Dit artikel gaat over het Amsterdams busmaterieel dat in de periode 1982-1998 in dienst is geweest bij het GVB. De bussen zijn ingedeeld op soort, tijdperk met (waar mogelijk) een aparte vermelding van aanschaf door vorige werkgevers. Nummers tussen haakjes zijn van bussen die later zijn vernummerd of afbesteld. De vermelde nummers zijn de wagennummers zoals gebruikt door het GVB.
Verklaring van gebruikte typebenaming Men komt in dit artikel typebenamingen tegen als DAF SB201DKDL/Hainje. DAF is daarbij het merk van de bus, SB201 slaat op het type chassis dat bij de bus gebruikt is, DKDL is het type motor, 554 is de millimeterlengte van de wielbasis en Hainje is de bouwer van de carrosserie.
CSA 2-standaardbussen
Merk/type Series Bouwjaar AchtergrondinformatieAfbeeldingProefbusCSA 22011982Als opvolger van de CSA 1-standaardbus werd de CSA 2 ontwikkeld. Hainje bouwde een proefbus op hetzelfde DAF SB201-chassis die nog het interieur van de CSA 1 had, en was ingericht met de harde Soweto-bankjes achterin.
De 201 toerde van april tot juli 1982 langs de steden waar standaardbussen reden en kwam eind april in Amsterdam aan. De bus reed bijna een week vanuit alle garages. Daarna ging de 201 naar de RET in Rotterdam waar hij als 139 twintig jaar in dienst bleef. In 2003 begon de bus een derde leven als mobiele natuurreservaat tussen Rotterdam Centraal en Biënnale om daarna nog twee keer te worden doorverkocht.Eigen 12 meter bussenDAF SB201DKDL554/Hainje253-257, 258-3431983/1984De eerste serie CSA 2's werd aan het GVB geleverd; de 253-257 (mei 1983) en de 258-343 (eind 1983/begin 1984) kwamen in dienst vanuit alle garages. De 277-280, 295-305 en de 326-335 waren telbussen. De 309 en de 310 uit West hadden als proef een digitale routekaart/-haltedisplay en een beeldscherm dat de haltenamen weergaf. Beide wagens werden alleen op lijn 15, 18, 19, 21, 23 en 26 ingezet.
Vijftien bussen reden van 1986 tot 1989 als z.g. snellopers (90 km/h) op ; 260-269 op lijn 48 (na eerst spitsdiensten te hebben gereden op de VAD-lijnen 150 en 152 van Amstelstation naar Almere) en 270-284 op CN/GVB/Enhabo-lijn 64 (waarvan drie wisselwagens 270-274 vanuit de Enhabo-garage in Zaandam).
Drie bussen kregen een tijdelijke themabeschildering; 292 (1986; kandidaatstelling van Amsterdam voor de Olympische Spelen van 1992/winkelcentrum de Amsterdamse Poort), 275 ('Amsterdam Culturele Hoofdstad van 1987') en 304 (1988; Bo-Mij/Bo-Rent).
De 292 en de 304 verloren hun beschildering bij de grote revisie die in november 1989 begon en tot medio 1992 zou duren. 56 bussen werden daarbij in het nieuwe kleurenschema grijs-blauw-met-rode-deuren geschilderd of beplakt en voorzien van een noodraam met plastic hamer (behalve de 309) en vandaalbestendige Vordereggerbankjes (262, 264-266, 285, 287, 297, 301, 302 en 314 uitgezonderd) zoals de tweede serie 346-374. De 269 en de 282 hadden een noodraam gekregen maar bleven rood; door bezuinigingen moest het GVB stoppen met de revisie en werden de slechtste exemplaren afgevoerd.
In 1994/1995 waren er nog 49 exemplaren over waarvan vijf (269, 276, 318, 327, 329) nog tomaatrood waren. De verdeling was toen: Garage West: 260, 269-272, 276-278, 280, 281, 285-289, 291, 292, 294, 302, 304, 305, 310, 311, 327-329, 336, 337, 339, 343. Garage Noord: 257-259, 262, 264-266, 295, 297, 318, 324, 325. Garage Zuid: 312, 314-316, 331-335.
De 271 werd als themabus van het Amsterdamse Bos geschilderd, en de 276 werd vlak voor zijn afvoer in 1997 (chasisscheuren) aan proeven onderworpen met de uiteindelijke kleurenschema's van de CAFLOC-stellen van metrolijn 50 (crème) en de Jonckheerbussen (wit-blauw). Met de komst van de Jonckheeren 101-155 werden er meer wagens afgevoerd waarbij de serie uit Zuid verdween. De laatste zes exemplaren reden in februari-maart 2000 hun laatste ritten vanuit West (331, 332, 343) en Noord (334, 336, 337).
