Het Italiaans voetbalelftal is een team van voetballers dat Italië vertegenwoordigt in internationale wedstrijden. De bijnaam is La Squadra Azzurra (Het blauwe team) of het daarvan afgeleide Azzurri (Blauwen).
Italië werd viermaal wereldkampioen: in 1934, 1938, 1982, 2006 en tweemaal Europees kampioen in 1968 en in 2020. Een traditie binnen het Italiaans voetbalelftal is dat de speler met de meeste gespeelde wedstrijden voor het team, automatisch de aanvoerder is.
Ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan van de Italiaanse voetbalbond speelde de Italiaanse selectie op 16 december 1998 in het Olympisch Stadion een vriendschappelijke wedstrijd tegen een FIFA-wereldelftal.eu-football. Gearchiveerd op 9 april 2023. Het duel onder leiding van de Franse scheidsrechter Rémi Harrel geldt als een officiële interland voor de Italiaanse bond; zo maakte aanvaller Marco Delvecchio zijn officiële debuut voor de Azzurri. Hij viel in de rust in voor Filippo Inzaghi (Juventus FC). Italië won de jubileumwedstrijd met 6-2 door treffers van achtereenvolgens Filippo Inzaghi, Eusebio Di Francesco, Diego Fuser en Enrico Chiesa (3). Voor het wereldelftal scoorden Gabriel Batistuta en George Weah.
Geschiedenis 1910 - 1940 Het Mussolini-tijdperk, twee WK-titels thumb|Giuseppe Meazza thumb|Angelo Schiavio scoort in de WK finale van 1934 tegen Tsjecho-Slowakije In 1910 speelde Italië zijn eerste wedstrijd, Frankrijk werd met 6-2 verslagen. In de jaren twintig deed Italië voor de eerste keer mee aan de Olympische Spelen, zowel in 1920 als in 1924 werd Italië in de kwartfinales verslagen door respectievelijk Frankrijk en Zwitserland. Het eerste succes was in 1928 op de Olympische Spelen in Amsterdam. Via overwinningen op Frankrijk en Spanje werd de halve finale gehaald, waar regerend olympisch kampioen Uruguay met 3-2 te sterk was. De bronzen medaille werd veroverd na een 11-3-zege op Egypte, zowel Schiavio als Banchero als Magnozzi scoorden drie doelpunten.
WK 1934 In 1934 werd het tweede WK in Italië georganiseerd. Voor de enige keer in de historie moest het gastland kwalificatiewedstrijden spelen, tegenstander Griekenland werd thuis met 4-0 verslagen. Italië had geen zin de uitwedstrijd te spelen en op last van de Italiaanse bond trok Griekenland zich terug, als tegenprestatie kocht Italië in Athene een gebouw dat door de noodlijdende Griekse voetbalbond als bondsgebouw gebruikt kon worden. Belangrijke troeven van de Italiaanse ploeg waren aanvaller Giuseppe Meazza en Luis Monti, die vier jaar daarvoor als speler van Argentinië al een WK-finale speelde (4-2 verlies tegen Uruguay) en als aanvoerder van Juventus een Italiaans paspoort kreeg. De druk op de ploeg was immens, want dictator Benito Mussolini zag het toernooi als een propaganda-middel en eiste de wereldtitel. In de eerste ronde was er weinig moeite de Verenigde Staten met 7-1 te verslaan. De kwartfinale tegen Spanje was een hard duel, waarbij de Spaanse doelman Ricardo Zamora dusdanig verwond werd, waardoor hij in het toernooi niet meer in actie zou komen. De Italiaan Mario Pizziolo brak zijn been en zou nooit meer in actie komen voor het nationale team. De wedstrijd eindigde in 1-1 en ook de replay was een hard duel, waarbij drie Spanjaarden geblesseerd zouden uitvallen. De Zwitserse scheidsrechter René Mercet werd na deze wedstrijd door de FIFA voor het leven geschorst voor internationale wedstrijden. Italië won met 1-0 door een doelpunt van Meazza. In de halve finale was Oostenrijk de tegenstander, het "Wunderteam" gold als het sterkste team van de eerste helft van de jaren dertig. Italië kwam snel op een 1-0-voorsprong en hield die voorsprong vast, mede door partijdig fluiten van de Zweedse scheidsrechter Ivan Eklind. Eklind mocht op aandringen van Mussolini als "beloning" de finale tegen Tsjecho-Slowakije fluiten. De finale bleef tot een kwartier voor tijd doelpuntloos, totdat Antonín Puč de Tsjechen op voorsprong bracht, Raimundo Orsi zorgde voor de gelijkmaker. In de verlenging zorgde Angelo Schiavio voor de winnende treffer, waarna Mussolini de WK-titel vierde als zijn persoonlijke winst.
