Paulus (Oudgrieks: Παῦλος, Paulos; Hebreeuws: שאול התרסי, Šaʾul HaTarsi, "Saul van Tarsus"Velen menen dat Paulus voor zijn bekering Saulus (Σαούλ, Saul en Σαῦλος, Saulos) heette, maar het is ook mogelijk dat hij in Griekstalige kringen de Romeinse naam Paulus droeg en in Joodse kringen de Joodse naam Saulus of Saul.) (Tarsus (Cilicië), ca. 3 - waarschijnlijk Rome, na 60) was een leider in het vroege christendom en speelde een centrale rol in de vroege (intellectuele) ontwikkeling en verspreiding van het christendom in de gebieden rondom de Middellandse Zee, in het bijzonder in Klein-Azië en Griekenland.

Betekenis voor het christendom Paulus is vooral bekend als apostel onder de niet-Joden, zoals beschreven in het bijbelboek Handelingen van de apostelen en de dertien brieven in het Nieuwe Testament die op zijn naam staan. In de wetenschappelijke literatuur is het auteurschap van zeven van deze brieven onbetwist: Romeinen, 1 en 2 Korintiërs, Galaten, 1 Tessalonicenzen, Filippenzen en Filemon. Deze zeven brieven vormen de oudste delen van het Nieuwe Testament. Op Paulus' brieven werden later vele belangrijke theologische leerstukken gebaseerd. Bijvoorbeeld Augustinus, Maarten Luther, Karl Barth staan bekend om hun interpretaties van Paulus' brieven, vooral die aan de Romeinen en de Galaten. Al Paulus' brieven zijn sterk retorisch, en sommige zijn ook erg polemisch van aard, waardoor ze diverse argumenten kunnen verschaffen in theologische disputen.

Geen auteur in het Nieuwe Testament heeft meer invloed gehad op het christelijke denken en de christelijke theologie als een religie van Gods verbond met alle mensen dan Paulus.E.P. Sanders (2013): Saint Paul, the Apostle, Encyclopædia Britannica Soms wordt zelfs gesproken van "Paulijns christendom" of "Paulinisch christendom", om een onderscheid te maken met het oorspronkelijke "Joodse christendom" - de aanduiding van de oorspronkelijk uitsluitend Joodse aanhangers van Jezus, die zichzelf beschouwden als onderdeel van de door God uitverkoren Israëlieten en hierin alleen afweken omdat zij Jezus beschouwden als de Messias - met opvolgers als de Ebionieten.

Mede door Paulus' verspreiding van zijn evangelie van het verbond voor allen, kon de oorspronkelijke beweging transformeren tot de wereldreligie die zij nu is.

Leven thumb|Paulus op het Sint-Pietersplein

Paulus werd geboren in Tarsus, een stad in de zuidoostelijke hoek van Klein-Azië. Volgens Handelingen was hij een "zoon van een Farizeeër" (Handelingen 23:6), had zijn opleiding genoten bij Gamaliël (Handelingen 22:3) en bezat hij het Romeinse staatsburgerschap door geboorte (Handelingen 16:37-38; 22:25-28). Hieraan wordt echter door sommige onderzoekers getwijfeld.Zie bijvoorbeeld H. Koester, Introduction to the New Testament. Volume 2. History and Literature of Early Christianity, Berlijn: Walter de Gruyter 2000, p. 107, die deze bewering 'scarcely 'formidable' credible' noemt.

Uit het taalgebruik in Paulus' brieven kan worden opgemaakt dat hij behoorde tot wat we tegenwoordig de middenklasse noemen. Zijn Grieks is helder en krachtig, maar niet elegant, zoals het Grieks van zijn rijke tijdgenoot Philo van Alexandrië. Paulus had ook een ambacht geleerd: tenten maken (Handelingen 18:3). Uit het feit dat hij zich erop beriep dat hij voor zijn eigen brood zwoegde (1 Korintiërs 4:12), zou kunnen worden opgemaakt dat Paulus was opgeleid voor een hogere functie; arbeidslieden beroepen zich meestal niet op hun handenarbeid. Paulus wist ook gebruik te maken van een secretaris, dicteerde brieven, plande en organiseerde zijn werk en had hij het grootste deel van de tijd meer dan één assistent (zie bijvoorbeeld Galaten 6:11 en Romeinen 16:22).