De afgevoerde bussen begonnen tweede levens in Marokko (322, 341, 320, 323, 326, 338, 340, 329, 342, 308 en de 321 in Casablanca als 3500-3511; 305 in Rabat, Marokko als 398), Angola, (325), Tanzania (334, 339) Split, Kroatië (296, 253-256, ?, 284 als 24, 31...38, 42), Burgas, Bulgarije (314) en in Vlissingen (324). DAF SB201DKDL554/Hainje344, 3451984/1986De 344 en de 345 (oorspronkelijk bedoeld voor de HTM in Den Haag) waren tweedeurs semi-tourbussen zonder middenuitstap. Ze begonnen vanuit garage West en reden tour-, spits- en versterkingsritten; op de 40'er-lijnen en (vanaf 1988/1989) op Shuttlebuslijn 281. Na de revisie met het grijs-blauwe kleurenschema werd de 345 afwisselend vanuit West en Noord ingezet en verscheen bij hoge uitzondering op de normale lijndienst.
De semitoers werden in 1998 aan de nieuwe toerafdeling TTS (Tour & Travel Service) verhuurd voor GVB-diensten, en bij de verzelfstandiging in 2001 verkocht. Vernummerd tot 2001 en 2345 zijn ze tot 2003 in dienst gebleven, en daarna aan particulieren verkocht.DAF SB201DKDL554/Hainje346-3741986De tweede serie CSA 2's kwam begin 1987 in dienst en heeft vanuit alle garages gereden. De 346-349 waren snellopers op lijn 64 en 68. De 352 werd in augustus 1989 als eerste CSA 2 grijs-blauw geschilderd; de rest van de serie bleef rood vanwege de bezuinigingen. De 355-357 werden begin 1992 aan de HTM in Den Haag verkocht als 512-514 in ruil voor de gasbussen 460-462 (zie HTM huurbussen); de 513 en de 514 (ex-356 en 357) werden in januari 1997 teruggehuurd omdat de Franse huurgeledes 556-565 het door de winterkou begaven. De overige exemplaren deden dienst tot voorjaar 2000. De 373 werd na zijn deelname aan de jubileumparade van het 100-jarige GVB werd de 373 museumbus; hij is nu in handen van de stichting BRAM.
De 346, 352, 353, 358, 361-363, 365 en de 367-369 werden eind mei tijdelijk teruggehaald omdat de voormalige bussen van het Schiphol Sternet dienstdeden op de ringlijn 55/56 (A/B) t.b.v. de renovatie van de A10. Ze reden daldiensten vanuit West (lijn 15 en 19), Noord (lijn 35) en Zuid (lijn 61). De 346, 352 en de 367-369 reden begin 2003 voor vier maanden bij Arriva als 0001, 0002 en 0004-0006 voor vervoer in de Drechtsteden; daarna werden ze naar Angola geëxporteerd.
De overige wagens begonnen een tweede leven bij het Bulgaarse bedrijf Burgasbus (347, 349, 351, 353, 354, 356, 360, 366), de Hoogovens Beverwijk (364) en de Politie Amsterdam Amstelland (372); op Texel (discobus 348) en Cuba (365) en in Willemstad, Curaçao (356, 357).250px|De Amsterdamse CSA-II bus GVB 373 van Stichting BRAM tijdens de viering, te Den Haag, van 50 jaar Standaard Stadsbussen in Nederland.12 meter bus van GVU (Utrecht)DAF SB201DKDL554/Hainje45Als ruil voor de verhuur van de 353 aan het Utrechtse vervoerbedrijf GVU reed de 45 in januari 1997 drie weken bij het GVB. De bus reed vanuit garage West en Noord voor proefnemingen met een verzonken stuur.12 meter bussen van HTM (Den Haag)DAF SB201DKDL554/Hainje460-4621988Deze bussen, oorspronkelijk 500, 502 en 504, waren de laatste CSA 2-wagens bij de HTM in Den Haag. Ze werden in 1989 verbouwd tot aardgasbus met vlinderuiterlijk ter benadrukking van het milieu-aspect (minder stikstofdioxide, minder lawaai) te benadrukken. Vergezeld door CSA 2's uit Rotterdam en Groningen (GVBG 16) toerden ze langs de z.g. de standaardsteden.
Het GVB was enthousiast en nam begin 1992 de gasbussen over in ruil voor de 355-357. De 460-462 (250 à 290 km/u) reden vanuit garage Noord op lijn 28 en 31, en deden, ook nadat ze naar garage West werden overgeplaatst, dienst als lesbus. Na de buitendienststelling begin 2000 werden de 460-462 bij BBA teruggebouwd tot dieselbus en doorverkocht aan Brunna Reizen voor versterkingsritten op de Hermes-lijnen in Heerlen.DAF SB201DKDL554/Hainje436, 440, 486Naast de eigen 356 en 357 (vernummerd tot 513 en 514) huurde het GVB In januari 1997 de 436, 440 (snelloper met 80 km/h) en 486 voor dienst op de 40'er-lijnen omdat de Franse geledes 556-565 het door de winterkou begaven. De 436 en de 440 waren eind januari als laatste in dienst.