WK 1938 Italië won in 1936 met een compleet ander team de Olympische Spelen van Berlijn, in de finale werd Oostenrijk met 2-1 in de verlengingen verslagen, Annibale Frossi scoorde beide doelpunten, hij was met zeven treffers topscorer van het toernooi. Italië kreeg in 1938 de kans de WK-titel zonder thuisvoordeel te veroveren, belangrijkste wijziging in de ploeg was de aanwezigheid van Silvio Piola, die met aanvoerder Giuseppe Meazza en Giovanni Ferrari een gevreesde voorhoede vormde. In de achtste finale werd Noorwegen pas in de verlenging verslagen, Piola scoorde het winnende doelpunt. In de kwartfinale werd gastland Frankrijk met 3-1 verslagen, Piola was opnieuw beslissend met twee doelpunten. In de halve finale profiteerde Italië van onderschatting van Brazilië, de Braziliaans coach spaarde de topscorer van het toernooi Leônidas met het oog op de finale. Italië won in Marseille met 2-1 door doelpunten van Gino Colaussi en een benutte strafschop van Giuseppe Meazza. In de finale boekte Italië een regelmatige 4-2-overwinning op Hongarije, zowel Colaussi als Piola scoorde twee doelpunten. Grote man achter de successen van Italië was coach Vittorio Pozzo, hij is de enige coach tot op heden die twee keer de wereldtitel veroverde.
1946 - 1966 Geen successen, de slag van Santiago en nederlaag tegen Noord-Korea WK 1950 thumb|Il Grande Torino, 1948 Na de oorlog was alle Italiaanse hoop gevestigd op het elftal van AC Torino, dat tussen 1942 en 1949 vijf keer het Italiaanse kampioenschap veroverde. Het team had als bijnaam "Il grande Torino" en speelde in het 4-2-4 systeem, tien jaar voordat het Braziliaanse team met dit systeem de wereldtitel veroverde. Na een vriendschappelijke wedstrijd tegen Benfica verongelukte de voltallige selectie van het team tijdens de Superga-vliegramp. In 1950 moest het Italiaanse team in Brazilië de wereldtitel verdedigen, de selectie weigerde het vliegtuig te gebruiken en vertrok per boot. In de eerste wedstrijd was de ploeg al kansloos na een 3-2-nederlaag tegen Zweden, de tweede gewonnen wedstrijd tegen Paraguay had slechts statistische waarde.
WK 1954 In 1954 plaatste Italië zich voor de eindronde door tweemaal van Egypte te winnen. Italië werd gezien als een outsider voor de titel, waarbij de latere bondscoach Giovanni Trapattoni tot de bekendste spelers behoorde. Italië was ingedeeld in een groep met Engeland, Zwitserland en België, Engeland en Italië hadden een beschermde status binnen deze groep en hoefden niet tegen elkaar te spelen. Echter, de wedstrijd tegen gastland Zwitserland ging met 2-1 verloren en door een overwinning op België was een beslissingswedstrijd tegen opnieuw Zwitserland nodig. Ook nu weer was Zwitserland te sterk, er werd met 4-1 verloren. De Zwitsers bediende zich van het "grendel" systeem een defensief systeem, dat later door de Italianen geperfectioneerd zou worden: catenaccio.
WK 1958 In het kwalificatietoernooi voor het WK van 1958 begon Italië met een 3-0-nederlaag tegen Portugal, maar leek het goed te maken met twee thuiszeges op Portugal en Noord-Ierland, in de laatste wedstrijd tegen Noord-Ierland zou een gelijkspel voldoende zijn. De beslissende wedstrijd op 8 december 1957 in Belfast ging niet door, omdat de scheidsrechter uit Hongarije vast stond in Londen vanwege aanhoudende mist. De teams waren er wel en besloten te oefenen: 2-2. De wedstrijd liep uit de hand, omdat toeschouwers het veld op kwamen om te protesteren tegen het harde spel van de Italianen. Een maand later won Noord-Ierland met 2-1, Italië plaatste zich voor de eerste keer niet voor de eindronde.
