thumb|Het riviertje de Dinkel bij Losser. thumb|De bronnen van de Regge bij Westerflier, nabij Diepenheim.
Twente (Nedersaksisch: Tweante, Twente) is een landstreek in het oosten van Nederland, die het oostelijke deel van de provincie Overijssel omvat. De bewoners heten Twentenaren of (informeel) Tukkers. In het westen en noorden grenst het aan de eveneens Overijsselse streek Salland (waarbij de Regge bij Nijverdal de grens vormt), in het zuiden aan de Achterhoek (provincie Gelderland), in het zuidoosten aan de Duitse Kreis Borken en in het oosten en noorden aan het eveneens Duitse Grafschaft Bentheim, waar de Dinkel als natuurlijke grens wordt beschouwd. miniatuur|Kaart van Twente in 1670.
Etymologie In oude geschriften is Twente achtereenvolgens terug te vinden als Tuianti (797), Tueanti (799), Thuehenti (851), Tuente (11e eeuw) en ten slotte Twente of Twenthe. Voor de herkomst van deze naam zijn twee theorieën gangbaar. De eerste en oudste gaat terug tot de 16e eeuw toen men Twente identificeerde als het woongebied van de Germaanse stam de Tubanten die bekend was uit de Romeinse oudheid. De tweede theorie is gebaseerd op de gelijkenis tussen de namen Twente en Drenthe. Zoals de naam Drenthe is afgeleid van het telwoord drie, denkt men dat Twente is afgeleid van het woord twee. Vóór de elfde of twaalfde eeuw grensden de gouwen Drenthe en Twente nog aan elkaar.
Geografie Twente bestaat uit de volgende gemeenten:
(gedeeltelijk)
(gedeeltelijk)
(gedeeltelijk)
Geschiedenis De geschiedenis van Twente voor de vroege middeleeuwen is slechts fragmentarisch bekend. Er zijn vele bodemvondsten gedaan die op permanente bewoning ver voor het begin van onze jaartelling wijzen. Tijdens de eerste eeuwen van onze jaartelling vindt men de invloed van het Romeinse Rijk ook terug in Twente, dat echter samen met overige Noordwest-Germaanse streken Romeinse pogingen tot onderwerping steeds met succes afsloeg.
thumb|left|250px|Oldenzaal, Sint-Plechelmusbasiliek. Tijdens de Middeleeuwen was dit heiligdom wegens de relieken van Plechelmus een bedevaartsoord.
Middeleeuwen
Vanaf de 5e eeuw na Christus werd de invloed van de Saksen op de streek steeds groter. Waarschijnlijk vond er enige kolonisatie- en bevolkingspolitiek door de Saksen plaats. Twente droeg vanaf toen ook zelf de duidelijke cultuurkenmerken van de noordoostelijker gelegen stamgebieden der Saksen.
Eind 8e, begin 9e eeuw kwam het Twentse gebied onder de macht van het Frankische rijk te staan. De Franken onder leiding van Karel de Grote onderwierpen de weerspannige Saksische streek door eigen militaire vestigingen te stichten. Zo herinnert de naam Oldenzaal aan Olde Sala. Sala is een Frankisch woord voor woonstede. Twente was tot laat in de 8e eeuw een heidense streek gebleven, maar door de Frankische overheid werd veel werk gemaakt van de kerstening. Massaal werd het Doopsel ontvangen, voornamelijk nadat vooraanstaande Saksische leiders (Widukind) zich hadden laten dopen. In die tijd werden ook de Germaanse heiligdommen omgebouwd tot christelijke kapellen en kerken. De Saksische adel kon zich door het nieuwe Frankische leenrecht gaan gedragen als feodale klasse.
Vermoedelijk in de 10e eeuw kwam Twente stevig in de greep van de Utrechtse bisschoppen en ging het deel uitmaken van het Oversticht. Gedurende de Middeleeuwen beheerste eerst een graaf - in feite een hoge ambtenaar van de bisschop - de streek vanuit zijn residentie in Goor. Later ging het gezag van de graaf over op een drost die door de bisschop werd benoemd. In de 11e of 12e eeuw werd Noord-Twente (de streek rond Emlichheim) van Twente afgescheiden en bij het graafschap Bentheim gevoegd. In kerkelijk opzicht bleef deze streek echter nog onder het bisdom Utrecht vallen. thumb|180px|Huis Twickel bij het stadje Delden, gesticht in 1347.
