thumb|Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie 2008 voor Paul Krugman De Prijs van de Zweedse Rijksbank voor Economische Wetenschappen ter nagedachtenis aan Alfred Nobel, veelal aangeduid als de Nobelprijs voor Economie, werd ingesteld en voor het eerst uitgereikt in 1969, ter herdenking van het 300-jarig bestaan van de bank.

De Sveriges Riksbank, de Rijksbank van Zweden, is de centrale bank van Zweden. De prijs is eigenlijk geen Nobelprijs maar wordt zo genoemd omdat hij wordt uitgereikt tijdens dezelfde ceremoniële bijeenkomst in Stockholm als de eigenlijke Nobelprijzen, die van de Nobelstichting, met uitzondering van de Nobelprijs voor de Vrede. De prijs wordt jaarlijks toegekend door een commissie van de Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen.

De associatie van deze prijs met de oorspronkelijke Nobelprijzen is controversieel. Familie van Alfred Nobel distantieert zich van de prijs, Die Welt. Nobelpreis für Wirtschaft höchst umstritten, 9 oktober 2006. die in haar ogen is bedoeld om winstmaximalisatie een respectabel voorkomen te geven.

De John Bates Clark Medal is een soortgelijke prijs voor economen jonger dan 40 jaar die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de economische wetenschap

Lijst van winnaars JaarNaam Toelichting 1969 Ragnar Frisch Jan Tinbergen “Voor het ontwikkelen en uitvoeren van dynamische modellen voor analyses van economische processen." 1970Paul Samuelson “Voor het wetenschappelijk werk waarmee hij statische en dynamische economische theorieën heeft ontwikkeld en het actief bijdragen tot het verhogen van analyses in de economische wetenschap." 1971 Simon Kuznets 1972 John Hicks Kenneth Arrow “Voor hun bijdrage aan de algemene evenwichtstheorie en de welvaartstheorie." 1973 Wassily Leontief “Voor het ontwikkelen van de input-output methode en de toepassing daarvan op belangrijke economische vraagstukken." 1974 Gunnar Myrdal Friedrich von Hayek “Voor hun werk aan de geldtheorie en economische fluctuaties en hun analyse van de afhankelijkheid van economische, sociale en institutionele fenomenen." 1975 Leonid Kantorovitsj Tjalling Koopmans 1976 Milton Friedman 1977 Bertil Ohlin James Meade “Voor hun baanbrekende bijdrage aan de internationale handelstheorie en internationale kapitaalbewegingen." 1978 Herbert Simon “Voor zijn pioniersonderzoek naar het keuzeproces in economische organisaties." 1979 Theodore Schultz William Arthur Lewis “Voor hun pioniersonderzoek naar de economische ontwikkeling, onderzoek waarin vooral aandacht besteed werd aan problemen in zich ontwikkelende landen." 1980 Lawrence Klein 1981 James Tobin 1982 George Stigler 1983 Gérard Debreu 1984 Richard Stone 1985 Franco Modigliani 1986 James M. Buchanan 1987 Robert Solow 1988 Maurice Allais 1989 Trygve Haavelmo 1990 Harry Markowitz Merton Miller William Sharpe 1991 Ronald Coase “Voor zijn ontdekking en verklaring van het belang van transactiekosten en eigendomsrecht voor de institutionele structuur en het functioneren van de economie." 1992 Gary Becker “Voor het uitbreiden van het domein van micro-economische analyse naar een brede waaier aan menselijke gedragingen en interacties, waaronder ook gedrag buiten de markt." 1993 Robert Fogel Douglass North “Voor het vernieuwen van onderzoek in economische geschiedenis door de toepassing van economische theorie en kwantitatieve methoden om economische en institutionele verandering te verklaren." 1994 Reinhard Selten John Nash John Harsanyi “Voor hun baanbrekende analyse van evenwicht in de theorie van niet-coöperatieve spellen."1995 Robert Lucas jr. 1996 James Mirrlees William Vickrey 1997 Robert C. Merton Myron Scholes 1998 Amartya Sen “Voor zijn bijdrage aan de welvaartseconomie." 1999 Robert Mundell 2000 James Heckman Daniel McFadden 2001 George Akerlof Michael Spence Joseph Stiglitz 2002 Daniel Kahneman “Voor het integreren van inzichten uit psychologisch onderzoek in de economische wetenschappen, meer bepaald betreffende het menselijke oordeelsvermogen en het nemen van beslissingen in situaties van onzekerheid." Vernon L. Smith “Voor het tot stand brengen van laboratoriumexperimenten in empirische economische analyse, meer bepaald in de studie van alternatieve marktmechanismen."2003 Robert Engle Clive Granger 2004 Finn Kydland Edward Prescott “Voor hun bijdragen aan dynamische macro-economie: de consistentie van economisch beleid over tijd, en de drijvende krachten achter conjunctuur." 2005 Robert Aumann Thomas Schelling “Voor het vergroten van ons begrip van conflict en samenwerking door speltheoretische analyse." 2006 Edmund Phelps 2007 Leonid Hurwicz Eric Maskin Roger Myerson “Voor het leggen van de basis van de theorie van mechanism design." 2008 Paul Krugman “Voor zijn analyses van handelspatronen en de locatie van economische activiteiten."2009 Elinor Ostrom “Voor haar analyse van economisch bestuur, vooral in het publieke veld."Oliver Williamson”Voor zijn analyse van economisch bestuur, vooral waar het gaat om de grenzen van bedrijven." 2010 Peter Diamond Dale Mortensen Christopher Pissarides “Voor hun onderzoek naar zoekfricties op markten."2011 Christopher Sims Thomas Sargent “Voor hun onderzoeken over de macro-economie." 2012 Alvin Roth Lloyd Shapley “Voor hun onderzoek naar de manier waarop allerlei zaken in de economie worden gematcht." 2013 Eugene Fama Lars Peter Hansen Robert Shiller “Voor hun empirische analyse van de prijzen van activa." 2014 Jean Tirole “Voor zijn analyse van de kracht van de markt en regulering." 2015 Angus Deaton “Voor zijn analyse van consumptie, armoede en welvaart." 2016 Oliver Hart Bengt Holmström “Voor hun bijdrage aan de contracttheorie." 2017 Richard Thaler “Voor zijn bijdrage aan de gedragseconomie."2018 William Nordhaus “Voor zijn werk in het integreren van klimaatverandering in macro-economisch onderzoek." Paul Romer “Voor zijn werk in het integreren van technologische innovaties in macro-economisch onderzoek." 2019 Abhijit Banerjee Esther Duflo Michael Kremer “Voor hun experimentele aanpak om wereldwijd armoede te verlichten." 2020 Paul Milgrom Robert B. Wilson “Voor verbeteringen in de veilingtheorie en het uitvinden van nieuwe vormen van veilingen."2021 Guido Imbens Joshua Angrist “Voor hun methodologische bijdragen aan de analyse van causale inferentie." David Card “Voor zijn empirische bijdragen aan de arbeidseconomie." 2022 Ben Bernanke Douglas Diamond Philip Dybvig “Voor onderzoek naar banken en financiële crises." 2023Claudia Goldin"Omdat ze ons inzicht in de resultaten van de arbeidsmarkt voor vrouwen heeft vergroot." 2024 Daron Acemoğlu Simon Johnson James Robinson "Voor studies naar hoe instellingen worden gevormd en welvaart beïnvloeden." 2025 Joel Mokyr (½) Philippe Aghion (¼) Peter Howitt (¼) "Voor studies naar innovatiegedreven groei."

Websites Officiële website

Categorie:Economie

Categorie:Zweedse wetenschapsprijs