De Nederlandse provincies (of verouderd: provinciën) vormen de bestuurslaag tussen de rijksoverheid en de Nederlandse gemeenten. Het Europese deel van Nederland is verdeeld in twaalf provincies die elk hun eigen volksvertegenwoordiging en bestuur hebben. Deze provincies zijn weer onderverdeeld in 342 gemeenten. De provincies hebben specifieke bevoegdheden en taken zoals ruimtelijke ordening, milieubescherming en cultuur. Daarnaast houden ze toezicht op de gemeenten en spelen ze op veel gebieden een coördinerende rol in samenwerking met gemeenten, andere instanties en particuliere organisaties. Op Europees niveau vormen de provincies de Nederlandse NUTS 2-gebieden.
Overzicht VlagProvincieBevolkingPer , CBS Statline, Tabel: Bevolkingsontwikkeling; regio per maand, Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/HeerlenOppervlakte(land+water) in km² Oppervlakte(land) in km²inw./km²Bevolkingsdichtheid is hier berekend als aantal inwoners gedeeld door landoppervlakteHoofdstadGemeente met demeeste inwoners
Geschiedenis
De geschiedenis van de meeste Nederlandse provincies gaat terug op de late middeleeuwen. Er waren toen in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden verschillende vorstendommen en gebieden die grotendeels zelfstandig waren. In de vijftiende en zestiende eeuw kwamen deze bijna allemaal onder het Bourgondische Rijk en later de Habsburgers te vallen. De gebieden waren verbonden in een personele unie, maar de nieuwe heersers voerden een centralisatiepolitiek, met instelling van enkele centrale instellingen en later van de Zeventien Provinciën.
Tijdens de Nederlandse Opstand vormde een aantal overwegend noordelijke gewesten in 1579 een samenwerkingsverband: de Unie van Utrecht. Een deel van de gewesten zwoer in 1581 met de Acte van Verlatinge Filips II af als landsheer. Dit wordt vaak gezien als het begin van het huidige Nederland als zelfstandige natie. Nadat in 1588 enkele pogingen tot het benoemen van een nieuwe landsheer mislukt waren, gingen de gewesten waar de opstand succes had verder als de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Dit was een confederatie waarin de gewesten een grote zelfstandigheid hadden. Anders dan bij de meeste provincies in heden en verleden, duidt de naam provinciën in dit verband dus geen ondergeschikte positie in het staatsbestel aan.
In 1609 verklaarde de Republiek dat zij geen deel meer uitmaakte van het Heilige Roomse Rijk. Bij de vrede van Münster in 1648 werd deze situatie ook door de Spanjaarden erkend. De Republiek bestond toen uit zeven gewesten waarvan er zes in grondgebied ongeveer overeenkwamen met een van de huidige provincies: Friesland, Groningen (‘Stad en Lande’), Overijssel, Gelderland (‘Gelre en Zutphen’), Utrecht en Zeeland. Het belangrijkste gewest, Holland, omvatte zowel het latere Noord- en Zuid-Holland als een deel van Noord-Brabant.
Aan de Republiek waren inmiddels ook territoria toegevoegd die niet de status van provincie bezaten, de zogeheten Generaliteitslanden. Die werden zo genoemd omdat ze rechtstreeks door de centrale overheid (de Staten-Generaal) bestuurd werden. Het betrof hier Staats-Vlaanderen (later als Zeeuws-Vlaanderen in de provincie Zeeland opgenomen), Staats-Brabant (dat grotendeels overeenkomt met de latere provincie Noord-Brabant) en Staats-Overmaas. Landschap Drenthe bestuurde zich wel zelf, maar was niet vertegenwoordigd in de Staten-Generaal.
Met de Bataafse Revolutie (1795) begon een nieuw centraliseringsproces. Uiteindelijk werden de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden in 1815 samengevoegd tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De nieuwe eenheidsstaat was verdeeld in zeventien provincies, waarbij de oude verschillen in status tussen de verschillende gebieden vervielen. Drenthe en Noord-Brabant (voorheen Staats-Brabant) waren dus sindsdien een normale provincie. Andere, kleinere gebieden (de kleinere generaliteitslanden en een aantal gebieden die tijdens de Republiek nog onafhankelijk waren), werden samengevoegd.
