thumb|Plattegrond van de tuin rond 1857 thumb|De hoofdingang van Artis, Plantage Kerklaan 40, gezien vanuit de Plantage Franschelaan (Henri Polaklaan); circa 1883 thumb|De 'Groote Volière’; circa 1875-1900 thumb|Verzamelprent met 9 afbeeldingen van gebouwen in Artis; circa 1870 thumb|Het olifantenhuis in Artis, circa 1900 thumb| Tweede bezoek van H.K.H. Prinses Juliana aan Artis; circa 1911 Artis is de dierentuin van Amsterdam en de oudste dierentuin van Nederland. Artis ligt in de Plantagebuurt met de ingang aan de Plantage Kerklaan. Artis is als tuin van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra ("de natuur is de leermeesteres van de kunst") in 1838 opgericht dat zich ten doel gesteld heeft om liefde en zorg voor de natuur te stimuleren.

Het park telt 27 monumentale gebouwen die grotendeels uit de negentiende eeuw dateren.

Geschiedenis Het 'Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra' werd op 1 mei 1838 opgericht door boekhandelaar Gerardus Frederik Westerman, commissionair Johann Wilhelm Heinrich Werlemann en horlogemaker Jan Jacob Wijsmuller. Het doel was de natuur zowel in levende als niet-levende vorm dichter bij de welgestelde burgers te brengen. De drie kochten een terrein in de Plantagebuurt - toen nog een groene buitenwijk van Amsterdam - en lieten er gebouwen neerzetten en een tuin inrichten. De naam van het Genootschap werd al snel versimpeld tot Artis; op 1 mei 1852 verkreeg het genootschap het predicaat Koninklijk.

Natuurhistorische collecties Aanvankelijk was de steeds groeiende verzameling van zogenoemde "naturalia" - op sterk water gezette specimina, skeletten, opgezette dieren, schelpen, fossielen en gesteenten - zeker zo belangrijk als de tuin. Deze museumcollectie verhuisde in 1855 naar de eerste verdieping van het door Johannes van Maurik ontworpen hoofdgebouw aan de Plantage Middenlaan dat prompt ook te klein werd. De naturalia-verzameling werd in 1882 samengevoegd met de collectie van de Universiteit van Amsterdam die op het terrein zoölogische laboratoria en collegezalen had. Dit Zoölogisch Museum Amsterdam verhuisde in 2010 naar het Naturalis Biodiversity Center in Leiden.

Etnografische collecties Artis verzamelde niet alleen dieren, planten en natuurhistorische objecten, maar ook etnografica. Dit had het genootschap zichzelf bij oprichting niet tot doel gesteld, maar het ontving zo veel etnografische geschenken dat "het Bestuur, door de talrijke geschenken aangemoedigd, in den loop der jaren toch tot de overtuiging, dat juist in de hoofdstad eener koloniale mogendheid, de stichting van een Ethnographisch Museum meer dan wenschelijk was."Koninklijk Zoölogisch Genootschap “Natura Artis Magistra”, 1838 - 1 mei 1898. (Amsterdam 1898). Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de dierentuin werd er in 1888 een etnografisch museum in Artis geopend. Van de meer dan elfduizend objecten in het museum was het merendeel afkomstig van het eiland Java. De verzameling werd tentoongesteld in het gebouw Amicitia aan de Plantage Middenlaan en in 1888 overgebracht naar het gebouw De Volharding in het midden van Artis. In 1921 zijn de voorwerpen overgedragen aan Het Koloniaal Instituut, het huidige Wereldmuseum Amsterdam.

Voor de groei van haar collecties, zowel in etnografica als levende en dode dieren, was de dierentuin in de negentiende eeuw grotendeels afhankelijk van de Nederlandse koloniën. Tot aan 2022 bleef dat aspect nog onderbelicht.

