De glabellaHis, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag Veit & Comp. is het deel van de schedel dat zich tussen de wenkbrauwen bevindt.Donáth, T. & Crawford, G.C.N. (1969). Anatomical dictionary with nomenclature and explanatory notes. Oxford/London/Edinburgh/New York/Toronto/Syney/Paris/Braunschweig: Pergamon Press. Dit deel van de schedel steekt iets uit naar voren.
De haargroei op de glabella is echter genetisch bepaald en verwijst regelmatig naar de etnische afkomst van een persoon.
Naamgeving Het Latijnse bijvoeglijk naamwoord glabellus is de verkleiningsvorm van glaber,Hyrtl, J. (1880). Onomatologia Anatomica. Geschichte und Kritik der anatomischen Sprache der Gegenwart. Wien: Wilhelm Braumüller. K.K. Hof- und Unversitätsbuchhändler.Triepel, H. (1910). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Mit einem Anhang: Biographische Notizen.(Dritte Auflage). Wiesbaden: Verlag J.F. Bergmann. ('glad','kaal','zonder haar'Lewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press.). Glabellus betekent zelf ook 'glad' of 'zonder haar'. De vorm glabella is de zelfstandig gebruikte vrouwelijk vorm van het bijvoeglijk naamwoord. Het bijvoeglijk naamwoord glabellus komt voorts in het (klassieke) Latijn voor bij de berberse prozaschrijver Lucius Apuleius Madaurensis uit de tweede eeuw na Christus. Hij verwijst naar de/een onbehaarde vrouwelijke schaamstreek als glabellum feminae of glabellum feminal (feminal = vrouwelijke schaamstreek).
Literatuurverwijzingen
Categorie:Schedel