Vervolger van de volgelingen van Jezus Paulus zelf meldt niet veel over zijn activiteiten voor zijn keuze voor het geloof in Christus. In Handelingen wordt Saulus (zoals Paulus eerst wordt genoemd) voor het eerst vermeld als hij de mantels van zijn kompanen bewaakt tijdens de steniging van een Joodse volgeling van Jezus, Stefanus (Handelingen 7:58 - 8:1). Hierna werd hij een actieve vervolger van de volgelingen van Jezus door hen te laten opsluiten en met de dood te bedreigen (Handelingen 8:3; 9:1). Paulus' brieven bevestigen dat hij "de gemeente van God" vervolgde (Galaten 1:13; 1 Korintiërs 15:9; Filippenzen 3:6).

Bekering thumb|Michelangelo: De bekering van Paulus, tussen 1542 en 1545 thumb|Lambert de Hondt de Jongere: Bekering van Paulus, 1682

Handelingen bevat drie versies van een verhaal over een wonderbaarlijke bekering van Paulus rond 33 n.Chr. door een verschijning van Jezus, toen hij op weg was van Jeruzalem naar Damascus (Handelingen 9:3-9: reisgenoten hoorden wel, zagen niets, Paulus was verblind, 22:6-10: reisgenoten zagen wel, hoorden niets, Paulus was verblind, 26:12-18). Aan de Galaten schreef Paulus echter slechts dat Jezus in hem verscheen en dat hij na zijn bekering naar Arabia ging en terugkeerde naar Damascus, alsof hij daar ook vandaan kwam (Galaten 1:15-17). Ook schreef Paulus dat de christenen in Judea hem nog nooit hadden gezien (Galaten 1:22), wat het onaannemelijk maakt dat Paulus ook daadwerkelijk in Jeruzalem zijn vervolging uitvoerde.

In 1 Korintiërs 9:1 schreef hij dat hij Jezus had "gezien". Hij beschouwde dit als een verschijning in verband met Jezus' opstanding en dit vormde een deel van zijn argumentatie waarom hij een apostel was (1 Korintiërs 15:8).

Drie jaarIn de oudheid werd geteld in volle jaren. "Drie jaar" betekent dus in elk geval twee volle jaren en een onbekende hoeveelheid tijd tot het derde volle jaar. na zijn bekering ging Paulus naar Jeruzalem om Petrus te ontmoeten. Hij bleef twee weken bij hem en ontmoette toen ook Jakobus, "de broer van de Heer" (Jezus) (Galaten 1:18-19). Kennelijk was Paulus' bedoeling uitsluitend Petrus te leren kennen, want pas bij een later bezoek aan Jeruzalem zou Paulus "zijn" evangelie inhoudelijk toelichten (Galaten 2:1-2).

Concilie van Jeruzalem "Veertien jaar later"Het is niet duidelijk of dit betrekking heeft op zijn bekering of zijn vorige bezoek bezocht Paulus Jeruzalem weer, dit keer om het Concilie van Jeruzalem bij te wonen over het vraagstuk rondom de Wet van Mozes. Toen ook niet-Joden ("heidenen") zich bekeerden tot het christendom, ontstond namelijk de vraag of zij zich moesten houden aan de wet van Mozes, inclusief de besnijdenis en spijswetten. De weergave van Paulus in Galaten wijkt af van die in Handelingen 15, omdat in Handelingen sommige spijswetten nog gehandhaafd bleven. De weergave van dit conflict door Paulus is sterk partijdig, maar staat veel dichter bij de gebeurtenissen dan het latere verslag in Handelingen. Volgens Paulus bereikte hij overeenstemming met Petrus, Johannes en Jezus' broer Jakobus dat zij zich op de Joden zouden richten en Paulus zelf naar de andere volken zou gaan zonder de eis van de besnijdenis (Galaten 2:4-10). Daarom wordt Paulus vrij algemeen de "apostel van de heidenen" genoemd.

De gebeurtenissen direct na het concilie laten zien dat de onenigheid over het houden van de Joodse wet bleef bestaan binnen de vroege gemeenten. Toen Petrus in Antiochië kwam, kreeg hij een conflict met Paulus, die zijn gedrag "verwerpelijk" vond. Petrus at namelijk altijd met de "heidenen" (niet-Joden), maar toen er afgezanten van Jakobus kwamen, trok hij zich heimelijk terug. Zelfs Barnabas liet zich hierin meeslepen. Paulus veroordeelde het als huichelarij en het afwijken van "de rechte weg naar het ware evangelie" (Galaten 2:11-14).

