De gemeente is, na de Rijksoverheid en de Nederlandse provincies, de derde bestuurslaag in het Nederlandse staatsbestel. De inrichting en het bestuur van de gemeenten worden geregeld in de Gemeentewet.

Per 1 januari 2023 zijn er 342 gemeenten in het in Europa gelegen deel van Nederland en drie Caribisch openbare lichamen in Caribisch Nederland, die op vergelijkbare wijze worden bestuurd en als bijzondere gemeenten worden aangeduid. De bestuurlijke organisatie van de gemeente en haar taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in de gemeentewet.

Op Europees niveau vormen de gemeenten de Nederlandse LAU-gebieden.

Geschiedenis Tot en met 1795 kende Nederland, destijds de Republiek, sterk uiteenlopende vormen van lokaal bestuur. Daarin kan een onderscheid worden gemaakt in plaatsen met en zonder stadsrechten. Steden waren min of meer zelfstandig in het aanstellen van bestuurders. Dorpen maakten doorgaans deel uit van een heerlijkheid, waar een heer de dienst uitmaakte. De heer benoemde veelal een schout voor de dagelijkse zaken.

Tijdens de Bataafse Republiek (1795-1806) werden naar Frans voorbeeld dorpen en steden gelijkgesteld in een nieuwe bestuursvorm met de naam gemeente. In de Staatsregeling des Bataafschen Volks van 1 mei 1798 werd bepaald dat deze gemeenten voornamelijk administratieve eenheden waren, met enkel uitvoerende taken; de steden werd hun autonomie ontnomen. In een nieuwe staatsregeling (1801) werd de zelfstandigheid van gemeenten erkend en kregen ze de bevoegdheid zelf het plaatselijke bestuur in te richten.

Toen de Bataafse Republiek overging in het Koninkrijk Holland (1806-1810) werd de inrichting van het gemeentebestuur centraal vastgelegd (1807), in wat feitelijk de eerste Gemeentewet kan worden genoemd. De gemeenten kregen in die periode steeds minder bevoegdheden. Toen Nederland rechtstreeks door Frankrijk werd bestuurd (1810-1813) werden de gemeenten weer gereduceerd tot louter administratieve eenheden. De Franse Gemeentewet van 1811 bepaalde een minimale omvang van 500 inwoners, maar streefde naar een aantal van ongeveer 2.000 inwoners. Omstreeks 1811 vonden de eerste gemeentelijke herindelingen plaats.zie bijvoorbeeld: https://web.archive.org/web/20220713201720/https://samh.nl/images/PDF/Herindeling_gemeenten_samh_1.pdf Ook omvang van het grondgebied werd een criterium voor herindeling.

In het onafhankelijke Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) werd het onderscheid hersteld tussen zelfstandige steden met eigen bestuurlijke rechten, plattelandsgemeenten waarin het bestuur van hogerhand werd benoemd en gemeenten die deel uitmaakten van een ambachtsheerlijkheid. De ambachtsheer benoemde in het laatste geval een deel van de gemeenteraad en kon informeel de keuze van de wethouders beïnvloeden. De gemeentewet van 6 maart 1818 bepaalde dat alle besluiten van steden en gemeenten door de regering moesten worden goedgekeurd.C.W. van der Pot, 'Gemeentelijke bestuursorganisatie 1815-1819', in: Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis 12 (1933), p. 241-309.A.S. de Blécourt, De organisatie der gemeenten gedurende de jaren 1795-1851, Haarlem 1903.

De door Johan Rudolph Thorbecke opgestelde grondwetsherziening van 1848 nam het onderscheid tussen steden en dorpen definitief weg. In de Gemeentewet van 1851, eveneens van de hand van Thorbecke, werd het gemeentebestuur geregeld. De door de welgestelde kiesgerechtigde inwoners te kiezen gemeenteraad werd als hoogste orgaan aangewezen. Het bestuur van iedere gemeente bestond voortaan uit een gemeenteraad, een college van burgemeester en wethouders en een door de koning benoemde burgemeester. Thorbecke verplichtte als nieuwe minimum voor gemeenten een kiezersaantal van 25 (belastingbetalende mannen).