Na de Belgische Revolutie in 1830 scheidden de Zuid-Nederlandse provincies zich af. Bij de erkenning hiervan kreeg Nederland in 1839, het oostelijke deel van de provincie Limburg terug (in ruil voor de westelijke helft van het Groothertogdom Luxemburg, dat bij België bleef). Deze provincie Limburg kreeg daarbij eerst een bijzondere status. Het was namelijk tegelijkertijd als hertogdom Limburg ook lid van de Duitse Bond. Nadat deze status aparte was genormaliseerd, bleef het provinciaal bestuur de titel Hertogdom nog veertig jaar voeren. Uit het bijzondere verleden van Limburg stamt ook de titel gouverneur, waarmee in Limburg de commissaris van de Koning nog altijd (informeel) wordt aangeduid.
In 1840 werd de provincie Holland gesplitst in twee provincies, Noord-Holland en Zuid-Holland. Daarmee werd de scheiding geformaliseerd die al sinds de Franse tijd had bestaan, waarbij de provincie Holland twee bestuurscentra kende.
De provincie Flevoland is ingesteld per 1 januari 1986. Het ging om het grondgebied van het toenmalige Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders, en de tot Overijssel behorende gemeenten Noordoostpolder en Urk.
De 1989 werd de grens tussen Zuid-Holland en de provincie Utrecht verlegd, waarbij Woerden in Zuid-Holland bij de provincie Utrecht ging horen.
In 1997 werd de officiële naam van de provincie Friesland veranderd in het Friestalige Fryslân.
+Provincie /gewestSindsVoorheenAndere benamingenUvU (1579)PvV (1581)Zeven gewesten158125px Heerlijkheid UtrechtZuiderzeedepartement157915811*(1581) / 1840(25px Graafschap Holland) / HollandAmstelland, Zuiderzeedepartement157915812*(1581) / 1840(25px Graafschap Holland) / HollandMaasland, Monden van de Maas157915812*158125px Graafschap ZeelandMonden van de Schelde157915813*, Gen.158125px Graafschap Gelre en 25px Graafschap Zutphen en
25px Hertogdom GelreBoven-IJssel157915814*158125px Heerlijkheid Friesland -157915815*158825px Heerlijkheid OverijsselMonden van de IJssel -15886159425px Stad en Lande Stad en Lande, Westereems157915947(1588)25px Landschap DrentheWestereems -1588(8)1648 / (1795)25px Hertogdom BrabantStaats-Brabant, Bataafs-Brabant, Brabant, Twee neten, Monden van de Rijn -(1581)Gen.1815 / 1866Nedermaas 25px Hertogdom LimburgDeels Staats-Overmaas en Staats-Opper-Gelre - -(Gen.)1984Zuiderzee, Urk en Schokland (Overijssel) - - - - *: De eerste vijf gewesten. Traden toe tot de Unie van Utrecht in 1579.
Ingetrokken toekomstplannen thumb|Minister van Binnenlandse zaken Wiegel presenteert een herindeling van de Nederlandse provincies (1978). In de tweede helft van de jaren 1970 waren er plannen om Nederland in een groter aantal provincies te verdelen. Daarbij zouden dan de kleinere provincies (qua inwoneraantal) min of meer blijven bestaan (Zeeland, Groningen, Friesland, Drenthe) terwijl de grotere provincies zouden worden opgedeeld (met enkele grenscorrecties). Een wetsontwerp van minister van Binnenlandse Zaken W.F. de Gaay Fortman voorzag een herindeling in 24 provincies. Daarbij zou Noord-Holland bijvoorbeeld ruwweg worden verdeeld in een provincie Kennemerland (rond Haarlem), Amstelland (rond Amsterdam, inclusief Waterland en de Zaanstreek) en een kleinere provincie Noord-Holland (het overgebleven noordelijke deel, met hoofdstad Alkmaar). Het Gooi (het zuidoosten van Noord-Holland) zou met een deel van Utrecht opgaan in een nieuwe provincie Gooi- en Eemland. Er was toen ook al een provincie Flevoland voorzien, die echter niet de Noordoostpolder zou omvatten."Herindeling kost vele miljarden", Nieuwsblad van het Noorden, 4 januari 1977. Geraadpleegd op Delpher op 22 mei 2019 De opvolger van De Gaay Fortman, Hans Wiegel, voorzag nog steeds een herindeling, maar nu met 17 provincies. Hij verwachtte dat deze herindeling binnen tien jaar een feit zou zijn."Wiegel: binnen tien herindeling in zeventien provincies", NRC Handelsblad, 25 mei 1978. Geraadpleegd op Delpher op 22 mei 2019
In de jaren negentig waren er plannen om in stedelijke gebieden zoals Amsterdam en Rotterdam zogenaamde "stadsprovincies" te vormen.
