Jezus van Nazaret(h) (Aramees: ישוע Jesjoea of Jesjoe`, Grieks: Ἰησοῦς) (Nazareth (?), ca. 5 v.Chr. – Jeruzalem, ca. 30 n.Chr.) was een Joods prediker en leider, bekend als de centrale persoon van het christendom. Vanaf ongeveer 28 n.Chr. trad hij op in Galilea en Judea. Op bevel van de Romeinse prefect Pontius Pilatus werd hij in 30 (of 33) n.Chr. door Romeinse soldaten gekruisigd.

Zoektocht naar de historische Jezus

De historisch-kritische benadering van Jezus tracht via een wetenschappelijke methode de geschiedenis van Jezus van Nazareth te reconstrueren. Deze methode bestaat voornamelijk uit kritische analyse van de bronnen en van de culturele en historische context van Jezus om zo te beargumenteren wat de relatie is tussen de overgeleverde herinneringen en wat er in het leven van Jezus gebeurd is.

De persoon Jezus Historiciteit thumb|Heeft Jezus echt bestaan? - Hans Geybels, Universiteit van Vlaanderen. Het bestaan van een historische Jezus wordt door vrijwel alle deskundigen geaccepteerd.Biblical scholars and classical historians regard theories of non-existence of Jesus as effectively refuted. (2000) p. 16no serious scholar has ventured to postulate the non-historicity of Jesus or at any rate very few, and they have not succeeded in disposing of the much stronger, indeed very abundant, evidence to the contrary. (2004), p. 200Some [...] argued [...] that Jesus was not a historical figure who attracted myths but was rather a myth himself, no more ideal than Zeus. The future was not, however, with such radicalism, which could never really explain Paul or Josephus's two references to Jesus. (2005)Deze consensus wordt ook beschreven door (2010), p. 21-45; (2014), p. 1; ; (1998) p. 96-122; (2012). Albert Schweitzer heeft het eerste debat over deze kwestie tot het begin van de twintigste eeuw beschreven en komt tot de conclusie: Es ist also zu schliessen, dass die Annahme, Jesus habe existiert, überaus wahrscheinlich, ihr Gegenteil aber überaus unwahrscheinlch ist. (1913) p. 564 Daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste zijn er de van elkaar onafhankelijke getuigenissen over de historische mens Jezus van Paulus, Marcus en (de weliswaar hypothetische) bron Q, binnen circa veertig jaar na zijn dood. Ten tweede presenteren de bronnen die binnen een eeuw na Jezus' dood zijn geschreven, en de verschillende Bijbelse bronnen hem als een figuur uit het recente verleden die past in de context van zijn tijd.Dat aan Jezus ongeloofwaardige dingen worden toegeschreven, is geen reden hem tot mythisch figuur te verklaren, want aan vele andere historische personen, zoals Pythagoras, Empedocles of Apollonius van Tyana en zelfs Vespasianus (, Historiae IV-81) worden vergelijkbare wonderen toegeschreven

Drie belangrijke gegevens zijn lastig te verklaren zonder een historische Jezus aan te nemen: Allereerst kende Paulus Petrus, een prominente leerling van Jezus, en Jezus' broer Jakobus.Paulus had hen naar eigen zeggen in circa 35 na Chr. in Jeruzalem ook ontmoet. Hij schreef rond 56 na Chr. dat hij in circa 35 na Chr. in Jeruzalem met Petrus en Jakobus, broer van de Heer (dat wil zeggen van Jezus), gesproken heeft; zie Galaten 1:15-20 en 1 Korintiërs 1:12; 3:22; 9:5; 15:5 Vervolgens is het onwaarschijnlijk dat de vroegste christenen de vernederende kruisdood zouden hebben verzonnen voor hun messias. (2006): 'How do we decide what comes from Jesus?' in ; The Historical Jesus in Recent Research, p. 126-128 en 132-136 Ten slotte is er een duidelijke Steigerungstendenz waar te nemen in de evangeliën: regelmatig maakt een jonger evangelie een gebeurtenis spectaculairder of theologisch correcter, bijvoorbeeld de doop van Jezus door Johannes de Doper, het gegeven in Marcus dat Jezus volgens zijn familie gek zou zijn gewordenMarcus 3:21, niet overgenomen in andere evangeliën of het verhaal dat Jezus over het water liep.Marcus 6:45-52, Matteüs 14:22-33, Johannes 6:16-21) Dit sluit eenvoudiger (d.w.z. met minder veronderstellingen) aan bij mythologisering van een historisch persoon dan bij historisering van een mythisch personage., Historical Scepticism and the Criteria of Jesus Research, in ; (red.) (2011): Handbook for the Study of the Historical Jesus (4 vols.), Brill, blz. 562-563.