In 1966 werd een nieuwe fase van gemeentelijke herindelingen ingezet met de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening, waarin niet langer de gemeenten centraal stonden, maar de ruimtelijke ordening gericht op het voortsnellende proces van verstedelijking (en de daarmee gepaard gaande problematiek), de economie en sociaal-culturele en technologische aspecten. De verstedelijking had gevolgen voor stedelijke agglomeraties en gewesten, die vaak de gemeentegrenzen overschreden en daarmee voor sommige gemeenten, die samen werden gevoegd, dan wel geannexeerd door stedelijke gemeenten. Begin jaren 1980 werd na veel discussie besloten tot drie bestuurslagen; rijk, provincies en gemeenten. De gewesten werden losgelaten en vervangen door intergemeentelijke samenwerking. Gemeenten moesten daarop groter worden ter versterking van de lokale bestuurslaag. Dit leidde tot een golf van herindelingen en fusies in de jaren 1980 en begin jaren 1990. Deze trend van bestuurlijke samenwerking heeft zich sindsdien doorgezet met steeds grotere gemeenten, maar ook in het ontstaan van plusregio's en andere stadsgewesten, waarin meerdere gemeenten samenwerken.

Verhouding met andere overheden Nederland is een eenheidsstaat. In alle Nederlandse gemeenten wordt een aantal landelijke regels, bijvoorbeeld op het gebied van uitkeringen, milieuwetgeving, burgerlijke stand en dergelijke op eenzelfde manier toegepast. Dit wordt medebewind genoemd. Tegenover medebewind staat het begrip staatsrechtelijke autonomie. Hiermee wordt de bevoegdheid van een gemeentebestuur aangeduid om zaken die de eigen huishouding van de gemeente betreffen te reguleren. Niemand schrijft een gemeente voor aan welke instellingen zij subsidie dient te verstrekken of hoeveel jongerenplekken, ontmoetingscentra etc. in een gemeente dienen te zijn. Dit en nog veel meer onderwerpen behoort allemaal tot de eigen huishouding van de gemeente. In dit verband spreekt men ook van een open huishouding waarmee wordt bedoeld dat de onderwerpen waarmee de gemeente zich kan bemoeien in principe onbeperkt zijn. Er zijn wel enkele grenzen door de wetgever aangegeven. Zo mag een gemeente niet het rijksbeleid doorkruisen. Zij mag zich ook niet bezighouden met zaken die in de privésfeer van burgers liggen. Uiteraard mag zij ook geen wettelijke voorschriften overtreden bij het uitoefenen van de autonome bevoegdheid. Ook mag een gemeente geen inkomenspolitiek bedrijven.

Al geruime tijd hevelt de Rijksoverheid bepaalde taken en bevoegdheden over naar de gemeenten. Deze decentralisatie moet gemeenten meer armslag en verantwoordelijkheden geven. Werden voorheen subsidies vanuit een Haags ministerie aan plaatselijke instellingen verstrekt, tegenwoordig hebben gemeenten een zeer belangrijke vinger in de pap als het gaat om toewijzing van het geld. Aan de andere kant zijn er natuurlijk ook terreinen waar de gemeente zich niet mee bemoeit. Zo is het gemeenten niet toegestaan om een eigen buitenlands beleid te voeren. Ook de omvang en inzet van het defensie-apparaat behoren niet tot de gemeentelijke taken.

Sinds de decentralisaties van 2015 waarbij de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet als medebewind onder de taken van gemeenten vallen, staan de verhoudingen van gemeenten met de Rijksoverheid op spanning. Gemeenten zeggen dat ze niet voldoende geld krijgen van de Rijksoverheid om hun medebewind taken goed uit te kunnen voeren. Vanaf 2022 wordt de term ravijnjaar gebruikt deze disbalans te omschrijven.

Verschillen tussen gemeenten miniatuur|Deze kaart toont de politieke oriëntatie van Nederlandse gemeenten anno 2021, op een schaal van uiterst rechts (0, blauw) tot uiterst links (100, rood). Er zijn grote verschillen tussen gemeenten. Een grote stad, waar veel mensen dicht op elkaar wonen, kent andere problemen en voert een ander beleid dan een dunbevolkte plattelandsgemeente die uit een aantal kleine kernen bestaat. Ambtenaren, gemeenteraadsleden, wethouders en burgemeester zijn er samen verantwoordelijk voor dat de zaken in de gemeente goed lopen.

