C was op die manier nog steeds veel te sterk voor de tegenvallende Moto Guzzi en de grootste tegenstand kwam uiteindelijk van Ray Amm met de Norton Manx. Mondial had zich in 1953 voorlopig uit het wereldkampioenschap teruggetrokken om Alfonso Drusiani de kans te geven om de 125 Bialbero door te ontwikkelen. Pas in de laatste twee wedstrijden kwam drievoudig Italiaans kampioen Tarquinio Provini met de Mondial aan de start. Hij werd met de Bialbero tweede in de GP des Nations, maar in de GP van Spanje liet hij de Bialbero staan. Hij won de race wel, maar met de 125 Monoalbero-productieracer. Moto Guzzi nam nog steeds deel in drie klassen, maar de Moto Guzzi Bialbero 250 was geen partij voor de veel sterkere NSU Rennmax. In de 350cc-klasse was de concurrentie veel minder sterk met de verouderende AJS 7R en Norton 40M. In de 500cc-klasse mislukte de peperdure Quattro Cilindri met brandstofinjectie totaal. Halverwege het seizoen schreef Moto Guzzi de machine feitelijk af en begon aan de ontwikkeling van een nog veel duurder project, de Otto Cilindri-V8. MV Agusta kon nog lang geen vuist maken tegen de veel te sterke Gilera 500 4C. Bill Lomas scoorde geen enkel punt en Dickie Dale won pas in Spanje, toen Gilera niet eens meer verscheen omdat de wereldtitel toch al binnen was. In de 125cc-klasse deed MV Agusta het met de MV Agusta 125 Bialbero beter, maar het was niet opgewassen tegen Rupert Hollaus en de NSU Rennfox. Norton had de motoren van de 350- en 500cc-Norton Manx vernieuwd en Ray Amm wist Geoff Duke (Gilera) in de Ulster Grand Prix te verslaan. Daarna begon Duke echter de ene na de andere race te winnen. Ook in de 350cc-klasse begon Amm goed met overwinningen in de Ulster Grand Prix en de GP van Duitsland, maar toen Moto Guzzi de betrouwbaarheidsproblemen overwon trok Fergus Anderson aan het langste eind. NSU had een uitstekend seizoen: Werner Haas en Rupert Hollaus wonnen alle races in de 125- en de 250cc-klasse, tot Hollaus tijdens de training van de Grand Prix des Nations verongelukte. Zowel Hollaus als Haas waren toen al wereldkampioen, maar NSU trok zich terug uit de wegraces om (als fabrieksteam) nooit meer terug te keren.

Coureurs Dickie Dale stapte van Gilera over naar MV Agusta. Ken Kavanagh was al tijdens de laatste GP van 1953 overgestapt van Norton naar Moto Guzzi. Umberto Masetti keerde terug als fabrieksrijder bij Gilera. Nello Pagani stapte van Gilera over naar MV Agusta. Tarquinio Provini werd gecontracteerd door Mondial, maar kwam pas aan het einde van het seizoen in twee GP's aan de start. Dankzij een tweede plaats en een overwinning eindigde hij desondanks als vierde in het wereldkampioenschap. Inge Stoll veroorzaakte lichte paniek tijdens de TT van Man en de Ulster Grand Prix. Daar had men niet gerekend op een vrouwelijke deelnemer, maar met had in de reglementen (nog) niets opgenomen dat vrouwelijke deelname verbood. Luigi Taveri reed het seizoen met een 500cc-Norton Manx, maar ook met een 250cc-Moto Guzzi en hij stapte ook nog in het zijspan van landgenoot Hans Haldemann. Tijdens de Grand Prix van Spanje kreeg hij een fabrieks-MV Agusta 500 4C, waarmee hij de finish echter niet haalde. Het was de opstap voor het seizoen 1955, toen hij voor MV Agusta in de 125- en de 250cc-klasse aantrad.

Gestopt Otto Daiker, Bill Doran en Ken Mudford hadden hun carrières beëindigd.

Overleden Op 18 juni verongelukte Simon Sandys-Winsch tijdens de Senior TT bij de Highlander Op 4 juli verongelukte Gordon Laing tijdens de 350cc-race in België. Op 25 juli verongelukte Dennis Lashmar tijdens de 500cc-race in Duitsland. Op 11 september verongelukte Rupert Hollaus tijdens de training van de GP des Nations op Monza