Dat er een historische persoon ten grondslag ligt aan de verschillende bronnen over Jezus, is de eenvoudigste verklaring (zie Ockhams scheermes en het principe van falsifieerbaarheid dat een theorie meer empirische informatie moet kunnen verklaren dan andere theorieën (excess empirical contentJona Lendering (2020): Excess empirical content op grondslagen.net)). "De meeste historici zijn het eens, dat het bestaan van Jezus de enige afdoende verklaring is voor de vele onafhankelijke overleveringen in de geschriften van het Nieuwe Testament." Oorspronkelijk citaat: Most historians agree that Jesus' existence is the only adequate explanation of the many independent traditions among the NT writings. (2003): Josephus and the New Testament, Hendrickson, p. 236. Alternatieve theorieën die moeten verklaren hoe Jezus verzonnen zou zijn, zoals de Jezusmythe, hebben de toets der kritiek (nog) niet doorstaan, omdat zij doorgaans een beroep moeten doen op vergezochte veronderstellingen.Zie de theorie van (2012). Een weerlegging van Carriers positie is te vinden in (2014) Er zijn ook geen aanwijzingen dat vroege tegenstanders van het christendom bestreden dat Jezus geleefd had. (2004): Encyclopedia of Theology. A Concise Sacramentum mundi, p. 730-731 (2000) p. 15

Er bestaan wel grote verschillen van mening onder wetenschappers over de details van het leven van Jezus zoals verteld in de evangeliën en over de betekenis van zijn leer. (1998): Jesus as a Figure in History. How Modern Historians View the Man from Galilee, Westminster John Knox Press, p. 168-173 Wetenschappers verschillen ook van mening over de historiciteit van specifieke episoden in het Bijbelse verslag over Jezus en historici beschouwen de bovennatuurlijke eigenschappen van Jezus en verhalen over zijn wonderen en opstanding als geloofskwesties in plaats van historische feiten. (2010): Jesus, Interrupted, p. 176, HarperOne

Namen en titels De naam Jezus is via het Grieks afgeleid van het Hebreeuwse Jehosjoea (Jozua) of het Hebreeuws-Aramese Jesjoea. Jezus was een van de meest voorkomende Joodse namen in Palestina rond het begin van de jaartelling. De betekenis is JHWH is redding. In die tijd bestonden in Palestina geen familienamen. Volgens de Joodse conventies van toentertijd was hij wellicht oorspronkelijk bekend als Jesjoea ben Josef (Jezus de zoon van Jozef). In de evangeliën staat soms ook zijn plaats van herkomst bij de naam Jezus: Jezus van Nazareth of Jezus de Nazarener.

De titel Christus is de gelatiniseerde weergave van het Griekse woord Χριστός (Christos), dat de Griekse vertaling van het Hebreeuwse masjie'ach (gezalfde) is. In het Nederlands wordt ook vaak de Griekse verbastering messias gebruikt. Het woord gezalfde wordt in de joodse traditie gebruikt voor koningen, priesters en profeten. In sommige joodse kringen ontstond in de tweede of eerste eeuw voor Christus de verwachting dat uiteindelijk een afstammeling van David, gezalfd door God, de troon zou bestijgen en Israël in oude glorie zou herstellen.Bijv. Psalmen van Salomo 17 Nergens in het Nieuwe Testament staat beschreven dat Jezus van zichzelf zegt dat hij deze messias is. Wel geeft hij aan de hogepriester toe dat hij het is in Marcus 14:61,62. Het is waarschijnlijk dat sommige volgelingen al bij zijn leven dachten dat hij de messias was. (1991): 'De visie van de historische Jezus op zichzelf' in e.a. (eds.) Jezus' visie op Zichzelf. In discussie met De Jonge's christologie (Leidse Lezingen), Callenbach, p. 48-64 Zeker is dat later de volgelingen die geloofden in Jezus' opstanding, (veelal) ook geloofden dat Jezus de messias was. De titel messias werd al snel tot een tweede naam voor Jezus en hij staat daarom onder christenen bekend als Jezus Christus of Christus Jezus.