Bibliotheek Een derde onderdeel, de zoölogische bibliotheek met uiteindelijk 20.000 titels, kreeg een eigen gebouw op het terrein en bleef daar tot het in 1939 inclusief het beroemde zoölogische prentenkabinet (90.000 prenten) overging naar de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. De zoölogische bibliotheek is nu organisatorisch onderdeel van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

De tuin In de eerste jaren was Artis een sociëteit voor welgestelden; de tuin was alleen toegankelijk voor de leden die tien gulden contributie per jaar betaalden. Hiermee financierden ze gezamenlijk de tuin. Niet-leden mochten vanaf 1852 in de maand september de tuin bezoeken; het ingangstarief was voor hen vastgesteld op 25 cent per bezoek.Voliere in Artis, Gemeente Amsterdam Stadsarchief, 23 april 2019. Gearchiveerd op 9 januari 2022. Artis begon als een tuin met een vijver en een oranjerie van zestig bij tachtig meter. Onder de eerste dieren die te zien waren, bevonden zich apen, herten, papegaaien en een "Surinaamse boskat" (waarschijnlijk een Leopardus-soort) aangevuld met het naturaliënkabinet van Reindert Draak. In het eerste jaar werd verder voor vierhonderd gulden een panter gekocht.

In 1839 kocht het Genootschap voor 30.000 gulden de reizende menagerie van Cornelis van Aken die onder andere een 'Sjaguar Tijger met groote vlekken van de West-Indies' bevatte.Zwarte en gevlekte jaguar in ARTIS, artis.nl. Gearchiveerd op 9 mei 2021. Naast deze jaguar omvatte de menagerie ook een gestreepte hyena, een Indische olifant en een boa constrictor. Deze exotische dieren vormden een stevige basis voor de dierentuin. Het leidde tot de eerste uitbreiding van Artis: de oude Middenhof werd uitgebreid met de Houtwallen aan de beide zijden van de Nieuwe Prinsengracht. Een veerpont vervoerde bezoekers tussen de twee delen van de dierentuin. De gracht werd namelijk nog steeds gebruikt voor beroepsscheepvaart tussen Amstel en Entrepotdok, wat 's nachts een probleem was omdat scheepslieden dan weleens een gratis bezoekje aan Artis brachten. In 1866 werd de gracht eigendom van Artis en omgevormd tot drie grote vijvers met daartussen bruggetjes van architect Salm.

In het midden van de negentiende eeuw kregen de dieren in de tuin veelal vaste hokken. In 1863 werd een nieuw gebouw aangekocht dat zich bevond op de Plantage Franschelaan. Aan dit buitenhuis werden kooien gebouwd zodat een grote volière ontstond; in deze volière werden ibissen, reigers, pauwen en hoenderachtige vogels geplaatst.

In 1877 bereikte Artis een oppervlakte van tien hectare, gelegen tussen de Plantage Kerklaan, de Plantage Middenlaan en de Plantage Doklaan. Inmiddels was de oorspronkelijke dierentuin in de Plantage uitgebreid met onder andere in 1859 het roofdierengebouw en in 1882 het aquariumgebouw.

In de 20e eeuw ging Artis in navolging van het Hamburgse Tierpark Hagenbeck moderniseren. In 1927 bouwde de huisarchitect Bert Johan Ouëndag het "Kerbertterras", een leeuwenverblijf met een gracht en muurtje in plaats van tralies. Ook ontwierp hij het nieuwe apenhuis.

Dreigend faillissement Kort na het honderdjarige bestaan in 1938 dreigde faillissement en sluiting voor Artis vanwege hoge schulden, veroudering en dalende bezoekersaantallen. Het "Comité Redding Artis", dat de dierentuin financieel steunde, werd opgericht. De grond en gebouwen werden aan de gemeente Amsterdam verkocht. De levende have bleef van Artis.

In 1940, rond het begin van de Tweede Wereldoorlog ging het weer beter met Artis. Ook na het uitbreken van de oorlog was er voldoende voedsel voor de dieren en voldoende bouwmateriaal. Met de bijna een miljoen gulden die de verkoop had opgeleverd werden nieuwe projecten begonnen, zoal het Kamelenveld, de Apenrots (beide uit 1940) en de Bergdierenrots (nu Steenbokkenrots) (1941). Een belangrijke rol hierin had directeur Armand Louis Jean Sunier, die als geboren Zwitser de Duitse taal uitstekend beheerste en bovendien een goede onderhandelaar was en zo de Duitse bezetters kon aanzetten tot het leveren van de benodigde materialen. In de nacht van 13 op 14 juni 1941 werd Artis getroffen door geallieerde brandbommen die bedoeld waren voor het naastgelegen spoorwegterrein aan de Plantage Doklaan. Er was wonderwel alleen schade aan gebouwen. In september 1941 moest de dierentuin op last van de bezetter de Joodse leden, van wie er van oudsher veel waren, de toegang ontzeggen. In 1945 kreeg ook Artis het lastiger en er ontstond een tekort aan voedsel en brandstof voor de aquariumpomp. Uiteindelijk kwam de bevrijding net op tijd.

