thumb|Sint-Willibrordusbasiliek thumb|Stadhuis van Hulst thumb|De Stadsmolen uit 1792 thumb|De Gentsestraat thumb|Reynaertmonument 150px|thumb|De vesting Hulst in 1649. (Atlas van Loon) thumb|Stadswallen van de vestingstad Hulst thumb|Gentse Poort thumb|Keldermanspoort met beeldhouwwerk 'Ravelijn' van Kathleen Verhegge thumb|'s-Landshuis met Museum Hulst thumb|Trapgevelhuis in de Steenstraat

Hulst (, Zeeuws: Ulst) is een vestingstad in de Nederlandse provincie Zeeland. Het is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. De stad heeft inclusief Absdale inwoners () en is daarmee de zesde plaats van Zeeland, na Middelburg, Vlissingen, Goes, Terneuzen en Zierikzee.

Hulst profileert zich als de "meest Vlaamse stad" van Nederland. Vooral de bourgondische levensstijl van de stad Hulst heeft aantrekkingskracht op Vlaamse toeristen. Het oorspronkelijke dialect van Hulst en de omliggende (katholieke) dorpen wijkt sterk af van de overige Zeeuwse dialecten en vertoont een sterke continuïteit met de dialecten in het noorden van het Waasland (België, provincie Oost-Vlaanderen). Hulst ligt ca. 30 km van Antwerpen.

Hulst wordt genoemd in het middeleeuwse Van den vos Reynaerde. Het feit wordt gememoreerd met een standbeeld voor Reynaert.

Hulst onderhoudt een stedenband met Michelstadt in Duitsland.

Etymologie De naam Hulst is afgeleid van de hulst, een struik die veel in de omgeving van de plaats voorkwam.. De Beaufort: geschiedenis van een aanzienlijke familie van 1613 tot 1876, p. Uitgeverij Verloren. Geraadpleegd van Google Books. Gearchiveerd op 3 augustus 2023.

Geschiedenis Hulst ontstond in de 11e eeuw als de nederzetting Hulust. Hulst kreeg in 1180 stadsrechten van de Vlaamse graaf Filips van de Elzas en ontwikkelde zich tot een belangrijke vesting- en havenstad. Aanvankelijk was de Saxvliet de belangrijkste toegang tot de haven. De stad bloeide op door de aanwezigheid van de haven en de moernering die ten noorden van de stad plaatsvond. Het oudste zegel van Hulst uit 1226, toont Sint-Willibrord. Latere zegels tonen een gekroonde klimmende leeuw, die nog steeds in het wapen van de stad voorkomt.

De familie Van Maalstede bouwde zijn eerste kasteel vermoedelijk in het centrum. Rond 1200 bouwden ze aan de oostzijde van de stad een nieuw slot Maalstede.

De stadsrechten werden in 1350 uitgebreid en in 1413 werd toestemming tot de aanleg van verdedigingswerken verleend. In 1452 werd de stad, tijdens de Gentse Opstand (ook: Zoutoorlog genaamd), vrijwel geheel verwoest. Van 1453-1477 werden de wallen en poorten versterkt, maar de Gentenaren brandschatten de stad opnieuw in 1485 en 1491.

In 1458 vestigden zich de minderbroeders te Hulst.

Nadat het omliggende gebied in 1585 was geïnundeerd, schuurde het Hellegat uit en werd dit de nieuwe haven. In 1591 werd voor het eerst een beleg voor Hulst geslagen en wel door Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje, die de stad binnen vijf dagen veroverde. Vijf jaar later vond een hernieuwd beleg plaats, waarbij Hulst werd heroverd door Albertus van Oostenrijk.

Van 1615-1621 werd de stad door de Spaansgezinden voorzien van de uitgebreide vestingwerken die ook tegenwoordig nog te zien zijn. Tijdens de slag bij Hulst in 1640 kwam Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz om het leven. Het lukte de Staatsen toen niet om Hulst in te nemen. In 1645 belegerden de Staatsen onder leiding van prins Frederik Hendrik van Oranje de stad Hulst en het Hulster Ambacht opnieuw. Ze heroverden deze op de Spanjaarden. Onder zijn bewind was handel op de Westerschelde verboden en verloor Hulst zijn betekenis als handelsstad. Hulst maakte tot 1648 (Vrede van Münster) met de rest van Staats-Vlaanderen (Zeeuws-Vlaanderen) formeel deel uit van het Graafschap Vlaanderen en was een dochterstad van Gent.

Verschillende abdijen hadden in Hulst een Refugiehuis, waaronder de Abdij van Boudelo, de Abdij van Cambron en die van Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen.

