Thailand (uitspraak: [ˈtɑɪlɑnt]), officieel het Koninkrijk Thailand (Thai: ราชอาณาจักรไทย, Ratcha-anachak Thai), is een koninkrijk in Zuidoost-Azië. De hoofdstad van Thailand is Bangkok. Tot 1939 heette het land Siam. De Thaise naam van het land is "Prathet Thai" (Thai: ประเทศไทย), waarbij Prathet land betekent en het woord Thai wel geïnterpreteerd wordt als vrij. In dat geval zou Thailand dus letterlijk "vrij land" betekenen. De spelling van het Thaise woord thai met deze betekenis in Thais schrift verschilt echter enigszins (ไท versus ไทย) hoewel de uitspraak van beide woorden identiek is. De naam Thailand had oorspronkelijk ook een politieke strekking in verband met aanspraken op land in met name Laos, waar etnische Thai wonen.

Thailand wordt in het oosten begrensd door Laos en Cambodja, in het westen door Myanmar en de Andamanse Zee, in het uiterste zuiden door Maleisië en in het zuidoosten door de Golf van Thailand, een onderdeel van de Zuid-Chinese Zee.

Koning Rama IX Bhumibol Adulyadej is op 13 oktober 2016 overleden. Kroonprins Vajiralongkorn had aangegeven zijn kroning tot koning te willen uitstellen, zodat hij zich daarop kan voorbereiden. Op 1 december 2016 heeft hij de uitnodiging van het parlement om koning te worden, aangenomen. Er werd tot een jaar na de dood van zijn vader gewacht met de formele kroning, zodat hij pas op 13 oktober 2017 koning van Thailand werd.

De nationale feestdag is 5 december, de verjaardag van Rama IX. De munteenheid is de baht, onderverdeeld in 100 satang.

Thailand heeft twee volksliederen: een burgerlijk volkslied (Phleng Chat) en een koninklijk volkslied (Phleng Sansasoen Phra Barami, dat tot 1932 als nationaal volkslied werd gebruikt).

Geschiedenis De vroegste belangrijke archeologische vindplaats in Thailand is Ban Chiang; de datering van de hier opgegraven voorwerpen is controversieel, maar er is consensus dat de bewoners in elk geval rond 3600 v.Chr. bronzen werktuigen maakten en natte rijst verbouwden, wat een impuls gaf tot sociale en politieke organisatie. Later, voor de opkomst van de Thai, bloeiden Mon, Maleise en Khmer beschavingen in het gebied, met name het koninkrijk Srivijaya in het zuiden, het Dvaravati koninkrijk in Centraal-Thailand en het Khmer-rijk met als hoofdstad Angkor.

De Thai zijn taalkundig verwant aan volkeren in Zuid-China. De migratie vanuit Zuid-China (waarschijnlijk: Yunnan) naar Zuidoost-Azië vond voornamelijk plaats in het eerste millennium, zeer waarschijnlijk via Laos, waar ze het vroege rijk Nan Chao stichtten.

Koninkrijk Sukhothai links|miniatuur|Boeddhabeeld in Wat Mahathat te Sukhothai De stad Sukhothai was aanvankelijk onderdeel van het grote Khmer-rijk, maar in 1238 verklaarden de Thai krijgsheren Pho Khun Pha Muang en Pho Khun Bang Klang Hao zich onafhankelijk. Zij vestigden een Thais-geregeerd koninkrijk. Pho Khun Bang Klang Hao werd later de eerste koning van Sukhothai en noemde zich Pho Khun Si Indrathit (of Intradit). Deze gebeurtenis wordt doorgaans gezien als de stichting van de moderne Thaise natie, hoewel rond dezelfde tijd andere Thaise koninkrijken werden gesticht, zoals Lanna, Phayao en Chiang Saen.

Sukhothai groeide door bondgenootschappen te vormen met andere Thaise koninkrijken. Met behulp van Ceylonese monniken werd het Theravada boeddhisme ingevoerd als staatsgodsdienst.