Acht Twentse plaatsen kregen ooit stadsrechten: Almelo Delden Diepenheim Enschede Goor Oldenzaal Ootmarsum Rijssen
Oldenzaal was in de Middeleeuwen de grootste en belangrijkste stad van Twente.
In de middeleeuwen kende Twente verscheidene kloosters: het Sint-Antoniusklooster in Albergen, het Sint-Catharinaklooster in Almelo, het Sint-Agnesklooster in Oldenzaal en het Stift te Weerselo. Na de Reformatie zijn deze kloosters opgeheven en werden de goederen ingelijfd door de Staten van Overijssel. Alleen het Stift bleef bestaan als instelling voor adellijke jongedames.
Tachtigjarige Oorlog Tijdens de Tachtigjarige Oorlog lag Twente verschillende keren in oorlogsgebied. In 1597 kwam heel Twente door de veldtocht van prins Maurits (de Twentse oorlog) in staatse handen. De rooms-katholieke pastoors werden vervangen door protestantse (overwegend contraremonstrantse) predikanten. Borne kreeg echter een lutherse predikant, Hengelo een remonstrantse. De Spaanse veldheer Spinola heroverde Oldenzaal in 1605 op de staatsen. Het twaalfjarig bestand van 1609 betekende een officiële bevestiging van de status quo: Oldenzaal bleef Spaans. Na afloop van het bestand in 1621 verjoeg Ernst Casimir van Nassau-Dietz in 1626 de Spanjaarden. Dit bijna drie decennia durend Spaans bestuur en de invoering van de maatregelen der Contrareformatie lijkt van doorslaggevend belang te zijn geweest voor het feit dat het rooms-katholicisme behouden bleef in grote delen van Twente. De vrede werd definitief gesloten met de Vrede van Münster in 1648.
17e en 18e eeuw thumb|Historische boerderij De Brager te Geesteren, gebouwd in de karakteristieke streekstijl. De korte rustige periode die volgde op de vrede resulteerde in groeiende welvaart. In de jaren 1650 werden verscheidene patriciërshuizen gebouwd, zoals het Reijgershuis (inmiddels verdwenen) te Delden, het Cremershuis te Ootmarsum en het Palthe- en het Michoriushuis in Oldenzaal. De katholieke bevolking mocht echter haar godsdienst niet openlijk belijden of uitoefenen. De priesters zagen zich genoodzaakt in het geheim de Heilige Mis te lezen in tot kapellen omgebouwde huizen en schuren op het Twentse platteland. De kleine religieuze groep der doopsgezinden in Twente woonde overwegend in Stad Almelo waar de Heer van Almelo hun in 1684 toestond een kerk te bouwen.
Toenmalig raadspensionaris van Holland, Johan de Witt, schreef in een brief gedateerd op 30 oktober 1654, dat hij voornemens was om Twente in te lijven bij Holland. In het schrijven maakte hij melding over de hem goedgezinde Twentse jonkheren en over de mogelijkheid de streek middels Hollandse troepen te beschermen tegen Oranjegezinde steden als Kampen en Zwolle. Uiteindelijk drukte De Witt de annexatie van Twente door Holland niet door, omdat hij bang was voor een burgeroorlog.Twente was bijna deel van Holland, De Twentsche Courant Tubantia, 10 oktober 2007
In 1665 en 1666, tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog, werd Twente belaagd door de troepen van de prins-bisschop van Münster, Bernhard von Galen, graaf van Dinklage, bijgenaamd Bommen Berend. Het dorp Losser werd in brand gestoken. Ook Huize Almelo kreeg het zwaar te verduren. thumb|left|Kasteel Weldam nabij Goor op het gelijknamige landgoed, gelegen in de voormalige gemeente Markelo, met façade uit 1645 in Hollands classicistische stijl. Von Galen viel Twente opnieuw binnen in 1672 (Derde Engels-Nederlandse Oorlog) en bezette het tot en met 1674. In deze korte periode was het rooms-katholiek geloof tijdelijk weer staatsreligie in Twente. In Oldenzaal en Goor werd zelfs een begin gemaakt met de katholieke herinrichting van de belangrijkste kerken.
Het eind van de zeventiende en het grootste deel van de achttiende eeuw gingen zonder oorlogshandelingen voorbij. De bevolking van Twente groeide aanzienlijk. Op het platteland nam het aantal keuterboeren sterk toe. In deze pre-industriële periode waren de fabrikeurs van belang: kooplieden die de thuiswevers van garen voorzagen en hun linnen opkochten om het in Holland door te verkopen. In Borne staat nog het huis van een fabrikeur, inmiddels museum, het Bussemakerhuis (1779). Van oudsher werd in Twente vooral linnen geweven. In de 18e eeuw kwam daar het bombazijn bij: een weefsel met linnen schering en katoenen inslag.
