Sri Lanka (uitspraak: [sriˈlɑŋka] Singalees: ශ් ලංකා, Shrī Laṁkā, Tamil: இலங்கை, Ilaṅkai), officieel de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka (Singalees: ශ්‍රී ලංකා ප්‍රජාතාන්ත්‍රික සමාජවාදී ජනරජය, śrī laṁkā prajātāntarika samājavādī janarajaya, Tamil: இலங்கை ஜனநாயக சமத்துவ குடியரசு, Ilaṅkai jaṉanāyaka camattuva kuṭiyaracu, Engels: Democratic Socialist Republic of Sri Lanka) en voorheen Ceylon, is een land in Zuid-Azië. Het land is een eilandstaat in de Indische Oceaan en telt inwoners.

Door de gunstige ligging op het pad van de grote zeeroutes tussen West-Azië en Zuidoost-Azië is Sri Lanka van oudsher een strategisch maritiem knooppunt en een centrum van boeddhistische religie en cultuur van de oudheid. Tegenwoordig is het een multireligieus land, waar bijna een derde van de bevolking andere religies dan het boeddhisme aanhangt, met name het hindoeïsme, christendom en de islam. De Singalese gemeenschap vormt de meerderheid van de bevolking, met de Tamils als grootste etnische minderheid, geconcentreerd in het noorden en oosten van het eiland. Andere gemeenschappen omvatten de islamitische Moren en Maleisiërs en de Burghers.

Sri Lanka staat bekend om de productie en export van thee, kinine, koffie, rubber, kaneel en kokosnoten en heeft een progressieve en moderne industriële economie. De natuurlijke schoonheid van Sri Lanka, de tropische bossen, stranden en het landschap, evenals zijn rijke culturele erfgoed, maken het een wereldberoemde toeristische bestemming.

Na meer dan tweeduizend jaar van heerschappij door plaatselijke koninkrijken werden delen van Sri Lanka in het begin van de 16e eeuw gekoloniseerd door Portugal en Nederland, alvorens het gehele land in 1815 onder het bestuur van het Britse Rijk kwam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende Sri Lanka als een belangrijke basis voor de geallieerde troepen in de strijd tegen het Japanse Keizerrijk. Aan het begin van de 20e eeuw ontstond een nationalistische politieke beweging, met als doel het verkrijgen van politieke onafhankelijkheid, die uiteindelijk in 1948 door de Britten werd verleend na vreedzame onderhandelingen.

Sinds de jaren 70 van de 20e eeuw leidden strubbelingen tussen de Tamil-minderheid en de Singalese meerderheid tot een burgeroorlog, die dertig jaar duurde. Tienduizenden mensen kwamen daarbij om. Sinds aan het einde van het eerste decennium van deze eeuw de vrede is hersteld, herstelt het land zich van de gevolgen van de burgeroorlog en maakt er reclame voor, dat het een aantrekkelijk land is voor toeristen. In 2004 werd het land zwaar getroffen door de gevolgen van een tsunami waardoor 38.000 mensen zijn overleden.

Naamgeving In vroeger tijden stond Sri Lanka onder verschillende namen bekend: Lanka, Lankadweepa ("schitterend eiland" in het Sanskriet), Taprobane, Serendib (in het Arabisch, afgeleid van het Sanskriet Sinhala-dweepa) en Selan. De namen Sri Lanka en Ceylon stammen van deze namen af. Sri is Sanskriet voor eerbiedwaardig.

Geschiedenis

Vroege geschiedenis

De prehistorische inwoners van Sri Lanka waren de Wanniyala-Aetto, beter bekend als de Vedda's. De Singhali (de voorouders van de Singalezen, vermoedelijk afkomstig uit Noord-India) arriveerden waarschijnlijk in de 6e eeuw v.Chr. Het boeddhisme werd geïntroduceerd in het midden van de 3e eeuw voor Chr. Er ontwikkelden zich verschillende beschavingen rond steden als Anuradhapura en Polonnaruwa.

Middeleeuwen De Tamils migreerden geleidelijk vanuit Zuid-India naar het noorden van het eiland Sri Lanka. In de 11e eeuw vestigden zij een koninkrijk rond Jaffna.

De relaties tussen de beide groepen (Singalezen en Tamils) waren complex, soms vreedzaam en soms oorlogszuchtig. Beide vielen de andere groep verscheidene malen aan. De Tamils slaagden erin de Singalezen in de loop der eeuwen naar het zuiden van het eiland te drijven.

