Ernest André Gellner (Parijs, 9 december 1925 – Praag, 5 november 1995) was een Brits-joodse filosoof, socioloog en sociaal antropoloog van Tsjechische afkomst. Hij werd bij zijn dood door The Daily Telegraph beschreven als een van de meest geduchte intellectuelen en door The Independent als een "eenmanskruistocht voor kritisch rationalisme"., Ernest Gellner Obituary, The Daily Telegraph, 9 November 1995; , "Ernest Gellner Remembered", The Independent, 8 November 1995.
Zijn eerste boek, Words and Things (1959), dat een controverse in The Times en andere media uitlokte, was een radicale en polemische aanval op de ordinary language philosophy. Als professor in de filosofie, logica en wetenschappelijk methode aan de London School of Economics voor 22 jaar, de William Wyse Professor of Social Anthropology aan de universiteit van Cambridge voor acht jaar en uiteindelijk als hoofd van het nieuwe centrum voor de studie van het nationalisme in Praag, vocht Gellner zijn hele leven lang - zowel in zijn publicaties, maar ook in zijn colleges en via politiek activisme - tegen wat hij zag als gesloten denksystemen, waaronder het communisme, de psychoanalyse, relativisme en de ordinary language philosophy. Daarnaast is hij ook bekend om zijn studie naar het nationalisme in Nations and Nationalism (1983) en zijn bestudering van het fenomeen van de modernisering van de maatschappij. Zijn multicultureel perspectief liet hem toe zijn onderwerpen te bestuderen vanuit drie verschillende beschavingen - de westerse, de islamitische en de Sovjet-Russische.
Leven en werk Gellner werd in Parijs geboren als zoon van Anna Fantl en Rudolf Gellner, een intellectueel joods echtpaar uit Bohemen in het toenmalig Tsjecho-Slowakije., Obituary, The Independent, 8 November 1995. Hij groeide op in Praag waar hij Engelstalig onderwijs volgde. Dit was het Praag waarin ook Franz Kafka opgroeide: antisemitisch, maar door Gellner geprezen om zijn schoonheid.An Interview with Gellner. Gearchiveerd op 17 april 2023.
left|thumb|300px|"Prague is a stunningly beautiful town, and during the first period of my exile, which was during the war, I constantly used to dream about it, in the literal sense: it was a strong longing." Op dertienjarige leeftijd verhuisde Ernest Gellner naar St. Albans in Engeland als gevolg van het opkomende nazisme. Toen hij zeventien was won hij een beurs voor Balliol College in Oxford. Hij studeerde er Philosophy, Politics and Economics (PPE) met een specialisatie in de filosofie. Hij onderbrak deze studies na een jaar om dienst te doen in de 1e Tsjechoslowaakse Onafhankelijke Pantserbrigadegroep, dat deelnam aan de beleg van Duinkerke in 1944. Tijdens zijn legerdienst zou hij bij wekelijkse uitstapjes naar Sint-Omaars, in plaats van naar bordelen of cafés te gaan zoals zijn medesoldaten, altijd naar de boekenwinkels afzakken. Hier leerde hij het existentialisme van Albert Camus en Jean-Paul Sartre kennen, dat een blijvende invloed op zijn denken had., "Period piece" in Spectacles & Predicaments, Cambridge University Press, Cambridge, 1979, p. 103. Na de oorlog keerde hij terug naar Praag om daar een half jaar te studeren.
