De Brabançonne is het nationaal volkslied van België. Het lied van de revolutionair Jenneval uit 1830 was oorspronkelijk in het Frans geschreven en werd op muziek gezet door de componist François Van Campenhout. In 1860 werd de Brabançonne tekstueel compleet herschreven. Pas geruime tijd later kwam daarvan ook een versie in het Nederlands en ten slotte in het Duits.
Geschiedenis De oorspronkelijke tekst van de Brabançonne is geschreven door Jenneval, wiens echte naam Louis Alexandre Dechet was. Hij was toneelspeler in de Brusselse Muntschouwburg, waar op 25 augustus 1830 de Belgische Omwenteling begon tijdens De Stomme van Portici. Twee dagen later verspreidde Jenneval een gedicht waarin hij het behoud van de Oranjedynastie afhankelijk maakte van het ingaan op de hervormingseisen. Hij wilde de grieven van de Belgen in enkele coupletten samenvatten en koning Willem I herinneren aan de verwachtingen van het volk. De eerste vier strofen verschenen op 7 september in licht gewijzigde vorm in de oppositiekrant Courrier des Pays-Bas.
thumb|links|Lithografie van Jenneval thumb|Van Campenhout brengt de Brabançonne (Antoine Van Hammée, 1880)
De componist François Van Campenhout hoorde deze Brabançonne naar verluidt in het café van Cantoni en was zo enthousiast dat hij er andere muziek voor maakte. Het resultaat werd op 12 september gebracht door de tenor Jean-François Lafeuillade bij de heropening van de Munt, op vraag van het publiek. Na de Nederlandse evacuatie als gevolg van de Septemberdagen herwerkte Jenneval de tekst van de Brabançonne tot een derde, veel scherpere versie. Aan deze aanpassingen zou Constantin Rodenbach hebben meegewerkt, als tenminste mag worden afgegaan op een handgeschreven briefje met zijn handtekening. Ze werd op 28 september te berde gebracht door Van Campenhout in café L'Aigle d'Or in de Greepstraat. Begeesterd zouden de aanwezigen het lied hebben uitgeroepen tot nationale hymne. Het was een echt revolutielied dat werd gezongen op allerlei patriottische gelegenheden. In augustus 1832 werd het gespeeld op het kasteel van Laken en verscheen in de pers het eerst de term chant national.David Vergauwen, "Frans Van Campenhout als patriot en vrijmetselaar. Episodes uit het leven van de auteur van de 'Brabançonne'", in: Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap, 2013, p. 118
In 1860 werd de tekst door de toenmalige Belgische eerste minister Charles Rogier compleet herwerkt. Alle negatieve verwijzingen naar het Nederlandse vorstenhuis werden weggelaten, en er kwam verzoenende taal ten aanzien van de "Bataven". Van bij de eerste strofe werd ook de mythe van de vreemde overheersing gecanoniseerd. Voorts werd het ontbrekende royalisme geremedieerd door de herhaalde regel Le Roi, la Loi, la Liberté (Voor vorst, voor vrijheid en voor recht).Jenneval schreef zijn versies vóór er een koning was, maar hij was ook een overtuigd republikein die lid was van de club Réunion centrale. De nieuwe tekst verscheen eerst in de Indépendance belge van 21 juli 1860. De identiteit van de anonieme auteur, die ondertekende met "Un vieux patriote", werd snel bekend en twee dagen later al werd de tekst opgenomen in het niet-officiële gedeelte van de Moniteur Belge.Verslag van een nationaal banket in: Moniteur Belge, 23 juli 1860, p. 3289-3290 De oude patriot Rogier kreeg der de medewerking van Paul Devaux.Octave Petitjean, "La Brabançonne de Charles Rogier. Une variante de Devaux", in: Revue Générale, september 1926, p. 350-355Octave Petitjean, "La seconde Brabançonne. De qui en sont les paroles?", in: La Belgique en 1930, april 1930, p. 37-40
Een rondschrijven van het ministerie van Binnenlandse Zaken preciseerde op 8 augustus 1921 dat enkel de laatste strofe van de tekst van Rogier als de officiële versie van de hymne beschouwd moest worden. Het vastleggen van de Nederlandstalige erkende versie gebeurde pas in 1938.Het Portaal Belgium: informatie en diensten van de overheid zegt: "In feite bestaat er geen officiële versie van de 'Brabançonne'. Verschillende commissies werden belast met het bestuderen van de tekst en de melodie van 'De Brabançonne' en met het opstellen van een officiële versie. Deze werkzaamheden hebben echter nooit tot een resultaat geleid." Wat vaak "officiële versie" genoemd wordt, volgt ministeriële rondzendbrieven, die geen kracht van wet hebben." Geen van deze officiële teksten is algemeen verbindend gemaakt door een publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Muziek De door Van Campenhout gecomponeerde muziek kreeg nogal diverse arrangementen. Door de tekst van Rogier op de bestaande melodie te plaatsen, werd ook het melisme versterkt dat de Brabançonne moeilijk zingbaar maakte.Ernest Closson, "Pourquoi la Brabançonne n'est pas devenue un chant populaire", in: La Revue belge, 1928, IX, p. 533-542 In het Nederlands zijn notentrossen op één lettergreep vermeden door de tekst langer te maken.