Zendingsreizen Paulus ondernam volgens Handelingen drie grote zendingsreizen. Handelingen 13-14: De eerste zendingsreis werd geleid door Barnabas, die Paulus vanaf Antiochië meenam naar Cyprus, dan naar zuidelijk Klein-Azië om uiteindelijk terug te keren naar Antiochië. Handelingen 16: Bij zijn tweede zendingsreis vertrok Paulus vanuit Jeruzalem, direct na het concilie daar, rond de herfst van 49.Andreas J. Köstenberger, L. Scott Kellum en Charles Quarles (2009): The Cradle, the Cross, and the Crown: An Introduction to the New Testament, Nashville, Tennessee, B&H Publishing Group, pag. 400 Tijdens een tussenstop in Antiochië ontstond een hevig geschil met Barnabas over Johannes Marcus, waarna Paulus zijn reis vervolgde met Silas als gezel. Ze reisden naar Tarsus (Paulus' geboorteplaats), Derbe en Lystra. In Lystra ontmoette Paulus Timoteüs, die hierna met Paulus en Silas meereisde. Na een visioen van Paulus reisden ze naar Macedonië. Van Philippi reisden ze vervolgens via Berea (nu Veroia, in Zuid-west Macedonië) naar Athene, waar Paulus op de Areopagus predikte. Hierna reisde Paulus naar Korinthe. Handelingen 20-21: Paulus begon zijn derde zendingsreis met een rondreis door Galatië en Frygië. Daarna reisde hij naar Efeze, een belangrijk centrum voor het vroege christendom, en bleef daar drie jaar. Daarna reisde hij door Macedonië naar Achaea en bleef in 56-57 drie maanden in Griekenland, waarschijnlijk Korinthe. Hij bereidde zich voor op een reis naar Syria, maar veranderde zijn plan toen hij hoorde van een complot om hem te vermoorden. Op zijn terugweg naar Jeruzalem bezocht hij plaatsen als Philippi, Troas, Milete, Rodos en Tyrus. Zijn laatste tussenstop was Caesarea, waar hij verbleef bij Filippus de evangelist.

Arrestatie 22 jaar na zijn eerste bezoek aan Jeruzalem, bezocht Paulus de stad nogmaals. Hij werd ervan beschuldigd een "heiden" in de tempel te hebben gebracht. Er ontstond opschudding en hij werd door de Romeinen gearresteerd en in Caesarea gevangengezet, de kuststad waar de Romeinse procurator resideerde. Hij deed als Romeins staatsburger een beroep op de keizer. Paulus en enkele andere gevangenen werden in het jaar 60 door Romeinse soldaten per schip naar Rome gebracht. Onderweg leden de reizigers schipbreuk en kwamen ze op Malta terecht (volgens overlevering kwam hij terecht op een klein eilandje bij Malta op een plek die nu St. Paul's Bay genoemd wordt). Na drie maanden vertrokken ze met een ander schip van Malta naar Rome. In Rome werd Paulus verwelkomd door medechristenen, hij ontmoette de plaatselijke Joodse leiders en hij verbleef daar twee jaar in huisarrest. Hij was vrij om bezoek te ontvangen en om zijn boodschap te verkondigen. En met deze mededeling eindigt het boek Handelingen; hoe het uiteindelijk met Paulus in Rome afliep wordt niet vermeld (Handelingen 21:18).

Dood thumb|Enrique Simonet: De onthoofding van Paulus, 1887

De traditie wil dat Paulus in Rome door Nero werd berecht en daar werd onthoofd en begraven. Sommige tradities zeggen dat Paulus eerst naar Spanje was gereisd. Dit is mede gebaseerd op de 1 Clemens 5:1-7.

Handelingen suggereert dat Paulus twee jaar gevangen bleef in Rome. Gerekend vanaf zijn vertrek uit Caesarea in 60, zou Paulus in 62 zijn geëxecuteerd. Vaak wordt ook verondersteld dat Paulus en Petrus omkwamen in de eerste golf van christenvervolgingen onder Nero in 64, waarmee Nero de schuld van de brand van Rome op de christenen wilde afwentelen.Tacitus: Annalen, 44:3-8

Op de plaats van een tombe waarvan sommigen menen dat dit het graf van Paulus is, staat de basiliek Sint-Paulus buiten de Muren. Op de plaats van zijn onthoofding zouden vele wonderen hebben plaatsgevonden. In juni 2009 werden in de tombe botfragmenten gevonden uit de eerste of tweede eeuw. Dit nieuws werd bevestigd door paus Benedictus XVI. Wetenschappers hadden een kleine opening gemaakt in de tombe waarvan vermoed werd dat die aan Paulus toebehoorde, en hebben de binnenkant ervan onderzocht door middel van een sonde. Die vond niet alleen botresten, maar ook paars en blauw textiel.Bones confirmed as St Paul's remains in The Independent van 29 juni 2009

Brieven

Paulus schreef brieven om het contact met de door hem gestichte gemeentes te onderhouden. Het zijn de oudste delen van het Nieuwe Testament (52 - 58 na Chr.).