thumb|Monument Ode aan Marten Toonder ter gelegenheid van zijn 90e verjaardag in 2002 in Rotterdam thumb|Grafmonument met de namen Marten Toonder, Jan Gerhard Toonder, Phiny Dick, Onno Marten Toonder, Maria Louise Toonder, Jeannette Swan Tjin Toonder Boler, Tera de Marez Oyens. Het graf bevindt zich op de kleinere van twee begraafplaatsen aan "The Grove" in de wijk Redford te Greystones, Ierland (ten noorden van de grotere begraafplaats, beide met de naam Redford Cemetery). Marten Toonder (Rotterdam, 2 mei 1912 – Laren, 27 juli 2005) was een Nederlands stripauteur. Hij was de oprichter van de Toonder Studio's. Hij kreeg bekendheid als schrijver en tekenaar van Olivier B. Bommel en Tom Poes. Hij was de broer van schrijver Jan Gerhard Toonder.

Biografie Marten Toonder junior werd geboren te Rotterdam. Zijn ouders, te weten Marten Toonder senior en Trientje Huizinga, kwamen uit Groningen. Nadat zijn ouders trouwden, verhuisden ze in 1912 naar Rotterdam waar Marten Toonder senior werk vond als stuurman op de grote vaart. Twee jaar later werd zijn broer Jan Gerhard geboren.

Toonder maakte kennis met strips door de comics die zijn vader, die zeekapitein was, uit de Verenigde Staten van Amerika meenam. Senior en bewerkt door (1954) Klei en zout water. Eerste druk. De Bezige Bij. Amsterdam.

Kort na de Eerste Wereldoorlog vestigde het gezin Toonder zich in Scheveningen. De gedachte van Martens moeder was dat als zij dicht bij zee zouden wonen, dit gemakkelijker voor haar man zou zijn, maar Martens vader voelde zich als man van de grote vaart niet thuis in het vissersdorp. Op de toen zesjarige Marten hadden echter het strand en de buitenlandse bezoekers met hun eigen gewoonten en tradities en die uit voor hem verre oorden kwamen, grote indruk gemaakt. In de verhalen van heer Bommel, Tom Poes, kapitein Wal Rus en Kappie bracht hij die later tot uiting.

Na zijn eindexamen H.B.S. maakte hij als beloning een zeereis naar Argentinië, waar hij in 1931 Jim Davis, de assistent van Disney-striptekenaar Dante Quinterno, ontmoette, die hem inspireerde om zelf ook strips te gaan tekenen.Toonder legt het latere misverstand zelf uit in zijn autobiografie getiteld Vroeger was de aarde plat (autobiografie deel I, 1912-1939) (1992) op de pagina's 109-117. Hij heeft de Amerikaan Jim Davis in Buenos Aires ontmoet, die samenwerkte met Dante Quinterno. Hiervoor ging hij naar de Rotterdamse academie, maar die verliet hij al snel weer.

In 1935 trouwde hij met Afine Kornélie Dik, oorspronkelijk een buurmeisje uit zijn jeugd, die onder de naam Phiny Dick zelf strips en kinderboeken heeft getekend en geschreven. Ook maakte ze teksten bij de tekeningen van haar man voor de strip Kappie. In 1936 werd zoon Eiso Toonder geboren.

Toonder richtte Toonder Studio's op, een bedrijf dat een afsplitsing was van Toonder-Geesink productie. Het bedrijf richtte zich in eerste instantie op het uitbrengen van stripverhalen, maar begaf zich later ook op het gebied van reclame en tekenfilms.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werkte Toonder voor De Telegraaf en werd hij lid van de Nederlandsche Kultuurkamer. Hoewel hij na de oorlog werd veroordeeld voor collaboratie,OVT: Marten Toonder, 30 december 2012. Gearchiveerd op 23 januari 2013. was hij naar eigen zeggen een "verzetsman". Toonders verweer tegen de aanklacht van collaboratie door publicatie in de Duitsgezinde Telegraaf en het sluiten van een contract met de UFA in Berlijn was, dat hij zijn tekenaars beschermde en een dekmantel voor illegale activiteiten verschafte. Toonders verzetswerk werd pas na 1944 substantieel. Hij tekende anti-Duitse spotprenten in het verzetsblad "Metro" en vervalste Duitse stempels. De Toonderstudio's waren ook betrokken bij het opzetten van een illegale drukkerij in Amsterdam. (2012) Marten Toonder. Biografie Op 22 oktober 1982 ontving hij uit handen van Dick van Veen het Verzetsherdenkingskruis.

