thumb|Eenieder is gelijk voor de wet. Nederlandse grondwet, Artikel II-20. Citaat op muur in gebouw Raad van State, Den Haag, mei 2017
Een Nederlandse wet in formele zin is een besluit dat tot stand komt volgens de procedure van artikelen 81 tot en met 88 van de Grondwet,Jaarverslag 2013 Raad van State jaarverslag.raadvanstate.nl (gearchiveerd) wat betekent dat het een besluit is van de regering en de Staten-Generaal samen. De regering wordt gevormd door de Koning en de ministers (art. 42 Grondwet), terwijl de Staten-Generaal (het parlement) bestaat uit de Tweede en de Eerste Kamer. Gezamenlijk worden die de formele wetgever genoemd. Er is dus geen strikte scheiding tussen wetgevende en uitvoerende macht.
Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden geeft regels omtrent het proces van de totstandkoming en afkondiging van rijksregelgeving. Deze rijkswetten gelden voor de vier landen van het Koninkrijk: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Door beide Kamers aangenomen wetsvoorstellen (in formele zin) die door de Koning zijn bekrachtigd, worden gepubliceerd in het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. Voor de andere landen van het Koninkrijk ook in het publicatieblad van die landen. Pas na deze bekendmaking kan een wet in werking treden.
Wetten in formele zin zijn te onderscheiden in: De Grondwet. Dat is een bijzondere wet die volgens een speciale procedure wordt gewijzigd (zie herziening van de Grondwet). Rijkswetten, die gelden voor het hele Koninkrijk der Nederlanden (voorbeeld: de Rijkswet op het Nederlanderschap) wetten voor (heel) Nederland (voorbeeld: de Kieswet). wetten voor het Europese deel van Nederland (voorbeeld: de Winkeltijdenwet). wetten voor de BES-eilanden (voorbeeld: de Wet winkelsluiting BES)
De term wet in materiële zin betekent, afhankelijk van de gehanteerde definities, min of meer hetzelfde als algemeen verbindend voorschrift. Hieronder wordt met "wet" een wet in formele zin bedoeld.
Vorm Een kenmerkende eigenschap van Nederlandse wetten is dat ze altijd uitgaan van de Koning, zelfs als het initiatief van de wet vanuit de Tweede Kamer komt. Hoewel artikel 81 van de Grondwet bepaalt dat wetten worden vastgesteld door de regering en Staten-Generaal gezamenlijk, gaat het afkondigingsformulier, zoals bepaald in artikel XIX, uit van een Koning die wetten goedvindt en verstaat met gemeen overleg der Staten-Generaal.
Daarom wordt in Nederlandse wetten aan de Koning gerefereerd met "Ons" of "Wij" in plaats van "de Koning", zoals in België of "Her Majesty", zoals in het Verenigd Koninkrijk. Tegenwoordig wordt deze praktijk minder consequent toegepast. Zo is in de Provinciewet "onze commissaris" gewijzigd in "de commissaris van de koning", ook worden personen steeds vaker "bij koninklijk besluit" benoemd in plaats van "door Ons". "Onze minister" daarentegen wordt nog altijd wel in nieuwe wetten gebruikt. (Zie hiervoor aanwijzing 3.23 Aanwijzingen voor de regelgeving).
Afkondigingsformulier Hoofdstuk 4 (Bijzondere bestanddelen van regelingen) van de Aanwijzingen voor de regelgeving bepaalt onder meer:
Wetten worden voorzien van een opschrift:
Wet van ... (datum) tot ...
of
Wet van ..., (datum) houdende ...
met op de puntjes aan het eind het opschrift van het wetsvoorstel, waarbij de eerste letter van dat opschrift, als het eerste woord geen eigennaam is, een kleine letter wordt. Indien aan een regeling een citeertitel wordt gegeven, wordt deze aan het slot van het opschrift tussen haakjes vermeld. Het opschrift van een wetsvoorstel is bijvoorbeeld Regels omtrent de instelling van de Autoriteit Consument en Markt (Instellingswet Autoriteit Consument en Markt)Kamerstuk zoek.officielebekendmakingen.nl, en het opschrift in het Staatsblad van de uiteindelijke wet Wet van 28 februari 2013, houdende regels omtrent de instelling van de Autoriteit Consument en Markt (Instellingswet Autoriteit Consument en Markt)Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden zoek.officielebekendmakingen.nl ('regels' in plaats van 'Regels').
Voor de aanhef van een wet wordt op grond van Additioneel artikel XIX van de Grondwet het volgende model gebruikt:
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ...... (considerans);Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
(zie ook preambule).
Het slotformulier luidt:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
en de ondertekening bij een wetsvoorstel:
Gegeven (datum) De Minister/Staatssecretaris van ... (departement), ... (naam).
en bij een wet:
Gegeven te (plaats), (datum) Willem-Alexander
De Minister/Staatssecretaris van ... (departement),... (naam).
Uitgegeven de ... (datum met dag van de maand in letters)
De Minister van Veiligheid en Justitie, ... (naam).
Vergelijk het model van een Koninklijk Besluit.
Wetboek en boek Soms wordt een wet een wetboek genoemd: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, bestaande uit vier boeken Wetboek van Koophandel (Nederland), bestaande uit twee boeken Wetboek van Strafrecht (Nederland), bestaande uit drie boeken Wetboek van Strafvordering (Nederland), bestaande uit zes boeken
Verder is er het Burgerlijk Wetboek, dat bestaat uit tien boeken (1 t/m 7, 7a, 8 en 10), die elk de vorm van een wet hebben.