In 1873 legde een ministeriële omzendbrief vast dat de Brabançonne moest worden uitgevoerd in de versie van Valentin Bender, de dat jaar overleden dirigent van het muziekkorps van Leopold I.
Het tempo is dat van een mars: blij en opgewekt. In tijden van rouw, bijvoorbeeld na het overlijden van de vorst, op 11 november en op rouwdiensten voor oud-strijders, wordt de Brabançonne ook wel als treurmars gespeeld: en sourdine, zacht en veel trager.
Standbeeld In Brussel staat sinds 1930 een bronzen standbeeld dat 'De Brabançonne' heet. Op de sokkel is een deel van de Nederlandse en Franse tekst van het Belgisch volkslied weergegeven.
Officiële tekst De in ministeriële omzendbrieven vastgelegde tekst van de Brabançonne is vastgesteld in de drie landstalen:
O dierbaar België, o heilig land der vaad'ren Noble Belgique, ô mère chérie, O liebes Land, o Belgiens Erde, Onze ziel en ons hart zijn u gewijd. À toi nos cœurs, à toi nos bras, Dir unser Herz, Dir unsere Hand, Aanvaard ons kracht en het bloed van onze adren, À toi notre sang, ô Patrie ! Dir unser Blut, dem Heimatherde, Wees ons doel in arbeid en in strijd. Nous le jurons tous, tu vivras ! Wir schwören's Dir, o Vaterland! Bloei, o land, in eendracht niet te breken; Tu vivras toujours grande et belle So blühe froh in voller Schöne, Wees immer u zelf en ongeknecht, Et ton invincible unité Zu der die Freiheit Dich erzog, Het woord getrouw dat g' onbevreesd moogt spreken: Aura pour devise immortelle : Und fortan singen Deine Söhne; Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht. le Roi, la Loi, la Liberté ! Gesetz und König und die Freiheit hoch! Het woord getrouw dat g' onbevreesd moogt spreken: Aura pour devise immortelle : Und fortan singen Deine Söhne; Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht. le Roi, la Loi, la Liberté ! Gesetz und König und die Freiheit hoch! Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht. le Roi, la Loi, la Liberté ! Gesetz und König und die Freiheit hoch! Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht. le Roi, la Loi, la Liberté ! Gesetz und König und die Freiheit hoch!
Nederlandse tekst thumb|Allegorische voorstelling van de Brabançonne. Standbeeld door Charles Samuel op het Surlet de Chokierplein (Quartier des Libertés) in Brussel thumb|Een deel van de tekst aangebracht op het standbeeld in de Vrijheidswijk
Historische versies Voor de officiële aanname in 1938 waren diverse pogingen gedaan om tot een Nederlandse tekst te komen. Alle waren gebaseerd op de versie die minister Rogier in 1860 indiende; de Brabançonnetekst die Napoleon Destanberg in 1861 bijvoorbeeld presenteerde,Zie bv. De Brabançonne: Belgiës vaderlandslied, woorden van Destanberg, muziek van Campenhout, 1895. Gearchiveerd op 18 juni 2021. was een godsdienstige bewerking en werd niet officieel gemaakt.
O Vaderland, ik min u teder Omdat gij groot zijt in 't verleên Omdat de fiere Vlaming weder Der vaedren voetspoor wil betreên Ik min u, gij verbraekt uw boeyen Gij dult geen laffen slavenband! Dees spreuk zal België doen bloeyen: "Voor God! voor wet en Vaderland!" Dees spreuk zal België doen bloeyen: "Voor God! voor wet en Vaderland!" "Voor God! voor wet en Vaderland!" "Voor God! voor wet en Vaderland!"
