thumb|Titelpagina van de eerste editie thumb|L'ultimo bacio dato a Giulietta da Romeo, door Francesco Hayez Romeo en Julia (oorspronkelijke Engelse titel: The Most Excellent and Lamentable Tragedy of Romeo and Juliet, 1591/1596Het is niet precies bekend wanneer Shakespeare het stuk schreef. Julia's min ("nurse") zegt in ACT I Scene III dat er 11 jaar geleden een aardbeving was ('Tis since the earthquake now eleven years'), wat het stuk zou dateren op 1591, want in 1580 vond de Aardbeving in het Nauw van Calais plaats. Maar het blijft speculatie.) is een vroege tragedie van William Shakespeare over de onmogelijke liefde van Julia Capulet en Romeo Montague, twee jongelingen uit elkaar vijandig gezinde families. Het verhaal is ontstaan door verschillende hervertellingen van een verhaal uit 1476 van Masuccio Salernitano, Mariotto en Gianozza. Vanaf de eerste opvoering omstreeks 1596 en de vroegste edities (1597, 1599) is Romeo and Juliet onverminderd populair gebleven bij het publiek doordat het gaat over een onderwerp met een blijvende aantrekkingskracht: romantische liefde.

Context In de periode dat Shakespeare Romeo en Julia schreef, omstreeks 1595, was hij een vennoot van het toneelgezelschap The Lord Chamberlain's Men, een van de twee enige bedrijven die beschikten over een licentie om in Londen tussen 1594 en 1600 te mogen spelen. Het was zijn taak om te schrijven voor dit gezelschap, dat na de troonsbestijging van Jacobus I van Engeland in 1603 bekend werd als The King's Men. Voor de rest van zijn carrière leverde Shakespeare hun gemiddeld twee toneelstukken per jaar om op te voeren. De Lord Chamberlain's Men traden eerst op in The Theatre, en na april 1597, net als de andere groep, the Admiral's Men, in The Rose. In een van deze twee theaters, of in beide, zal Romeo en Julia zijn opgevoerd, net als Shakespeares eerste tragedie, Titus Andronicus.

Datering en tekst Het stuk werd door Shakespeare waarschijnlijk geschreven in de periode 1594–96 en eerst gepubliceerd in een niet-geautoriseerde quarto-editie in 1597.Encyclopaedia Britannica 2008 Ultimate Reference Suite: Romeo and Juliet Een geautoriseerde quarto verscheen in 1599 en die was aanzienlijk langer en betrouwbaarder dan de eerste. Een derde quarto, gebaseerd op de tweede, verscheen in 1603 en die werd door de uitgevers van de First Folio-editie van 1623First published edition (1623) of the collected works of William Shakespeare, originally published as Mr. William Shakespeares Comedies, Histories & Tragedies. Het is de belangrijkste bron voor hedendaagse teksten van zijn stukken. gebruikt.

De belangrijkste quarto's die aan de First Folio-versie van het stuk voorafgingen, waren 'Q1' en 'Q2':Bron: Romeo and Juliet: Third Series (Arden Shakespeare), hoofdstuk The Texts: Q1 (1597) and Q2 (1599) Q1 - Een gedrukte versie van Romeo and Juliet verscheen eerst in 1597 onder de titel "AN EXCELLENT conceited Tragedie of Romeo and Juliet, As it hath been often (with great applause) plaid publiquely, by the right Honourable the L. of Hunsdon his Seruants. LONDON, Printed by Iohn Danter." De Shakespeareonderzoeker Alfred William Pollard noemde Q1, waarvan nu nog vijf exemplaren bestaan, een bad quarto. Hij baseerde zich voor deze uitspraak onder meer op het feit dat deze tekst niet werd ingeschreven in het Stationers' Register, hoewel dit geen uitsluitsel geeft over Danters recht om het stuk te publiceren of over de manier waarop hij het manuscript had verworven. Er was overigens nog een tweede drukker betrokken: Edward Allde, die in een kleiner lettertype drukte. Q2 - De tweede gedrukte tekst verscheen twee jaar later, in 1599. De titel hiervan luidde "THE MOST EXcellent and lamentable Tragedie, of Romeo and Iuliet. Newly corrected, augmented, and amended: As it hath bene sundry times publiquely acted, by the right Honourable the Lord Chamberlaine his Seruants. LONDON Printed by Thomas Creede." Deze tekst, waarvan er nog dertien exemplaren zijn overgebleven, bevat 688 versregels meer dan Q1 en wordt vaak als de meest gezaghebbende tekst beschouwd. In de praktijk gebruiken hedendaagse uitgevers van Romeo and Juliet de tweede Quarto-editie als de meest authentieke tekstbasis, maar raadplegen ook Q1 en de First Folio wanneer die de tekst kunnen verduidelijken en verbeteren.