De in Losser woonachtige Aleida Leurink hield 57 jaar lang notitieboeken bij over het leven en handel in Losser en omgeving. Door haar notities is er inzicht in de handel in zowel granen als linnen. Vanaf 1754 worden haar notitieboeken als bron gebruikt. Doordat Jacobus Joännes van Deinse delen van haar notitieboeken publiceerde in de krant werd zij bij het grotere publiek bekend.
Aan het eind van de achttiende eeuw nam de godsdienstvrijheid toe en werden de eerste rooms-katholieke kerken gebouwd ter vervanging van de vroegere schuilkerken en kerkschuren.
Bataafse Republiek/Koninkrijk Holland thumb|180px|Het Huis Diepenheim is een van de zes kastelen rond het gelijknamige stadje. De provincie Overijssel werd in 1795 deel van de Bataafse Republiek en ging in 1806 behoren tot het Koninkrijk Holland. In deze periode werden de adellijke privileges afgeschaft en het bestuur drastisch hervormd. Koning Lodewijk bezocht Twente in 1809. De kerken van de plaatsen waar toen een rooms-katholieke meerderheid was, namelijk Oldenzaal, Tubbergen, Haaksbergen, Denekamp en Ootmarsum, werden vervolgens toegewezen aan de rooms-katholieken.
In 1810 werd het Koninkrijk Holland ingelijfd bij het Franse keizerrijk. In 1811 hief keizer Napoleon de oude bestuurlijke instellingen op en stelde de gemeenten en rechtbanken in. Dit betekende het einde van Twente als bestuurseenheid, het drostambt Twente en het drostambt Diepenheim-Haaksbergen werden opgeheven. Er werden zeventien gemeenten geformeerd: Almelo, Borne, Delden, Denekamp, Diepenheim, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Losser, Markelo, Oldenzaal, Ootmarsum, Rijssen, Tubbergen, Vriezenveen, Weerselo en Wierden. In de meeste gevallen kwamen de gebieden van de gemeenten overeen met de oude richterambten van voor 1811. De oude stadsgerichten werden bij het omringende of een aangrenzend richterambt gevoegd. Dit zinde de steden echter niet. Daarom werden in 1818 Almelo en Delden gesplitst in respectievelijk Ambt en Stad Almelo en Ambt en Stad Delden. Enschede werd gesplitst in Enschede en Lonneker. Markelo werd gesplitst in Markelo en Goor. De landelijke gebieden van de gemeente Oldenzaal ten slotte werden bij de gemeente Losser gevoegd.
Negentiende eeuw Na de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden werd een deel van de vroegere heerlijke rechten, zoals het jachtrecht, weer ingesteld. De bestuurlijke rol van de havezaten was echter definitief uitgespeeld. De feodale structuren keerden ook niet terug. Dit maakte het voor de bezitters van de havezaten eenvoudig hun goederen op te splitsen en te verkopen. Vele adellijke huizen werden vervolgens gesloopt. thumb|left|200px|Karmelietenklooster te Zenderen vanwaar in de 19e eeuw vele regionale onderwijsinstellingen opgericht werden. De tweede helft van de negentiende eeuw was voor Twente een tijd van grote sociale en ruimtelijke veranderingen. Op het platteland werd het oude markensysteem ontbonden en werden de gemeenschappelijk bezeten markengronden onder de eigenaren van de marken verdeeld. Dit leidde vervolgens tot grootschalige ontginning van de woeste gronden en de stichting van vele kleine boerderijen. Nieuwe en verbeterde landbouwmethodes veranderden ook de bedrijfsvoering. Rond 1829 waren de vele oude domeingoederen al door de overheid verkocht. Vaak werden ze aangekocht door de oorspronkelijk horige bewoners. Deze vanaf dan eigenerfde boeren vormden vervolgens een sociale bovenlaag op het platteland, de zogenaamde scholtenboeren.
Ook begint rond 1850 de groei van enkele Twentse steden: in Almelo, Enschede, Hengelo en Nijverdal werden op grote schaal textielfabrieken opgericht met als gevolg een toename van de bevolking. Een uitzonderlijke groei kende Enschede: tussen 1866 en 1905 verzesvoudigde de bevolking van ruim 5000 naar meer dan 30.000.