miniatuur|Tennisser Nel Hermsen strijkt op een houten strijkplank in 1949. Foto Ben van Meerendonk. Een strijkplank, in een bredere variant ook wel strijktafel genoemd, is een hulpmiddel om textiel te strijken of te persen. Een strijkplank wordt gebruikt in combinatie met een hete strijkbout.

Constructie miniatuur|Strijkplank in opgevouwen stand. Te zien zijn onder meer de hendel voor het verstellen van de hoogte, en de open constructie van de tafel, geschikt voor het strijken met stoom. Een strijkplank bestaat uit een vlak oppervlak, gemaakt van multiplex, spaanplaat of geëxpandeerd metaal dat wordt bekleed met een strijkhoes. De plank zelf is gemonteerd op een onderstel van aluminium, roestvast staal of kunststof. In het verleden waren strijkplanken geheel van hout gemaakt. Moderne strijkplanken hebben een open oppervlak zodat de stoom die ontstaat bij gebruik van een stoomstrijkijzer aan de onderzijde kan ontsnappen.

Aan een uiteinde zijn moderne strijkplanken voorzien van een treefje, een plank of houder om de strijkbout op te plaatsen als deze aan het opwarmen is, of als deze tijdens het strijken opzij gezet moet worden. Grotere houders zijn geschikt voor strijksystemen of stoomgeneratoren. Rechtshandige mensen zullen de houder aan de rechterkant houden, linkshandigen aan de linkerkant, omdat zij het strijkijzer over het algemeen met de linkerhand zullen bedienen. De houder zal voor een stoomgenerator groter moeten zijn dan voor een conventioneel strijkijzer.

Het andere uiteinde van de strijkplank heeft een afgeronde vorm die geschikt is voor het strijken van de schouders van kledingstukken, die er dan omheen gedrapeerd worden.

Aan het metalen frame zit een hendel die dient om de werkhoogte in te stellen. Bij sommige typen dient dezelfde hendel voor het inklappen en vergrendelen van de strijkplank, zodat de strijkplank minder ruimte inneemt.

De poten zijn meestal van rubberen doppen voorzien om ervoor te zorgen dat de plank tijdens het strijken of bij het opbergen niet verschuift. De doppen zijn tevens bedoeld om de vloer niet te beschadigen.

Soorten en maten Commercieel verkrijgbare strijkplanken bestaan in de eenentwintigste eeuw in verschillende maten, waarbij zowel de lengte als de breedte variëren. De lengte varieert tussen 73 en 135 cm, de breedte van 30 tot 45 cm. De maten worden door fabrikanten op verschillende manieren aangeduid. Sommige gebruiken s (small) tot en met xl (extra large), anderen A t/m D. Dezelfde aanduidingen worden gebruikt voor de strijkhoezen.

Een bredere strijkplank neemt meer ruimte in, maar is efficiënter, omdat het te strijken textiel tijdens het strijken minder vaak verplaatst behoeft te worden. Dit is vooral van belang bij groot textiel, zoals beddengoed, tafellakens of gordijnen.

Voor rolstoelgebruikers bestaan strijkplanken die aan de muur worden bevestigd, zodat er geen onderstel nodig is en er ruimte is voor de rolstoel. Ook in hotels bevinden zich soms inklapbare strijkplanken die aan een muur zijn bevestigd.

Verstelbaarheid miniatuur|Mechaniek om de hoogte van een strijkplank te verstellen Strijkplanken zijn over het algemeen in hoogte verstelbaar. De uitersten in hoogte zijn 47 cm en 102 cm. Voor staand strijken wordt de hoogte ingesteld tussen 90 en 102 cm. De meeste mensen strijken staande. In dat geval is de verstelbaarheid nodig om rugklachten te voorkomen. Geadviseerd wordt de strijkplank zodanig in hoogte in te stellen dat het strijkoppervlak ongeveer 25 cm lager is dan de elleboog. De kleinste hoogte maakt het mogelijk om zittend te strijken. Soms wordt het onderstel speciaal geschikt gemaakt om zittend te strijken, zodat er ruimte is voor de knieën.