Onder Ramkhamhaeng de Grote, zoals hij nu bekendstaat, genoot Sukhothai een gouden eeuw van voorspoed. Op het toppunt van zijn macht strekt zijn rijk zich uit van Martaban (thans in Birma) tot Luang Prabang (thans in Laos) en tot Nakhon Si Thammarat in het zuiden van Malakka. De invloedssfeer van dit koninkrijk was groter dan dat van het moderne Thailand, hoewel de buitengebieden niet allemaal even sterk werden beheerst. Ramkhamhaeng wordt traditioneel ook beschouwd als de ontwerper van het Thais alfabet. Het ontstaan hiervan wordt gedateerd op 1283, op basis van de controversiële Ramkhamhaeng stèle, waarvan gezegd wordt dat deze het oudste Thaise schrift ooit bevat. Na zijn dood raakte zijn rijk in verval. In 1365 werd het onderdeel van het koninkrijk Ayutthaya, dat centraal en zuidelijk Thailand beheerste tot in de 18e eeuw.

Koninkrijk Ayutthaya Ramathibodi probeerde zijn koninkrijk te verenigen. In 1360 verklaarde hij Theravada Boeddhisme tot staatsgodsdienst van Ayutthaya. Ook stelde hij een wetcodex samen, gebaseerd op de Indiase Dharmashastra (literatuur over dharma, regels) en Thaise traditie, die de basis vormde voor de wetgeving van het koninkrijk.

Aan het einde van de 14e eeuw werd Ayutthaya beschouwd als sterkste mogendheid van Zuidoost-Azië. De verzwakte Khmer lieten zich soms overheersen door Ayutthaya, maar nooit definitief. Thaise troepen moesten vaak op weg om opstanden te onderdrukken in Sukhothai of om campagne te voeren tegen Chiang Mai, waar stug weerstand werd geboden tegen Ayutthaya's uitbreiding. Uiteindelijk onderwierp Ayutthaya al het gebied dat ooit aan Sukhothai had toebehoord.

Gedurende de 15e eeuw was de energie van Ayutthaya gericht op het schiereiland Malakka, waar de grote handelshaven Malakka haar aanspraken tegenstreefde. Malakka en de andere Maleise staten ten zuiden van Tambralinga waren eerder die eeuw islamitisch geworden, en de islam fungeerde als symbool van solidariteit tegen de Thais. Desalniettemin controleerde Ayutthaya de lucratieve handel op het schiereiland, wat Chinese handelaren aantrok. links|miniatuur|Olifantenstrijd tussen Naresuan en Mingyi Swa, Siamese-Birmaanse oorlog (1584 minus 1593). In de 16e eeuw werd Birma een mogendheid die, onder een agressieve dynastie, Chiang Mai en Laos onder de voet liep en oorlog voerde met Siam. In 1569 veroverden Birmese legers, vergezeld door Thaise rebellen (meest leden van de koninklijke familie van Siam) de stad Ayutthaya en voerden de hele koninklijke familie weg naar Birma. Dhammaraja (1569-1590), een Thaise gouverneur die de Birmezen geholpen had, werd als een vazal-koning van Ayutthaya geïnstalleerd. De Thaise onafhankelijkheid werd hersteld door zijn zoon Naresuan (1590-1605) die zich keerde tegen de Birmezen - waartussen hij was opgegroeid - en ze rond 1600 uit het land verdreven had.

Buitenlanders werden hartelijk verwelkomd aan het hof van koning Narai (1657-1688), een kosmopolitisch leider die desondanks wantrouwig stond tegenover buitenlandse invloed. Tijdens zijn bewind werden handelsbanden gesmeed met Japan. Nederlandse en Engelse compagnieën vestigden factorij en Thaise diplomatieke missies werden naar Parijs en Den Haag gestuurd. De eerste missie naar Den Haag vond plaats in 1608, begeleid door Cornelis Specx van de VOC. Door banden met diverse landen te onderhouden kon het Thaise hof de Nederlanders uitspelen tegen de Engelsen en de Fransen tegen de Nederlanders, om zo te voorkomen dat één buitenlandse mogendheid te veel macht zou krijgen. miniatuur|Ayutthaya (Siam), 1686 In 1664 gebruikten de Nederlanders geweld om een verdrag af te dwingen dat extraterritoriale rechten gaf naast vrijere handel. Op aandringen van zijn minister van buitenlandse zaken, de Griekse avonturier Constantine Phaulkon, vroeg Narai de Fransen om hulp. Franse ingenieurs construeerden fortificaties voor de Thai en bouwden een nieuw paleis voor Narai in Lopburi. Daarnaast hielpen Franse missionarissen met onderwijs en gezondheidszorg en brachten ze de eerste drukpers het land binnen. De persoonlijke interesse van de Zonnekoning werd gewekt toen rapporten van missionarissen suggereerden dat Narai mogelijk wilde overgaan tot het christendom.

