Het Spaans voetbalelftal is een team van voetballers dat Spanje vertegenwoordigt in internationale wedstrijden. De nationale selectie heeft als bijnamen La Selección (De Selectie), La Furia Roja (De Rode Woede) en La Roja (De Rode). De Koninklijke Spaanse Voetbalfederatie (RFEF) werd in 1913 opgericht. Op 28 augustus 1920 debuteerde Spanje met een 1-0 overwinning tegen Denemarken. Het land werd tweemaal wereldkampioen in 2010 en 2026, werd viermaal Europees kampioen in 1964, 2008, 2012, 2024 (een record) en won eenmaal de Nations League in 2023.

Geschiedenis 1920 - 1936 de beginjaren thumb|Ricardo Zamora In 1920 speelde Spanje zijn eerste internationale wedstrijd en dat was meteen op het belangrijkste internationale toernooi van dat moment, de Olympische spelen in Antwerpen. In de eerste ronde werd met 1-0 van Denemarken gewonnen, maar in de kwartfinale was België met 3-1 te sterk. Spanje speelde als verliezend kwartfinalist een extra toernooi om zilver te halen. Na zeges op Zweden, Italië en Nederland werd dit doel bereikt. In 1924 en 1928 was een wedstrijd tegen Italië het eindstation op de Olympische Spelen, in 1928 leed Spanje zijn grootste nederlaag tot nu toe, tegen de Italianen. Symbool voor dit team was doelman Ricardo Zamora, bijgenaamd "de Goddelijke". Hij werd gezien als de beste doelman van de wereld.

In 1934 plaatste Spanje zich voor het tweede WK, in Madrid boekte Spanje een ruime zege op Portugal (9-0), waarna de replay een formaliteit was. In de achtste finale tegen Brazilië nam Spanje al na een half uur een 3-0 voorsprong, om uiteindelijk met 3-1 te zegevieren, José Iraragorri scoorde tweemaal. De tegenstander in de kwartfinale, het gastland Italië, stond onder hoogspanning, omdat dictator Benito Mussolini alleen genoegen nam met de wereldtitel. Er waren twee wedstrijden nodig om een winnaar aan te wijzen, beide wedstrijden kenmerkten zich door ruw spel. De eerste wedstrijd eindigde in 1-1, Zamora viel uit door een blessure en zou niet meer in actie komen gedurende het toernooi. In de replay vielen nog eens drie Spanjaarden uit, Italië won door een doelpunt van Giuseppe Meazza, de Zwitserse scheidsrechter Rene Mercet werd voor het leven geschorst vanwege partijdig fluiten. Twee jaar later brak de Spaanse Burgeroorlog uit en Spanje kon niet deelnemen aan de Olympische Spelen van Berlijn en het WK in Frankrijk, twee jaar later.

1949 - 1962 Spanje blijft achter op wereldwijde hegomonie Real Madrid WK 1950 Spanje plaatste zich opnieuw ten koste van Portugal voor een eindtoernooi, het WK van 1950 in Brazilië. Spanje had pech met de loting, het werd ingedeeld met Engeland, dat voor de eerste keer mee deed, slechts één ploeg zou zich plaatsen voor de finalepoule. Op de eindronde begon Spanje met overwinningen op de Verenigde Staten en Chili en omdat Engeland volslagen onverwachts verloor van de Verenigde Staten zou Spanje genoeg hebben aan een gelijkspel. Voor 74.000 toeschouwers in het zojuist gebouwde Maracană stadion zorgde Telmo Zarra vlak na rust voor de beslissing: 1-0 voor Spanje. In de finalepoule begon Spanje met een 2-2 gelijkspel tegen Uruguay, waarbij Estanislau Basora beide doelpunten scoorde. Kansloos was de ploeg tegen een ontketend Brazilië, dat voor 153.000 toeschouwers met 6-1 won. Spanje zou genoeg hebben aan een gelijkspel tegen Zweden om derde te worden, maar ook deze wedstrijd ging verloren: 3-1. Het zou zestig jaar duren voor Spanje weer de halve finale van een WK-toernooi zou bereiken.