Verschillen worden ook veroorzaakt door andere voorkeuren van de bevolking die via de gekozen vertegenwoordigers (de gemeenteraadsleden) tot uiting worden gebracht. Kiest men in de ene gemeente voor de uitbouw van een theater, in een naburige gemeente wil men het geld liever besteden aan de verhoging van de leefbaarheid in de oude wijken. Het maken van die keuzes is de voornaamste taak van het gemeentebestuur. Als u inwoner bent van een Nederlandse gemeente heeft u er rechtstreeks invloed op. Niet alleen bij de gemeenteraadsverkiezingen maar ook tussentijds hebben de inwoners van een gemeente mogelijkheden om hun stem te laten horen.

Politiek gezien stemmen, net zoals in veel andere landen, gemeenten op het platteland ook rechtser en conservatiever dan gemeenten met grote steden, waar linkser en progressiever wordt gestemd. Noordoost-Nederland (met name Groningen) en Limburg stemmen ook linkser dan de rest van het land. Rijkere gemeenten stemmen vaak liberaler.

Taken en bevoegdheden alt=Afvalcontainers in gemeente Halderberge. Het inzamelen en verwerken van afval is een taak van de gemeente|miniatuur|Afvalcontainers in gemeente Halderberge. Het inzamelen en verwerken van afval is een taak van de gemeente Hieronder worden enkele taakgebieden beschreven. De opsomming is niet uitputtend.

Stadsontwikkeling Een van de belangrijkste taken van de gemeente is de zorg voor voldoende woonruimte. Om de aanleg van nieuwe woonwijken mogelijk te maken en de ontwikkelingen in bestaande wijken en het buitengebied in de hand te houden maakt het gemeentebestuur structuurplannen en bestemmingsplannen. Voor de inwoners van de gemeente zijn bestemmingsplannen van groot belang, daarin ligt vast wat er met de grond mag gebeuren. Mogen deze inwoners een schuur bij hun huis bouwen, kunnen zij een klein bedrijfje aan huis beginnen, dat zijn zaken die in het bestemmingsplan vastliggen.

Verkeer en vervoer Een ander belangrijk werkterrein voor de gemeente is verkeer. De gemeente maakt plannen voor een goede doorstroming van het verkeer. De gemeenteraad besluit over de aanleg van wegen, parkeerterreinen, woonerven, voetgangerstunnels, fietspaden. Dankzij de Wet milieubeheer heeft de gemeente greep op het milieu. Vervuilende bedrijven kunnen uit woonwijken worden geweerd, de milieupolitie kan optreden tegen mensen die op onjuiste wijze groot vuil aanbieden of gevaarlijke stoffen afvoeren.

Onderwijs De gemeente heeft een verscheidenheid aan taken op onderwijsgebied. De gemeenteraad bestuurt het plaatselijk openbaar onderwijs. Ook voor het bijzonder onderwijs draagt ze de zorg voor voldoende schoolruimte. De ambtenaren die toezien op naleving van de leerplichtwet zijn in dienst van de gemeente. In toenemende mate vormen zaken als gezondheidszorg, welzijn, cultuur, sport en recreatie het werkterrein van de gemeente. De verruiming van de naschoolse opvang en het beheer van een cultureel centrum of een sportpark, het zijn allemaal zaken waarover de gemeenteraad besluiten neemt.

Welzijn en sociale zaken De gemeente heeft ook de zorgplicht voor zijn inwoners op het gebied van welzijn en sociale zaken. Daaronder valt o.m. het uitvoeren van de Participatiewet, IOAW en IOAZ. De betreffende dienst wordt bijvoorbeeld sociale dienst genoemd, of Dienst Werk en Inkomen, of Servicepunt Werk en Inkomen.

UWV en de gemeentelijke sociale diensten worden aangeduid als ketenpartners in de sociale zekerheid. Ze voeren het Algemeen Keten Overleg (AKO). Er is voor wat betreft werklozen samenwerking, en in grotere gemeenten vaak gezamenlijke huisvesting, Werkplein genaamd.