thumb|150px| Willem van Oranje in 1580 Het Wilhelmus is sinds 1932 officieel het Nederlandse volkslied. De tekst is omstreeks 1570 aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog geschreven op een bestaande melodie, maar het is niet duidelijk door wie. De huidige variant van die melodie dateert uit het begin van de 17e eeuw. Het Wilhelmus wordt beschouwd als een van de oudste volksliederen ter wereld, al is de tekst van het Japanse volkslied bijvoorbeeld ouder. De tekst van het lied is in de mond gelegd van Willem van Oranje als stadhouder van Holland en Zeeland, alsof hij die zelf uitgesproken heeft. De tekst weerspiegelt Willem van Oranjes tweestrijd inzake de opstand in de Nederlanden: enerzijds probeert hij als vertegenwoordiger van het staatsgezag trouw te zijn aan de Spaanse koning, anderzijds volgt hij zijn geweten dat hem voorschrijft in de eerste plaats God en het Nederlandse volk te dienen.
Het lied was populair als militaire mars en betekende een ondersteuning in de strijd van de Nederlanden tegen de Spaanse overheerser. Gedurende de gehele Tachtigjarige Oorlog is het lied populair gebleven,Martine de Bruin, 'Het Wilhelmus tijdens de Republiek' (1998), DBNL, geraadpleegd 10-3-2021 maar het raakte daarna in vergetelheid tot het in de 19e eeuw opnieuw werd ontdekt. Het was aanvankelijk vooral populair in oranjegezinde en confessionele kringen, maar werd tijdens de Tweede Wereldoorlog een min of meer onomstreden nationaal symbool. Van het Wilhelmus wordt meestal het eerste couplet gezongen, soms gevolgd door het zesde.
Nederland en staatkundige voorlopers kenden voorheen andere volksliederen, waaronder van 1815 tot 1932 Wien Neêrlands bloed.
Opbouw Het lied bestaat uit vijftien coupletten, die een acrostichon vormen: de eerste letters van de coupletten vormen de naam Willem van Nassov. De v is hierin als Romeinse letter een u en de coupletten die destijds met een s begonnen, hebben in hedendaags Nederlands een z als beginletter.
Het Wilhelmus is daarnaast een complex chiasme, waarbij de 15 stanza's inhoudelijk gekruist zijn: de 1e met de 15e, de 2e met de 14e enzovoorts. De 8e stanza komt zodoende centraal te staan. Hierin wordt de essentie van het Wilhelmus geopenbaard: de vergelijking tussen Willem van Oranje en de Bijbelse koning David, aan wie beiden een koninkrijk toekomt.
Inhoud De tekst is geschreven in de tijd dat Willem van Oranje uit moest wijken naar zijn stamslot Dillenburg in het graafschap Nassau. Dit is vlak na 1568, waarin de hertog van Alva orde op zaken moest stellen in de Nederlandse provinciën. Het lied geeft aan hoezeer Willem van Oranje worstelt met de vraag hoe hij de koning van Spanje kan blijven eren, maar toch de tirannie van de hertog van Alva kan bestrijden. Het lied is door en door christelijk.NU.nl in gesprek met Els Stronks, geraadpleegd op 10-3-2021
In de eerste strofe geeft Willem aan dat hij zijn vaderland trouw wil zijn. Willem was de belangrijkste van de edelen van de Nederlanden en stadhouder van 3 gewesten, Zeeland, Holland en Utrecht. Alva had inmiddels de graven van Egmont en Horne de doodstraf gegeven. Ook Willem van Oranje stond op de dodenlijst, maar die was gevlucht. Daardoor werd Willem van Oranje ook belangrijk voor de andere gewesten. Zodoende werd het 'Vaderland' uit de eerste strofe niet nader omschreven in het lied. Willem van Oranje vraagt zich af of hij van Duits bloed is. Dit is een verbastering van het woord Diets (in het Engels Dutch). Dat slaat op de taal die destijds in Nederland werd gesproken. Wilhelmus vraagt zich in deze zin dus af of Nederlanders een eigen volk kunnen zijn met een eigen land. Een eigen Dietsland.
In de tweede strofe wordt het geloof van Willem van Oranje in God weergegeven. Met opzet wordt niet aangegeven of dit geloof protestant of katholiek was. Willem van Oranje stond tolerant tegenover beide geloven en vond dat vrijheid van geloof het uitgangspunt moest zijn. Bovendien waren een aantal van de gewesten protestant en andere katholiek. Hij wilde beide meenemen in zijn strijd tegen de tirannie van de hertog van Alva.
