Noord-Korea, officieel de Democratische Volksrepubliek Korea (Hangul: ; Hanja: ; MR: ), is een land op het Koreaans Schiereiland in Oost-Azië dat grenst aan de landen China, Rusland en Zuid-Korea en aan de Gele Zee en de Japanse Zee. Noord-Korea heeft een bevolking van 25,6 miljoen (2020) mensen. De hoofdstad is Pyongyang.

Het Koreaans Schiereiland was bijna duizend jaar verenigd en onafhankelijk – achtereenvolgens onder de Goryeodynastie, de Joseondynastie en het keizerrijk Korea – toen het begin 20e eeuw door Japan werd bezet. Na de Japanse overgave in 1945 werd Korea in tweeën gedeeld. Pogingen het land te herenigen mislukten, waarop in 1948 de Democratische Volksrepubliek Korea het licht zag. De Koreaanse Oorlog (1950-1953) eindigde door tussenkomst van de Verenigde Naties in een wapenstilstand. Op de grens met het zuiden werd daarna een zwaarbewaakte gedemilitariseerde zone opgericht.

Noord-Korea is een totalitaire dictatuur waarin de macht ligt bij de Koreaanse Arbeiderspartij en de Kim-dynastie die het land sinds de oprichting regeert. De politiek leider is Kim Jong-un, de kleinzoon van oprichter Kim Il-sung, die als eeuwig president nog steeds vereerd wordt. Juche, de staatsideologie, stelt het streven naar zelfvoorzienendheid centraal. De economie wordt gedomineerd door staatsbedrijven en de landbouw is gecollectiviseerd. Volgens internationale organisaties en gevluchte inwoners maakt het regime zich veelvuldig schuldig aan het organiseren van schijnverkiezingen, mensenrechtenschendingen en het bestaan van concentratiekampen.

Noord-Korea is grotendeels afgeschermd van de buitenwereld, al is het wel lid van de Verenigde Naties. Noord-Korea heeft (in 2018) 47 ambassades in het buitenland en het biedt onderdak aan 24 ambassades in Pyongyang. Niemand mag zomaar het land in of uit. Toch is het land niet helemaal geïsoleerd en verschillende landen onderhouden relaties met Noord-Korea. China is met afstand de grootste handelspartner. Vanwege het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma is het land onderworpen aan internationale sancties.

Geschiedenis

thumb|links|Tijdens de Koreaanse Oorlog (1950-1953) verschoven de gevechtslinies tussen Noord- en Zuid-Korea razendsnel. Toch ligt de uiteindelijke bestandslijn niet ver van de oorspronkelijke grens. Tussen 1910 en 1945 was Korea bezet en geannexeerd door Japan. Na de capitulatie van Japan werd het bewind over Korea verdeeld: het zuidelijke deel werd bezet door de Verenigde Staten en het noorden door de Sovjet-Unie. Onder invloed van de Sovjet-machthebbers kwam op 29 augustus 1946 Noord-Korea's Koreaanse Arbeiderspartij aan de macht, onder leiding van Kim Tubong en Kim Il-sung. Op 9 september 1948 werd in Pyongyang de Democratische Volksrepubliek Korea (Engelse afkorting: DPRK) uitgeroepen. Noord-Korea als zelfstandige staat was daarmee een feit. Kim Il-sung zou tot in de jaren negentig in Noord-Korea de touwtjes in handen houden.

In juni 1950 viel het Noord-Koreaanse leger Zuid-Korea binnen en begon de Koreaanse Oorlog. Na drie jaar strijd werd op 27 juli 1953 te Panmunjeom een staakt-het-vuren afgekondigd. De bestandslijn, nabij de 38e breedtegraad die al aan het begin van het conflict het noorden en het zuiden van elkaar scheidde, vormt sindsdien de grens tussen Noord- en Zuid-Korea.

Noord-Korea herstelde zich snel van de verwoestende oorlog; rond 1960 was het land in redelijke staat van ontwikkeling en in de daaropvolgende jaren kwam nadruk te liggen op industriële ontwikkeling; tegen 1970 was het land het meest geïndustrialiseerde van Azië, op Japan na. Jon Halliday (1981). The North Korean Enigma, New Left Review I/127, mei-juni 1981 (en referenties aldaar). URL bezocht op 8 december 2006 In de jaren tachtig werden aan de zoon van Kim Il-sung, Kim Jong-il, hoge overheidsposities toegewezen waarmee de weg naar opvolging van zijn vader werd vrijgemaakt.