De vesting bleek in 1702, verdedigd door Isidro de la Cueva y Benavides en George Prosper Verboom, de Franse troepen te kunnen weerstaan, maar in 1747 kwam ze alsnog in Franse handen, hetgeen in januari 1749 als uitvloeisel van de Vrede van Aken (1748) werd beëindigd. De Fransen veroverden de stad opnieuw in 1792.

In 1795 werd de haven opgeheven: het Hellegat was verzand en wat er van over was werd ingepolderd. Bebouwing buiten de vestinggordel was vooralsnog niet toegestaan, doch in 1816 werd de vesting opgeheven.

Toen in 1830 België onafhankelijk werd van Nederland, hebben Franse en Belgische militairen onder Ernest Grégoire en Louis-Adolphe de Pontécoulant geprobeerd om Zeeuws-Vlaanderen te veroveren. Bij de katholieke delen van Zeeuws-Vlaanderen kreeg de opstand ook weerklank.Pieter Prins, Want wat zoekt de Belg anders dan uwe … verbanning? Zeeuws-Vlaamse steden en dorpen tijdens de Belgische Opstand 1830-1831, Masterthesis Geschiedenis, Universiteit Leiden, 2013. Gearchiveerd op 3 april 2023. Bij de wapenstilstand in november 1830 werden de provinciegrenzen als scheidslijn gebruikt, daarna was alleen Hulst nog in handen van de Belgen, tot 11 januari 1831.Anne Dodoens, Liek Mulder, Tiendaagse Veldtocht: Burgeroorlog in het Koninkrijk der Nederlanden 1830-1839, 2018. Gearchiveerd op 3 augustus 2023. Hulst werd door de Belgische regering toebedeeld aan het arrondissement Dendermonde (provincie Oost-Vlaanderen).Arrêté n° 8 qui place la ville et le canton de Hulst sous la juridiction des autorités judiciaires et administratives de l'arrondissement et du district de Termonde / Besluyt n° 8 welk de stad en het kanton van Hulst tydelyk onder het geregtelyk en administratief ressort van Dendermonde stelt - 8 januari 1831, Bulletin officiel des arrêtés et actes du Gouvernement provisoire et des décrets du Congrès national de la Belgique tome 3, n° 4, p. 38

In 1845 werd de vesting aangekocht door de stad, en ze bleef intact. Pas ná 1860 begon er enige bebouwing buiten de vestinggordel te ontstaan. Ook kwam er in 1871 een spoorwegstation, dat echter in 1952 werd opgeheven. In 1861 kwam er een Liefdesgesticht nabij het refugiehuis van de Abdij van Baudeloo. Dit werd in 1968 afgebroken. Pas vanaf omstreeks 1920 was er sprake van uitbreidingsplannen buiten de vestinggordel.

Hulst werd op 20 september 1944 bevrijd door de Poolse 1e Pantserdivisie. Hierbij verloor de Sint-Willibrordusbasiliek haar torenspits. Deze werd later door een betonnen bouwsel vervangen. Stemvorken omringen de klokken en bovenaan staan engelen naar het kruisbeeld gekeerd.

Sedertdien is Hulst sterk uitgebreid. Ook het grondgebied van de gemeente Hulst werd uitgebreid, door de herindelingen van 1970 en 2003.

Kloosters Hoewel Hulst van 1448 tot 1645 een minderbroedersklooster heeft gekend, duurde het tot eind 19e eeuw voor er op dit gebied weer activiteiten werden ontplooid.

De Paters Maristen kwamen oorspronkelijk uit Frankrijk, waar ze in 1902 ten gevolge van de seculariseringspolitiek moesten vertrekken. Aanvankelijk trokken ze naar een huis in Differt, waar een juvenaat werd opgericht. Het huis werd al snel te klein en men vestigde zich in 1909 te Hulst. Aan de Carmelweg 2 werd in 1910 een gebouw opgericht, ontworpen door Otto Aloys. De apostolische school, die missionarissen opleidde, werd in 1967 stopgezet en is tegenwoordig een reguliere school. In de kapel bevinden zich kruiswegstaties en wandschilderingen van Frans Loots, uit 1920-1921. De laatste verbeelden episoden uit het leven van de missionaris Pierre Chanel. De gebrandschilderde ramen zijn uit het atelier van Joep Nicolas. De Ongeschoeide Karmelietessen stichtten in 1935 een klooster in Hulst. In 1992 werd dit gesloopt.

Bezienswaardigheden De stad Hulst zelf is een beschermd stadsgezicht en daarmee een van de zeventien beschermde stads- en dorpsgezichten in Zeeland. De stad telt 68 rijksmonumenten, zie lijst van rijksmonumenten in Hulst.

525px

Kaart van het oude centrum van Hulst.