Tijdens deze periode verloor Praag veel van zijn glans voor Gellner. Grotendeels door de overname door het communistische regime, besloot hij terug te keren naar Engeland. In 1945 keerde hij terug naar het Balliol College en maakte er zijn studie af in 1947. Hetzelfde jaar begon hij zijn academische carrière aan de universiteit van Edinburgh als een assistent van John Macmurray op het departement van ethiek. In 1949 verhuisde hij naar de London School of Economics, waar hij samen met Morris Ginsberg op het departement sociologie werkte. Ginsberg was een bewonderaar van de filosofie en had de overtuiging dat filosofie en sociologie heel nauw met elkaar verbonden zijn. Gellner schrijft hierover:
Gellners kritiek op de ordinary language philosophy, of linguïstische filosofie zoals hij het altijd noemde, uiteengezet in zijn eerste boek Words and Things (1959), zorgde voor enige naambekendheid van Gellner doordat het boek vele reacties uitlokte. In 1961 haalde hij zijn PhD met de thesis over Organization and the Role of a Berber Zawiya en werd hij hoogleraar in de Filosofie, Logica en Wetenschappelijke methode, een post die hij voor 22 jaar bekleedde. In 1974 werd hij verkozen tot lid van de British Academy en in 1984 verhuisde hij naar Cambridge, waar hij tien jaar als de William Wyse-professor in de Sociale Antropologie aan de universiteit van Cambridge werkte. Daar werd hij ook fellow van het King's College en genoot daar van de rustige sfeer en het drinken en schaken met studenten. Hij wordt door de Oxford Dictionary of National Biography beschreven als "briljant, krachtig, oneerbiedig, ondeugend, soms pervers, met een bijtende humor en voorliefde voor ironie", "Gellner, Ernest André (1925-1995)", Oxford Dictionary of National Biography, Oxford University Press, 2004, retrieved September 23, 2005. en was hierdoor ook populair bij zijn studenten en bereid om vele extra uren aan hun opleiding te spenderen. Hij stond daarnaast ook bekend als een uitstekende spreker en begenadigd docent.
In 1993 keerde hij terug naar het tot het Westen toegetreden Praag waar hij het hoofd werd van het 'Centrum voor de studie van het Nationalisme'. Hij was een productief schrijver die zijn leven lang streed tegen gesloten denksystemen, waartoe hij communisme, pragmatisme, psychoanalyse, structuralisme en Wittgensteiniaanse taalfilosofie, en breder de ordinary language philosophy rekende. Op 5 november 1995, na zijn terugreis van een conferentie in Boedapest kreeg Gellner een hartaanval en stierf in zijn Praagse flat, een maand voor zijn 70e verjaardag.
De publicaties van Gellner zijn niet ongezien voorbijgegaan, maar lokten reacties uit bij vele van zijn collega's. Bekend is bijvoorbeeld de eerder vernoemde controverse rond zijn eerste boek, Words and Things (1958), grotendeels te wijten aan het feit dat Gilbert Ryle er een (negatieve) recensie over weigerde te publiceren in Mind. Hierop schreef Bertrand Russell een open brief naar de The Times, die een hele reeks tegenreacties in The Times en The Economist tot gevolg had. De naamsbekendheid door dit werk was echter niet geheel positief en heeft er wellicht toe bijgedragen dat zijn oeuvre vandaag de dag niet veel meer gelezen wordt., Ernest Gellner and Modernity, Univdersity of Wales Press, 2002, bezocht op 20-08-2012. Gearchiveerd op 6 april 2022.
Verder is er ook de discussie met Raymond Aron over de aard van de revolutie en de vraag of het Oostblok zich zou bevrijden door 'revolutie' of door 'liberalisatie'., Plaidoyer pour l'Europe décadente, Parijs, 1977, p. 459 e. v. en , Government & Opposition, 1979. Aaron was van het eerste overtuigd, terwijl Gellner eerder de tweede optie als oplossing zag., "Plaidoyer pur une libéralisation manquée" in Spectacles & Predicaments, 1979, p. 334-340.
In De metamorfose van Nederland. Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900 noemt N.C.F. van Sas Ernest Gellner "de grote gangmaker van het nationalisme-onderzoek van de jaren tachtig en negentig.", De metamorfose van Nederland. Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900. Amsterdam University Press, Amsterdam, 2004, p.14. De socioloog David Glass zei daarnaast ooit eens dat Ernest Gellner "niet zeker wist of de volgende revolutie van links zou komen of van rechts, maar één ding wist hij wel zeker, wat de herkomst ook was, de eerste persoon die doodgeschoten zou worden was Ernest Gellner.", 'Ernest Gellner', The Guardian, 7 november 1995.