De Wet! Voor haer moet alles zwichten! Gelijk voor haer is heer en knecht En ja! Wij kennen onze plichten Maer ja! Wij kennen ook ons regt De vrijheid zal men nooit verfoeyen, Waer zij zoo trotsch haer vaendel plant. Dees spreuk zal België doen bloeyen: "Voor God! voor wet en Vaderland!" Dees spreuk zal België doen bloeyen: "Voor God! voor wet en Vaderland!" "Voor God! voor wet en Vaderland!" "Voor God! voor wet en Vaderland!"
O God! O groote God der vaedren Die uit den hoogen op ons ziet Zeg, bruischten kookt nog in onz' aedren Het zelfde bloed dier helden niet? En als rond ons orkanen loeyen Strek over ons uw goede hand En laet ons België steeds bloeyen Voor God! voor wet en Vaderland! En laet ons België steeds bloeyen Voor God! voor wet en Vaderland! Voor God! voor wet en Vaderland! Voor God! voor wet en Vaderland!
Wat meer status kregen de coupletten van Victor Ceulemans uit 1895, hoewel ook zij officieus bleven. Zijn Juicht! Belgen, juicht! was gemaakt op de melodie van de Brabançonne, maar had in feite weinig uitstaans met de woorden van Rogier, laat staan Jenneval:
Juicht! Belgen, juicht! in vreugdevolle akkoorden Van Haspengouw tot aan het Vlaamsche strand Van Noord tot Zuid, langs Maas en Scheldeboorden, Juicht, Belgen, juicht, door gansch het Vaderland! Een manlijk volk moet manlijk durven zingen Terwijl het hart van eedle fierheid beeft; Nooit zal men ons een morzel gronds ontwringen, Zoolang één Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.(bis)
Geen morzel gronds, geen enkel van de rechten Waarvoor het bloed der vadren heeft gevloeid, Zoolang een man, een vrouw, een kind kan vechten, Zoolang een hart in Belgisch harte gloeit. Geen slavenboei wordt ooit ons aangevijzeld, Geen schandig juk van vreemde dwinglandij, Of 't wordt op 't hoofd des dwingelands verbrijzeld Ons Belgenland blijft eeuwig, eeuwig vrij. (bis)
Zingt hooger nog en laat Europa 't hooren, Hier heeft de Vorst, de Grondwet in de hand, Voor God en volk den heil'gen eed gezworen Dat hij slechts leeft voor 't dierbaar Vaderland. Naast d'eersten Belg staan moedvol al de Belgen, Vol eendrachtszin ten heldendood gereed, Die m'één voor één en allen moet verdelgen Eér iemand ooit ons Land het zijne ziet. (bis)
Eugeen De Bock maakte tijdens de Eerste Wereldoorlog een vrij letterlijke vertaling van Rogiers versie. Toen in 1921 de eerste strofe van die laatste als volkslied werd vastgesteld, schreef de Koninklijke Vlaamsche Academie een prijskamp uit voor het maken van een daarmee overeenstemmend Nederlands equivalent. De jury vond onder de 161 inzendingen echter te weinig kwaliteit om een laureaat aan te duiden.Brabançonne. Verslagen van den Keurraad, in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, 1922, p. 631 en 637-643. Gearchiveerd op 6 november 2022.
Uiteindelijk leverde Leo Goemans de strofe aan, die in 1930 in een ministeriële richtlijn werd opgenomen:
O Belgenland, o bodem uitverkoren, Wiens naam ons hart van liefde en trots doet slaan. Den eed getrouw door 't voorgeslacht gezworen, Blijft u ons bloed een borg voor 't vrij bestaan. o Vaderland, steeds schoner zult gij stralen, In eendracht sterk, door geen geweld geknecht, Met d' oude leus van Vlamen en van Walen, voor Land en Vorst, voor Vrijheid en voor Recht
Huidige versie Een anonieme auteur (of auteurs)Er zijn toeschrijvingen geweest aan Victor Ceulemans of aan Raymond Herreman (1896-1971), maar deze worden niet aanvaard. schreef in de jaren 1930 uiteindelijk de aanzet tot de huidige Nederlandse tekst van de Brabançonne, puttend uit eerder werk van Ceulemans en Goemans. Het eerste couplet (vet gedrukt) is sinds 1938 vastgelegd als de huidige officiële versie:
O dierbaar België, o heilig land der vaad'ren, Onze ziel en ons hart zijn u gewijd. Aanvaard ons kracht en het bloed van onze aad'ren,