In 1991 werd Noord-Korea (evenals Zuid-Korea) lid van de Verenigde Naties, en in 1992 sloot Noord-Korea een akkoord over het bevriezen van zijn nucleaire programma met het Internationaal Atoomenergieagentschap, een instantie van de Verenigde Naties. Dit akkoord werd in 1993 geschonden met het weigeren van inspecties van nucleair gevoelige plaatsen. Tegen het eind van dat jaar meldde de CIA dat Noord-Korea waarschijnlijk minstens één kernwapen zou bezitten.

In 1995 werd overeengekomen dat Noord-Korea zijn bestaande kernreactoren – die in staat zijn plutonium te produceren dat geschikt is voor vervaardiging van kernwapens – zou sluiten, in ruil voor financiering en organisatie, door een internationaal consortium, van de bouw van twee moderne kernreactoren (lichtwaterreactoren), die ongeschikt zouden zijn voor vervaardiging van plutonium, dat te gebruiken is voor kernwapens.

thumb|Een groot standbeeld in Pyongang vereert de eerste twee Noord-Koreaanse leiders: Kim Il-sung en Kim Jong-il, grootvader en vader van Kim Jong-un, de huidige leider. De jaren negentig werden in Noord-Korea voor een groot deel getekend door een enorme voedselcrisis die het gehele decennium voort zou duren en ten slotte tussen de 2 en 3 miljoen levens zou kosten. Als oorzaken voor de crisis zijn aangemerkt het beperken van subsidies door Rusland en China, het strikte overheidsbeleid ten aanzien van de landbouw en een opeenvolging van droge en natte perioden. Het was in dezelfde periode, in 1994, dat Kim Il-sung op 82-jarige leeftijd overleed, waarna Kim Jong-il de macht overnam.

In 2003, het jaar waarin de Irakoorlog begon vanwege de vermoede aanwezigheid van massavernietigingswapens, trok Noord-Korea zich wederom terug uit het non-proliferatieverdrag en werd het kernwapenprogramma hervat. De eerste kernproef werd in 2006 aangekondigd. In 2007 verbleven er 250.000 Noord-Koreaanse vluchtelingen in China. In 2019 is dit aantal gestegen tot 300.000 mensen. Noord-Koreaanse vluchtelingen in China leven er in armoede. Ze worden door de staat niet beschermd en vrouwen worden door Chinezen verkracht. Ook vluchtten sommige Noord-Koreanen naar Mongolië.

Kim Jong-il werd na zijn overlijden in december 2011 opgevolgd door zijn zoon Kim Jong-un. Rond de Olympische Winterspelen 2018, georganiseerd in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang, brak een periode van ontdooiing aan. Bij een ontmoeting met de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in zette Kim Jong-un als eerste Noord-Koreaanse leider voet op Zuid-Koreaanse bodem.

Geografie Fysieke kenmerken thumb|Kumgangsan aan de oostkust. thumb|Landschap in de provincie Hwanghae. Het grondgebied van Noord-Korea beslaat het noordelijk deel van het Koreaans Schiereiland. Het landschap wordt gekenmerkt door vele gebergten waarvan de Nangnim-sanmaek het voornaamste is. De hoogste berg is de Paektusan (2774 m). Dit bergland, dat 80% van het land beslaat, kent een relatief onvruchtbare grond. Aan de oostkust houden de bergen abrupt op bij de zee, maar in het westen zijn er bescheiden vlakten waarvan die bij Pyongyang het grootste is. Opvallend is verder de afwezigheid van meren in het land. Het grootste deel van de bevolking leeft op de kustvlakten en in de bergdalen; deze gebieden beslaan ongeveer 25% van het landoppervlak.

In het noorden bevinden zich de rivieren Tumen en Yalu, die de grens met China en Rusland vormen. De grens met China is 1416 kilometer lang en grenst aan de provincies Jilin en Liaoning. De grens met Rusland is maar 18 kilometer. In het zuiden is de grens met Zuid-Korea 238 kilometer. Kort na de capitulatie van Japan in augustus 1945 hadden de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten de 38e breedtegraad noord als grens tussen het noordelijk en zuidelijk deel afgesproken. Na de Koreaanse Oorlog werd de grens feitelijk bepaald door de positie van de troepen bij het sluiten van de wapenstilstand op 27 juli 1953. Sindsdien dient een gedemilitariseerde zone (Demilitarized Zone of DMZ) als bufferzone tussen Noord-Korea en Zuid-Korea. Het is een soort IJzeren Gordijn zoals dat tijdens de Koude Oorlog in Europa bestond: aan weerszijden wordt de grens zwaar bewaakt. De DMZ is vier kilometer breed en op deze strook liggen meer dan een miljoen landmijnen, staan elektrische hekken en gewapende militairen. De meest realistische route voor het onopgemerkt oversteken van de grens met Noord-Korea is dan ook via China, omdat deze grens het minst beveiligd is.