CSA 2-midibussen Merk/type Serie Bouwjaar Achtergrondinformatie AfbeeldingNeoplan/Hainje585-591 (592 afbesteld)1984In 1984 kwam er een midivariant van de CSA2 met dezelfde bruine bankjes. Het GVB nam zeven van deze busjes in dienst (584-589 in 1984, 590 en 591 in 1985) voor lijn 90 die vanaf 1 april weer onder het oude nummer 30 reed. Een achtste wagen (592) was gepland als tour- en VIP-bus maar het GVB koos uiteindelijk voor een tweede semitoer (345) naast de 344.
Vier exemplaren werden in 1987 verhuurd aan de Enhabo (591) en Centraal Nederland (achtereenvolgens 587, 590, 585).
Met de komst van de Volkswagenbusjes 575-583 gingen de Neoplans van eind 1988 tot medio 1989 spits-, pendel- en extra diensten rijden in garage Zuid (achtereenvolgens lijn 49, 46 en lijn 8) en West (lijn 26, 44/47).
Medio 1990 werd de serie aan RET verhuurd voor dienst op ringlijn 42 rondom de Kralingse Plas, en de 30'er-lijnen die eveneens in Noord reden. Plannen voor verkoop gingen niet door omdat de RET niet tevreden was over de Neoplans, en na hun terugkeer bij het GVB in april 1991 kwamen ze niet meer in dienst.
De 590 werd op 24 november 1993, na eerst twee jaar ouderenvervoer te hebben verzorgd bij Guus Baggen in Geleen, aan de MUSA te worden overgedragen. Hij is nu in handen van de stichting BRAM.
De 585 en de 588 begonnen tweede levens bij de Haven van Vlissingen en in Suriname.225px|Bus 590 225px|Bus 590, interieur
Gelede CSA 3-bussen Merk/type Series Bouwjaar AchtergrondinformatieAfbeeldingVolvo/Hainje ST2000520-5441987In 1987 nam het GVB 25 Volvo-geledes in dienst van het nieuwe type ST2000 (de officiële benaming van de CSA 3); een knielbus met geïntegreerde zij-filmkast waarin trekjes waren verwerkt van de Den Oudsten B79 maar ook de goede ervaringen met de Stockholmse huurbussen 570-581 (knielvermogen van 8-1- centimeter, bruin isolatiedoek). Verder introduceerden ze de vandaalbestendige Vordereggerbankjes.
De 520-544 (waarvan 534-540 telbussen) waren in eerste instantie voor lijn 15 en 48 uit garage West aangeschaft, maar ze werden ook aan Noord (eind 1988-voorjaar 1989) en Zuid (weekeinde, zomers, en nachtdiensten) uitgeleend. De serie werd in 1991 tot bussen met gesloten instap verbouwd, en in 1999 met een stabalkon achterin uitgerust. De extra filmkasten kwamen te vervallen.
Met de komst van de gelede Jonckheerbussen 556-585 begon de buitendienststelling; de laatste acht exemplaren (525, 530, 532, 533, 536, 538, 541, 544) reden tot 16 juli 2001 op lijn 18 en 21.
Dieverse exemplaren begonnen een tweede leven bij stichting Dock in Geuzenveld (520), AOC Terra (521), ER Tours (discobussen 522 en 537), Taxicentrale Middelburg (523; als 22), Watertoerisme De Schelde in Vlissingen (525), Den Helder/Texel (526), Milot (540, 541; versterkingsritten op de Connexxion-lijnen)Volvo/Hainje ST2000 Duvedec505-5191989De tweede serie CSA 3-geledes had het nieuwe Duvedec-front, matrixfilms (ter vervanging van filmrollen) en het nieuwe kleurenschema (grijs-blauw met rode deuren). De 505-519 kwamen in dienst vanuit garage Noord (lijn 33) en Zuid (lijn 8, 60/61 en in de nachtdienst op lijn 75 en 76); de 516-519 waren met telapparatuur uitgerust. In 1990 werd de serie tot gesloten-instap-bussen verbouwd met grote stickers Uitsluitend voor instappen op de deuren.
Vanaf 1994 kwam de hele serie vanuit Zuid te rijden voor dienst op de teruggehaalde lijn 22, 59 en de nieuwe lijn 67 (Amstelstation-Wetenschapscentrum Watergraafsmeer). Met de komst van de Jonckheer-geledes 445-469 gingen de 505-519 eind 2002/begin 2003 naar West waar de 517 op 27 maart als laatste in dienst was.Volvo/Hainje ST2000 Duvedec496-5041989De derde serie CSA 3-geledes werd aanvankelijk geleased en had (tot 1999) een streekinterieur met dubbele bankjes aan beide zijden. De 496-504 begonnen vanuit garage West op lijn 15 en 48; na de ombouw tot bussen met gesloten-instap (november 1990, maart 1991) kwamen ze ook vanuit Noord en Zuid te rijden.