WK 1954 Voor de loting in de kwalificatie voor het WK van 1954 leek Turkije geen groot obstakel, maar na een duidelijke zege in Madrid volgde een nipte nederlaag in Istanboel. Aangezien het doelsaldo nog niet doorslaggevend was, volgde een beslissingswedstrijd in Rome, waar beide ploegen in de wedstrijd voorkwamen, maar uiteindelijk eindigde de wedstrijd in een 2-2 gelijkspel. Een 14-jarig jongetje bezegelde het lot van Spanje met een muntstuk, een zwarte bladzijde voor het Spaanse voetbal, dat een van de weinige landen leek die de favoriete Hongaren zou kunnen weerstaan.

WK 1958 thumb|Alfredo di Stefano Ondertussen was Real Madrid uitgegroeid tot een grote club met de Argentijn Alfredo Di Stéfano als spelverdeler. Real Madrid won de eerste vijf edities van de Europa Cup der Landskampioenen, van 1956 tot en met 1960. Di Stefano, die zowel voor het Argentijnse als het Colombiaanse elftal had gespeeld naturaliseerde zich tot Spanjaard en was speelgerechtigd mee te doen voor de kwalificatie voor het WK in 1958. De ploeg kende een valse start met een gelijkspel thuis tegen Zwitserland en een nederlaag tegen Schotland. De twee overige wedstrijden tegen dezelfde tegenstanders werden beide met 4-1 gewonnen, maar omdat Schotland tweemaal van Zwitserland won bleef Spanje thuis.

EK 1960 In de eerste editie van het EK was Polen de eerste tegenstander, met zeges van 2-4 en 3-0 plaatste Spanje zich eenvoudig voor de kwartfinales. De tegenstander in de kwartfinale leverde een probleem op, de Sovjet-Unie was tijdens de Spaanse burgeroorlog een tegenstander van dictator Francisco Franco en het land had geen diplomatieke betrekkingen met Spanje. Terwijl de spelers op het vliegveld stonden om naar Moskou te vertrekken, besloot men van hogerhand (lees: Franco) de reis te annuleren en het team terug te trekken.

WK 1962 Voor het eerst in twaalf jaar plaatste Spanje zich voor een groot toernooi, het WK in Chili in 1962. Spanje versloeg eerst Wales door een zege in de uitwedstrijd en een gelijkspel in Madrid en daarna Marokko, twee keer met minimaal verschil. Tijdens dat WK liet ook de Hongaar Ferenc Puskás zich naturaliseren, het zou voor hem een nieuwe kans zijn op het behalen van de wereldtitel na de verrassende nederlaag tegen West-Duitsland, acht jaar eerder. Spanje begon het toernooi ongelukkig met een 1-0 nederlaag tegen Tsjecho-Slowakije, dankzij een benutte strafschop vlak voor tijd. Ook tegen Mexico liep het stroef, in de laatste minuut scoorde Joaquín Peiró het winnende doelpunt. De wedstrijd tegen wereldkampioen Brazilië moest gewonnen worden, Brazilië was sterk gehavend door een blessure van zijn sterspeler, Pelé. Spanje kwam in de eerste helft voor door een doelpunt van Abelardo en had kansen op meer succes. In de slotfase richtte de wereldkampioen zich op en na voorzetten van Zagallo en Garrincha scoorde uitgerekend de vervanger van Pelė, Amarillo, bijgenaamd de bezetene, tweemaal. Doordat Mexico verrassend van Tsjecho-Slowakije won, eindigde Spanje zelfs op de laatste plaats in deze groep. Het had weinig aan de genaturaliseerde sterspelers van Real Madrid, Di Stafano was geblesseerd en Puskas speelde alle wedstrijden, maar wist niet te scoren.

1962 - 1980 EK-titel in eigen land spaarzaam hoogtepunt EK 1964 thumb|Luis Suárez Na deze nieuwe teleurstelling nam Spanje afscheid van de genaturaliseerde spelers, de ploeg werd nu omgebouwd rond Luis Suárez, de spelverdeler van Inter Milan. In 1964 won hij met de ploeg de Europa Cup der landskampioenen ten koste van Real Madrid. Via play off-wedstrijden tegen Roemenië, Noord-Ierland en Ierland plaatste Spanje zich voor het EK en mocht het toernooi organiseren. De Sovjet-Unie was een van de vier deelnemers, er waren nog steeds geen diplomatieke betrekkingen, maar nu stond Franco toe de Sovjet-Unie toe te laten. Spanje had een verlenging nodig om Hongarije te verslaan, Amancio scoorde vijf minuten voor tijd het winnende doelpunt. In de finale was de Sovjet-Unie de tegenstander, Franco was aanwezig tijdens de finale. Na twee snelle goals van beide teams was de wedstrijd lang in een patstelling en leek opnieuw op verlenging af te stevenen, maar vijf minuten voor tijd scoorde Marcelino Martínez het winnende doelpunt. Het was de eerste internationale titel voor Spanje, het zou nog 44 jaar duren voor het volgende succes werd behaald.