De Sint-Willibrordusbasiliek werd in de 15e eeuw gebouwd maar pas in 1535 opgeleverd. Bij de inname van Hulst door de Staatsen, in 1645, werd de kerk protestants, sinds de Franse tijd werd de kerk gedeeld met de rooms-katholieken. Sinds 1930 is het weer een rooms-katholieke kerk en werd het een basiliek. Kenmerkend is de betonnen torenspits die erop gezet werd in de jaren 50 nadat de vorige in de Tweede Wereldoorlog vernield werd.

De Protestantse kerk, aan Houtmarkt 11, werd in 1930 ingewijd. Ze verving de Willibrordusbasiliek, die terug naar de katholieken overging. Delen van het interieur van de toenmalige Willibrordusbasiliek, te weten de kansel uit het midden van de 17e eeuw, de herenbank, kroonluchters en koorhekken, verhuisden mee. Het orgel stamt uit 1971 en werd vervaardigd door de firma Fama & Raadgever. Het is een bakstenen gebouw in expressionistische stijl, voorzien van een slanke toren met zadeldak, en ontworpen door A.P. Wisse. Refugium Ten Duinen, aan de Steenstraat 28, was het refugiehuis van de Abdij Ten Duinen. Het werd in de 2e helft van de 16e eeuw gebouwd en verving een eerder refugiehuis dat zich aan de Potterstraat bevond. Het is een hoog huis, dat onderkelderd is. In 1645 verloor het zijn religieuze functie en werd het meestal Princehof genoemd. Omstreeks 1800 was er een jeneverstokerij gevestigd in het gebouw. Van 1979 tot 2022 bevond er zich de voorloper van Museum Hulst. De gepleisterde gevel is aangebracht in 1860. Refugiehuis van Cambron, aan Steenstraat 14, was het refugiehuis van de Abdij van Cambron. De abdij kocht het pand in 1562, voordien was men aan de Overdamstraat gevestigd. Omstreeks 1790 werd een deuromlijsting in Lodewijk XVI-stijl aangebracht. Begin 19e eeuw woonde burgemeester Pierssens er, en vanaf begin 20e eeuw zijn er winkels in het gebouw. Refugiehuis Baudeloo, aan Baudeloo 20, was het refugiehuis van de Abdij van Boudelo. Het is een L-vormig pand met trapgevels en een achtkantig traptorentje in de binnenhoek. Het werd gebouwd in het derde kwart van de 15e eeuw. In 1584 werd het een hospitaal. Van einde 17e eeuw tot 1832 was het in handen van de familie Von Raden. Van 1861 tot 1987 was het een Liefdesgesticht, waarna het een muziekschool werd. Het voormalig Sint-Elisabethgasthuis, aan de Gentsestraat 18-24, werd in de 16e eeuw gebouwd en na 1645 tot vier woonhuizen verbouwd. Ze zijn later diverse malen gewijzigd, zo heeft nummer 20 een winkelpui uit 1895. Het Stadhuis van Hulst is gebouwd in gotische stijl. In het stadhuis zijn veel schilderijen, oude kaarten en gravures tentoongesteld, waaronder een werk van Jacob Jordaens. Het voormalige Gouvernementshuis, aan Markt 24, is een breed pand dat voorheen De Rijkenborch heette en oorspronkelijk gebouwd was voor het kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Kortrijk. Na 1645 werd het pand verbouwd en zetelde de gouverneur, Hendrik van Nassau-Siegen, in dit huis. Begin 19e eeuw kwam de familie Seyditz er wonen en werd het huis in 1840 opnieuw sterk gewijzigd. In 1973 werd het een bankgebouw, om in 1990 te worden gerestaureerd. De onderkeldering en de zijtrapgevels herinneren nog aan de middeleeuwse oorsprong van dit huis. Het Landshuis, aan Steenstraat 36, was oorspronkelijk het Landthuys van het Hulster Ambacht, dat in 1576 werd gebouwd, maar in 1596 verwoest. In 1655 werd een nieuw landhuis gebouwd. Omstreeks 1730 werd het verbouwd in Lodewijk XIV-stijl. In de Franse tijd werden de wapens van het ambacht en de Generaliteit boven de ingang weggehakt. Het gebouw was daarna als kantongerecht in gebruik en bezat ook een cachot. In 1977-1978 werd het huis gerestaureerd. Sinds 2022 is het Museum Hulst erin gevestigd.PZC. Gearchiveerd op 19 april 2023. Hulst kent een aantal interessante woonhuizen. Veel van deze huizen zijn verbouwd in later tijd, maar vooral het pand Steenstraat 3, uit 1640, toont nog een natuurstenen trapgevel en een gevelsteen waarop een molen staat afgebeeld. De Stadspomp is een hardstenen pomp uit het midden van de 18e eeuw.