Denken In het werk van Gellner komen verscheidene disciplines, zoals de antropologie, filosofie en sociologie tezamen. Klassieke thema's uit de filosofie worden bekeken vanuit een sociologische of antropologische bril, en de praktijken uit de sociologie en antropologie worden op hun beurt kritisch filosofisch bestudeerd. De boeken die hij doorheen zijn leven publiceerde raakten vele verschillende thema's aan. Zijn Plough, Sword and Book (1988) legde zich toe op de geschiedfilosofie en in Conditions of Liberty (1994) zocht hij naar een oorzaak van het ineenstorten van het socialisme. Hierdoor is het werk van Gellner vaak moeilijk in te delen binnen een bepaalde discipline, met Words and Things (1959) als enige uitzondering, dat zich grotendeels toespitst op de filosofie.
Word and Things
In een van zijn vroegste werken, Word and Things (1959), zette Gellner een kritiek uiteen op de toen dominante filosofische school in de analytische filosofie, namelijk de ordinary language philosophy of linguïstische filosofie van filosofen als John Austin, Gilbert Ryle en Ludwig Wittgenstein. Het voorwoord van dit boek werd verzorgd door Bertrand Russell die zijn kritiek deelde. Volgens Russell hield deze toen opkomende filosofie enkel in dat de filosofie de zoektocht naar ware kennis gewoonweg opgaf.
Volgens Gellner leidt de linguïstische filosofie tot relativisme of conservatisme. & (voorwoord), Words and Things: An Examination of, and an Attack on, Linguistic Philosophy, London: Routledge & Kegan Paul, 1979, p. 138. Linguïstische filosofen als John Wisdom stellen bijvoorbeeld dat ook de filosofische theorieën op een bepaalde manier taalspelen en dus niet geheel onzin zijn. Men moet ze echter niet serieus (of als meer dan een taalspel) zien. Op deze manier zijn echter al deze taalspelen evenveel waard en dit resulteert in relativisme.
Andere linguïstische filosofen stellen dan weer dat enkel het gezond verstand en het alledaags gebruik ons de juiste betekenis geeft. Nieuwe ideeën of innovaties zijn dus niet welkom, men moet gewoon kijken hoe men die termen vandaag de dag gebruikt. Dit leidt volgens Gellner tot conservatisme: het is goed zoals het nu is, verandering is niet nodig. Het leidt ook tot mysticisme en populisme: er worden geen argumenten of fundamenten aangeboden, maar men wordt in zekere zin 'geïnitieerd' in de filosofie en de waarheid ervan wordt getoond. Deze waarheid betreft daarnaast ook de waarheid van de man op de straat, het alledaags taalgebruik, dat dan moet beschermd worden tegen de elitaire en pretentieuze traditionele filosofie., Words and Things, p. 261.
Volgens Gellner rust de linguïstische filosofie op vier pilaren: The argument from the Paradigm Case: men kan eeuwenoude filosofische problemen zoals die van de vrije wil of het lichaam-geestprobleem oplossen door te kijken naar het alledaags gebruik van die woorden. In tegenstelling tot in een filosofisch debat, is het glashelder hoe en in welke omstandigheden termen als vrije wil of bewustzijn moeten gebruikt worden in ons alledaags taalgebruik. Inferring values from the actual use of words: het alledaags gebruik van onze woorden is de adequate grond om normatief te oordelen over hoe men een woord moet gebruiken. The Contrast Theory of meaning: een woord heeft slechts betekenis als er dingen zijn waarover hij niet spreekt of die er niet onder vallen. Het woord "boom" heeft maar zin als er ook dingen zijn waarmee het gecontrasteerd kan worden en die dus geen boom zijn. Polymorphism: de woorden die we gebruiken hebben talloze betekenissen en grotendeels om die reden kan men geen vaste en eenduidige definitie van woorden geven die alle contexten dekt. Hoogstens kan men spreken van "familieverbanden."