WK 1966 thumb|Amancio Op het wereldkampioenschap speelde Spanje in de kwalificatie alleen tegen Ierland, omdat Syrië zich terugtrok. Spanje won met 4-1 in Madrid, maar verloor met 1-0 in Dublin en aangezien het doelsaldo niet toereikend was moest er een beslissingswedstrijd gespeeld worden. In Parijs kwalificeerde Spanje zich door een doelpunt van José Ufarte vlak voor tijd. Op het WK werd alleen van Zwitserland gewonnen, tegen zowel Argentinië als West-Duitsland werd een voorsprong weggegeven en met 2-1 verloren.

1966 t/m 1976 Als titelverdediger voor het EK van 1968 begon Spanje zwak, in de drie uitwedstrijden werden geen overwinningen geboekt, van de belangrijkste concurrent Tsjecho-Slowakije werd verloren. Doordat Ierland in de laatste minuut onverwachts in Praag won, was Spanje alsnog gekwalificeerd voor de kwartfinales. In die kwartfinales was wereldkampioen Engeland twee keer te sterk: 1-0 en 1-2.

Voor het WK van 1970 was Spanje al na drie van de zes wedstrijden kansloos voor kwalificatie, na twee gelijke spelen was een nederlaag tegen België noodlottig. Het absolute dieptepunt was een 2-0 nederlaag tegen Finland. Voor het EK van 1972 was de Sovjet-Unie de enige concurrent voor kwalificatie, in Moskou werd met 2-0 verloren en in Mallorca kwam de ploeg niet verder dan een doelpuntloos gelijkspel. Kwalificatie voor het WK van 1974 moest afgedwongen worden via beslissingswedstrijden, de wedstrijden tegen Joegoslavië leverde geen winnaar op, beide landen wonnen van Griekenland met dezelfde cijfers, de beslissingswedstrijd in Frankfurt eindigde in een 1-0 nederlaag.

Spanje overleefde de groepsfase voor kwalificatie voor het EK van 1976 door als enige een keer te winnen van de naaste concurrenten Schotland en Roemenië; het begon de cyclus met een 1-2 overwinning in Glasgow. In de beslissende wedstrijd tegen Roemenië was een 2-2 gelijkspel genoeg om zich te plaatsen voor de kwartfinales. In de kwartfinale was wereldkampioen West-Duitsland te sterk, 1-1 in Madrid, 2-0 in München.

WK 1978 Spanje zat in een sterke groep met Joegoslavië en Roemenië, het won beide thuiswedstrijden en verloor met 1-0 in Roemenië. Spanje zou in de laatste wedstrijd genoeg hebben aan een 1-0 nederlaag om zich te plaatsen. Voor 60.000 toeschouwers in Belgrado liet Spanje zich niet gek maken en won met 0-1 door een doelpunt van Cano en plaatste zich voor het eerst sinds 1966 voor een internationaal toernooi. Op het WK in Argentinië beleefde de ploeg een valse start met een 2-1 nederlaag tegen Oostenrijk. In de tweede wedstrijd verzuimde Spanje Brazilië te verslaan, het schoot op de lat en Cardeñosa miste op onvoorstelbare wijze een niet te missen kans. Spanje won de laatste wedstrijd van Zweden, maar omdat Brazilië van Oostenrijk won had de zege geen waarde meer.

EK 1980 Joegoslavië en Roemenië waren opnieuw tegenstanders voor kwalificatie, ze kregen gezelschap van Cyprus voor kwalificatie voor het EK van 1980. De strijd was snel beslist in het voordeel van Spanje, dankzij een uitoverwinning op Joegoslavië en een overwinning en gelijkspel tegen Roemenië. Men zag het EK vooraf een generale repetitie voor het komende WK, wat het land zelf zou organiseren. Spanje begon het EK in Italië verdienstelijk met een 0-0 gelijkspel tegen het gastland, maar nederlagen tegen België en Engeland zorgden voor een voortijdige uitschakeling.

1980 - 1992 WK-flop in eigen land, 12-1 tegen Malta WK 1982 thumb|Camacho, de vermaarde verdediger van 1975 t/m 1988