In de vierde strofe haalt het lied de slag bij Heiligerlee van 1568 aan, waar zijn broer Adolf van Nassau is gesneuveld.
In de zesde strofe wordt het geloof van Willem van Oranje bezongen. Hij wil een goede christen zijn, maar hij wil ook de tiran verdrijven. Daarvoor roept hij de steun van God in. Deze strofe wordt vaak gezongen na de eerste strofe.
In strofe 8 wordt het verhaal van Saul en David aangehaald. Dit komt uit de Bijbel en vertelt hoe Saul als tiran probeert David te doden. David blijft echter loyaal aan Saul en uiteindelijk zal Saul sterven, niet door de hand van David, maar op het slagveld. Daarna wordt David de koning van Israël. Hij wordt gezien als de grootste joodse koning uit de geschiedenis. In feite hoopt Willem van Oranje op een dergelijke ontwikkeling in de Nederlanden.Sabine Waasdorp, Het Wilhelmus: niet onze Nederlandse identiteit, maar een edelman in nood, overdemuur.org, geraadpleegd op 10-3-2021
In de 15e strofe wordt nog eens aangegeven dat Willem de Spaanse koning niet wil afvallen, maar dat zijn strijd gericht is tegen misstanden in de Nederlanden.dr. Richter Roegholt, Het Wilhelmus. Een woord van troost, gericht tot alle Nederlanders, in: Neerlandia, jaargang 82, 1978, pag. 42-46
Ontstaan thumb|Marnix van Sint-Aldegonde draagt het Wilhelmus voor aan Willem van Oranje, door Jacob Spoel (19e-eeuwse, geromantiseerde voorstelling)
Melodie Het Wilhelmus is een contrafact: een lied met een nieuwe tekst op een bestaande melodie. De melodie is afkomstig van het spotlied O la folle entreprise du prince de Condé, dat werd gezongen tijdens het beleg van de stad Chartres door de hugenoten in 1568, en is dus op zijn laatst in dat jaar ontstaan. De eerste optekening van de melodie die bekend is, stamt uit 1574.
De oorspronkelijk eenvoudige melodie werd in de 17e eeuw van melismatiek (klankbuigingen) voorzien, gepubliceerd door de Veerse schepen Adriaen Valerius in zijn met een aantal liederen "geïllustreerde" geschiedschrijving Nederlandtsche Gedenck-Clanck uit 1626."Reconstructie Wilhelmus", Radioprogramma OVT, 5 mei 2010
De huidige officiële harmonisatie is van Coenraad Lodewijk Walther Boer.
Maatsoort miniatuur|Uitgave van het Wilhelmus door Valerius, met afwijkende nootlengte op "-veerd". De Wilhelmus-melodie werd in de allervroegste vormen genoteerd zonder maatstrepen (zie de afbeelding boven aan deze pagina, waarbij de indeling van de maat met tactus-streepjes wordt aangegeven). Bovenstaande notatie is een moderne notatie, waarbij het lied is ingedeeld in maatsoorten. De eerste twee regels hebben een tweedelige maatsoort, met groepen van 4 en 2 kwartnoten. Hierna volgt een maatwisseling naar een meer 'wiegende' driekwartsmaat, met in de 2e helft van de regel een hemiola: na een indeling in 2 groepen van 3 kwartnoten, met het accent op de 1e kwartnoot:
| Prin - ce | van O - |
verschuiven de accenten even naar 3 groepen van 2 kwartnoten:
| - ran - je ben ik, | vrij on - ver - |
Ook wordt de 3/4 maat onderbroken door een 4/4 maat aan het eind van de 3e en begin van de 4e regel. Dit is overigens een aanpassing van later datum. In de publicaties van het lied door Adriaen Valerius uit 1626 (zie de afbeelding) staat de gehele tweede helft van het lied in 3/4 maat. De noot op "-veerd" is daar geen 3, maar 2 tellen. In de tweede helft van de 20ste eeuw is deze verlengd naar 3 tellen, zodat de lengte overeenstemt met de slotnoten van de 1e en de 2e regel (zoals o.a. in de publicatie in het Liedboek voor de Kerken uit 1973).