Q3 (1603) was zoals reeds gezegd een herdruk van Q2, en de door de samenstellers van de First Folio uitgegeven Q4 (ca. 1622) is een herdruk van Q3 met correcties. Na de First Folio (F1) uit 1623 met de verzamelde toneelstukken van Shakespeare volgden F2 (1632), F3 (1664) en F4 (1685), elk een herdruk van de vorige editie.

Eerste opvoering in Engeland Wanneer en waar de eerste opvoering van Romeo and Juliet plaatsvond is niet met zekerheid bekend, maar men plaatst deze meestal in het jaar 1594, The Shakespearean name: essays on Romeo and Juliet, The tempest, and other plays, Bern, 2007, p. 39. Zie ook , Shakespeares "Romeo and Juliet" in Performance: Traditions and Departures, Lewiston, 1997, p. 9. of 1595.The Riverside Shakespeare bijvoorbeeld geeft ca. 1595 op toen Shakespeare het stuk schreef, zodat het ten vroegste in de loop van dat jaar werd opgevoerd.

Shakespeares bronnen Shakespeares voornaamste bron voor het verhaal was The Tragicall Historye of Romeus and Juliet (1562), een lang verhalend gedicht van de Engelse dichter Arthur Brooke. Op zijn beurt had deze zijn materiaal ontleend uit een Franse vertaling van een verhaal van de Italiaan Matteo Bandello.

De vroegst bekende versie van het Romeo and Juliet-verhaal is die van Masuccio Salernitano's Mariotto en Gianozza in zijn in 1476 gepubliceerde Il Novellino. Salernitano situeert het verhaal in Siena en beweert zelfs dat het zich tijdens zijn eigen leven afspeelde. In zijn versie is er sprake van een geheim huwelijk, een samenzwerende pater en een rel waarbij een vooraanstaand burger wordt gedood. Mariotto's verbanning komt erin voor en ook Gianozza's gedwongen huwelijk, de plot met het vergif en de cruciale boodschap die de verliefde jongeling niet bereikt. In deze versie wordt Mariotto gevangengenomen en onthoofd en Gianozza sterft van verdriet.Gibbons (1980: 33–34); Levenson (2000: 4)

In Xenophon van Efeses verhaal over de geliefden Habrocomes en Antheia uit de 3e eeuw na Chr. vindt men reeds het motief van de schijndood opwekkende slaapdrank als middel om aan een ongewenst huwelijk te ontsnappen. Een andere bekende liefdesgeschiedenis uit de oudheid met een tragische afloop, waarbij een van de geliefden denkt de ander dood te hebben gevonden, is Pyramus en Thisbe, een Griekse mythe die onder meer werd opgeschreven door Ovidius (43 v.Chr. - 17 n.Chr.)

Thema's en motieven De belangrijkste thema's in het verhaal zijn: de kracht van de liefde en jeugdige passie die in geweld kan omslaan; de tegenstelling tussen de noden van het individu en de eisen van de maatschappij; toeval en de onafwendbaarheid van het noodlot. Doorheen het ganse stuk speelt toeval een belangrijke rol in het verloop van de gebeurtenissen. Zo verhindert een uitbraak van een pestepidemie broeder John om de brief van Lorenzo tijdig aan Romeo te bezorgen, en als Lorenzo zich haast naar het graf is Julia weliswaar wakker, maar heeft Romeo juist Paris gedood en zelfmoord gepleegd. De wachters komen eveneens net te laat om te verhinderen dat Julia zichzelf met een dolk doodsteekt.

De opvallendste motieven in het verhaal zijn het verstrijken van de tijd die voor de geliefden steeds dwingender en dreigender wordt en de tegenstelling licht-donker: als Julia 's avonds aan haar raam verschijnt, vergelijkt Romeo haar bijvoorbeeld met de zon: "It is the east and Juliet is the sun!". De Prins besluit het verhaal met te zeggen dat het duister het licht heeft overwonnen: "A glooming peace this morning with it brings/The sun for sorrow will not show his head."