Varianten miniatuur|Kleermakerskussen Er bestaan ook zeer lage strijkplanken, die geschikt zijn om op een tafel te zetten. Er bestaan hitte-reflecterende strijkdekens waarmee op elke ondergrond gestreken kan worden. Een kleermakerskussen is een hulpmiddel om kleine onderdelen van een kledingstuk te strijken of te persen. miniatuur|Mouwplankje Omdat strijkplanken te breed zijn voor het strijken van mouwen, althans indien men geen zichtbare vouw wenst te zien, of als de naden moeten worden opengeperst, wordt een aparte kleine strijkplank gebruikt dat mouwplankje wordt genoemd. De mouw wordt voor het strijken over zo een mouwplank heen getrokken.

Voor het strijken van broekspijpen werd voorheen een speciale lange, smalle broekenplank gebruikt. Kleermakers gebruiken voor kragen een speciale kragenplank. Mensen die zelf kleding maken, kunnen als alternatief een kleermakerskussen gebruiken om kragen te strijken. Hierop kan een kraag worden vastgenaaid, zodat deze op z`n plek blijft zitten tijdens het strijken.

In 2019 bestaan actieve strijkplanken die een verwarmingselement bevatten en een met de voet bediende afzuiging. Daarmee kan lucht door de plank heen worden getrokken om het kledingstuk tegelijk te drogen en te strijken. Met dat aanzuigen wordt het textiel tevens vastgezogen, zodat het niet meer verschuift. Bovendien wordt de stoom actief naar beneden gezogen. Zo'n strijkplank heeft ook een blaasfunctie, waarmee er lucht naar boven wordt geblazen, zodat het kledingstuk als het ware boven het strijkoppervlak zweeft. Daarmee wordt bereikt dat naden en biezen niet doordrukken.

Accessoires Overtrek Bij een strijkplank gebruikt men een overtrek (ook wel hoes of tijk genoemd), gemaakt van katoen met een verende onderlaag. Een extra onderlaag die onder de hoes wordt gelegd, vaak van molton, maakt het strijken makkelijker omdat die laag de warmte goed vasthoudt. Strijken zonder onderlaag van een hoes leidt niet tot een goed resultaat. In geval van een houten strijkplank is een hoes met brandvertrager nodig om ervoor te zorgen dat de plank niet verbrandt door de hete strijkbout. De hoes krijgt vaak een aantrekkelijk uiterlijk met een gedrukte decoratie. Fabrikanten van strijkplanken schakelen soms ontwerpers in voor de hoes om de strijkplank aantrekkelijker te maken. Een hoes is echter een eenvoudig te vervangen onderdeel van de strijkplank. Afmetingen van strijkovertrekkenAanduidingAfmetingen in centimeterA110 × 30B124 × 38C124 × 45D135 × 45E135 × 49De hoes wordt met een koordsluiting of elastiek strak om de strijkplank vastgemaakt, waarbij ervoor gezorgd moet worden dat de hoes geen plooien vertoont, want die drukken door in het strijkgoed. Soms heeft de overtrek een warmte-reflecterende laag, te herkennen aan de metaalachtige kleur.

Als een hete strijkbout gedurende langere tijd op de hoes staat, kan deze verbranden, ook al is de hoes voor de hitte van het strijkijzer bedoeld. Daarom werden in het verleden strijkhoezen wel gemaakt met asbest. Dit is sinds 1993 verboden in Nederland en sinds 2001 ook in België.

Snoerhouder miniatuur|Snoerhouder met snoer.|alt=|links Sommige strijkplanken hebben een snoerhouder, waarmee het snoer van de strijkbout omhooggehouden kan worden, zodat het snoer niet in de weg ligt of kreukels in het strijkgoed kan maken.

Linnenrek Sommige strijkplanken hebben halverwege het onderstel of aan het uiteinde een linnenrek om het gestreken en gevouwen wasgoed op te leggen.

Geschiedenis miniatuur|Tafel van walvisbot gevonden op een van de Orkeny-eilanden In Scandinavië, maar ook op de Orkney-eilanden, zijn platen van walvisbot gevonden uit de Vikingtijd. In één geval samen met een grote glazen cilinder, die gebruikt werd om wasgoed glad te maken. De platen werden vermoedelijk gebruikt als strijkplank, maar daar zijn geen bewijzen voor. Naar verluidt zijn ze tot de 19e eeuw gebruikt. Tijdens opgravingen zijn ongeveer 40 van dit type platen gevonden, vaak bij een vrouwengraf, zoals in het bootgraf van Scar. miniatuur|mangelplank In Nederland werden voor de ontwikkeling van strijkbout en strijkplank mangelplanken gebruikt voor kleine stukken textiel. Het natte linnengoed werd om een ronde stok gewikkeld. De mangelplank werd over de stok heen en weer gehaald om het linnen glad te maken. De bovenkant van de mangelplank was versierd met geometrische patronen of spreuken.