Races GP van Frankrijk, Reims Een groot deel van de toprijders en -merken, vooral in de 500cc-klasse, verscheen helemaal niet in Frankrijk omdat men zich wilde voorbereiden op de TT van Man. Isle of Man TT, Mountain Course, Clypse Course Er ontstond wat commotie toen de Sidecar TT een vrouwelijke deelneemster bleek te hebben: de Duitse Inge Stoll, die als bakkeniste fungeerde in het zijspan van Jacques Drion. Daar was men niet op voorbereid en organisatie, publiek én pers vroegen zich af of de deelname van een vrouw wel verantwoord was. Men had er echter niets over opgenomen in het reglement en Stoll was al een ervaren bakkeniste. De Auto-Cycle Union had in samenwerking met het eilandbestuur besloten een tweede circuit in te richten, de Clypse Course. Dat deed men mogelijk naar het voorbeeld van de Ulster Grand Prix, die van het Clady Circuit was verhuisd naar het Dundrod Circuit. Dit was niet alleen veiliger, maar ook breder, waardoor de zijspanklasse er kon starten. Met de Clypse Course bereikte men ook een veel korter circuit dan de gebruikelijke Snaefell Mountain Course. Daardoor kon het publiek de deelnemers van de Ultra-Lightweight TT vaker zien langskomen. Zij startten namelijk niet met een interval-start, maar met een massastart, waardoor ze dichter bij elkaar bleven. Op de Mountain Course moest het publiek steeds een half uur wachten voordat het veld voorbij kwam, maar nu kwamen de rijders in anderhalf uur tijd tien keer voorbij. Men had het echter slim aangepakt: grote delen van de Mountain Course maakten ook deel uit van de Clypse Course, zodat men niet veel extra wegafsluitingen hoefde te realiseren. Het was de hele week slecht weer. Daardoor startte de Senior TT anderhalf uur later dan gepland, werd de Junior TT ingekort naar vijf ronden en de Lightweight TT naar drie ronden. Ook dit jaar eiste de TT van Man weer levens: al tijdens een onofficiële training op 31 mei verongelukte de Australiër Laurie Boulter bij Handley's Corner. De Brit Raymond Ashford verongelukte op 7 juni tijdens de trainingen bij Laurel Bank. Tijdens de Senior TT op 18 juni verongelukte Simon Sandys-Winsch bij de Highlander. Ulster Grand Prix, Dundrod De Ulster Grand Prix werd in de week na de TT van Man georganiseerd. Daarmee werden veel kosten bespaard. In het jaar ervoor moesten de coureurs en teams na de TT naar het vasteland van Europa reizen om tussen de GP van Frankrijk en de GP van Zwitserland helemaal naar Noord-Ierland heen en weer te reizen. Nu kon men meteen de korte bootreis van Peel naar Portaferry maken. Er waren geen gecombineerde klassen meer, elke klasse reed haar eigen race waardoor de coureurs niet meer hoefden te kiezen in welke klasse ze startten. GP van België, Spa-Francorchamps Dat Moto Guzzi na de mislukte TT van Man haar team tijdens de Ulster Grand Prix had teruggetrokken, leek zich uit te betalen. Ken Kavanagh, Fergus Anderson en Enrico Lorenzetti presteerden goed in de 350cc-race. Die race werd overschaduwd door de dood van Gordon Laing, een persoonlijke vriend van Kavanagh, die in Ulster hoge ogen had gegooid. Het weerhield Kavanagh er niet van om in de 500cc-race een topprestatie neer te zetten met de Moto Guzzi Quattro Cilindri. MV Agusta leek het voorbeeld van Moto Guzzi te volgen: het hele team bleef in Italië. Dutch TT, Assen In Assen werd de werelditel in de 250cc-klasse al beslist. Ook Geoff Duke deed in de 500cc-klasse goede zaken, net als Rupert Hollaus in de 125cc-klasse. De Nederlander Drikus Veer kreeg voor de gelegenheid een reserve-Gilera 500 4C. GP van Duitsland, Solitudering Opmerkelijk genoeg bleef DKW bij haar eigen thuis-Grand Prix weg, maar daar stond tegenover dat er voor het eerst deelname uit de Duitse Democratische Republiek was: privérijder Edgar Barth met een Norton en MZ verscheen in de 125cc-klasse met de fabrieksrijders Horst Fügner en Erhart Krumpholz. Geen van hen scoorde punten. De Duitse Grand Prix werd overschaduwd door het overlijden van de Brit Dennis Lashmar. GP van Zwitserland, Bremgarten MV Agusta had besloten in Italië te blijven nu de resultaten van de MV Agusta 500 4C tegenvielen. Dat gold ook voor DKW, dat haar RM 350 nog wilde doorontwikkelen. De Moto Guzzi Monocilindrica 350's bleven dit keer heel en prompt bezette het merk de eerste twee plaatsen in de 350cc-race. Daardoor bleef de 350cc-klasse spannend, net als de zijspanklasse, waar Wilhelm Noll en Eric Oliver de koppositie na deze Grand Prix deelden. GP de Nations, Monza De Grand Prix des Nations werd overschaduwd door de dood van Rupert Hollaus tijdens de trainingen. Het team van NSU trok zich meteen terug om - als fabrieksteam - nooit meer terug te keren. 100.000 toeschouwers zagen in de soloklassen uitsluitend Italiaanse machines winnen. Geoff Duke won zijn vijfde Grand Prix op rij, Guido Sala won de enige Grand Prix van zijn carrière en Wilhelm Noll/Fritz Cron profiteerden van de afwezigheid van Eric Oliver en grepen de zijspantitel. GP van Spanje, Montjuïc De Grand Prix van Spanje werd gedevalueerd door het ontbreken van de fabrieksteams van AJS, Norton en Gilera, die niet verschenen omdat de wereldtitels al vergeven waren. Ook NSU verscheen niet, maar dat team had zich voorgoed teruggetrokken na het dodelijke ongeval van Rupert Hollaus in de training van de GP de Nations.

500cc-klasse