In 2012 werd door het kabinet-Rutte II voorgesteld om de twaalf provincies tot vijf of zeven landsdelen te fuseren, te beginnen met de fusie van Noord-Holland, Utrecht en Flevoland tot een nieuw te vormen entiteit met de werknaam Noordvleugelprovincie.Voorstel Plasterk: zeven provincies "op termijn", NRC Handelsblad, 5 februari 2014Herindelingsontwerp provincie Utrecht, Flevoland en Noord-Holland, Rijksoverheid.nl Geraadpleegd 21 oktober 2013
Functies
Taken en werkterreinen Van de eigen provinciale taken is ruimtelijke ordening een van de belangrijkste. Nederland is dichtbevolkt. Voor elke vierkante meter grond is in plannen vastgesteld wat de bestemming is. In structuurvisies bepaalt de provincie globaal wat haar beleid is voor de ruimtelijke ordening, met betrekking tot woningbouw, verkeer en vervoer, landbouw, natuurgebieden, recreatie, et cetera. Structuurvisies moeten passen binnen de structuurvisies die het Rijk maakt voor heel Nederland. Op zijn beurt beoordeelt het provinciebestuur of de bestemmingsplannen en structuurvisies van de gemeenten stroken met de plannen van de provincie.
Water en milieu spelen een grote rol in het dagelijks werk van de provincie. De provincie verricht onderzoek en zorgt waar nodig voor de schoonmaak van verontreinigde terreinen, bijvoorbeeld van oude gasfabrieken. Met fabrieken maakt de provincie afspraken om stank en luchtvervuiling te beperken. De provincie stimuleert hergebruik en milieuvriendelijke afvalverwerking. Samen met Rijkswaterstaat en de waterschappen regelt de provincie dat rivieren, sloten en plassen bevaarbaar blijven, dat er gezond zwemwater is en dat afvalwater van huishoudens en fabrieken gezuiverd wordt.
Op het terrein van verkeer en vervoer zorgt de provincie voor de aanleg van wegen, fietspaden en het bouwen van bruggen en viaducten. Het beheer en onderhoud van die wegen en bruggen is naast de zorg voor verkeersveiligheid een belangrijke provinciale taak. De provincie ontwikkelt in menige regio alternatieve vormen van vervoer, zoals belbussen en regiotaxi, en de aansluiting op het openbaar vervoer, zoals de aanleg van carpoolplaatsen.
Met betrekking tot de economie heeft de provincie vooral een stimulerende taak. Ieder provinciebestuur zal zich inspannen om economische ontwikkeling en werkgelegenheid te bevorderen. Samen met gemeenten, werkgevers en werknemers werkt de provincie aan een goed vestigingsklimaat voor bedrijven. Sommige provincies hebben samen met andere overheden en het bedrijfsleven speciale ontwikkelingsmaatschappijen opgericht, waarbij ook aandacht aan de mogelijkheden voor scholing en onderwijs wordt besteed. Vrijwel alle provincies lobbyen bij de rijksoverheid en vooral de Europese Unie om economische subsidies binnen te krijgen. De provincie behoudt waardevolle landschappen als de duinen, de Delta met de Biesbosch, het rivierenlandschap in Limburg, Overijssel en Gelderland, de Veluwe, de Friese meren en de Waddenzee. In agrarisch gebied stimuleert de provincie het behoud van natuurwaarden.
Samen met het Rijk, maar ook met de landbouw, de natuurbescherming en landschapsstichtingen, werkt de provincie aan het in stand houden en ontwikkelen van natuur en landschap. In de laatste jaren wordt er steeds meer budget voor natuurbeheer van het rijk naar de provincies overgeheveld.
Andere provinciale taken liggen vooral op het terrein van welzijn en cultuur. Daaronder vallen onder meer de geestelijke gezondheidszorg, het bibliotheekwerk, toezicht op verzorgings- en verpleeghuizen, het bevorderen van de cultuur, de recreatie en de sportbeoefening. Zo verstrekt de provincie subsidie aan jongerenadviescentra en medische kleuterdagverblijven en kunnen vernieuwende kunst- en cultuurprojecten een beroep doen op provinciale ondersteuning. Wettelijke taken liggen er voor de provincies op het terrein van archeologie (o.a. meldpunt en depot voor bodemvondsten) en instandhouding van een regionale omroep.