Het gebeurt overigens vaak bij het zingen dat de laatste noot van de eerste twee regels ("bloed" / "dood") en de 3e regel ("veerd") wordt ingekort tot een noot van 2 in plaats van 3 kwartnoten. Het te vroeg inzetten van de daarop volgende regel is met name te horen bij het zingen van het Wilhelmus in voetbalstadions waar de menigte niet de tijd neemt om tot drie te tellen, en daardoor in de regel eerder klaar is met zingen dan de afgespeelde muziek voorbij is.
Auteur De herkomst van de tekst is niet met zekerheid bekend. Hierover bestaan verschillende theorieën. Het Wilhelmus is een geuzenlied en de meeste teksten van geuzenliederen waren anoniem, omdat op het maken van opstandige liederen destijds de doodstraf stond. De tekst wordt vaak toegeschreven aan Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, maar concrete bronnen hiervoor ontbreken. In een scriptie van historica Gudrun Dekker-Schwichow (Rijksuniversiteit Groningen) uit 2008 wordt Marnix' auteurschap bevestigd op basis van muzikale en tekstuele parallellen van drie andere liederen van zijn hand. Marnix was dichter en een intimus van prins Willem. Hij had gestudeerd bij Calvijn in Genève en het Wilhelmus draagt daarvan de sporen. Volgens een andere theorie is de tekst door een onbekend gebleven dichter geschreven en daarna door Marnix bewerkt. Ook wordt Coornhert wel als auteur genoemd.
In 2016 kwam uit nieuw stylometrisch onderzoek Petrus Datheen naar voren als mogelijke schrijver van de tekst van het Wilhelmus.Onderzoekers werpen met de computer nieuw licht op auteurschap Wilhelmus, Meertens Instituut Daarmee is nog niet gezegd dat hij de auteur was van het Wilhelmus.Jansen, Mathilde De geschiedenis van het Wilhelmus is nooit af. Meertens Instituut. Url bezocht op 28 juni 2019
Wat de datum betreft staat wel vast dat de tekst geschreven is na mei 1568, omdat de tocht langs de Maas in het lied vermeld wordt, en waarschijnlijk vóór april 1572, omdat de verovering van Den Briel niet bekend lijkt in het lied. De oudste aanwijsbare vermelding van het lied dateert uit 1573. Notaris Willem Verwer noteerde op 31 mei van dat jaar in zijn dagboek dat een Haarlemse soldaat tijdens het beleg van Haarlem de Spanjaarden tartte door, gezeten op de stadsmuur, het Wilhelmus te zingen; iets wat hij met zijn leven moest bekopen.Het dagboek van Willem Verwer, aanwezig in het Noord-Hollands Archief, is met commentaar van gemeentearchivaris drs. J.J. Temminck in 1973 uitgegeven onder de titel ‘Memoriaelbouck’ (Vereniging Haerlem/uitgeverij Schuyt, 1973).Memoriaelbouck. Dagboek van gebeurtenissen te Haarlem van 1572-1581 (1973), Willem Janszoon Verwer; zie p. 86, 31 mei 1573
18e eeuw thumb|Handschrift met het Wilhelmus uit 1617. Marnix van St Aldegonde wordt op de rechterpagina genoemd als auteur van het lied en "excellent poeet". thumb|Wilhelmus door Adrianus Valerius in Nederlandtsche Gedenck-Clanck, 1626 In de 18e eeuw veranderde de melodie in die van de Prinsenmars, een vrolijke marsmelodie. Bij deze melodie paste de oorspronkelijke tekst niet goed meer.
Het Wilhelmus werd daarna vooral bekend in de vorm van een spotlied over 'Spaanse hoeren'; Nederlandse vrouwen die zich als prostituee hadden aangeboden aan de Spaanse soldaten en door hun vertrek hun inkomsten dreigden kwijt te raken. Met dit lied zouden zij de Spanjaarden verwijten arm naar de Nederlanden te zijn gekomen: Wilhellemussie van Nâhassouwen, Zijt gij van Duihuihuitsen bloed? De elleboog door de mouwen, Het haar al door de hoed. Zijt gij Wilhellemus? Zijt gij Wilhellemus? Wel dat is goed. In de loop der eeuwen zijn er honderden andere liedteksten geschreven op de Wilhelmus-melodie, van lichte varianten (Mauricius van Nassouwen) tot compleet nieuwe teksten. Hoewel het Wilhelmus ook functioneerde als dans- en jachtliedje, vinden we toch voornamelijk nationale en vaderlandse teksten op deze melodie.
Instelling als volkslied thumb|Historische opname van de melodie van het Wilhelmus, mogelijk uit 1899