De Grondwet bepaalt hierover De wet regelt het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht in algemene wetboeken, behoudens de bevoegdheid tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten. Het Wetboek van Strafvordering wordt over een aantal jaar vervangen door een nieuw Wetboek (Zie bijv. Kamerstuk 36327, nr. 2)
Totstandkoming De meeste wetten worden gemaakt omdat er een probleem is dat om een oplossing van de overheid vraagt. Allerlei personen en instanties kunnen ertoe bijdragen dat een onderwerp zoals dat heet 'op de politieke agenda wordt geplaatst'. Bijvoorbeeld politieke partijen, burgers, belangengroepen, media, deskundigen binnen of buiten de overheid, alsmede de bewindslieden zelf. In toenemende mate verplichten richtlijnen en verordeningen van de Europese Unie tot nieuw beleid.
Op sommige beleidsterreinen speelt wetgeving geen grote rol (bijvoorbeeld bij buitenlandse betrekkingen), op andere beleidsterreinen juist wel (strafrecht, belastingen, sociale zekerheid). Bij belangrijke beleidswijzigingen waarover geen wetgeving nodig is wordt een beleidsnota opgesteld ten behoeve van de Tweede Kamer.
In artikel 15, eerste lid, van het Statuut is bepaald dat de Koning een ontwerp van rijkswet gelijktijdig met de indiening bij de Staten-Generaal aan de vertegenwoordigende lichamen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten zendt. Artikel 22, eerste lid, van het Statuut geeft regels voor de afkondiging van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur. Een nadere uitwerking van artikel 22 van het Statuut is gegeven in de Reglementen voor de Gouverneurs.
Wetsvoorstel en initiatief-wetsvoorstel Voordat een wetsvoorstel wordt geschreven, wordt vaak nagegaan wat er aan kennis en opvattingen over het te formuleren beleid in de maatschappij leeft. Zo kan aan onderzoeksinstellingen binnen of buiten de overheid onderzoek worden opgedragen. De betreffende minister of staatssecretaris geeft dan aan een of meer wetgevingsjuristen opdracht om het wetsvoorstel te schrijven.
Aan vaste of tijdelijke adviescolleges kan advies worden gevraagd (zij kunnen ook ongevraagd advies uitbrengen). Er kan overleg worden gevoerd met bepaalde belangengroepen (waarvoor soms vaste overlegorganen bestaan) en er kan een meer algemene publieke discussie plaatsvinden.
Vaak is er een internetconsultatie. Dan wordt een concept van een wetsvoorstel, AMvB of ministeriële regeling op internet gepubliceerd, waarna organisaties en individuen via internet kunnen reageren. De reacties zijn openbaar, voor zover men bij het reageren heeft aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben. Vervolgens wordt er een rapport gepubliceerd over de consultatie, met een samenvatting van de bijdragen en een reactie daarop. Als er een wetsvoorstel komt, is dit rapport een paragraaf in de Memorie van toelichting.
Het initiatief voor een wetsvoorstel gaat meestal uit van de regering (afhankelijk van de reikwijdte van het onderwerp een of meer ministers). Het kan echter ook uitgaan van een of meer leden van de Tweede Kamer. Als een wetsvoorstel op voorstel van een of meer leden van de Tweede Kamer wordt ingediend, wordt gesproken van een initiatiefwetsvoorstel. Het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer ondersteunt de initiatiefnemers bij het schrijven van het voorstel door te kijken of de teksten juridisch juist zijn en of er ook staat wat met het initiatief bedoeld wordt. Vaak schrijven de medewerkers van het Bureau Wetgeving de tekst zelf of - mits met toestemming van de betrokken minister - wordt het op verzoek van een Kamerlid opgesteld door een wetgevingsjurist van het ministerie die het onderwerp in het pakket heeft. Het betrokken Kamerlid verdedigt in dat geval zelf het wetsvoorstel.
Ontwerp Als een minister een bepaald onderwerp wil regelen, geeft hij de ambtenaren op zijn departement opdracht om een wetsvoorstel te maken. (Duur: weken, maanden en soms zelfs jaren). Het begint met overleg met het "veld", allerlei instanties en betrokkenen bij het onderwerp. Dan gaat een wetgevingsjurist een tekst schrijven met behulp van de Aanwijzingen voor de regelgeving.Aanwijzingen voor de regelgeving In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij onderwerpen die technisch of gecompliceerd zijn, wordt dat ontwerp wetsvoorstel gepubliceerd en worden burgers en organisaties uitgenodigd een reactie te geven. Als er verplichte adviesorganen zijn wordt daar overleg mee gepleegd en hun advies gevraagd. Dan worden ook de uitvoeringstoetsen gedaan. De hele procedure van wetgeving is beschreven in het Draaiboek voor de regelgeving.Draaiboek voor de regelgeving - kcbr.nl (Kenniscentrum voor beleid en regelgeving)
Na deze voorbereidingen overlegt de verantwoordelijke minister met zijn collega's. Dit interdepartementaal overleg moet in elk geval met Justitie en Financiën (Duur: meestal een paar maanden).
Ministerraad Het wetsvoorstel wordt besproken in de ministerraad (Duur: als alles meezit, in totaal circa een maand). Er zijn drie stadia: ambtelijk voorportaal (met hoge ambtenaren zoals DG's). onderraad ministerraad (met aantal bij het onderwerp direct/indirect betrokken ministers) Over eventuele geschilpunten die in ambtelijk overleg niet konden worden opgelost, moet dan worden beslist. Dat gebeurt eerst in een van de vaste onderraden van de ministerraad en zo nodig daarna in de ministerraad zelf. ministerraad (met alle ministers).
Afdeling advisering van de Raad van State