In 1965 verhuisde Toonder met zijn vrouw naar Greystones, in Ierland, om zich geheel te wijden aan het striptekenen. Hij merkte tot zijn verbazing dat het Ierse landschap erg leek op dat wat hij al jaren in zijn Bommel-strips had getekend.

Phiny Dick overleed in 1990. In 1996 hertrouwde Toonder met de componiste Tera de Marez Oyens, die later dat jaar overleed aan een ongeneeslijke ziekte. In 2001 verhuisde Toonder terug naar Nederland. Sindsdien woonde hij in het Rosa Spier Huis te Laren.

Toonder overleed op 93-jarige leeftijd in zijn slaap. Zijn as werd bijgezet in het familiegraf op de Redford Cemetery van Greystones.NOVA – detail – Uitzendingen

Onderscheidingen Toonder was Officier in de Orde van Oranje-Nassau en drager van het Verzetsherdenkingskruis. Hij is onderscheiden met de Wolfert van Borselenpenning van de stad Rotterdam. Hij was Officier in de Orde van Verdienste "Pro Merito Melitense" van de Soevereine Militaire Hospitaalorde van Sint-Jan van Jeruzalem, Rhodos en Malta. Deze laatste onderscheiding ontving hij op voordracht van de Ierse afdeling van deze hospitaalorde. Toonder had anoniem een ambulance geschonken.

Werken thumb|Toondermonument Rotterdam (detail). Uitgebeeld zijn professor Sickbock en de markies de Canteclaer. Toonders eerste strips verschenen in 1933. Zo tekende hij de strip Bram Ibrahim en werkte hij vanaf dat jaar als tekenaar voor de drukkerij-uitgeverij Nederlandse Rotogravure Maatschappij in Leiden, waarvoor hij talloze strips en illustraties voor diverse bladen maakte.

Vanaf 1941 verschenen in De Telegraaf de stripromans die Toonder het meest bekend hebben gemaakt, met als hoofdpersonen Tom Poes en Heer Bommel. De striproman heeft een eigen, karakteristiek formaat: in de krant als twee kolommen tekst met daarboven drie plaatjes, soms slechts twee bredere, zonder tekstballonnen. Hierdoor wordt de aandacht bij de plaatjes niet afgeleid door tekstballonnen en krijgt de tekst een eigen leven. Dit was een eis van toenmalig hoofdredacteur J.C. Fraenkel van de Telegraaf. Volgens Umberto Eco in zijn roman De mysterieuze vlam van koningin Loana, pagina 215, was het vervangen van tekstballonnen door ondertiteling Duits staand beleid als onderdeel van de oorlog tussen Duitsland en de USA.

Er zijn 177 Bommelverhalen als striproman verschenen, waarvan later meerdere keren selecties werden uitgebracht in boekvorm. Ze worden meestal aangeduid met de term "Bommelsaga" (2005) Marten Toonder 02-05-1912 27-07-2005. Marten Toonder Verzamelaars Club & De Bommelzolder of de "dagbladstrips". De reeks werd afgesloten met het verhaal Het einde van eindeloos, dat in 1985-1986 verscheen. In de boekuitgaven werd de tekst niet meer in kolommen afgedrukt. In veel boekuitgaven werden de plaatjes sterk verkleind weergegeven, wat afbreuk deed aan de gedetailleerde tekeningen.

Daarnaast zijn ook verhalen verschenen als ballonstrip in onder andere stripweekblad Donald Duck. Deze waren echter grotendeels door medewerkers van de Toonder Studio's geschreven en worden daarom meestal niet tot het "echte" Toonderwerk gerekend.

De beste verhalen kenmerken zich door subtiele humor, ironie en een min of meer verborgen maatschappijkritiek (bijvoorbeeld in de verhalen De Bovenbazen, Het monster Trotteldrom, Het huilen van Urgje, Het nieuwe denken en De bevrijding van Sollidee). Ook kennen ze een bijzonder taalgebruik. Woorden als denkraam en minkukel werden ook buiten de strips van Toonder bekend.

Toonder heeft niet alle Bommelverhalen zelf kunnen tekenen en hij heeft ook niet alle teksten geschreven. Ook als hij door tijdsdruk en gezondheidsproblemen met ogen, pols en overbelaste rechterhand het tekenen van de Bommelsaga aan medewerkers moest overlaten was hij zo dicht mogelijk betrokken bij het verloop van het verhaal. Hij wilde waar en wanneer mogelijk ook steeds de tekeningen corrigeren. Het tekenen van achtergronden en het voor de kwaliteit zo belangrijke "inkten" van de oorspronkelijke potloodtekeningen werd vaak uitgevoerd door medewerkers die daarvoor van Marten Toonder geen erkenning en weinig salaris kregen. Toonder bezat het auteursrecht van de figuren en liet anderen niet in zijn roem delen.