Europeanen thumb|Nederlandse kaart van Kandy (Candia) rond 1765 miniatuur|Nederlands kanaal nabij Negombo

In 1505 vestigden de Portugezen zich op het eiland en zij zouden blijven tot 1658. De Portugezen werden na anderhalve eeuw gevolgd door de Nederlanders (zie: VOC op Ceylon). De Nederlanders waren vooral geïnteresseerd in de handel in kaneel en olifanten. Mettertijd kregen ze de hele kust van het eiland in handen, terwijl zich in de bergen in het binnenland het Singalese koninkrijk Kandy bevond. Om het monopolie op de kaneelhandel te beschermen hebben ze een aantal vestingen opgericht, onder andere in Galle en Colombo. Joris van Spilbergen was in 1602 de eerste die met de vorst van Kandy handelsbetrekkingen aanknoopte.

In 1796 namen de Britten het eiland over van de Nederlanders. Het werd een kroonkolonie in 1802. De Britten hebben wel het gehele land bestuurd en bewoond en daarom zijn in het land ook veel Britse invloeden te zien. (bijvoorbeeld Nuwara Elia, wat een populaire vakantieplaats was, maar ook in de spoorwegen). Nakomelingen van onder anderen de Nederlandse kolonisten worden aangeduid als Burghers. Hun invloeden zie je nog terug in allerlei topografische namen. Zo is er bijvoorbeeld een eiland dat Delft heet.

Onafhankelijkheid Het eiland werd onafhankelijk onder de naam Dominion Ceylon op 4 februari 1948. Na de onafhankelijkheid maakte de regering in de jaren 50 het Singalees de officiële taal van het eiland. Hierop besloot minister-president Solomon Bandaranaike het Tamil in sommige gebieden toe te staan, waarop hij door een Singalese extremist in 1959 om het leven werd gebracht. Hij werd opgevolgd door zijn vrouw Sirimavo Bandaranaike, die daarmee de eerste vrouwelijke minister-president werd. De onrust tussen de Tamils en Singalezen zou sindsdien bij tijd en wijle opnieuw oplaaien.

In 1972 werd de naam van het land veranderd in Sri Lanka en werd de hoofdstad verplaatst naar Sri Jayewardenapura Kotte. Strubbelingen tussen de Tamil-minderheid en de Singalese meerderheid escaleerden in het midden van de jaren 80 van de 20e eeuw. Sindsdien zijn er tienduizenden omgekomen bij de burgeroorlog.

In 1987 werd na interventie door India een staakt-het-vuren overeengekomen. Het land stuurde hierna troepen maar trok zich in 1990 weer terug omdat het er niet in geslaagd was de Tamiltijgers te ontwapenen. In 1993 kwam de president van het land na een aanslag om het leven. Na 20 jaar van gevechten hebben de Tamiltijgers en de regering een staakt-het-vuren gesloten in februari 2002, na onderhandelingen waarbij bemiddeld werd door Noorwegen.

Op 7 februari 2004 werd het parlement ontbonden door president Chandrika Bandaranaike Kumaratunga. Haar man, een beroemde Singalese filmster, werd in 1988 vermoord door de JVP, toen een communistische terreurbeweging die in 1971 en eind jaren tachtig gewapende opstanden tegen de regering ontketende. Als opnieuw opgerichte politieke partij zat de JVP samen met haar Bandaranaike-partij in haar tweede kabinet tot eind 2005. Ze was de derde president van de familie Bandaranaike. Er werden nieuwe verkiezingen gehouden op 2 april en het nieuwe parlement kwam voor het eerst bijeen op 23 april.

Op 26 december 2004 werd Sri Lanka getroffen door een hevige tsunami als gevolg van een zware zeebeving. Hierdoor werd een harde klap uitgedeeld aan het toerisme dat net weer opkwam na de jaren van binnenlandse strijd. De tsunami kostte op Sri Lanka aan ruim 35.000 mensen het leven. Er waren 4.000 gewonden en ruim 5.000 mensen werden vermist.

Op 21 april 2019, eerste paasdag, werden in Sri Lanka aanslagen gepleegd door moslimterroristen, onder andere op kerken. Er vielen meer dan tweehonderd doden en honderden gewonden.