Tot in de 19e eeuw werden kleine strijkplanken gebruikt die op schoot gelegd werden. Deze werden vooral gebruikt om zomen te persen tijdens het naaien. miniatuur|Actrice Geraldine Farrar in de film Madame Sans-Gêne uit 1919 aan het strijken op een strijktafel.|alt=|links Voordat de opvouwbare strijkplank werd ontwikkeld, gebruikten de toenmalige huisvrouwen een eenvoudige plank die op twee stoelleuningen werd gelegd, of legden ze een plank met een kant op een keukentafel en de andere kant op de rugleuning van een stoel die ongeveer even hoog moest zijn. Ook gebruikten ze wel schragen om de strijkplank op te leggen. In de negentiende eeuw verschenen vele handleidingen voor huisvrouwen met advies over de ideale afmetingen van een strijkplank, de beste materialen en welk materiaal gebruikt kon worden als bedekking tegen de hitte van de strijkbout. Zo adviseerde Catherine Beecher in 1841 dat de vorm van de strijkplank voor het strijken van rokken aan een kant smaller diende te zijn.

Strijkplanken waren in deze tijd gemaakt van hout. Aan de houtsoort werden verschillende eisen gesteld. Het hout mocht niet splinteren; daarom was bijvoorbeeld vurenhout niet geschikt. Ook hout dat slecht vocht kon opnemen was ongeschikt, met name voor het persen. De beste houtsoorten waren esdoorn-, beuken-, elzen-, linden- of perenhout.

De strijkplanken werden bekleed met een wollen deken, waarover een niet al te grove linnen lap werd gespannen.

Strijktafels moesten zo breed zijn dat er twee strijksters tegelijk aan konden werken.

De eerste patenten voor strijkplanken werden verleend in de Verenigde Staten. James N Brewster verkreeg waarschijnlijk in 1867 het eerste octrooi op een strijkplank. Zijn uitvinding hield in dat de plank opklapbaar was, zodat deze na gebruik rechtop in een kast verdween.

Vanaf dat moment werden verschillende modellen ontwikkeld. Er werden ook patenten verleend voor strijkplanken voor het strijken van mouwen of hoeden. Op 15 februari 1858 kregen W. Vandenburg en J. Harvey patent op een strijktafel waarmee mouwen en broekspijpen konden worden geperst. In 1875 patenteerde John B. Porter in Canada een opvouwbare strijkplank. Deze uitvinding omvatte ook een verwijderbare perstafel om mouwen te persen. In 1887 werd in het Nederlandse tijdschrift De huisvrouw: weekblad tot voorlichting, nut en ontwikkeling van het huisgezin over een opvouwbare strijkplank geschreven, die bovendien op rollen stond om hem makkelijk te verplaatsen. In datzelfde jaar, op 30 december 1887, vroeg Sarah Boone in de VS een patent op verbeteringen van de strijkplank, ook gericht op het beter strijken van mouwen. Daarmee werd ze de eerste Afro-Amerikaanse vrouw met een patent op haar naam. Het octrooi werd op 26 april 1892 verleend. Haar plank was tevens scharnierend, zodat hij kon worden omgeklapt.

Met de opkomst van de stoomstrijkijzers werden de strijkplanken stoomdoorlatend. De houten plank werd vervangen door een metalen raster. miniatuur|Uitvinding strijkplank voor mouwen. Patent uit 1892

In 2012 presenteerde Anna Chagnaud haar ontwerp van een draaibare en verstelbare strijkplank met de naam Twisbee. Zij kreeg daarvoor een zilveren medaille van de Franse Concours Lépine en in 2013 een gouden medaille op de Internationale Salon in Genève.

In 2017 presenteerde het Amerikaanse bedrijf Sharkk een strijkplank die om zijn lengteas kon draaien. Het bedrijf claimde dat daarmee sneller gestreken kon worden. Het bedrijf startte een crowdfunding-campagne om de plank in productie te nemen. Dit had in 2019 nog niet tot resultaat geleid.

Strijkplank in de cultuur Strijkplank als stereotiep voorwerp