In Oisterwijk heeft van 1955 tot 1959 een miniatuur-Rommeldam bestaan, waaraan ook Toonder heeft meegewerkt.

Een aantal van de Bommelverhalen zijn als tekenfilm uitgebracht, maar deze waren niet erg succesvol. De tekenfilms hadden wel de grollen, maar misten de subtielere humor die uit de verhalen spreekt. Een mogelijke uitzondering is de film Als je begrijpt wat ik bedoel. Deze kreeg een compliment van Walt Disney en Warner Bros. Toonder zelf was echter niet onverdeeld gelukkig met de film. (2008) Een heer vertelt Synthese Uitgeverij b.v. De film zou te veel het karakter van een slapstick gekregen hebben.Hollands glorie. Als je begrijpt wat ik bedoel. Filmdomein. Gearchiveerd op 1 februari 2023.

Andere stripreeksen van de hand van Toonder, met name van de Toonder Studio's, zijn: Panda, met zijn tegenspeler, de gentleman-oplichter Joris Goedbloed (die ook in 5 Bommelverhalen optrad) Koning Hollewijn Kappie

Juni 2017 verscheen een detective met als titel "Tim MacNab zoekt kopij". Het manuscript uit 1937 werd ontdekt in het Literatuurmuseum, waar de originele getekende strips zijn ondergebracht.

Op 1 november 2019 verscheen Het geheim van Marten Toonder, een gelimiteerde, bibliofiele uitgave van werk uit Toonders nalatenschap. (2019) De kunstenaar Marten Toonder: ‘Zo kenden we hem nog helemaal niet’, Het Parool, 1 november 2019. Gearchiveerd op 27 november 2022.

Over Toonders werk In december 2005 verscheen het boek met dvd De Tao van Toonder van Frank van Hartingsveld bij Uitgeverij Panda. In dit boek wordt de levensfilosofie van Toonder uiteen gezet aan de hand van zijn uitspraken in interviews. Na een geschil over auteursrechten werd in 2006 tijdelijk een rechterlijk verkoopverbod van kracht voor De Tao van Toonder.

Uitgeverij Panda heeft van 1990 tot 2002 ook de enige en laatste, gecorrigeerde, aangevulde en geautoriseerde volledige versie van de dagbladpublicaties uitgebracht onder de titel Heer Bommel. Volledige werken. De dagbladpublicaties. Toonder geeft daarin ook kort commentaar op zijn eigen verhalen.

In december 2007 verscheen een studie naar occulte invloeden in het werk van Toonder, Heer Bommel en het para-abnormale, over de magie in de Bommelsaga, van de hand van Willem Venerius. De schrijver kreeg hiervoor de medewerking van Eiso Toonder, de oudste zoon van Marten Toonder.

Taal thumb|Toonders handafdrukken in de Walk of Fame te Rotterdam Het taalgebruik van Toonder wordt gekenmerkt zowel door archaïsmen als door neologismen, door ironie, het gebruik van hyperbolen, komische namen, het gebruik van clichés door vaste stripfiguren, het gebruik van kromme taal door bijvoorbeeld professor Prlwytzkofsky en het gebruik van 'valse beeldspraak'. (1973) Inleiding. in: De bovenbazen. DAR Pockets. De Bezige Bij. Amsterdam. (1975) Heer Bommel en de functie van ironie. Uitgeverij Panda. 's Gravenhage.

Veel van de zegswijzen uit de verhalen zijn mettertijd deel geworden van de Nederlandse taal.Profiel: Bommel; Begrippen, NRC, 2 april 1998

Enkele van de meest gebruikte neologismen zijn: bovenbaas, denkraam, grootgrutter, minkukel en zielknijper. Nieuwe uitdrukkingen zijn onder andere: kommer en kwel als je begrijpt wat ik bedoel een eenvoudige doch voedzame maaltijd verzin een list!

Eerbetoon thumb|Bij de uitreiking van de Marten Toonder-Geertjan Lubberhuizenprijs 1986 In 1992 ontving Toonder als 80-jarige de Tollensprijs voor zijn hele oeuvre.

Op 21 oktober 1995 werd Toonder als groot schrijver en vooral vanwege zijn bijzondere taalgebruik, het erelidmaatschap door het Genootschap Onze Taal toegekend. Bij deze gelegenheid werd als hommage een bundel met het Bommellexicon gepubliceerd. (samensteller) (1995) Als u begrijpt wat ik bedoel. Genootschap Onze Taal