Het Portugees voetbalelftal is een team van voetballers dat Portugal vertegenwoordigt in internationale wedstrijden. Het land haalde op het WK twee keer de halve finale, in 1966 en 2006. Op het EK waren er halvefinaleplaatsen in 1984, 2000 en 2012; in 2004 werd de finale verloren en in 2016 werd de titel gewonnen. Bekende spelers waren Eusébio, Luís Figo en Cristiano Ronaldo.
Geschiedenis 1921 - 1964 De beginjaren Portugal speelde zijn eerste interland in 1921, het speelde met 3-3 gelijk tegen en in Spanje, drie jaar later boekte het zijn eerste overwinning. In 1924 schreef Portugal zich in voor de Olympische Spelen in Frankrijk, maar het trok zich terug, op de Olympische Spelen van 1928 werd in de eerste ronde van Joegoslavië gewonnen, waarna in de kwartfinales Egypte te sterk was.
Portugal schreef zich in voor het WK van 1934, maar in de kwalificatie was Spanje duidelijk te sterk (9-0 in Madrid, 1-2 in Lissabon). In 1938 was Zwitserland de obstakel voor kwalificatie, in Milaan werd een 2-1 nederlaag geleden. Na de Tweede Wereldoorlog bleef Portugal een van de zwakste landen van Europa, in 1947 leed het zijn grootste nederlaag in zijn geschiedenis, 0-10 thuis tegen Engeland. In 1950 haalde het zijn eerste punt in een WK-wedstrijd (2-2 tegen Spanje), maar door een 5-1 nederlaag eerder had het resultaat weinig waarde. Vanwege een gebrek aan deelnemers werd het land alsnog uitgenodigd voor het toernooi, maar de uitnodiging werd niet geaccepteerd. Ook voor het WK van 1954 was Portugal kansloos, Oostenrijk versloeg de Portugezen met 9-1.
Langzaam werden de prestaties beter, voor kwalificatie voor het WK van 1958 werd tweevoudig wereldkampioen Italië met 3-0 verslagen, maar 3-0-nederlagen tegen Italië en Noord-Ierland zorgde toch voor een laatste plaats in de groep. Voor het eerste EK in 1960 waren twee play-offrondes genoeg om de eindronde te halen. Eerst werd Oost-Duitsland verslagen, waarna Joegoslavië in de kwartfinale duidelijk te sterk was (5-1 in Belgrado).
In 1960 en 1961 veroverde de Portugese topclub Benfica de Europa Cup der Landskampioenen na hartverscheurende finales tegen de Spaanse grootmachten FC Barcelona en Real Madrid. Het Portugese team profiteerde er nog niet van, voor kwalificatie voor het WK van 1962 was er een pijnlijke nederlaag tegen Luxemburg ondanks het debuut van de Mozambikaanse steraanvaller Eusébio en de achterstand op Engeland was vier punten. In de eerste ronde voor het EK van 1964 was men gewaagd aan Bulgarije, zowel in Sofia als in Lissabon werd het 3-1. In de beslissingswedstrijd in Rome leed Portugal een 1-0 nederlaag door een laat doelpunt van Georgi Asparuhov.
1964 - 1980 Eusébio schittert op het WK in Engeland thumb|Eusébio
WK 1966 Belangrijkste obstakel om kwalificatie voor het WK van 1966 af te dwingen was Tsjecho-Slowakije, de nummer twee van het vorige WK. Portugal won de eerste vier wedstrijden, Eusébio scoorde zeven keer waaronder het winnende doelpunt in Praag tegen de Tsjechen. Een doelpuntloos gelijkspel in de return was genoeg om zich voor de eerste keer voor een groot toernooi te plaatsen. Op het WK in Engeland had het team meteen een vliegende start door het sterke Hongarije met 3-1 te verslaan, José Augusto scoorde twee doelpunten. Na een 3-0-overwinning op Bulgarije zou Portugal genoeg hebben aan een gelijkspel tegen regerend wereldkampioen Brazilië. Terwijl de Braziliaans ster Pelé op een gewelddadige manier uit de wedstrijd werd geschopt door Morais, scoorde Eusébio twee maal en met een 3-1 overwinning werd de kwartfinale bereikt. In de kwartfinale wachtte de verrassing van het toernooi, Noord-Korea, dat Italië had uitgeschakeld. Een nieuwe stunt leek in de maak, want na 25 minuten was de stand 3-0 voor Noord-Korea. Eusébio, de "Zwarte Parel" zorgde persoonlijk voor de ommekeer in de wedstrijd en scoorde vier doelpunten, de eindstand was 5-3 voor Portugal. In de halve finale tegen Engeland werd Eusébio effectief uit de wedstrijd gehouden door Nobby Stiles, al scoorde hij nog wel uit een strafschop. Engeland was door twee doelpunten van Bobby Charlton met 2-1 te sterk en Eusébio was na afloop van de wedstrijd ontroostbaar. Uiteindelijk eindigde de debutant op een prachtige derde plaats door een 2-1 overwinning op de Sovjet-Unie, Eusébio was topscorer van het toernooi met negen doelpunten.