Personages   Huis van de Capulets: (Lord) Capulet de patriarch van het huis van de Capulets. (Lady) Capulet de matriarch van het huis van de Capulets. Julia de dochter van de Capulets en de vrouwelijke protagonist van het stuk. Tybalt een neef van Julia, Lady Capulet is zijn tante. Min ('Nurse') Julia's persoonlijke verzorgster en vertrouwelinge. Peter het ondeugende knechtje van de min. Samson en Gregorybedienden van de Capulets. Rosaline lord Capulets nicht, iemand die niet in het stuk optreedt. Zij is degene op wie Romeo verliefd was voor hij Julia ontmoette.

  Heersende Huis van Verona: Escalus de heerser van Verona. Graaf Paris een verwant van Escalus die met Julia wil huwen. Mercutio een andere verwant van Escalus en een vriend van Romeo.  Huis van de Montagues: (Lord) Montague de patriarch van het huis van de Montagues. (Lady) Montague de matriarch van het huis van de Montagues. Romeo de zoon van de Montagues en de mannelijke protagonist van het stuk. Benvolio een neef en vriend van Romeo. Abraham en Balthasar knechten van de Montagues.

  Anderen: Broeder Lorenzo (ook: Laurence, Lawrence) een franciscaner en Romeo's vertrouweling. Broeder John wordt uitgezonden om de brief van broeder Lorenzo aan Romeo te bezorgen. Apotheker verkoopt met tegenzin het vergif aan Romeo. Drie muzikanten bij de bruiloft van Paris en Julia. Chorus het Koor: geen deelnemer aan het verhaal. Het Koor (bij Shakespeare een enkele persoon) declameert een sonnet aan het begin van de eerste twee bedrijven. Figuranten pages van Mercutio en Paris, burgers van Verona, gevolg van Escalus. Synopsis thumb|210px|Het zogenaamde huis van Julia in Verona In Verona wonen twee rivaliserende adellijke families: Montague en Capulet. Af en toe raken de familieleden slaags met elkaar, en de vorst van Verona heeft de graven al meermalen gewaarschuwd dat het afgelopen moet zijn.

De graaf Paris dingt naar de hand van Julia, de 13-jarige dochter van Capulet. Capulet vindt dat ze nog te jong is om te trouwen, maar Paris dringt aan. Capulet organiseert die avond een gemaskerd bal en hij geeft zijn knecht opdracht de uitnodiging te brengen aan degenen die op een lijst staan. De knecht kan echter niet lezen en hij vraagt de eerste de beste voorbijganger om hulp. Die voorbijganger is Romeo Montague, die op dat moment juist verdriet heeft omdat zijn vriendin Rosaline (die niet op het toneel optreedt) hem heeft afgewezen. Romeo helpt de knecht met de lijst van uitnodigingen. Rosaline staat ook op de lijst. De knecht zegt dat Romeo, als hij niet van het huis Montague is, ook wel welkom zal zijn op het gemaskerd bal.

Hoewel Romeo een Montague is, besluit hij toch naar het bal te gaan. Daar wordt zijn aandacht getrokken door de schone Julia, en zij is ook onder de indruk van Romeo. Dan wordt Romeo herkend door Tybalt, een neef van Julia. Tybalt zegt dat tegen Capulet. Hij is bereid de onwelkome gast dood te slaan, maar Capulet, die geen ruzie wil, besluit de aanwezigheid van Romeo te dulden. Na het feest, laat in de avond, gaat Romeo de tuin van Capulet in, waar hij Julia bij het raam ziet staan. Ze verklaren elkaar hun liefde. Er is echter geen sprake van dat vader Capulet hun huwelijk zal goedkeuren, gezien de vijandschap tussen de twee families. Romeo gaat 's ochtends meteen naar zijn biechtvader Lawrence (Lorenzo) - hij wil vandaag nog met Julia trouwen.

De min van Julia gaat op zoek naar Romeo. Ze vindt hem bij zijn vrienden Benvolio en Mercutio, die in een vrolijke bui zijn. De min zegt dat Julia moet trouwen met Paris, maar dat ze absoluut niet in Paris geïnteresseerd is. Romeo geeft de min een boodschap voor Julia: hij wil haar die middag bij Lorenzo ontmoeten om met haar te trouwen. De min geeft Romeo's boodschap aan Julia door en 's middags ontmoeten Romeo en Julia elkaar bij Lorenzo, die het huwelijk voltrekt.

Die namiddag ontmoeten Romeo en zijn vrienden Tybalt op straat. Tybalt maakt Romeo voor schurk uit. Mercutio accepteert dat niet en raakt in gevecht met Tybalt. Romeo probeert het gevecht te verhinderen. Hij faalt echter en Mercutio wordt gedood.