Geografie miniatuur|Satellietfoto van Sri Lanka Sri Lanka is een eiland in de Indische Oceaan; het ligt op 7 graden noorderbreedte en 81 graden oosterlengte. Het eiland heeft een peervorm. Het wordt gescheiden van India door de Golf van Mannar en Straat Palk. De Golf van Bengalen ligt ten noordoosten van het eiland. Volgens de hindoeïstische mythologie was er in de oude tijden een landverbinding tussen India en Sri Lanka. De naam van deze verbinding is de Adamsbrug — op de plaats waar deze verbinding geweest zou zijn, ligt nu een keten van kalksteenbanken die soms maar op een meter diepte liggen.

Het eiland bestaat voor een groot gedeelte uit kustvlaktes; alleen in het zuidelijke en centrale gedeelte van het eiland zijn er bergen, waaronder de Pidurutalagala (met 2524 meter de hoogste berg) en de vlakbijgelegen Adam's Peak (2243 meter), die voor gelovigen belangrijk is. De kustlijn is gevarieerd met lange stranden, klippen in het zuidwesten en lagunes in veel andere gebieden.

Rond de 40% van het totale landoppervlak is bestemd voor de landbouw en 30% bestaat uit bos- en wildreservaten. De rest wordt gebruikt voor onder meer stadsontwikkeling en infrastructuur. Van de landbouwgrond wordt 40% gebruikt voor plantages en 28% voor rijstteelt.

Enkele steden in Sri Lanka zijn Sri Jayewardenapura Kotte (de administratieve hoofdstad), Colombo (de commerciële hoofdstad), Anuradhapura, Galle, Horana, Trincomalee, Kalmunai, Kalutara, Jaffna, Kandy, Polonnaruwa, Unawatuna, Point Pedro en Batticaloa.

Sri Lanka heeft een tropisch klimaat met moessons. De noordoostelijke moesson duurt van december tot maart en de zuidwestelijke moesson duurt van mei tot oktober. Het oostelijk gedeelte van Sri Lanka is droger dan het westelijk gedeelte.Door zijn ligging dicht bij de evenaar, kent het eiland een tropisch moessonklimaat. Het klimaat wordt beïnvloed door de bergketens midden op het eiland en door de elk half jaar wisselende moessonwind. De zuidwestmoesson of ‘yala’ waait van half mei tot eind september vanuit het zuidwesten naar het lagedrukgebied ten noordoosten van het eiland. Van oktober tot eind april waait de noordoostmoesson of ‘maha’, precies uit de tegenovergestelde richting, namelijk vanuit het noordoosten. Dit fenomeen wordt veroorzaakt door het verschuiven van de plaats met de laagste luchtdruk rond de evenaar.

In de lage gebieden is de temperatuur het hoogst. Aan de kust is het wat koeler door de zeewind en in de bergen is de temperatuur het aangenaamst. Over het algemeen heeft Sri Lanka echter het hele jaar door gelijkmatige temperaturen die variëren van 26-30 °C. Zo is de gemiddelde temperatuur van de hoofdstad Colombo aan de westkust gemiddeld 27 °C, met een temperatuurverschil van maar twee graden tussen de koudste en warmste maand.

Aan de (zuid)westzijde brengen de zuidwest- en de noordoostmoesson veel regen (1480–2240 mm; in Colombo valt per jaar gemiddeld 2365 mm regen); de droogste maand is hier februari, de natste maand is mei. Het laagland in het noorden en oosten, alsmede het oostelijk deel van het centrale hoogland vormen een droge zone: hier wordt de regen hoofdzakelijk door de noordoostmoesson gebracht en gedurende de zuidwestmoesson komt een - vaak ernstige – droogteperiode van mei tot juli voor. In totaal valt er nog geen 1000 mm per jaar, waar door de enorme verdamping niet veel van overblijft. Moessonregens vallen meestal in de vorm van hevige, maar korte buien. Januari is de koudste maand, april en mei zijn de warmste. Hoog in de bergen kan het in december en januari weleens licht vriezen.

Demografie Bevolking Tegenwoordig leven in Sri Lanka verschillende bevolkingsgroepen in vrede naast elkaar. Ongeveer 75% van de bevolking is Singalees, een andere grote bevolkingsgroep zijn de Tamils, die ongeveer 18% van de bevolking uitmaken en voornamelijk in het noorden en oosten van het land wonen. Ook in het midden van het land leven Tamils. Zij stammen af van arbeiders die door de Britten uit India gehaald zijn om op de theeplantages te werken. Verder zijn er nog de Sri Lankaanse Moren, die ongeveer 7% van de bevolking uitmaken, de Burghers van gemengde Europese afkomst, en de Veddah (of Wanniyala-Aetto), de laatste afstammelingen van oude volkeren.