1966 - 1978 Het succes kreeg geen passend vervolg, voor het EK in 1968 begon de ploeg met een thuisnederlaag tegen Zweden en was een nieuwe nederlaag tegen Bulgarije de ploeg fataal. Nog erger was kwalificatie voor het WK van 1970, de bronzen ploeg van het vorige WK eindigde op de vierde en laatste plaats in zijn groep, Roemenië plaatste zich voor Mexico. Voor het EK van 1972 en WK van 1974 waren respectievelijk België en Bulgarije te sterk, Eusébio stopte met zijn interlandcarrière. Symbolisch voor de neergang van het Portugese team in de jaren zeventig was een 5-0 nederlaag tegen Tsjecho-Slowakije voor kwalificatie voor het EK van 1976, Portugal eindigde op de derde plaats in zijn groep achter Tsjecho-Slowakije en Engeland. De cyclus om het WK van 1978 was al na één wedstrijd een kansloze zaak na een 0-2 thuisnederlaag tegen Polen.
EK 1980 Om het EK van 1980 te halen was Portugal ingedeeld in een sterke groep met België, Oostenrijk en Schotland. Halverwege de cyclus had Portugal een ruime voorsprong op de concurrentie, Portugal had zeven punten uit vier wedstrijden en omdat de concurrentie onderling veel punten verloren was eindelijk aanwezigheid op een groot toernooi reëel. Een 2-0 nederlaag tegen België bracht de spanning in de groep terug en na een thuisnederlaag tegen Oostenrijk was het eindresultaat opnieuw teleurstellend.
1980 - 1990: Thriller tegen Frankrijk spaarzaam hoogtepunt WK 1982 Het WK in 1982 bood meer perspectieven, omdat het deelnemersveld met acht landen werd uitgebreid. Portugal kwam terecht in een groep met maar één topland: Schotland. Na een goed begin (vijf punten uit drie wedstrijden) werden er vier wedstrijden achter elkaar verloren, waarbij een 4-1 nederlaag tegen Israël de pijnlijkste was. De laatste plaats dreigde, maar een 2-1 overwinning op het als eerste Schotland voorkwam een blamage. Portugal eindigde op de vierde plaats met ook nog Noord-Ierland en Zweden achter zich.
EK 1984 Portugal werd ingedeeld in een zware groep met Polen en de Sovjet-Unie, twee van de sterkste Europese landen van begin jaren tachtig. Een 2-1 overwinning op Polen bood perspectieven, maar in Moskou werd Portugal weggespeeld: 5-0 tegen de Sovjet-Unie. Polen won ook in Polen (0-1), de laatste wedstrijd tegen de Sovjet-Unie moest gewonnen worden en dat lukte dankzij een makkelijk gegeven strafschop, benut door spits Rui Jordão. De ploeg plaatste zich voor de eerste keer sinds 1966 voor een Eindronde en begon het toernooi goed met een 0-0 gelijkspel tegen titelverdediger West-Duitsland. Vooral de besnorde spelverdeler Fernando Chalana maakte indruk met zijn technisch hoogstaande spel. Na een 1-1 gelijkspel tegen Spanje moest er gewonnen worden van Roemenië om de halve finale te halen. Lang bleef het 0-0, maar negen minuten voor tijd scoorde Nené het winnende doelpunt. In de halve finale wachtte het gastland Frankrijk, dat met Michel Platini de grote man van het toernooi had. Na een 1-0 achterstand kreeg Portugal steeds meer vat op het middenveld, Chalana domineerde het middenveld en er ontstond een ware thriller. Na twee voorzetten van Chalana scoorde Rui Jordão, zowel in de reguliere als in de extra tijd. Portugal leek lang voor een enorme stunt te zorgen, maar in de laatste zes minuten boog Frankrijk de wedstrijd om na een 3-2 overwinning. Chalana verdiende een transfer naar de Franse topclub Girondins de Bordeaux, maar vooral door chronisch blessureleed haalde hij nooit meer zijn topniveau.