De westkust van Noord-Korea grenst aan de Gele Zee en de oostkust aan de Japanse Zee. Er zijn geen rivieren of kanalen die een verbinding vormen tussen de oost- en westkust. Noord-Koreaanse zeeschepen moeten om de zuidpunt van het Koreaanse schiereiland varen om de andere kust te bereiken.

In 2010 leefde 63% van de bevolking in steden. De grootste stad is de hoofdstad Pyongyang met 3,3 miljoen inwoners, gevolgd door Namp'o met 1,1 miljoen bewoners en Hamhŭng met bijna 800.000 ingezetenen. Enkele andere steden in Noord-Korea zijn Ch'ŏngjin, Hyesan, Kaesŏng, Kimch'aek, Rasŏn, Sariwŏn en Sinuiju.

1950196019701980199020002010UrbanisatieVerenigde Naties bevolkingsdatabase op esa.un.org, geraadpleegd op 19 juni 2011 (niet meer beschikbaar) 31,0% 40,2% 54,2% 56,9% 58,4% 60,2% 63,4%

Klimaat Door zijn landklimaat kent Noord-Korea warme zomers (met een korte neerslagperiode die jangma wordt genoemd) en koude winters. De gemiddelde temperatuur varieert tussen de −8 °C in december en 27 °C in augustus. Ongeveer 60% van de jaarlijkse neerslag valt tussen de maanden juni en september. Augustus is de natste maand met gemiddeld ruim 300 millimeter neerslag. Jaarlijks trekken een of meer tropische cyclonen over het land. Het zwaartepunt ligt in de maanden juli tot en met september.

Demografie Bevolkingskenmerken + Bevolkingsontwikkeling VN 2022 Revision of World Population Prospects, geraadpleegd op 1 mei 2023 Jaar Inwoners Jaar Inwoners 195011.103.000 1990 20.800.000 1955 11.360.000 1995 22.386.000 1960 11.656.000 2000 23.367.000 1965 13.106.000 2005 24.101.000 1970 14.997.000 2010 24.868.000 1975 16.723.000 2015 25.258.000 1980 17.974.000 2020 25.867.000 1985 19.325.000 2040(v) 26.441.000 thumb|Pyongyang is behalve de hoofdstad ook de stad met de meeste inwoners van Noord-Korea. De bevolking van Noord-Korea is in de periode van 1950 tot en met 2020 met een factor 2,5 toegenomen. Tijdens de Koreaanse Oorlog was er sprake van een forse daling, maar dat herstelde snel tot ongeveer 1995. In 1995 nam de groei merkbaar af, het geboortecijfer daalde licht maar vooral het sterftecijfer liep flink op. Het aantal sterfgevallen per jaar verdubbelde na 1994 mede door een ernstige hongersnood die het land teisterde tussen 1995 en 1999. De hongersnood was na een paar jaar ten einde, maar een herstel van de bevolkingsgroei naar de niveaus van vóór 1994 is niet meer opgetreden. In 2020 was de gemiddelde levensverwachting bij geboorte 70,8 jaar voor mannen en 75,7 jaar voor vrouwen, dit is zo'n 10 jaar minder in vergelijking tot Zuid-Korea. Het dramatische effect van de hongersnood is ook terug te zien in de ontwikkeling van de levensverwachting, in 1995 (60,9 jaar) lag deze voor mannen en vrouwen gemiddeld 10 jaar lager dan in 1994 (70,7 jaar).

De Noord-Koreaanse bevolking () wordt gevormd door de nazaten van wat oorspronkelijk waarschijnlijk immigranten uit het noordoostelijk deel van Azië waren. Korea heeft vrijwel geen etnische diversiteit. Koreaans is de nationale taal.

Religie

Getallen over aanhangers van religies zijn slechts bij benadering te geven. Dit heeft te maken met het feit dat religieuze activiteiten door de overheid zwaar worden bestraft, de officieel geldende vrijheid van religie ten spijt. De belangrijkste pre-communistische religieuze tradities worden gevormd door het boeddhisme, de "Chondogyo" ("Religie Van De Hemelse Weg") en het christendom, waarvan vooral het katholicisme sterk aanwezig was. De huidige hoofdstad van Noord-Korea stond eertijds bekend om zijn vele kerken en kloosters maar thans bevinden zich tienduizenden christenen in strafkampen.