Volgens moderne exegeten is er geen aanleiding aan te nemen dat Jezus ooit heeft beweerd Zoon van God te zijn. (2002) De titel Zoon van God hoeft overigens niet noodzakelijk een goddelijke status aan te duiden. In de joodse traditie kon Israël zelf, de koning of een bijzondere rechtvaardige zoon van God heten.Respectievelijk Hosea 11:1; Psalm 2 en Wijsheid 2:10-16 Wel is het mogelijk dat Jezus God zijn vader noemde en een bijzondere verhouding met God meende te hebben.

Leven Algemeen aanvaard levenskader E.P. Sanders heeft een lijst opgesteld van in het historisch-kritisch onderzoek nagenoeg algemeen aanvaarde gegevens over het levenskader van Jezus: (1993), Nederlandse vertaling: Jezus, mythe en werkelijkheid (1996), p. 19-20

Jezus is geboren ca 4 v.Chr., rond de tijd dat Herodes de Grote stierf. Hij bracht zijn kinder- en jeugdjaren door in Nazareth in Galilea. Hij werd gedoopt door Johannes de Doper. Hij verzamelde leerlingen om zich heen. Hij onderwees in kleine steden en dorpen en op het platteland. Hij verkondigde het koninkrijk van God. Rond het jaar 30 ging hij naar Jeruzalem voor Pesach. Hij verwekte opschudding in de tempel. Hij hield een laatste maaltijd met zijn leerlingen. Hij werd gevangengenomen en ondervraagd door Joodse gezagdragers in Jeruzalem. Hij werd terechtgesteld op bevel van de Romeinse landvoogd Pontius Pilatus (gouverneur van Judea tussen 26 en 36 n.Chr.).

Geboorte en jeugd

Geboortejaar Over de eerste dertig jaar van Jezus' leven valt nauwelijks iets te zeggen. Ook de bepaling van zijn geboortejaar blijft speculatief. De christelijke jaartelling van Dionysius Exiguus was bedoeld om te starten bij de geboorte van Jezus. Deze telling is strijdig met de aanname dat Jezus werd geboren toen Herodes de Grote nog leefde (Matteüs 2; Lucas 1:5), terwijl Herodes in 4 v.Chr. stierf. Dit wordt mede gebaseerd op Flavius Josephus die schreef dat Filippus de tetrarch 37 jaar regeerde en stierf in het 20e jaar van Tiberius,Flavius Josephus: Oude geschiedenis van de Joden 18.4.6 dat wil zeggen in 34 n.Chr. Josephus schreef ook dat Herodes stierf in een jaar waarin een maansverduistering plaatsvond,Flavius Josephus: Oude geschiedenis van de Joden 17.6.4 wat op 13 maart 4 v.Chr. inderdaad plaatsvond. Op basis hiervan dateert men de geboorte van Jezus kort voor het jaar 4 v.Chr. (meestal 6 v.Chr.).

Anderzijds verbindt Lucas de geboorte aan de census van Quirinius (6/7 na Chr.). De enige zekerheid is dat Jezus is geboren tussen de jaren 14 v.Chr. en 16 n.Chr. (2007): 'Christelijke jaartelling als geraamte van de geschiedenis', Reformatorisch Dagblad. Gearchiveerd op 15 oktober 2022. De precieze geboortedatum van Jezus is niet bekend, de datum 25 december steunt niet op Bijbelse of historische bronnen.

Geboorteplaats en afkomst Volgens Lucas 2:2-5 woonden de ouders van Jezus, Jozef en Maria, aanvankelijk in Nazareth en gingen zij kort vóór de geboorte van Jezus naar Bethlehem vanwege een volkstelling, waarbij de tocht naar Bethlehem wordt verklaard met de zinsnede "aangezien hij van David afstamde". De consensus onder historici is dat dit om verschillende redenen problematisch is: De aanname dat een decreet van keizer Augustus maakte dat Jozef 90 kilometer naar Bethlehem moest afreizen omdat zijn voorvader 42 generaties vóór hem uit Bethlehem kwam, en daarbij zijn zwangere verloofde Maria meenam, strookt niet met enig historisch materiaal. Het complete Romeinse Rijk zou ontworteld worden door een dergelijk decreet. Er zijn ook geen aanwijzingen dat duizenden andere nakomelingen van David zich allemaal moesten en konden inschrijven in Bethlehem - een dorpje in Judea waarvan archeologisch bewijs van bewoning rond de tijd van Jezus ontbreekt.Zie Awieram Oshri van het Israëlisch Archeologisch Instituut, 'Where was Jesus born', Archaeology 58.6 (2005), Samenvatting