WK 1986 Portugal streed met Zweden, Tsjecho-Slowakije en Duitsland om twee WK-plaatsen. De start was goed met drie overwinningen, maar door thuisnederlagen tegen Zweden en Duitsland werd de situatie penibel. Door een 0-1-overwinning op Duitsland (doelpunt Carlos Manuel) en een nederlaag van Zweden tegen Tsjecho-Slowakije werd kwalificatie alsnog bereikt. Op het WK in Mexico rommelde het in de Portugese ploeg, er was een staking uitgebroken onder de spelers voor meer premies en de trainings- en hotelfaciliteiten waren amateuristisch. Het toernooi begon met een 1-0 zege op Engeland en ondanks een 1-0 nederlaag tegen Polen zou de ploeg genoeg aan een gelijkspel tegen Marokko hebben om zich te plaatsen voor de achtste finales. Portugal verloor echter kansloos van de Afrikanen (3-1), coach José Torres diende zijn ontslag in en verschillende spelers, onder wie Carlos Manuel en Paulo Futre, kregen door het wangedrag in het trainingskamp een verbod om voor de nationale ploeg te spelen.
1986 - 1990 Met een veredeld B-team was Portugal kansloos voor kwalificatie voor het EK in 1988, de achterstand op Italië was vijf punten. Dieptepunt was een 2-2 gelijkspel thuis tegen Malta. Voor het WK van 1990 streed Portugal met Tsjecho-Slowakije om de tweede plaats in de groep achter België. Portugal verloor in Praag met 2-1 en moest in de laatste wedstrijd met 4-0 winnen om zich te plaatsen. Het bleef 0-0 en Portugal bleef opnieuw thuis.
1990 - 2006 Gouden Generatie mist hoofdprijs EK 1992 thumb|Rui Costa Er was hoop voor het Portugese voetbal, zowel in 1989 als in 1991 werd Portugal wereldkampioen bij de jeugd, vooral de generatie van 1991 met Luís Figo en Rui Costa als belangrijkste exponenten was veelbelovend. Deze generatie kreeg als bijnaam Geração de Ouro ("Gouden Generatie"). Het seniorenteam was ook talentvol met Paulo Futre en Rui Barros als bekende spelers, Portugal streed met Europees kampioen Nederland om een plek op het EK. De onderlinge wedstrijden eindigden beiden in een 1-0 overwinning voor de thuisploeg, maar een nederlaag tegen Griekenland en een gelijkspel tegen Finland werd de ploeg noodlottig.
WK 1994 Met een mix van routine en jeugd probeerde Portugal het WK te halen. Het toonde vooral zijn potentie in de thuiswedstrijd tegen Schotland met een 5-0 overwinning, Portugal streed met Italië om een plaats naast Zwitserland. Portugal moest de uitwedstrijd tegen Italië winnen, maar toonde vooral een afwachtende houding in Milaan. Uiteindelijk werd de wedstrijd beslist in het voordeel van Italië door een doelpunt van Dino Baggio vlak voor tijd. Hierdoor liepen ze opnieuw kwalificatie mis.
EK 1996 Portugal koos nu definitief voor de jeugd, met naast Figo en Rui Costa de keeper van FC Porto Vítor Baía en de harde verdediger Fernando Couto. Figo en Rui Costa vertrokken naar een buitenlandse club, respectievelijk FC Barcelona en Fiorentina. Portugal eindigde met zes voorsprong op Ierland en Noord-Ierland op de eerste plaats in zijn groep en plaatste zich voor de eerste keer in tien jaar voor een internationaal toernooi. Na een 1-1 gelijkspel tegen Denemarken en een 1-0 zege op Turkije versloeg Portugal het al geplaatste Kroatië met 3-0. Voetbalcommentator bij de FIFA Ruud Gullit roemde het spel van de Portugezen met de term "sexy football".https://www.publico.pt/2005/02/16/jornal/gullit-diz-que-portugueses-tem-futebol-sexy-7138 In de kwartfinale tegen Tsjechië strandde het Portugese combinatievoetbal op de Tsjechische muur: Portugal werd verslagen door een lob van Karel Poborský.
WK 1998