thumb|Bemanning Engelse onderzeeboot bezoekt Artis, Polygoonjournaal; 1930. thumb|Beelden uit het bioscoopjournaal van 5 april 1955, waarin een olifant met een mandje paaseieren naar het kantoor van de toenmalige directeur Jacobi loopt. thumb|Het 75-jarig bestaan van het Artis Aquarium. thumb|Ingang van Artis in 1964, aan de Plantage Kerklaan.

Ter gelegenheid van het 125-jarige bestaan werd in 1963 het nachtdierenhuis geopend.

In 1970 verkeerde Artis in financiële problemen en kwam er een inzamelingsactie "Artis moet blijven" met de kenmerkende poster met een klein meisje met een aapje waarbij kinderen geld inzamelden om sluiting te voorkomen. De actie werd gesteund door grote warenhuizen als de Bijenkorf en Vroom & Dreesmann waarbij de "Septembermaand goedkope Artismaand" tot actie werd uitgeroepen en gepromoot. Deze jaarlijkse actie was veertien jaar na de oprichting door het bestuur ingevoerd waarbij één maand per jaar, in september, het park voor iedereen tegen betaling van een kwartje toegankelijk was. De toeloop was zo groot, dat de kortingsmaand een jaarlijkse traditie werd en bekend kwam te staan als de "kwartjesmaand". Later toen de toegangsprijs hoger werd bleef de traditie "Septembermaand goedkope Artismaand" nog lang gehandhaafd en kon de dierentuin in september door iedereen met korting worden bezocht.https://www.nvddierentuinen.nl/2016/08/30/kwartjesmaand-in-artis/De actie en inkomsten door grotere bezoekersaantallen bracht voldoende op om sluiting te voorkomen.

Het 150-jarige bestaan in 1988 was aanleiding voor de opening van het Planetarium van Artis (voorheen gevestigd in het Gaasperpark). In 1992 volgde het Geologisch Museum. In 1997 werd het aquarium geheel vernieuwd met een koraalrif, een vloedbos uit de Amazone en de fauna van een Amsterdamse gracht.

Vernieuwingen sinds eind twintigste eeuw Eind jaren negentig van de twintigste eeuw begon Artis met een reeks vernieuwingen, mede mogelijk gemaakt door de aanwinst van het naastgelegen spoorwegterrein van vier hectare groot aan de Plantage Doklaan en het Entrepotdok. De eerste vernieuwing was de aanleg van het Wolvenbos in 1999, gevolgd door een nagemaakt Afrikaans savannelandschap aan het Entrepotdok later dat jaar. Op de plek die door de verhuizing van de grévyzebra's en witstaartgnoes vrijkwam werd de Zuid-Amerikaanse Pampa gebouwd, die in 2004 werd geopend. In 2005 werd de oude roofdiergalerij gesloten vanwege nieuwe inzichten over het op een correcte manier houden van roofdieren. In datzelfde jaar werd het nieuwe insectarium geopend, gevolgd door een groot vlinderpaviljoen in 2006. Sindsdien beschikt Artis over het grootste insectarium ter wereld. In juni 2008 werd het Lemurenland geopend op de plaats van de voormalige Vogelweide om natuur dichterbij te brengen en tegelijk meer ruimte voor de dieren te scheppen. Lemurenland is gebouwd als een eiland waar vari's zich vrijelijk kunnen bewegen. Aanvankelijk werd Lemurenland door drie soorten bewoond: rode vari's, zwart-witte vari's en ringstaartmaki's. Door conflicten tussen de soorten keerden de zwart-witte vari's al snel terug naar het Kleine Zoogdierenhuis. Later verhuisden ook de ringstaartmaki's naar een andere locatie in de tuin. Lemurenland is tevens de thuishaven van een groep Nijlganzen.