WK 1962 Voor het WK van 1962 had Italië weinig moeite zich te plaatsen, Roemenië trok zich terug en Israël werd vrij simpel verslagen. Na een 0-0 gelijkspel in de eerste wedstrijd tegen West-Duitsland wachtte het gastland Chili. Voor de wedstrijd werd het land Chili in de kranten belachelijk gemaakt door Italiaanse journalisten en de sfeer in het stadion van Santiago was zwaar vijandig ten opzichte van de Italianen. In het veld werd er nauwelijks gevoetbald, maar geschopt, gespuwd en geslagen. Giorgio Ferrini en Mario David werden in de eerste helft uit het veld gestuurd en er kwamen zelfs politiemensen het veld op om de gemoederen te laten rusten. Echt objectief was de scheidsrechter niet, want een ordinaire vuistslag van de Chileen Sanchez op Humberto Maschio werd niet bestraft. Maschio brak wel zijn neus. In de tweede helft gingen de Italianen ten onder met 2-0. De laatste wedstrijd tegen Zwitserland had slechts statistische waarde (3-0-zege) en Italië was opnieuw in de eerste ronde uitgeschakeld.
WK 1966 thumb|Gianni Rivera Ook de eerste deelname aan het EK was geen succes, in de tweede voorronde was de Sovjet-Unie duidelijk te sterk, 2-0 in Moskou en 1-1 in Rome. De Italiaanse clubs AC Milan en Inter Milan wonnen Europa Cups in deze periode, beide ploegen hadden met Gianni Rivera en Sandro Mazzola een sterke spelbepaler en met name Inter Milan bediende zich van het Catenaccio-systeem, met een afwachtende, defensieve houding werd de tegenstander met tegenaanvallen bestreden. Italië plaatste zich voor de eindronde door duidelijke thuisoverwinningen op Polen (6-1) en Schotland (3-0). In de eerste wedstrijd nam de ploeg revanche op de "Slag van Santiago" door met 2-0 van Chili te winnen. Tegen de Sovjet-Unie werd met 1-0 verloren, maar een gelijkspel tegen het nietige Noord-Korea zou genoeg zijn voor de kwartfinales. In de eerste helft verloren de Italianen al snel aanvoerder Bulgarelli door een mislukte tackle van dezelfde speler. Aangezien er geen wissels waren toegestaan moesten de Italianen verder met tien man. Vlak voor rust schreef de tandarts uit Pyongyang Pak-Doo-Ik geschiedenis door het winnende doelpunt voor Noord-Korea te scoren. De Italianen gingen beschaamd naar huis, waar ze door een woedende menigte werden opgewacht met rotte tomaten en eieren. Sindsdien heet een onverwachte nederlaag in het Italiaanse voetbal een "Korea".
1966 - 1976 EK-titel in Rome, Wedstrijd van de Eeuw in Mexico EK 1968 thumb|Sandro Mazzola Na dit absolute dieptepunt werd Ferruccio Valcareggi aangesteld, in het eerste seizoen geassisteerd door Helenio Herrera, trainer van Inter Milan en fervent aanhanger van het Catenaccio-systeem. In het kwalificatietoernooi eindigde Italië als eerste met een ruime voorsprong op Roemenië en Zwitserland. In de kwartfinale had Italië problemen in de uitwedstrijd tegen Bulgarije, maar bij een 3-1-achterstand maakte Pierino Prati vlak voor tijd een belangrijk tegendoelpunt. Twee weken later won Italië met 2-0, kwalificeerde zich voor het EK in 1968 en mocht het toernooi zelf organiseren. Het toernooi bestond uit vier deelnemers. In een bomvol stadion in Napels gebeurde weinig opwindends tegen de Sovjet-Unie. Ook na verlenging bleef de stand 0-0 en moest het muntstuk beslissen welke ploeg de finale moest halen. De Russische kapitein Albert Sjesternjov mocht kiezen en koos voor munt, het Franse tienfrancstuk belandde op de rug van de hand van scheidsrechter Tschenscher; de kop lag boven en Italië zat in de finale. Italië speelde in de finale tegen Joegoslavië, dat in de halve finale wereldkampioen Engeland uitschakelde. Italië speelde zonder zijn spelbepalers Gianni Rivera (geblesseerd) en Sandro Mazzola (gepasseerd) en maakte een krachteloze indruk. Joegoslavië kwam in de eerste helft met 1-0 voor en het was aan de keeper Dino Zoff te danken, dat de schade beperkt bleef. De scheidsrechter gaf een vrije trap aan de Italianen, die niemand zag en hinderde enkele uitlopende Joegoslaven, waardoor er een gat in de muur ontstond. Omdat de score na 120 minuten nog steeds gelijk was en deze keer niet werd geloot werd er een tweede finalewedstrijd georganiseerd. In dat duel won Italië met 2-0. Mazzola werd weer in genade aangenomen en was de architect op het middenveld.
WK 1970 thumb|Luigi Riva