thumb|Ontmaskering van christenen door het trappen op een fumie] (ca 1870) thumb|Een fumie van Jezus (Nationaal museum van Tokio) Een fumie of fumi-e (Japans: 踏み絵, trapprent, samenstelling van fumi [vertrappen] en -e [afbeelding]) was een afbeelding van Jezus of Maria waarop, in opdracht van de religieuze autoriteiten van het Tokugawa-shogunaat van Japan, een van het christelijk geloof verdachte Japanner moest trappen om te bewijzen dat hij geen lid was van deze verboden religie.

Het christendom werd aanvankelijk welwillend ontvangen door Toyotomi Hideyoshi (1537–1598), die Japan verenigde. Die gunst was echter van korte duur. Al in 1597 werden zesentwintig Japanse en buitenlandse christenen vanuit Kyoto overgebracht naar Nagasaki, waar zij werden gekruisigd op de heuvel Nishizaka.

Onder het daaropvolgende Tokugawa-shogunaat bleef de christenvervolging aanvankelijk nog sporadisch. Maar in 1614 werd een wet uitgevaardigd die het christendom verbood, en vijftien jaar later, in 1629, voerde de overheid de fumie in. Wie aarzelde of weigerde om op de fumie te trappen, werd ontmaskerd als katholiek en naar Nagasaki gestuurd, waar men probeerde hem van zijn geloof af te brengen. Wie volhardde, werd gemarteld; wie ook dan nog weigerde te herroepen, werd gedood.

Het trappen op een heilige afbeelding was als test effectief omdat christelijke opvattingen over de heiligheid van afbeeldingen werden gecombineerd met Japanse noties van verontreiniging en onreinheid die met voeten worden geassocieerd. De fumies waren doorgaans uit steen gehouwen, al bestonden er ook geschilderde exemplaren en houtdrukken. Ze zijn een mengvorm van Europese christelijke kunsttradities, de stijl van Jezuïetenstudenten in Japan, boeddhistische iconografie en nanban-kunst, en getuigen van een hoog artistiek vakmanschap uit de Edoperiode. Er zijn er maar weinig bewaard gebleven, omdat de meeste werden weggegooid of voor andere doeleinden hergebruikt.

Het christendom in Japan ontving zijn definitieve nekslag in 1637, toen circa 37.000 boeren — onder wie veel christenen — in opstand kwamen in Shimabara. Dit overtuigde het Tokugawa-regime ervan dat het christendom een staatsvijandige godsdienst was, en de opstand leidde tot de volledige verdrijving van alle Europeanen. Uitzondering werd gemaakt voor de Vereenigde Oostindische Compagnie, die haar handelsactiviteiten mocht voortzetten vanuit Dejima, een klein kunstmatig eiland in de haven van Nagasaki.

De fumie-praktijk werd op 13 april 1856 officieel afgeschaft in de havensteden die openstonden voor buitenlanders. Elders bleef zij echter van kracht totdat in 1873 het verbod op het christendom in Japan definitief werd opgeheven.

Zie ook Katholieke Kerk in Japan

Categorie:Katholicisme in Japan