De "Gouden Eeuw" van Ayutthaya was in het tweede kwart van de 18e eeuw, na een bloedige periode van dynastieke strijd, een relatief vredige tijd waarin kunst, literatuur en studie floreerden. Ayutthaya bleef concurreren met Vietnam over Cambodja, maar een grotere dreiging kwam vanuit Birma, waar de nieuwe Alaungphaya dynastie de Shan-staat had onderworpen. miniatuur|Ruïnes van Wat Chaiwatthanaram in Ayutthaya. Het werd gebouwd in de 17e eeuw en in 1767 verbrand en geplunderd door de Birmese troepen. In 1765 werd Siam binnengevallen door twee Birmese legers (de zoveelste inval door het machtige buurland) die optrokken naar Ayutthaya. Het enige verzet van betekenis vond plaats bij het plaatsje Bang Rajan. Taksin had een leidende rol in de verdediging van de stad. Na een beleg van vele maanden viel Ayutthaya in 1767 en werd volledig verwoest, wat het einde betekende van dit trotse koninkrijk.

Koninkrijk Thonburi Kort voor de val van Ayutthaya in 1767 baande Taksin zich een weg naar buiten. Na de verwoesting van Ayutthaya en de dood van de koning was het land opgesplitst in zes delen, waarvan Taksin de oostkust beheerste. Samen met Thong Duang, nu Chao Phraya (generaal) Chakri, dreef hij de Birmezen terug, versloeg zijn rivalen, en verenigde het land. Op 28 december 1767 werd hij tot koning van Siam gekroond in zijn nieuwe hoofdstad Thonburi.

Na het verenigen van het territorium van het vroegere koninkrijk Ayutthaya onder zijn bestuur veroverde hij in 1769 westelijk Cambodja. Daarna marcheerde hij naar het zuiden en vestigde Thais bestuur over het schiereiland Malakka zo ver zuidelijk als Penang en Terengganu. Nadat hij zijn basis in Siam veilig had gesteld, viel hij de Birmezen in het noorden aan en veroverde Chiang Mai in 1776, wat leidde tot een permanente unie van Siam en Lanna. Taksin's generaal en leider van deze campagne was Chao Phraya Chakri Thong Duang. In 1778 leidde Chakri een Siamees leger dat het koninkrijk Vientiane veroverde en daarmee de Thaise dominantie over dit koninkrijk vestigde. Hij nam de smaragden Boeddha (Phra Kaew) mee vanuit de pas veroverde stad Vientiane naar Bangkok. Dit beeld zou later een van de belangrijkste religieuze symbolen van het huidige Thailand worden.

Koninkrijk Rattanakosin miniatuur|Wat Phra Kaew, architectuur uit de Rattanakosin-periode Rattanakosin is de naam die de Thai geven aan de periode waarin koningen Thailand regeerden vanuit het eiland Rattanakosin in Bangkok. In 1782 verplaatste Rama I, de eerste koning van de Chakri-dynastie, de hoofdstad van Thonburi van de westkant van de rivier de Menam naar de oostkant, om zo minder kwetsbaar te zijn in het geval van een nieuwe invasie vanuit Birma. Vijftien jaar eerder was Ayutthaya vernietigd door de Birmezen: het land Siam geregeerd vanuit Bangkok was een meer dynamische opvolger van het koninkrijk Ayutthaya.

In 1851 Rama IV met het voornemen om Siam te redden van kolonisatie door zijn onwillige onderdanen te dwingen tot modernisering. Maar hoewel hij in theorie een absoluut vorst was, was zijn macht in de praktijk beperkt.

Rama IV maakte gebruik van westerse druk op Siam om zijn eigen plannen te kunnen doorvoeren. In 1855 kwam deze druk in de vorm van een missie geleid door de gouverneur van Hongkong, Sir John Bowring, die in Bangkok aankwam met eisen tot onmiddellijke verandering, ondersteund door dreiging met geweld. De koning gaf meteen toe aan de eis tot een nieuw verdrag, waarin invoerrechten werden beperkt tot 3%. links|miniatuur|Napoleon III ontving in 1864 een Siamees bericht in het Fontainebleau-paleis.